De rechtspositie van een predikant voor gewone werkzaamheden is vanuit het burgerlijk recht gezien een positie van eigen aard. De predikant is niet als werknemer werkzaam in dienst van een werkgever op basis van een 'arbeidsovereenkomst'. De predikant verricht als geestelijke ambtelijke werkzaamheden voor een kerkgenootschap op basis van een overeenkomst die volledig wordt geregeerd door het kerkelijk recht.
De kerkelijk rechtspositie kenmerkt zich door:
- a) de vrijheid van de gemeente om een beroep uit te brengen op een gewenste predikant,
- b) de vrijheid van de predikant om een uitgebracht beroep al dan niet te aanvaarden,
- c) het anti-hierarchische principe dat het ene ambt niet heerst over het andere en
- d) de vrijheid van het ambt.
Bij het aanvaarden van een beroep accepteert de predikant al hetgeen de kerk heeft geregeld met betrekking tot de uitoefening van het ambt. Daarnaast is de predikant gebonden aan het beleidsplan van de gemeente en aan de afspraken die worden gemaakt in het jaargesprek. Binnen deze ruimte is er sprake van de vrijheid van het ambt.
De predikant is vrij - en moet zich ook vrij kunnen voelen - om in de bediening van het Woord zo nodig haaks op in de gemeente (en de kerkenraad) heersende opvattingen en levenswijzen te staan. Hij kan op grond van exegese en meditatie tot een verkondiging moeten komen die kritisch is op het leven van mensen, het leven van de gemeente en mogelijk ook het beleid van de kerkenraad.

Rechtsbescherming en regelingen binnen de kerk
Qua rechtsbescherming heeft de kerk een uitgebreid eigen systeem voor rechtspraak, dat onder meer voorziet in procedures voor opzicht, bezwaren en geschillen, ambtsontheffing en geschillenbeslechting betreffende predikantstraktementen. De rechtspositieregeling zelf is vastgelegd in de generale regeling rechtspositie predikanten en bevat bepalingen voor het traktement, de secundaire arbeidsvoorwaarden, de uitbetaling en de centrale kas, de wachtgelden (werkloosheidsuitkeringen) en overige zaken.
De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) maakt gebruik van de bevoegdheid haar organisatorische inrichting en de daaruit voortvloeiende bevoegdheden, verplichtingen en rechten uitputtend in haar kerkorde neer te leggen. Dit geldt ook voor de positie van de predikant. Vanuit het civiele recht wordt de rechtspositie van de predikant gezien als een rechtsverhouding van eigen aard (sui generis). Deze rechtsverhouding berust op vrijwilligheid en is dus privaatrechtelijk van aard; het burgerlijk overeenkomstenrecht is niet (rechtstreeks) van toepassing.
De rol van de kerkorde en generale regelingen
De rechtspositie van de predikanten voor gewone werkzaamheden in de PKN wordt vastgesteld door een aantal bestuurlijke gremia binnen de kerk en is vastgelegd in diverse documenten. In de kerkorde (Ordinantie V) is het ambt van predikant beschreven, naast dat van ouderling en diaken. De omschrijving van het ambt staat in artikel V. Ordinantie 10 gaat over het opzicht over belijdenis en wandel, de verkondiging, de catechese en de opleiding en vorming van predikanten.
In de generale regeling rechtspositie predikanten (GR 5) zijn de materiële en immateriële arbeidsvoorwaarden van de predikanten voor gewone werkzaamheden vastgelegd. De uitvoeringsbepalingen worden grotendeels vastgesteld door het Georganiseerd overleg predikanten. De omslagregeling traktementen vormt hierop een uitzondering. Nieuwe versies van de uitvoeringsbepalingen worden toegezonden aan de dienstdoende predikanten en aan de colleges van kerkrentmeesters.
De kerk stelt een centrale arbeidsvoorwaardenregeling voor predikanten vast. Gemeenten en predikanten worden hierdoor niet belast met het in onderling overleg vaststellen van de arbeidsvoorwaarden. Deze regeling (generale regeling rechtspositie predikanten met uitvoeringsbepalingen) is zowel een minimum- als een maximumregeling. Zij bevat bepalingen over de ambtswoning, de bezoldiging, de vergoeding van onkosten en het recht op verlof en gratificaties. Verder zijn er regelingen voor het inkomen bij onvrijwillige werkloosheid na ‘ontslag’ (losmaking of ontheffing/schorsing/ontzetting van of uit het ambt).

Organisatiestructuur en besluitvorming
De Protestantse Kerk in Nederland kent een gelaagde organisatiestructuur, bestaande uit gemeenten, classis en generale synode. Binnen deze structuren is de besluitvorming geregeld.
De gemeente en de kerkenraad
Elke gemeente heeft een kerkenraad, die wordt gevormd door de ambtsdragers van de gemeente. In een gemeente met wijkgemeenten wordt de wijkkerkenraad gevormd door de ambtsdragers van de wijkgemeente. De kerkenraad maakt een plaatselijke regeling met daarin bepalingen ten behoeve van het leven en werken van de gemeente, na overleg met de betrokken organen. Tevens stelt de kerkenraad telkens voor een periode van vier jaar een beleidsplan op, na overleg met het college van kerkrentmeesters, het college van diakenen en andere relevante gemeenteorganen.
Met het oog op de kwaliteit van het kerkenraadswerk legt de kerkenraad vast op welke wijze en met wie jaargesprekken worden gehouden, onder wie in ieder geval de predikanten die in de gemeente werkzaam zijn en de kerkelijk werkers die in het ambt zijn bevestigd. In deze gesprekken komt de kwaliteit van het werk van de kerkenraad als geheel en van de betrokkenen in het bijzonder aan de orde, evenals het welbevinden van alle betrokkenen.
De classis
De classicale vergadering wordt gevormd door ambtsdragers van tot de classis behorende gemeenten en de classispredikant. De leden worden verkozen door de betrokken kerkenraden. De classicale vergadering heeft als taak het leiding geven aan het leven en werken van de classis, het vaststellen van het beleidsplan, het signaleren van wat leeft in de gemeenten, het stimuleren van nieuwe vormen van kerkelijke presentie, en het zorgdragen voor de presentie van de kerk waar gemeenten daartoe niet of onvoldoende in staat zijn.
Het breed moderamen van de classicale vergadering is belast met het geven van leiding aan en coördineren van de arbeid van de organen van bijstand van de classicale vergadering, het bevorderen van saamhorigheid en gezamenlijke bezinning van predikanten, het toetsen van voorlopige besluiten van de classispredikant, de kerkvisitatie, het opzicht, en de behandeling van beheerszaken, bezwaren en geschillen.
De generale synode
De generale synode wordt gevormd door ambtsdragers die zijn afgevaardigd door de classicale vergaderingen en door de evangelisch-lutherse synode, aangevuld met andere vertegenwoordigers. De generale synode komt ten minste tweemaal per jaar bijeen en heeft een moderamen dat belast is met het voorbereiden, samenroepen en leiden van de synodevergaderingen, en de uitvoering van besluiten waarvoor geen anderen zijn aangewezen.

De positie van de predikant
Binnen de Protestantse Kerk in Nederland vormen de ambten de bouwstenen van de organisatie van de kerk, waarbij de predikant naast de ouderling en de diaken staat. Bij het aanvaarden van het beroep accepteert de predikant alle kerkelijke regelingen met betrekking tot de uitoefening van het ambt, waaronder doctrinaire ruimte, kerkorde, visitatie, kerkelijke rechtspraak, inhoud van het werk, bepalingen voor eredienst en sacramenten, gedragscode, arbeidsvoorwaarden en regelingen voor ziekte, arbeidsongeschiktheid en ontslag.
Vrijheid van het ambt
Binnen de door de kerk gestelde kaders geniet de predikant de zogenaamde vrijheid van het ambt. Bij het opstellen van de beroepsbrief wordt hier rekening mee gehouden, zodat de predikant niet ondergeschikt is aan de kerkenraad of de gemeente. De predikant is vrij - en moet zich dus ook vrij kunnen voelen - om in de bediening van het Woord zo nodig kritisch te staan tegenover heersende opvattingen en levenswijzen binnen de gemeente.
Gebondenheid aan beleidsplan en jaargesprekken
Waar de predikant de vrijheid van het ambt geniet, is hij tegelijkertijd gebonden aan het beleidsplan van de gemeente. In overleg met de kerkenraad stelt de predikant jaarlijks een werkplan op, waarin prioriteiten worden gesteld voor kerkdiensten, catechese, vorming, toerusting, pastoraat en bestuur. Na afloop van de planperiode dient de predikant een verslag van uitgevoerde werkzaamheden te maken, dat als input kan dienen voor het jaargesprek. Dit gesprek is een open, vertrouwelijk en gelijkwaardig dialoog gericht op reflectie op houding, handelen en functioneren.

Procedures en regelingen voor specifieke situaties
De kerkelijke regelgeving voorziet in procedures voor diverse situaties, zoals het beroepen van predikanten, het omgaan met spanningen en geschillen, en de rechtspositie van verschillende soorten predikanten.
Beroepingsprocedure
De kerkenraad vraagt alvorens tot beroepingswerk over te gaan toestemming aan het breed moderamen van de classicale vergadering. Vervolgens vraagt de kerkenraad met het oog op mogelijke kandidaten advies aan het daartoe aangewezen orgaan van de kerk. Predikanten voor gewone werkzaamheden zijn pas beroepbaar wanneer zij ten minste vier jaar de gemeente die zij dienen, hebben vertegenwoordigd. De verkiezing van een predikant vindt plaats in een vergadering van stemgerechtigde leden van de gemeente.
Indien geen bezwaren zijn ingebracht of de ingebrachte bezwaren ongegrond zijn bevonden, wordt de gekozen kandidaat door de kerkenraad beroepen. De beroepsbrief beschrijft wat de gemeente en de predikant elkaar verschuldigd zijn en wat de taak van de predikant is, met inachtneming van de vrijheid van het ambt. Bij de beroepsbrief hoort een aanhangsel met de schriftelijke opgave van de toegezegde inkomsten en rechten. De bevestiging of verbintenis vindt plaats nadat approbatie is verleend door het breed moderamen van de classicale vergadering.
Omgaan met spanningen en geschillen
Indien in een gemeente spanningen optreden in verband met ontwikkelingen of het functioneren van ambtsdragers (niet zijnde de predikant), kan het breed moderamen van de classicale vergadering bepalen dat de betreffende ambtsdrager(s) zich tijdelijk geheel of gedeeltelijk onthouden van ambtswerkzaamheden. Indien de spanningen zodanig zijn dat het leven en werken van de gemeente ontwricht wordt en andere kerkordelijke mogelijkheden niet toereikend zijn, kan de generale synode taken van de kerkenraad tijdelijk laten verrichten door aangewezen gedelegeerden.
In gevallen waarin spanningen rijzen die de vraag oproepen of de predikant de gemeente nog langer met stichting kan dienen, kan het breed moderamen van de classicale vergadering het generale college voor de ambtsontheffing vragen een oordeel uit te spreken. Indien het college oordeelt dat de predikant de gemeente niet langer met stichting kan dienen, wordt een termijn vastgesteld waarbinnen de predikant de gelegenheid heeft zich hiernaar te voegen door middel van een nieuw beroep, een verzoek om losmaking of ontheffing van het ambt.
Verschillende predikantsrollen
De PKN kent verschillende soorten predikanten:
- Predikanten voor gewone werkzaamheden: Deze predikanten wonen in de regel binnen de grenzen van de gemeente waaraan zij verbonden zijn. Hun rechtspositie is vastgelegd in generale regeling 5.
- Predikanten in algemene dienst: Deze predikanten verrichten werkzaamheden die in rechtstreeks verband staan met de vervulling van het ambt van predikant en uitgaan van een classis, de evangelisch-lutherse gemeenten tezamen of de kerk.
- Predikanten met bijzondere opdracht: Deze predikanten verrichten werkzaamheden die in rechtstreeks verband staan met het ambt, maar niet uitgaan van een ambtelijke vergadering.
Kerkelijk werkers worden benoemd in een gemeente door de kerkenraad, of anders door de classicale vergadering, de evangelisch-lutherse synode of de generale synode. Zij worden in hun bediening ingeleid in een kerkdienst.
Interne rechtspraak en burgerlijke rechter
Binnen de kerk bestaat een uitgebreid systeem van interne rechtspraak door onafhankelijke colleges, zoals colleges voor opzicht, bezwaren en geschillen, en ambtsontheffing. Daarnaast kan de predikant recht zoeken bij de burgerlijke rechter.
De Protestantse Kerk in Nederland heeft een kerkelijke rechtsgang met voldoende waarborgen. Daarom moet de predikant eerst de kerkelijke rechtsgang doorlopen. De burgerlijke rechter toetst vervolgens eerst of er een kerkelijke regeling is en of de predikant daarvan gebruik heeft gemaakt. In de praktijk kan in uitzonderlijke gevallen gekozen worden voor de positie van pseudo-werknemer (opting-in). In dat geval wordt het traktement gezien als loon uit dienstbetrekking, waarover loonbelasting wordt ingehouden, zonder dat overigens werknemersverzekeringen (WW, WIA) van toepassing zijn.
tags: #rechtspositie #ambtsdragers #pkn