Jezus' reis naar Jeruzalem, het symbool van onze levensreis, is een periode van onderricht. Hij leert ons, en zijn leerlingen, over de kracht van geloof, zelfs als het klein is. Vertrouwen in God en het toelaten van Gods vertrouwen in ons, kan diepgaande veranderingen teweegbrengen, zowel in onszelf als in de levens van anderen.
In het grensgebied tussen Galilea en Samaria, een gebied dat Joden en Samaritanen scheidt, stelt Jezus de centrale vraag: maakt geloven een verschil? Doet geloof ertoe? Wordt je leven beter als je gelooft? Voor de vrome Jood is het antwoord een volmondig 'ja', maar voor de half gelovige Samaritaan is het antwoord minder zeker.
Een recent voorbeeld is het leven van een vrouw die meer dan 60 jaar te midden van verslaafden en daklozen leefde. Hoewel haar leven menselijkerwijs niet 'beter' werd, maakte ze het leven van anderen menselijker en rijker door haar aandacht en liefde, geïnspireerd door Jezus' voorbeeld. Haar leven werd verrijkt door degenen die zij diende, die voor haar 'bloemetjes in de woestijn' waren.
Jezus' concept van een 'beter' leven door geloof is niet dat van de farizeeër die zichzelf prijst om zijn vroomheid. Om dit te illustreren, komen we tien melaatsen tegen op de weg naar Jeruzalem. Zij vragen Jezus om genezing, en Hij stuurt hen naar de priesters, zoals de Wet van Mozes voorschrijft. Ze gehoorzamen, maar het is onzeker of ze de tempel bereiken, of dat ze onderweg de genezing vieren met een drankje.
Hun leven is uiterlijk beter geworden, maar ze bekeren zich niet. Slechts één, een Samaritaan, keert terug om Jezus te bedanken. Zijn genezing is niet te danken aan het strikt naleven van de Wet, maar aan zijn geloof en vertrouwen in Jezus. Zijn leven wordt werkelijk beter, zowel van binnen als van buiten, omdat hij kan ontvangen én geven.
Wanneer ons geloof ons niet alleen in staat stelt te ontvangen, maar ook te geven, kan het, hoe klein ook, wonderen verrichten en echt een verschil maken. Naäman de Syriër, de Samaritaanse melaatse en zuster Andre Julienne zijn voorbeelden van mensen die, vanuit hun relatie met God, wisten te ontvangen en te geven, en zo het verschil maakten door hun geloof.
De Bijbelse Verhalen
Het Evangelie volgens Lucas: Tien melaatsen
Op zijn reis naar Jeruzalem trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea. Toen Hij een dorp binnenging, kwamen Hem tien melaatsen tegemoet, die op een afstand bleven staan en luid riepen: ‘Jezus, Meester, ontferm U over ons!’ Jezus zag hen en zei: ‘Gaat u laten zien aan de priesters.’ En onderweg werden ze gereinigd. Eén van hen keerde terug, toen hij zag dat hij genezen was, en verheerlijkte God met luide stem. Vol dankbaarheid wierp hij zich voor Jezus’ voeten neer; deze man was een Samaritaan. Jezus vroeg: ‘Zijn niet alle tien gereinigd? Waar zijn dan de negen anderen? Is er niemand teruggekeerd om aan God eer te brengen dan alleen deze vreemdeling?’ Tegen de man zei Hij: ‘Sta op, uw geloof heeft u gered.’
2 Koningen 5:14-17: Naäman de Syriër
Naäman, de legeroverste van de koning van Aram, was een gerespecteerd man, maar leed aan een huidziekte. Op aanraden van Elisa waste hij zich zevenmaal in de Jordaan. Zijn huid werd weer als die van een kind en hij was gereinigd. Naäman erkende dat er geen God is buiten Israël, de God die hem genezen had.
2 Timoteüs 2:8-13: Geloof en lijden
Dit gedeelte benadrukt dat als wij met Christus gestorven zijn, wij ook met Hem zullen leven. Het moedigt aan tot standvastigheid in het geloof, zelfs te midden van lijden en vervolging, met de belofte dat God trouw zal blijven.
De betekenis van het verhaal
Genezing en redding
Het verhaal van de tien melaatsen illustreert het verschil tussen genezing en redding. Negen van de tien werden fysiek genezen, maar slechts één, de Samaritaan, keerde terug om God te danken en werd werkelijk 'gered'. Jezus spreekt tot hem: ‘Sta op, uw geloof heeft u gered.’ Dit benadrukt dat waar geloof leidt tot dankbaarheid en erkenning, het leidt tot een diepere, innerlijke redding.
Het belang van dankbaarheid
De Samaritaan wordt een voorbeeld van ware dankbaarheid. Hij keert terug om God te verheerlijken en Jezus te bedanken, niet uit plicht, maar uit een oprecht hart. Zijn dankbaarheid is communicatief; hij wil dat iedereen weet wat God voor hem heeft gedaan. Dit staat in contrast met de negen anderen, die hun genezing als vanzelfsprekend beschouwen en vergeten terug te keren.
Over de grenzen van geloof
Het feit dat de dankbare genezene een Samaritaan is, benadrukt dat Gods genezing en redding niet beperkt blijven tot één groep of religie. Jezus' barmhartigheid reikt verder dan de grenzen van Joodse tradities, en laat zien dat geloof en dankbaarheid op onverwachte plaatsen gevonden kunnen worden.
De 'Weg' van het geloof
Vroege volgelingen van Jezus werden 'Aanhangers van de Weg' genoemd. Op weg gaan, gehoorzamen en vertrouwen, zelfs als de uitkomst nog niet duidelijk is, is een essentieel kenmerk van het geloof. De melaatsen moesten op weg gaan naar de priesters, en op die weg werden ze gereinigd, wat aantoont dat geloof een actieve reis is.
Reflectie en Toepassing
Geloven in het dagelijks leven
Het verhaal nodigt ons uit om na te denken over ons eigen geloof en onze dankbaarheid. Lijken wij op de negen die vergeten te danken, of op de ene Samaritaan die zijn dankbaarheid uitdrukt? Hoe tonen wij onze dankbaarheid voor de zegeningen in ons leven, groot en klein?
De kracht van het Woord
Jezus' woorden hebben de kracht om te helen en te redden. Door te luisteren naar Zijn Woord, met name in de Eucharistie en het Sacrament van Boete en Verzoening, kunnen we spirituele reiniging en genezing ervaren.
Geven en ontvangen
Ware dankbaarheid en geloof stellen ons in staat om niet alleen te ontvangen, maar ook te geven. Door aandacht, liefde en dienstbaarheid, geïnspireerd door Jezus, kunnen we het leven van anderen verrijken en een positief verschil maken in de wereld.
