De protestantse gemeente Grave is een geloofsgemeenschap die deel uitmaakt van de Protestantse Kerk in Nederland. Volgens het statuut (kerkorde) van deze kerk, specifiek in ordinantie 2 artikel 1, wordt een gemeente omschreven als "een gemeenschap, die geroepen, tot eenheid, getuigenis en dienst, samenkomt rondom Woord en sacramenten".
Deze gemeente vervult haar diaconale roeping zowel binnen de kerk als in de bredere wereld. Dit gebeurt door het delen van ontvangen gaven in dienst van barmhartigheid en gerechtigheid, het bieden van hulp waar geen helper is, en het getuigen van Gods gerechtigheid waar onrecht geschiedt. De Diaconie van deze gemeente functioneert als een zelfstandig onderdeel met rechtspersoonlijkheid, zoals bedoeld in artikel 2, boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
De kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland regelt diverse aspecten, waaronder bestuur, financiën, toezicht en tuchtrechtspraak, die van toepassing zijn op kerkleden, gemeenten en andere kerkelijke onderdelen. De Protestantse Kerk geniet de status van Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI), wat betekent dat de afzonderlijke gemeenten en instellingen die tot dit kerkgenootschap behoren eveneens als ANBI zijn aangemerkt.
Bestuur en Financiën
Het bestuur van de kerkelijke gemeente berust bij de kerkenraad, die wordt gevormd door de ambtsdragers van de gemeente. In de gemeente Grave telt de kerkenraad zes leden, die gekozen worden uit en door de leden van de kerkelijke gemeente. Het College van diakenen, bestaande uit minimaal drie leden, is verantwoordelijk voor het beheer van de financiële middelen en eigendommen van de diaconie.
De kerkenraad draagt de eindverantwoordelijkheid, wat onder andere tot uiting komt in de goedkeuring van de begroting en de jaarrekening. Zowel de kerkenraad als het college van diakenen onderhouden contact met het regionaal college voor beheerszaken, in overeenstemming met Ordinantie 11.
De beloning van diaconale medewerkers, indien aanwezig, is geregeld in de Arbeidsvoorwaardenregeling Protestantse Kerk in Nederland. Leden van kerkenraden, colleges en commissies ontvangen geen vergoeding voor hun werkzaamheden.
De kerkenraad is algemeen eindverantwoordelijk voor het in stand houden van een levende gemeente en stimuleert de participatie van gemeenteleden bij het plaatselijk werk. Conform de kerkorde zijn bepaalde taken gedelegeerd aan specifieke colleges, zoals het College van Kerkrentmeesters en het College van Diakenen.
De begroting, die de verwachte bestedingen weergeeft, sluit doorgaans nauw aan bij de rekeningen van voorgaande jaren, wat de continuïteit van het plaatselijk diaconaal werk onderstreept. De Protestantse Kerk in Nederland voorziet zelf in de benodigde inkomsten voor haar activiteiten.
Jaarlijks wordt aan kerkleden een bijdrage gevraagd voor het diaconale werk van de gemeente. Sommige diaconieën beschikken over eigen vermogen, zoals woningen, landerijen of geldmiddelen, soms nagelaten met een specifieke bestemming. De ontvangen inkomsten worden besteed aan lokaal, nationaal en wereldwijd diaconaal werk, ter ondersteuning van activiteiten en voor specifieke projecten.

Historische Locatie en Gebouw
Het kerkgebouw van de protestantse gemeente bevindt zich op een historisch belangrijke locatie in Grave: het voormalige Bagijnenhof. Al kort voor het einde van de 13e eeuw vestigden zich hier Begijnen, die mogelijk diensten verleenden aan het nabijgelegen H. Geesthuis en het in 1290 gestichte St. Catharina Gasthuis.
De Begijnen beschikten over een eigen kapel, gelegen ten noorden van de huidige kerk aan de Hoofschestraat. In 1459 omarmde een deel van de Graafse Begijnen de Derde Regel van Sint-Franciscus, waarna in 1475 toestemming werd verleend aan een van de Tertiarissen van het klooster Maria Graf om een eigen kerk te bouwen.
Het huidige bakstenen gebouw, een laatgotisch bouwwerk, bestaat uit een schip met een driezijdige koorsluiting. Het oorspronkelijke gewelf is vervangen door een stucplafond. Een markant kenmerk is de veelhoekige, uitgemetselde traptoren aan de noordwestelijke hoek van de kerk.

Vroege Geschiedenis en Gebruiksveranderingen
Tijdens de belegering van Grave door Parma liepen de kloostergebouwen aanzienlijke schade op. Na de verovering van Grave door Prins Maurits in 1602, verzochten de inwoners hem om "de kercke van den nieuwen Bagijnhof, genoemd 'St. Marien Graef'" te mogen gebruiken voor de sacramenten van Doop en Huwelijk. Dit verzoek werd echter afgewezen, en in 1603 werd het gebruik van de kerk definitief verboden voor de Graafse Tertiarissen.
Het is onduidelijk wanneer de kloosterzusters het gebruik van hun kapel verloren, maar zij beschikten er nog over tijdens de Franse bezetting van 1672-1674. Van 1686 tot 1731 diende de kapel als onderkomen voor de Waalse Gemeente, waaronder Hugenoten die na het intrekken van het Edict van Nantes hun land ontvlucht waren.
Na deze periode van onzekerheid, deed de kapel in 1798 dienst als kerkgebouw voor een kleine Lutherse Gemeente. In hetzelfde jaar werd de St. Elisabethskerk aan de katholieke gemeenschap overgedragen, en verkreeg de kapel de status van Nederlands Hervormde Kerk.
Toen de Hervormde Gemeente, bestaande uit 250 leden, verhuisde van de St. Elisabethkerk naar het nieuwe gebouw, werd het meubilair, inclusief delen van het orgel, mee overgebracht. Het gebouw zelf onderging een grondige restauratie in de periode 1844-1846, waarbij een nieuw plafond werd aangebracht en de houten ramen werden vervangen door ijzeren exemplaren.

Recente Restauraties en Aanpassingen
In de periode 1965-1968 vond een nieuwe restauratie plaats onder toezicht van Monumentenzorg. Hierbij werden oude bouwresten zichtbaar gemaakt en werd gestreefd naar het terugbrengen van het gebouw in de oorspronkelijke staat.
In 1996 onderging het aangrenzende zalengedeelte, waar ook de consistorie was gevestigd, een ingrijpende verbouwing. Door de realisatie van een nieuw woningcomplex rondom de Nederlands Hervormde Kerk, ontworpen door architect Ralph Erskine, kon het College van Beheer van de toenmalige "Samen op Weg" gemeente bouwgrond aankopen en het plan voor uitbreiding verwezenlijken, aangezien er al jaren behoefte was aan meer zaalruimte.
In 2013 werd een omvangrijke restauratie van een deel van de buitenmuren uitgevoerd. Tegelijkertijd werd de kerkruimte multifunctioneel ingericht.
De Protestantse kerk, ook wel bekend als de Bagijnenkerk te Grave, is een voormalige kapel uit de 15e eeuw, gelegen op de plek van het voormalige Begijnhof. De begijnen, die mogelijk diensten verleenden aan het Heilige Geesthuis en het Sint-Catharinagasthuis, beschikten over een kapel ten noorden van de huidige kerk. Na hun overgang naar de Derde Orde van Sint-Franciscus in 1459, verkreeg hun klooster, Maria Graf, in 1475 toestemming voor de bouw van een eigen kerk, de "St. Marien Graef", die in 1526 werd ingewijd.
Na de inname van Grave door Prins Maurits in 1602 en het verbod op kerkgebruik in 1603, bleef de kapel tot 1672-1674 in gebruik bij de zusters. Van 1686 tot 1731 diende het gebouw als kerk voor de Waalse Gemeente, voornamelijk voor Hugenoten uit Frankrijk. Tot 1798 kerkte de Lutherse Gemeente er, waarna de Hervormde Gemeente de kapel betrok nadat de katholieken de Sint-Elisabethkerk terugkregen.
Het meubilair uit de Sint-Elisabethkerk, dat nog steeds aanwezig is in de huidige protestantse kerk, werd overgebracht. Restauraties in 1844-1846 leidden tot vervanging van de houten ramen door ijzeren exemplaren en de inrichting van een consistoriekamer onder het orgel. Een restauratie in 1965-1968 trachtte het gebouw zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat te herstellen.
tags: #protestantse #kerk #grave #adres