De Rol van Boaz als Losser
Boaz ging naar de poort van de stad, de plaats waar recht werd gesproken en belangrijke zaken werden afgehandeld. Daar zette hij zich neer. Kort daarna verscheen de man die Boaz had aangeduid als de naaste losser, degene met het eerste recht om te lossen. Boaz riep hem bij zich en vroeg hem te gaan zitten. Vervolgens nodigde Boaz tien oudsten van de stad uit om plaats te nemen als getuigen.
Boaz wendde zich tot de losser en legde de situatie uit: "Het stuk land dat van onze broeder Elimelech was, heeft Noömi, die uit Moab is teruggekeerd, te koop aangeboden. Ik heb gedacht: ik zal u hiervan op de hoogte stellen en u de gelegenheid geven het te kopen in aanwezigheid van de stadbewoners en de oudsten. Als u het recht van lossing wilt uitoefenen, doe dat dan. Maar als u dat niet wilt, laat het mij dan weten, zodat ik het weet. Want na u ben ik de volgende die het recht van lossing heeft." De losser antwoordde: "Ik zal het lossen."
Boaz vervolgde: "Op de dag dat u het land van Noömi koopt, verwerft u ook Ruth, de Moabitische, de weduwe van Machlon, om de naam van de overledene op zijn erfdeel in stand te houden." Op dat moment realiseerde de losser zich de implicaties en zei: "Dan kan ik het voor mijzelf niet lossen, want dat zou mijn eigen erfdeel in gevaar brengen. Los gij dan mijn recht van lossing voor u, want ik kan het niet lossen."
Er was in Israël een oude gewoonte om bij lossing en eigendomsoverdracht de transactie te bekrachtigen. De man die afstand deed van zijn recht, trok zijn schoen uit en gaf deze aan zijn naaste. Dit diende als een officieel getuigenis in Israël. De losser zei daarom tegen Boaz: "Koop het voor uzelf." En hij trok zijn schoen uit.
Boaz wendde zich vervolgens tot de oudsten en al het aanwezige volk en verklaarde: "U bent vandaag getuigen dat ik alles wat van Elimelech, Kiljon en Machlon was, koop uit de hand van Noömi. Ook verwerf ik Ruth, de Moabitische, de vrouw van Machlon, tot mijn vrouw, om de naam van de overledene op zijn erfdeel te handhaven. Zo zal de naam van de overledene niet uitgeroeid worden uit zijn familie en uit de poort van zijn woonplaats. U bent vandaag getuigen."
Het gehele volk en de oudsten in de poort antwoordden: "Wij zijn getuigen. Moge de HERE de vrouw die in uw huis komt, maken als Rachel en Lea, die beiden het huis van Israël hebben gebouwd. Handel moedig in Efrata en maak uw naam beroemd in Bethlehem! Moge uw huis zijn als het huis van Perez, die Tamar aan Juda baarde, door het nageslacht dat de HERE u uit deze jonge vrouw zal geven."

De Geboorte van Obed
Daarna nam Boaz Ruth tot zich, en zij werd zijn vrouw. Boaz ging tot haar in, en de HERE schonk haar de genade zwanger te worden en een zoon te baren.
De vrouwen zeiden tegen Noömi: "Geprezen zij de HERE, die u vandaag niet zonder losser heeft gelaten! Moge zijn naam beroemd worden in Israël. Hij zal u tot een verkwikking van uw ziel zijn en uw ouderdom onderhouden. Want uw schoondochter, die u liefheeft, heeft hem gebaard; zij is u meer waard dan zeven zonen."
Noömi nam het kind op haar schoot en werd zijn voedster. De naburige vrouwen gaven hem een naam en zeiden: "Aan Noömi is een zoon geboren." Zij noemden zijn naam Obed. Hij was de vader van Isaï, de vader van David.
Dit zijn de geslachtsregisters van Perez: Perez verwekte Hezron, Hezron verwekte Ram, Ram verwekte Amminadab, Amminadab verwekte Nahasson, en Nahasson verwekte Salmon. Salmon verwekte Boaz, Boaz verwekte Obed, Obed verwekte Isaï, en Isaï verwekte David.

Verklaringen uit de Statenvertaling met Kanttekeningen
De Statenvertaling met kanttekeningen biedt diepgaande uitleg bij dit gedeelte uit het Bijbelboek Ruth.
Boaz handelt voor het Gericht
Boaz benadert de andere bloedverwant, die dichter bij de familie stond dan hijzelf, om te bepalen of deze gebruik wil maken van zijn recht van lossing en Ruth wil trouwen. Wanneer de ander weigert en afstand doet van zijn recht, neemt Boaz het gericht en het volk tot getuigen. Met de zegen van alle omstanders trouwt hij Ruth, die hem Obed baart, de grootvader van David.
De Losser en het Recht van Lossing
Boaz gaat naar de poort, de plaats van het gerechtsgebouw. Hij ontmoet de losser, die hij bij een nader te bepalen naam (Hebr. peloni almoni) aanspreekt. Deze uitdrukking werd gebruikt wanneer men iemand bedoelde wiens naam men niet wist, niet wilde noemen, of vergeten was, vergelijkbaar met "N.N." of "meneer".
Boaz informeert de losser over het stuk land dat van Elimelech was en dat Noömi te koop aanbiedt. De losser bevestigt dat hij het wil lossen. Echter, wanneer Boaz uitlegt dat hij bij de aankoop van het land ook Ruth, de weduwe van Machlon, moet trouwen om de naam van de overledene te bewaren, trekt de losser zich terug. Hij verklaart dat hij het niet kan lossen omdat dit zijn eigen erfdeel zou kunnen beschadigen. Hij draagt zijn recht van lossing over aan Boaz.
De Symboliek van de Schoenzak
De gewoonte om de schoen uit te trekken en te geven aan de naaste diende ter bevestiging van de transactie. Dit symboliseerde de overdracht van eigendom en recht. De losser geeft zijn schoen aan Boaz, waarmee hij formeel afstand doet van zijn recht.
Boaz Neemt Ruth tot Vrouw
Boaz verklaart tegenover de oudsten en het volk dat hij alles wat van Elimelech, Kiljon en Machlon was, koopt van Noömi. Hij neemt ook Ruth, de weduwe van Machlon, tot vrouw om de naam van de overledene te bewaren en zijn erfdeel te verzekeren.
Het volk en de oudsten getuigen hiervan en zegenen Boaz en Ruth, met de wens dat hun huis zal zijn als dat van Perez, geboren uit Tamar en Juda, en dat hun nageslacht vruchtbaar zal zijn.
De Geboorte van Obed en de Geslachtslijn
Boaz neemt Ruth tot vrouw, en zij wordt zwanger en baart een zoon. De vrouwen prijzen de HERE en zeggen dat deze zoon Noömi tot vreugde en ondersteuning zal zijn, en dat hij beter is dan zeven zonen.
Noömi neemt het kind aan en voedt het op. De naburige vrouwen noemen hem Obed, en zij erkennen hem als de vader van Isaï, de vader van David. De geslachtslijn van Perez tot David wordt vervolgens uiteengezet.
De betekenis van Christus de Verlosser en de verlossing
tags: #ruth #4 #statenvertaling #kanttekeningen