Rabbijn Lody van de Kamp uit toenemende bezorgdheid over het groeiende antisemitisme in Nederland. Veel Joodse Nederlanders voelen zich onveilig, terwijl universiteiten en culturele instellingen steeds vaker kiezen voor een boycot van Joodse organisaties of individuen. Dit isolement van de Joodse gemeenschap in Nederland wordt door Van de Kamp als zeer pijnlijk ervaren.
„Ik loop altijd in uniform als Jood, zichtbaar, en voel me meestal welkom. Maar als je die ene rotte appel tegenkomt, kunnen er hele vervelende dingen gebeuren”, aldus Van de Kamp. Hij benadrukt dat dergelijke uitsluitingen een diepe impact hebben op de Joodse gemeenschap.
Pleidooi voor dialoog en verbondenheid
Tegelijkertijd pleit rabbijn Van de Kamp vurig voor dialoog en verbondenheid tussen verschillende geloofsgemeenschappen. „We hebben elkaar nodig”, stelt hij. Volgens hem is het beste tegengif tegen het groeiende antisemitisme het blijven voeren van gesprekken, ondanks de ontmoedigende omstandigheden. „Er is een nieuwe bodem geschapen voor animositeit en vijandschap. Er gaan generaties overheen voordat mensen weer leren om elkaar te kennen.”
Van de Kamp, die visueel op het eerste gezicht weinig verschilt van een predikant - op het dragen van een keppeltje na - deelt zijn perspectief op wat christenen kunnen doen tegen antisemitisme. Hij beschrijft de Joodse gemeenschap in Nederland als een uiterst kleine, bijna calvinistische groep, die vroeger zelfs een structuur kende die door de overheid werd opgelegd, vergelijkbaar met die van predikanten in de Hervormde Kerk.

Persoonlijke levensloop en jeugdherinneringen
Lody van de Kamp werd in 1948 geboren in Enschede. Zijn vader overleefde Auschwitz, en zijn moeder moest tijdens de oorlog onderduiken op twaalf verschillende adressen. De periode na de oorlog werd gekenmerkt door immens verdriet. Desondanks spreekt hij van een mooie jeugd, waarin respect voor anderen centraal stond. Hij herinnert zich hoe een strengchristelijk gezin aan de overkant hen vroeg om sigaretten te halen, wat zij zonder problemen deden, waarna het geld netjes werd terugbetaald. Op zondag, de sjabbat, maaide de buurman uit respect voor hen zijn gras niet.
„Dát heb ik dus meegekregen. Nee, dat zeg ik niet goed. Het wás er gewoon. Je deed voorzichtig met elkaar. En dat is nu precies wat we in onze tijd zo node missen”, reflecteert Van de Kamp op deze jeugdervaringen.
Opleiding en loopbaan
Vanwege het ontbreken van een Talmoedschool in Nederland, studeerde Lody van de Kamp op Talmoedscholen in Zwitserland en Londen. Gedurende een periode werkte hij als religieuze slachter (sjocheet) en diende hij als rabbijn in diverse Joodse gemeenten in Nederland. Later was hij verbonden aan de Joodse school het Cheider in Amsterdam, waar hij leiding gaf aan het 'wereldse deel' van de school.
Naast zijn werk als rabbijn en leraar heeft hij negen boeken geschreven, die zich voornamelijk richten op vergeten aspecten van de Joodse geschiedenis. Tevens raakte hij betrokken bij de Amsterdamse politiek via het CDA en zet hij zich in voor een beter begrip tussen Joden en moslims.
Interreligieuze dialoog en de strijd tegen antisemitisme
Van de Kamp boekt successen in het bevorderen van begrip tussen Joodse en moslimgemeenschappen. Hij deelt een indrukwekkende ervaring waarbij een Marokkaanse jongen die een Hitlergroet bracht, na gesprekken met de rabbijn en zijn ouders, tot het inzicht kwam dat degenen die Joden hielpen onderduiken tijdens de oorlog 'cool' waren.
Hoewel sceptici wijzen op de vele negatieve ervaringen die tegenover positieve staan, waarschuwt Van de Kamp voor het generaliseren van de acties van een kleine groep moslims naar de gehele gemeenschap. Hij benadrukt dat de beveiliging van Joodse instellingen noodzakelijk is vanwege terreurdreiging, maar dat de angst hiervoor ertoe heeft geleid dat de Joodse gemeenschap zich met de rug naar de rest van de samenleving heeft gekeerd. Hij verzet zich tegen deze isolatie en roept op tot actieve inspanningen om deze situatie te doorbreken.

Samen met een imam organiseerde hij een tentoonstelling over moslims die tijdens de oorlog Joden hielpen, die werd tentoongesteld in de Amsterdamse Jeruzalemkerk, een krachtig symbool van de verbinding tussen drie religies.
Relatie met orthodoxe christenen en politieke betrokkenheid
Als orthodoxe Jood voelt Van de Kamp zich aangetrokken tot orthodoxe christenen, omdat zij, net als Joden, minderheden zijn en veel gemeenschappelijke waarden delen. Hij organiseert reizen naar Israël in samenwerking met onder andere de Gereformeerde Gemeenten. Hoewel hij zich bewust is van hun theologische overtuiging dat heil enkel via Jezus te verkrijgen is, neemt hij dit hen niet kwalijk, omdat hij zich probeert te verplaatsen in hun geloofsovertuiging.
Hij heeft niet de neiging om christenen te overtuigen van zijn eigen zienswijze, omdat hij geen zendingsbevel in zijn Bijbel aantreft, wat een fundamenteel verschil is met het christendom. Vanuit Joods perspectief, gebaseerd op de leer van Maimonides, komen zowel christenen (via Jezus) als moslims (via Mohammed) in de hemel, terwijl Joden dit bereiken via de 613 geboden. De Joodse gemeenschap heeft geen drang tot evangeliseren.
De samenwerking met christenen kan complexer zijn vanwege de centrale rol van Jezus in het christendom. Desondanks is Van de Kamp lid van het CDA, mede overtuigd door voormalig minister Hirsch Ballin. Hoewel hij de evangelische uitgangspunten van de partij niet kan ondertekenen, respecteert hij deze. Hij merkt op dat zolang er geen "JDA" (waarbij J voor Joods staat) bestaat, hij zich bij het CDA thuis voelt.
De periode waarin het CDA deel uitmaakte van een kabinet met gedoogsteun van de PVV, was voor hem moeilijk, omdat hij die samenwerking als volstrekt verkeerd beschouwde vanwege de generaliserende en uitsluitende aard van de PVV. Hij stelt dat de pro-Israëlische houding van partijen als de PVV en Donald Trump vaak voortkomt uit eigenbelang, niet uit liefde voor het Joodse volk.
Israël en de Palestijnse staat
Van de Kamp heeft veel met Israël, maar beschouwt het als een seculier project. De oprichting van de staat Israël, slechts drie jaar na de Tweede Wereldoorlog, noemt hij een Godswonder, maar ook een vooruitgrijpen op de komst van de Messias. Hij spreekt zijn teleurstelling uit over christelijke vrouwen die het Israëlische volkslied zongen zonder zich te realiseren dat er alles aan gedaan was om de naam van God eruit te weren.
Hij zou geen bezwaar hebben tegen een Palestijnse staat in de huidige interim-tijd, die duurt tot de komst van de Messias. In het Jodendom staat het leven van mensen boven alles, en als vrede met de Palestijnen levens kan sparen, is daar niets op tegen. De verovering van Jeruzalem en Judea en Samaria in 1967 bracht een zware verantwoordelijkheid met zich mee, vooral met betrekking tot de Tempelberg.
Hoewel hij zich sterk verbonden voelt met Israël, waarschuwt hij ervoor deze verbondenheid direct te koppelen aan de huidige staat en regering, aangezien niet alles wat de Israëlische regering doet, goed is. De stichting van de staat Israël wordt in de synagoge gebeden, maar omschreven als „het begin van de ontluiking van de verlossing”, wat de complexiteit en nuance van de Joodse kijk op Israël aangeeft.
DENK in gesprek met (ex)rabbijn Lody van de Kamp
Historische gebeurtenissen en Joodse tradities
De tekst bevat ook historische anekdotes, zoals de rol van meneer Van der Hal, voorganger van de synagoge in Weesp, in het plaatselijke Oranjecomité, en het belang van koosjer slachten in de Joodse gemeenschap, zelfs na de Tweede Wereldoorlog. Het verhaal van slager Aron van Gelder, die in 1948 terechtstond voor het laten slachten van een schaap op koosjere wijze, illustreert de strijd voor het behoud van Joodse tradities.
Kritiek op de kerk en de rol van Israël
Rabbijn Lody van de Kamp uitte onlangs zijn woede over een groep predikanten die demonstreerden tegen Israël. Hij stelt dat de kerk, met haar eigen historische schuld jegens Joden, het recht verspeeld heeft Israël te confronteren met haar falen. Hij vraagt zich af waarom Israël altijd de enige is die ter verantwoording wordt geroepen, terwijl andere gruweldaden, zoals die van Assad of Hamas, minder aandacht krijgen.
De tekst erkent echter ook dat Israël niet boven kritiek verheven is. Het ongemak met het Israëlische optreden is niet langer beperkt tot linkse radicalen en klinkt ook binnen SGP-kringen. De auteur benadrukt dat kritiek op Israël niet automatisch gelijkgesteld mag worden aan antisemitisme. De historische rol van het katholicisme en het lutheranisme in antisemitisme wordt tegenover de vaak diepgaande interesse en openheid van de gereformeerde traditie geplaatst.
De situatie voor gewone kerkmensen wordt als complex beschreven, gevangen tussen liefde voor Israël en de eenzijdige mediaberichtgeving. De zorgwekkende uitspraken van extremistische politici als Ben-Gvir en Smotrich worden benoemd.
Theologische perspectieven op Israël
Dr. M. Klaassen, predikant van de hersteld hervormde gemeente in Barneveld, deelt zijn persoonlijke spagaat met betrekking tot Israël. Hij gelooft in de legitimiteit van de staat Israël, maar ziet ook dat Israël, theologisch gezien, zijn vervulling vindt in Christus. Hij gelooft in het herstel van Israël, dat volgens hem al met Pinksteren is begonnen. Hij waarschuwt tegen het dispensationalisme dat Israël te veel verzelfstandigt en ziet Israël als een theologisch raadsel.
Na jarenlange studie is hij er nog niet uit, wat hij als een gezonde houding beschouwt. Hij stelt dat de waarheid over Israël nooit volledig te bevatten is en dat de weg van God met Israël een mysterie blijft. Dit maakt nederig en opent ruimte voor nuancering.
Vrijheid en de dialoog tussen religies
In de podcast Sprekend RD benadrukt Lody van de Kamp dat vrijheid pijn kan doen en dat niet alles gevierd kan worden. Hij erkent de toename van incidenten tegen Joden, maar wijt dit mede aan het overschrijden van de grenzen van de vrijheid van meningsuiting. Hij verzet zich tegen het beeld dat antisemitisme alleen maar groeit, wat volgens hem een zware beschuldiging is aan de samenleving.
Als zoon van Holocaust-overlevenden benadrukt hij dat de bevrijding van 1945 voor veel Joden niet gepaard ging met vreugde vanwege het verlies van dierbaren en verdwenen gemeenschappen. Deze leegte werkt nog steeds door. Hij prijst de veerkracht van het Jodendom bij de wederopbouw van gemeenschappen na de oorlog, voortkomend uit geloof en vertrouwen in God.
Van de Kamp heeft vertrouwen in de rechtsstaat, en wijst op de rellen rond de voetbalwedstrijd Ajax en Maccabi Tel Aviv. Hij herhaalt dat er geen dreiging is van een miljoen moslims, maar van een kleine groep die ontspoort. Voor hem is vrijheid als religieuze Jood leven volgens de regels van de Thora, wat anderen soms als een last zien, maar wat hem juist vrijheid geeft door duidelijkheid over zijn roeping.
Verschillen en overeenkomsten tussen Jodendom en Christendom
In zijn column in het Nederlands Dagblad focust Van de Kamp op de verschillen tussen het Jodendom en het Christendom. De kern van het Jodendom is het Oude Testament, gelezen zonder de lens van het Nieuwe Testament, en geleefd volgens ge- en verboden, in afwachting van de Messias. De kern van het christendom ligt in het geloof in de Drie-eenheid en de christelijke Messias, waarbij het lijden van Jezus de plicht tot het naleven van oudtestamentische wetten voor christenen heeft beperkt.
Hij ergert zich aan de term 'joods-christelijk', die volgens hem door rechtse partijen zoals de PVV wordt gebruikt om moslims uit te sluiten. Hoewel de SGP de term minder extreem gebruikt, vindt hij dat de politiek ver van deze term moet blijven. Hij pleit voor 'joods én christelijk', waarbij beide religies de gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen om te leven bij de gratie van het gezag van de Eeuwige, en zorg te dragen voor vrijheid van onderwijs en inbreng bij medisch-ethische kwesties.
Hij nuanceert de bewering dat Nederland 'joods-christelijke wortels' heeft, door te stellen dat het woord 'joods' daarvoor niet nodig is, aangezien het christendom historisch gezien Joden heeft uitgesloten en vervolgd. Hij past voor het Joodse volk dat wordt ingezet voor een rechts-populistische agenda.
Theologische nuances en uitnodigingen
Hoewel hij theologisch enige uitsluiting ervaart bij reformatorische christenen, vindt hij dit niet erg en ervaart hij geen uitsluiting in de praktijk. Hij beschouwt Jezus’ uitspraak „Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven” als een uitsluiting, omdat het Nieuwe Testament geen deel uitmaakt van zijn geloofsovertuiging. Hij ontvangt deze uitnodiging vaak uit liefde, maar deze komt bij hem „tot dovemansoren”.