Ondanks een hoge algemene vaccinatiegraad in Nederland, worden er recentelijk epidemieën van vaccinpreventieve ziekten waargenomen. Deze epidemieën zijn grotendeels beperkt gebleven tot een orthodox-protestantse minderheid die religieuze bezwaren heeft tegen vaccinatie. Deze minderheid omvat diverse denominaties met variërende vaccinatiegraden, variërend van laag tot hoog. Om inzicht te krijgen in de besluitvorming van orthodox-protestantse ouders met betrekking tot vaccinatie, de argumenten die zij gebruiken en de consequenties van hun keuzes, is een diepgaande interviewstudie uitgevoerd onder zowel vaccinerende als niet-vaccinerende orthodox-protestantse ouders. Deelnemers werden geselecteerd via doelgerichte steekproeftrekking.
De interviews werden thematisch gecodeerd door twee analisten met behulp van de software Atlas.ti. De initiële codeerresultaten werden beoordeeld, besproken en verfijnd door de analisten totdat consensus was bereikt. Na 27 interviews werd datamaturiteit bereikt. Op basis van kenmerken van het besluitvormingsproces (traditie versus deliberatie) en de uitkomst (vaccineren of niet), konden vier subgroepen van ouders worden onderscheiden: traditioneel niet-vaccinerende ouders, bewust niet-vaccinerende ouders, bewust vaccinerende ouders en traditioneel vaccinerende ouders. Met uitzondering van de traditioneel vaccinerende ouders, gebruikten alle groepen overwegend religieuze argumenten om hun vaccinatiebeslissingen te rechtvaardigen. Ook hier, met uitzondering van de traditioneel vaccinerende ouders, rapporteerden alle groepen angst dat ze de verkeerde beslissing hadden genomen.
De algemene vaccinatiegraad van de Nederlandse bevolking tegen infectieziekten is erg hoog en ligt boven de 90-95 procent. Desondanks kent Nederland minderheden die op basis van hun (geloofs)opvattingen een lagere vaccinatiegraad hebben. In deze minderheden hebben zich de afgelopen decennia diverse epidemieën voorgedaan, mede doordat de mensen van deze minderheden vaak dicht bij elkaar wonen en nauwe sociale contacten onderhouden. De epidemieën, waaronder polio, mazelen, rode hond en bof, speelden zich voornamelijk af onder de leden van de reformatorische geloofsgemeenschappen zelf.
Religieuze bezwaren en de reformatorische gemeenschap
“Over de vaccinatiegraad in de reformatorische geloofsgemeenschappen weten we bijzonder weinig”, zegt Helma Ruijs, verbonden aan het UMC St Radboud, het AMPHI en GGD Rivierenland. “Het gaat om verschillende geloofsgemeenschappen van in totaal ongeveer 250.000 mensen, pakweg 1,5 procent van de Nederlandse bevolking. Binnen deze groepen leven religieuze bezwaren tegen vaccinatie. Vanuit het vertrouwen in de Goddelijke Voorzienigheid wordt vaccinatie door sommigen gezien als een aantasting of ondermijning van dat vertrouwen. Aan de andere kant beschouwen anderen vaccinatie juist als een gift van God om beter gezond te kunnen blijven. Vaak gaat de afweging om wel of niet te vaccineren gepaard met een innerlijke strijd.”
De vaccinatiegraad in de reformatorische gezindte ligt iets boven de zestig procent, ongeveer dertig procent lager dan het gemiddelde van de Nederlandse bevolking. Binnen de diverse reformatorische geloofsgemeenschappen bestaan echter grote verschillen in vaccinatiegraad. In sommige geloofsgemeenschappen ligt de vaccinatiegraad boven de 85 procent, in andere ligt die onder de vijfentwintig procent. De gegevens zijn online gepubliceerd in The European Journal of Public Health.

Uitdagingen bij het verkrijgen van data en de rol van onderzoek
Vanwege de kleine omvang, de sterke interne gerichtheid en de vaak negatieve reacties van het algemene publiek op het niet-vaccineren, zijn gegevens over de vaccinatiegraad in reformatorische geloofsgemeenschappen niet zo gemakkelijk te verkrijgen. Om daar toch meer inzicht in te krijgen, ontwikkelden Ruijs en haar collega’s een enquête die via internet kon worden ingevuld. Onder andere met hulp van de Nederlandse Patiëntenvereniging (NPV) en reformatorische media werden veel mensen bereikt, die uiteindelijk meer dan 1700 enquêtes hebben ingevuld. Daarnaast gebruikte Ruijs ook gegevens over de doelgroepen uit een eerder door het RIVM uitgevoerd landelijk onderzoek.
Het overgrote deel van de Nederlandse bevolking, bijna 83%, heeft de basisserie covid-vaccinaties ontvangen. De groep niet-gevaccineerde Nederlanders bestaat uit een groep mensen die vanwege medische contra-indicaties geen vaccin kunnen ontvangen en een groter deel dat om diverse redenen geen van de beschikbare vaccins wil ontvangen. Naar deze laatste groep zijn meerdere onderzoeken gedaan. In een studie van het UMCG in de drie noordelijke provincies gaven aanzienlijke groepen respondenten aan bang te zijn voor bekende of onbekende bijwerkingen dan wel te denken dat het vaccin zelf schadelijk zou zijn. Een meer representatief I&O-onderzoek liet zien dat naast twijfels over het vaccin zelf ook wantrouwen naar de overheid en de farmaceutische industrie een belangrijke rol speelden.
Uit beide onderzoeken blijkt dat een minderheid van de niet-gevaccineerde respondenten deze keuze om religieuze of ‘principiële’ redenen maakte. Gezien de beperkte omvang van deze groep lijkt de aandacht voor de ‘ongevaccineerde Biblebelt’ dan ook enigszins disproportioneel.
Grote onderlinge verschillen in vaccinatiegraad
In het onderzoek van Ruijs zien we dat de gemiddelde vaccinatiegraad in de reformatorische gezindte iets boven de 60 procent ligt. Kijkend naar de verschillende groeperingen, zijn er echter forse verschillen:
- Leden van de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Bond binnen de Protestantse Kerk in Nederland hebben een vaccinatiegraad die vergelijkbaar is met de Nederlandse bevolking en die varieert van 85 tot 95 procent.
- Bij de Gereformeerde Gemeenten in Nederland en de Oud Gereformeerde Gemeenten ligt de vaccinatiegraad veel lager, namelijk tussen de 10 tot 25 procent.
- Daartussen bevinden zich de Hersteld Hervormde Kerk en de Gereformeerde Gemeenten met een vaccinatiegraad van rond de 65 procent.

Verhoogd risico en de consequenties van lage vaccinatiegraden
Meer dan de helft van de reformatorische gezindte is dus gevaccineerd. “In combinatie met de beperkte omvang van 250.000 mensen”, zegt Ruijs, “heeft dat weinig consequenties voor de algemene Nederlandse vaccinatiegraad en blijft de bescherming tegen infectieziektes groot. Tegelijkertijd maken de gegevens duidelijk welke geloofsgemeenschappen binnen de reformatorische gezindte door hun lage vaccinatiegraad een aanzienlijk risico lopen op de ernstige infectieziektes waartegen wordt gevaccineerd.”
Het niet-vaccineren op religieuze gronden spreekt tot de verbeelding: het wijkt af van de heersende consensus, en het brengt vragen over gewetensvrijheid voor het voetlicht. Wellicht nog meer dan bij andere ‘weigeraars’ zullen velen zich afvragen: ‘wie zijn die mensen?’ Op die vraag kunnen sociologen het beste een antwoord geven.
Moraaltheologische perspectieven op vaccinatie
Vanuit een moraaltheologische reflectie op verschillende belangen en verantwoordelijkheden, kan een dieper begrip worden verkregen van de zorg van de overheid voor het algemeen welzijn in verhouding tot het recht op lichamelijke integriteit van de burger en diens eigen verantwoordelijkheid. Deze discipline denkt na over de kwaliteit van menselijk handelen, en baseert dit op een door geloof en rede gedragen visie op wat de mens is.
Radicaal individu of sociaal wezen?
In discussies over ziekte, gezondheid en zelfbeschikking zijn de ingenomen standpunten altijd gebaseerd op een bepaalde visie op de mens. De hedendaagse cultuur lijkt soms echter ‘bewusteloos’: zij staat weinig stil bij de eigen uitgangspunten en fundamentele waarden. Een diepgaand individualistische visie op de mens is dominant geworden, met de nadruk op de vrije wil en de zelfbeschikking van het individu. Dit leidt er echter toe dat twee belangrijke aspecten worden vergeten: het feit dat de mens een belichaamd wezen is, en dat hij altijd in relatie staat tot anderen. Om te gedijen is het juist nodig dat deze werkelijkheid erkend wordt, niet alleen in de antropologie, maar ook in de ontwikkeling van wetgeving.
Een katholieke antropologie biedt hier handvatten. Zij erkent de vrije wil van de mens, maar ziet deze niet los van zijn sociale karakter en lichamelijkheid. Uitgangspunt hierbij is de intrinsieke waardigheid van iedere mens. De mens wordt beschouwd als een rationeel wezen, gemaakt naar het beeld en gelijkenis van God zelf, en ontleent daaraan zijn waardigheid. Vanwege deze waardigheid is het menselijk leven beschermwaardig, mag het nooit als object behandeld worden en zijn alle mensen als mens gelijkwaardig. Deze waarde is intrinsiek, wat betekent dat de waarde van een mens niet afhankelijk is van de mogelijkheid tot zelfexpressie of het kenbaar maken van de eigen wil.
De mens is een belichaamd wezen; wij bestaan in een lichaam en kunnen niet bestaan zonder dat lichaam. Ook de wil van een mens bestaat bij gratie van het belichaamd zijn. Een radicaal individualisme lijkt er moeite mee te hebben dit gegeven te onderkennen. Waar de persoonlijke autonomie benadrukt wordt, zal het lichaam in de regel gezien worden als het eigen bezit van de mens, een louter materiële werkelijkheid die geen waarde heeft los van de persoon. In deze visie is het lichaam ‘iets’ dat aan het individu behoort, waarover hij vrijelijk kan beschikken. Het onderliggende mensbeeld is dualistisch, het brengt namelijk een scherpe scheiding aan tussen het lichaam enerzijds en de over zichzelf beschikkende mens anderzijds. In een katholiek mensbeeld is het lichaam persoonlijk en bezield, de wijze waarop een mens in de wereld bestaat als wezen van waarde. In deze visie behoort het lichaam tot ‘iemand’, en betekent het afstaan van een orgaan dat de persoon iets van zichzelf geeft.
De mens is bovendien een sociaal wezen, en dit gegeven hangt samen met zijn belichaamd-zijn. Zeker in de eerste levensfase is de mens kwetsbaar en afhankelijk van anderen. We vormen onze identiteit mede door in relatie tot anderen te staan. Wanneer we ons hiervan bewust zijn, vormt dit een gevoel van dankbaarheid en een voedingsbodem voor solidariteit. Solidariteit is dus een notie die voortkomt uit ons belichaamde bestaan: het lichaam is afhankelijk, ontvangt en staat in contact met de omgeving. Een waarachtige antropologie erkent dus dat de mens deze sociale context nodig heeft om te gedijen en dat een rechtvaardige orde ook geworteld zal zijn in solidariteit. Het principe van solidariteit is dan ook één van de pijlers van de sociale leer van de kerk.

Zelfbeschikking en solidariteit
Juist omdat het lichaam een persoonlijke werkelijkheid is, mag het niet tot object gemaakt worden, noch door de wetgever, noch door de persoon zelf. Dit vormt ook het kader voor het zelfbeschikkingsrecht. In bijvoorbeeld het geval van euthanasie wordt hier in de ogen van de kerk de grens van zelfbeschikking bereikt, omdat hiermee het wezenlijke goed van het leven zelf weggenomen wordt.
De mens is echter niet alleen op de wereld. In de beschouwing over vaccinatie verdient de notie van solidariteit dan ook verdere aandacht. Immers, in de publiekscommunicatie over de vaccinatiecampagne werd sterk de nadruk gelegd op het ‘samen’ onder controle krijgen van corona en het vaccineren ‘voor elkaar’ en in het bijzonder om kwetsbare groepen te beschermen. De wetgever heeft daarbij gekozen voor vrijwilligheid en niet voor dwang door bijvoorbeeld een algemene vaccinatieplicht.
Zo lijkt zij een balans te zoeken tussen het bevorderen van het algemeen welzijn, waar de volksgezondheid toe behoort, en het respecteren van de lichamelijke integriteit van de burgers zoals dat beschermd wordt door de Grondwet artikel 11 en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens artikel 3. Het zoeken van deze balans is een goede keuze, aangezien vaccinatie een ‘interventie in de integriteit van het lichaam’ is, en daarom de instemming van de betrokkene vereist.
Een gedeeltelijk vergelijkbare afweging tussen algemeen welzijn en zelfbeschikkingsrecht vond plaats rond de herziening van de Wet op de orgaandonatie, waarbij een geen-bezwaarsysteem werd ingevoerd. Wanneer een burger geen keuze over donatie in het donorregister heeft laten vastleggen, wordt verondersteld dat hij geen bezwaar heeft. Zo poogt de wetgever te respecteren dat mensen een keuze voor of tegen donatie kunnen maken. Tegelijkertijd probeert zij zo een oplossing te vinden voor het tekort aan donororganen, en dus het algemeen welzijn te bevorderen.
In gesprek gaan over vaccinatie
De vaccinatiegraad is laag in reformatorische kringen. Maar dat wil niet zeggen dat reformatorische christenen een nieuwe inenting per definitie zullen weigeren, blijkt uit onderzoek van Anne de Munter. In 2013 en 2014 heerste in Nederland een mazelenepidemie. Anne de Munter, destijds werkzaam als verpleegkundige en onderzoeker bij GGD Gelderland-Zuid, onderzocht hoe mensen tot het besluit komen of ze zich wel of niet laten vaccineren. Haar hypothese was dat als men dit weet, men ook op welk moment men mensen kan voorzien van de juiste informatie en via welke kanalen.
Vooral onder gematigde orthodox-protestanten valt nog wat te winnen volgens De Munter. Dat zijn bijvoorbeeld jongvolwassenen die als kind door hun ouders niet gevaccineerd zijn, maar mogelijk best open staan voor een inenting. In het dagelijks leven zijn ze niet bezig met eventuele infectieziektes, totdat je ze erop wijst. Zolang er geen ziektes dreigen, is vaccinatie een ver-van-mijn-bedshow. Maar juist op die momenten is het wenselijk in actie te komen, zegt De Munter.
Ze vroeg jonge vrouwen ook naar hun bereidheid om zich te laten inenten tegen rodehond. Die ziekte is voor kinderen ongevaarlijk, maar wie het tijdens haar zwangerschap krijgt, loopt het risico een baby met ernstige afwijkingen op de wereld te zetten. Mensen van reformatorische gezindte weigeren vaak een inenting omdat ze van mening zijn dat God bepaalt wat hen overkomt. Aan de andere kant zijn er ook gelovigen die vinden dat het verantwoord is middelen te gebruiken die God beschikbaar heeft gesteld aan de mens, zoals inentingen. Ofwel: in gesprek gaan over wel of niet vaccineren heeft volgens De Munter altijd zin.
De Munter was benieuwd hoe de vrouwen precies tot hun besluit zouden komen. Met wie gaan ze in gesprek? Waar zoeken ze informatie? Welke waarden zijn voor hen belangrijk? ‘467 mensen hebben een vragenlijst ingevuld naar de kinkhoestvaccinatie’, vertelt De Munter. Overigens geldt dit niet alleen voor reformatorische christenen, een groep van zo’n 250.000 mensen in Nederland.
“Willen overheid, beleidsmakers en zorgverleners dat twijfelaars geholpen worden bij hun beslissing, dan moeten ze dus meer doen dan zeggen dat een inenting verstandig of in het belang van de volksgezondheid is. Mensen die twijfelen, hebben tijd nodig.”
Hoe werken vaccins?
tags: #ruijs #orthox #protestant #vaccineren