Historische context van kerkgemeenschappen in Stadskanaal
De ontwikkeling van kerkgemeenschappen in Stadskanaal is nauw verbonden met de ontstaansgeschiedenis van het dorp zelf. Stadskanaal, een veenkolonie die nog geen 250 jaar bestaat, trok verveners, veenarbeiders, boeren en later ook middenstanders en ambachtslieden aan. Het duurde tientallen jaren voordat de bevolking groot genoeg was om een eigen kerkelijke gemeente te stichten. In de beginperiode moesten kerkgangers lange afstanden afleggen om zondagse kerkdiensten bij te wonen. De religieuze overtuigingen van de bewoners waren divers, maar het grootste deel behoorde tot de Nederlandse Hervormde Kerk.
De eerste hervormde predikant van Stadskanaal was ds. Jan Sonius Swaagman (1805-1858). Hij studeerde theologie aan de Universiteit van Groningen en werd sterk beïnvloed door de ideeën van prof. Petrus Hofstede de Groot. De preken van deze intellectuele predikant spraken echter niet alle lagen van de bevolking aan. Met name eenvoudige, hardwerkende mensen die moeite hadden om rond te komen, voelden zich niet direct aangesproken. Zij beleefden hun geloof meer op een gevoelsmatige manier, met een verlangen naar de liefde van God en het gevoel uitverkoren te zijn, en kenden een sterk zondebesef. Sommigen durfden daardoor niet deel te nemen aan het Avondmaal, omdat ze het ervaren van geloof belangrijker vonden dan veel kennis.
In Noord-Nederland, en ook in de veenkoloniale streken, had het piëtisme veel aanhang. Deze stroming was een belangrijke voedingsbodem voor de Afscheiding van 1834, geleid door ds. H. de Cock. In oktober 1834 scheidde hij zich met een deel van zijn gemeente af van de Nederlands Hervormde Kerk. Dit fenomeen verspreidde zich door het land, met name in het noorden. Na de Afscheiding in Ulrum speelde ds. H. Zo stond hij ook aan de wieg van de Afgescheiden Gemeente van Stadskanaal.

De Christelijk Afgescheiden Gemeente van Stadskanaal
De geschiedenis van de Afgescheiden Gemeente in Stadskanaal gaat terug tot 1835. Op 10 april van dat jaar nam een groep van 33 leden van de Hervormde Kerk het initiatief om zich af te scheiden. Een sleutelfiguur in deze periode was Jan Menses Kloppenburg, een vermogende vervener uit Nieuwe Pekela. Hij was een man van aanzien, leende veel geld uit aan armen, maar kreeg te maken met tegenslagen en raakte in de schulden. Na verhuizingen en pogingen om als oefenaar aan de slag te gaan, werd hij de eerste predikant van de Afgescheiden Gemeente van Stadskanaal in 1841, op 83-jarige leeftijd. De diensten werden gehouden in het achterste gedeelte van zijn huis, met een strikte beperking van het aantal aanwezigen om problemen met de overheid te voorkomen.
De Afgescheidenen kregen te maken met onderdrukkende maatregelen van de overheid, aangezien de grondwet van 1815 alleen godsdienstvrijheid verleende aan bestaande kerkgenootschappen. Ondanks de tegenwerking, met name vanuit Winschoten, vroeg de gemeente in 1844 officiële erkenning aan. Deze aanvraag was omstreden, omdat de Afgescheidenen zichzelf als de ware kerk beschouwden. Uiteindelijk werd de erkenning verkregen onder de naam “Christelijk Afgescheidene Gemeente van Stadskanaal”, hoewel de tegenstellingen binnen de gemeente nog lange tijd bleven bestaan.
Na het overlijden van ds. Kloppenburg in 1843 werd ds. Anton Herman Veenhuizen (1815-1871) beroepen. Hij diende de gemeente in twee periodes. Ondanks zijn zwakke gesteldheid en ziekte, werd er voor hem een paard ter beschikking gesteld om de uitgestrekte gemeente te kunnen bezoeken. Na zijn vervroegd emeritaat op 45-jarige leeftijd, had hij een affaire met zijn huishoudster, wat tot spanningen leidde.
Tussen 1845 en 1849 diende Roelof Pieters Medema (1799-1877) de gemeente. Deze periode werd gekenmerkt door grote financiële moeilijkheden, mede door de aardappelcrisis. Desondanks werd in deze tijd een nieuwe kerk gebouwd. Zeven families emigreerden naar Noord-Amerika. Door het lage traktement van de predikant en onderlinge twisten, hield ds. Medema het slechts vier jaar vol en keerde na een schorsing in Friesland terug naar Stadskanaal.
De opvolger van ds. Veenhuizen was ds. Willem Diemer (1837-1926), die van 1861 tot 1864 diende. Hij was een krachtige persoonlijkheid en een initiatiefnemer tot de verbouwing van de kerk in 1862 en de aankoop van grond voor een armenhuis. In deze periode werd de gemeente voor het eerst ingedeeld in wijken vanwege de uitgestrektheid van het gebied.

Verdere ontwikkelingen en theologische stromingen
In de jaren '60 van de 19e eeuw was er nog steeds sprake van grote verdeeldheid binnen de gemeente. Veel leden hadden een piëtistische inslag, met de nadruk op de persoonlijke ervaring van het kindschap Gods, wat kon leiden tot fatalisme en Avondmaalsmijding. Anderen benadrukten de eigen verantwoordelijkheid van gelovigen en het belang van kennis van het geloof. Dit laatste standpunt werd met verve gepredikt door ds. Lammert Hulst (1825-1922).
Ds. Hulst was een bijzonder krachtige persoonlijkheid. Hij begon als schaapherder, volgde een korte predikantenopleiding en studeerde Grieks, Latijn en Hebreeuws naast zijn ambt. Hij predikte krachtig tegen het piëtistische fatalisme en benadrukte het belang van geloofskennis en geloofsvertrouwen, als aanhanger van de verbondstheologie. Met kracht predikte hij tegen het fatalisme van de piëtisten en benadrukte het belang van geloofskennis en geloofsvertrouwen. Hij was een aanhanger van de verbondstheologie, die later in de Gereformeerde Kerken een belangrijke rol zou spelen. God is door het werk van Christus een nieuw verbond met de gelovigen aangegaan, waarop je kunt vertrouwen. Velen in de gemeente waren het niet met hem eens.
Er waren ook meningsverschillen over de officiële erkenning door de overheid en de verhuur van zitplaatsen in de kerk. Gereformeerden hechtten belang aan gelijkheid, ongeacht rijkdom of afkomst, en vonden het huren of kopen van zitplaatsen, zoals in de Hervormde Kerk, "ongereformeerd". Desondanks was deze extra inkomstenbron voor de kerkenraad nog lange tijd noodzakelijk.
Een belangrijk kerkenraadslid in die tijd was ouderling H. Kieft, een textielhandelaar die diepgaande geestelijke gesprekken voerde. Tragisch genoeg ging hij failliet en pleegde hij later zelfmoord na krankzinnig te zijn geworden.
In 1874 nam ds. Hermannus Op ‘t Holt (1830-1890) de dienst waar in Stadskanaal. Hij had over het algemeen succes bij zijn catechisanten, hoewel sommigen hun antwoorden verborgen. Hij was een man van deze streek en zijn kinderen trouwden met mensen uit Stadskanaal.
In 1882 werd een huis aangekocht aan de noordwestkant van de kerk, dat werd verbouwd tot ‘leerkamer’ en kerkenraadskamer, en kosterswoning. Dit bood ruimte voor jongelings- en meisjesverenigingen.
Huidige samenwerking tussen kerken
De gereformeerde kerk vrijgemaakt (gkv) en de hervormde gemeente in Stadskanaal streven naar nauwere samenwerking en tot kanselruil. Ook de plaatselijke christelijke gereformeerde kerk is hierbij betrokken. Op 3 oktober ondertekenden de drie kerkenraden het visiedocument ”Ons fundament, de kern van ons belijden”. Hiermee hopen zij de bestaande samenwerking en het onderlinge contact meer structuur te geven en gemeenteniveau meer naar elkaar toe te groeien.
De gkv De Kandelaar en de hervormde gemeente Nieuw-Stadskanaal (Oosterkadekerk) zijn landelijk gezien de eerste gemeenten binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) die zo nauw met elkaar gaan samenwerken. Elders komt kanselruil incidenteel voor.
De classis Groningen van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) stemde op 9 oktober in met een verzoek van de kerk van Stadskanaal om een nauwere vorm van samenleven aan te gaan met de hervormde gemeente Nieuw-Stadskanaal. De twee gemeenten beleggen onder verantwoordelijkheid van beide kerkenraden al ruim 25 jaar gezamenlijke kerkdiensten op tweede feestdagen, en sinds ongeveer tien jaar ook tijdens de zomervakantie.
De christelijke gereformeerde kerk in Stadskanaal telt ruim 300 leden, met ds. J. G. Kortleven als predikant. De hervormde gemeente van Nieuw-Stadskanaal (Oosterkadekerk) telt ruim 500 leden, met ds. J. Prosman als predikant, die lid is van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk.
Onstwedde Groningen: Kerkklok Christelijk Gereformeerde kerk
tags: #stadskanaal #gereformeerde #bond