Het concept van 'voltooid leven' en de bijbehorende discussie over hulp bij zelfdoding is een onderwerp dat diepgaande maatschappelijke en ethische overwegingen vereist. D66 heeft in november 2023 een aangepast wetsvoorstel ingediend dat tot doel heeft het voor ouderen eenvoudiger te maken om hulp bij zelfdoding te verkrijgen. Dit voorstel stuit echter op fundamentele kritiek van onder andere de artsenfederatie KNMG, die vreest voor negatieve gevolgen voor kwetsbare ouderen en de haalbaarheid van de voorgestelde rol van artsen.
Voorstanders van dergelijke wetgeving benadrukken het recht op zelfbeschikking over het eigen levenseinde. Critici wijzen er echter op dat hierbij vaak de risico's voor mensen in een kwetsbare positie worden miskend. Een doodswens bij ouderen kan voortkomen uit complexe problematiek zoals eenzaamheid, depressie, sociaal isolement, financiële problemen of een zwakke sociaaleconomische positie. Bovendien is deze doodswens vaak ambivalent en wisselend van aard.
Hoewel artsen zich dagelijks inzetten om kwetsbare personen bij te staan, kan dit niet uitsluitend hun verantwoordelijkheid zijn. Er is een bredere maatschappelijke aandacht nodig voor de onderliggende problematiek die tot een doodswens leidt. Het vergemakkelijken van hulp bij zelfdoding voor kwetsbare ouderen wordt door velen niet als een verantwoorde of wenselijke oplossing beschouwd.
Kritiek op Levensfase-Specifieke Regelgeving
Het wetsvoorstel introduceert een leeftijdsgrens van 75 jaar, wat kan worden opgevat als een signaal dat het leven van ouderen minder waarde heeft dan dat van jongere mensen. Dit kan de perceptie van ouderdom negatief beïnvloeden en gevoelens van onveiligheid en overbodigheid bij ouderen versterken. Ouderen kunnen zich zelfs genoodzaakt voelen zich te rechtvaardigen waarom zij geen gebruik maken van deze wet. Gezien de huidige druk op de ouderenzorg wordt dit als zeer ongewenst beschouwd. De leeftijdsgrens van 75 jaar wordt verder gezien als een ongerechtvaardigde vorm van leeftijdsdiscriminatie.
Onuitvoerbare Rol voor Artsen
In eerdere versies van het wetsvoorstel was de rol van artsen niet verplicht, maar in de huidige versie is dit wel het geval. Het wetsvoorstel vereist dat de behandelend arts medische informatie verstrekt aan de levenseindebegeleider, waaronder gegevens over mogelijke behandelopties en de aanwezigheid van een psychiatrische aandoening. De KNMG stelt echter dat de eigen (huis)arts deze rol niet adequaat kan vervullen. Een medische verklaring over de situatie van een patiënt mag immers alleen worden afgegeven door een onafhankelijke arts, niet door de eigen arts.
Daarnaast is het cruciaal om te bepalen of een doodswens bij personen zonder lichamelijke klachten voortkomt uit een psychiatrische aandoening. Dit vereist gespecialiseerde psychiatrische expertise, waarover huisartsen doorgaans niet beschikken.
Aanvullende Bezwaren en Maatschappelijke Discussie
Naast de bovengenoemde bezwaren bestaat de vrees dat het wetsvoorstel de huidige, zorgvuldige euthanasiepraktijk kan ondermijnen. Het is tevens onwenselijk om personen speciaal op te leiden voor het verlenen van hulp bij zelfdoding aan ouderen met een doodswens. Deze punten zijn uitgebreid gedocumenteerd in een brief aan de Tweede Kamer.
De KNMG roept het nieuwe kabinet op om intensief in gesprek te gaan met de maatschappij over vraagstukken rond het levenseinde. Het doel is om misverstanden weg te nemen en oplossingen te vinden voor mensen die worstelen met hun leven. De KNMG wil hier graag aan bijdragen.

Het Perspectief van de KNMG op 'Voltooid Leven'
Het kabinet heeft in 2016 voorgesteld een wet te creëren die ouderen met een gevoel van 'voltooid leven' hulp bij zelfdoding zou bieden. Deze wet beoogde 'gezonde' ouderen met een weloverwogen doodswens tegemoet te komen. De KNMG vreest echter dat een dergelijke wet kan leiden tot ongewenste maatschappelijke effecten, zoals gevoelens van onveiligheid onder ouderen en stigmatisering van ouderdom. Het onderscheid dat het kabinet maakt tussen 'gezonde' en 'zieke' mensen met een doodswens wordt bekritiseerd, omdat dit geen recht zou doen aan de werkelijke ervaringen van burgers en artsen. Een aparte wet naast de euthanasiewet kan de huidige zorgvuldige euthanasiepraktijk uithollen, wat de zorgvuldigheid, toetsbaarheid en veiligheid in het gedrang brengt.
De KNMG merkt op dat artsen terughoudend zijn bij euthanasieverzoeken waarbij het somatisch lijden minder op de voorgrond staat, zoals bij een opeenstapeling van ouderdomsklachten. In dergelijke situaties is er vaak sprake van een complex van medische en niet-medische problemen, waarbij eenzaamheid, kwetsbaarheid, rouw, afhankelijkheid van zorg en verlies van zingeving een belangrijke rol spelen. Ook psychiatrische aandoeningen en verlieservaringen kunnen bijdragen aan de doodswens.
De KNMG acht het niet raadzaam om voor de waarschijnlijk kleine groep mensen die lijdt aan een 'voltooid leven' zonder medische grondslag een apart wettelijk kader te scheppen. Het speciaal opleiden van personen voor het verlenen van stervenshulp wordt als risicovol beschouwd, omdat dit kan leiden tot een tunnelvisie en het negeren van alternatieven voor hulp bij zelfdoding of het verbeteren van de kwaliteit van leven. De KNMG pleit ervoor te investeren in oplossingen die de problematiek van een ervaren gevoel van zinloosheid onder ouderen adresseren.
Het onderscheid tussen 'gezond' en 'ziek' wordt door de KNMG als een theoretische tweedeling gezien. Het beoordelen van de aard van klachten, en het uitsluiten van bijvoorbeeld verminderde wilsbekwaamheid of behandelbare psychiatrische aandoeningen, vereist medische expertise. Goed hulpverlenerschap impliceert dat burgers en patiënten adequaat geholpen worden bij hun problemen, in plaats van begeleid te worden naar een vooraf vaststaand doel.
Bijbelse Perspectieven op het Levenseinde
De vraag naar wat een 'voltooid leven' inhoudt, is ook relevant binnen een religieus kader. In de Bijbel komen uitdrukkingen voor die doen denken aan het 'van het leven verzadigd zijn' bij Abraham, Isaak en Job. Deze personen stierven op hoge leeftijd, maar hun levensloop en de omstandigheden rond hun sterven verschilden.
De Bijbel benadrukt het belang van het toevertrouwen van het hele leven aan God, inclusief het einde ervan. Hoewel het Oude Testament getuigenissen bevat over het ouder worden en de aftakeling, en het Nieuwe Testament oproept tot zelfverloochening en het dragen van het kruis, wordt het zelfgekozen levenseinde niet actief voorgestaan. De Bijbelse concepten van geloof, toeverlaat en het leven in Gods hand bieden een ander perspectief dan de hedendaagse discussie over autonomie en hulp bij zelfdoding.

Maatschappelijke Ontwikkelingen en Ethische Vragen
Het publieke debat over levensbeëindiging op verzoek, met name rond het thema 'voltooid leven', heeft geleid tot een voortschrijdende verschuiving in de publieke opinie. De euthanasiewet, oorspronkelijk bedoeld als een 'artsenwet' die juridische bescherming biedt, neigt in de publieke opinie steeds meer naar een recht van elke wilsbekwame burger. Dit roept fundamentele vragen op over de kerntaak van de overheid: beschermen of faciliteren? En hoe ver reikt zelfbeschikking in relatie tot wetgeving?
Onderzoek naar de ervaringen van Nederlandse pastores met euthanasie toont aan dat er binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) diverse opvattingen bestaan. Hoewel de bereidheid tot het bespreken van euthanasie toeneemt, ervaart een aanzienlijk deel van de orthodoxe pastores strijdigheid tussen euthanasie en een christelijke levensovertuiging, terwijl dit percentage bij liberale pastores aanzienlijk lager ligt. De steun voor euthanasie bij 'voltooid leven' en gestapelde ouderdomsklachten is over de gehele linie beperkt.
De discussie rond 'voltooid leven' wordt ook gekenmerkt door de term 'levensmoeheid', die suggereert dat wie zich zo voelt, dood mag. Dit is echter een simplificatie van complexe existentiële problematiek. Onderzoek toont aan dat een 'voltooid leven' niet zozeer gaat over voltooiing, compleetheid of heelheid, maar over existentieel lijden.
De Rol van Zorg en Levenskunst
De vergrijzing van de samenleving stelt ons voor de uitdaging om een 'goede oude dag' te waarborgen. Het publieke debat over ouderdom is vaak gereduceerd tot misstanden in verpleeghuizen en het politieke debat over 'voltooid leven'. De maatschappij lijkt moeite te hebben met het vinden van een passend verhaal voor de ouderdom, met name voor vitale ouderen die niet meer jong zijn, maar zich ook nog niet oud voelen.
Het is van belang dat mensen tijdig nadenken over hun wensen rond het levenseinde en hierover in gesprek gaan met hun arts en naasten. De nadruk ligt hierbij op het voorkomen van een ellendige dood, in plaats van enkel op het verzoek om verlossing van lijden. Het verbeteren van de kwaliteit van leven en het adresseren van een ervaren gevoel van zinloosheid zijn cruciale elementen in deze discussie.