Ter Aar, een plaats in de gemeente Nieuwkoop in de provincie Zuid-Holland, heeft een rijke geschiedenis die nauw verbonden is met de ontwikkeling van zijn kerkelijke gemeenschap. De huidige brug over het Aarkanaal vormt nog steeds een centraal punt in het dorp. Oorspronkelijk stond deze plek bekend als Langeraar, maar na een dijkdoorbraak bij het Braassemermeer werd het oude Langeraar weggespoeld. De huidige kern van Ter Aar ontstond bij de dam in de Aar. Op de locatie van de oorspronkelijke katholieke kerk werd later het hervormde kerkje gebouwd.

Ter Aar is van oudsher een agrarische gemeenschap, wat nog steeds zichtbaar is aan de vele boerderijen langs de Ringdijk. In de loop der tijd zijn er echter ook veel nieuwbouwwijken bijgekomen, waardoor het dorp aanzienlijk is uitgebreid. De oorspronkelijke wegen, zoals de Westkanaalweg, de Kerkweg (nu deels Aardamseweg) en de Ringdijk, zijn nu vrijwel volledig bebouwd.
De Ontstaan van de Gereformeerde Gemeenschap
De gereformeerde gemeenschap in Ter Aar ontstond in de periode van de Doleantie, rond 1892. Vóór de bouw van een eigen kerkgebouw maakte men gebruik van tijdelijke ruimtes. In 1887 verzamelden zich eenentwintig personen in de woning van P. van Spronsen te Ter Aar om een godsdienstoefening te houden. Van Spronsen las hierbij een gereformeerde preek en psalm 25 vers 2 werd gezongen. Deze bijeenkomsten werden wekelijks voortgezet, waarbij gebruik werd gemaakt van preken van 'oude schrijvers'.
Naarmate de groep groeide, werd de woning van Van Spronsen te klein. Op advies van raadsman ds. J. Osinga uit Aarlanderveen werd gezocht naar een geschikte locatie voor een gebouwtje. Op 24 augustus 1887 kon voor ruim fl. 260 een stuk grond worden aangekocht van Johan van de Hoorn. Aannemer C. Schraverus kreeg de opdracht om een houten noodkerk te bouwen voor fl. 1.220. De inventaris kostte nog eens fl. 530, waarmee het totaal benodigde bedrag op ruim fl. 1.750 uitkwam. Hiervoor moest een hypotheek van fl. 1.000 worden afgesloten. Via aandelen à fl. 5 werd fl. 185 opgehaald bij vijftien geestverwanten.
In september 1887 kon, nog vóór de volledige voltooiing, een deel van het noodkerkje in gebruik worden genomen. Onder leiding van consulent ds. Osinga werd een kerkenraad gekozen, bestaande uit ouderlingen H. Bardelmeijer en P. van Spronsen, en diakenen C. van Straaten en P.D. Ook werd de Vereniging 'De Kerkelijke Kas' opgericht, naar aanleiding van het Gereformeerd Kerkelijk Congres in Amsterdam (11-14 januari 1887), dat zich richtte op de bevordering van de Doleantie. Deze vereniging diende om kerkelijke goederen te beheren, aangezien de Nederduitsche Gereformeerde Kerken (doleerende) nog geen rechtspersoonlijkheid bezaten.

In 1891 bestond er in Ter Aar al een gereformeerde jongelingsvereniging, 'Uw Woord is Waarheid' genaamd. In 1906 werd de meisjesvereniging 'Martha' opgericht, die zich bezighield met het maken van spullen voor bazaars.
De Bouw van de Huidige Kerk
De houten noodkerk werd geleidelijk aan te klein, mede doordat er zitplaatsen op de orgelgalerij werden gecreëerd. Er werd gezocht naar een nieuw stuk grond voor de bouw van een kerk met pastorie. Een geschikt perceel naast de school bleek te duur. Uiteindelijk kon van de weduwe Baas voor bijna fl. 2.500 een perceel worden aangekocht. Vanwege onvoldoende middelen voor zowel een kerk als een pastorie, werd besloten eerst de pastorie te realiseren.
Op 1 augustus 1909 deed kandidaat D. Fleurke (1882-1917) intrede als de eerste predikant van de Gereformeerde Kerk te Ter Aar. Hij betrok de pastorie, waarvoor nog geld werd uitgetrokken voor een boekenkast en een zonnescherm. Zijn jaarsalaris bedroeg fl. 1.000.
Ondertussen werd de bouw van een nieuwe, ruimere kerk voorbereid. De classis gaf toestemming om hiervoor te collecteren in classiskerken, wat bijna fl. 800 opleverde. In de eigen gemeente werd fl. 3.350 opgehaald. De verkoop van de noodkerk bracht fl. 1.050 op. Twee gemeenteleden leenden fl. 4.000, en er werd een obligatielening van fl. 8.000 aangegaan.
Architect Hengeveld uit Alphen aan den Rijn ontwierp een kerk aan de Oostkanaalkade. De aanneemsom bedroeg fl. 10.600. Met bijkomende kosten voor het orgel, terreinophoging en architect/opzichter, kwam de totale kostprijs van de kerk met inventaris op fl. 13.500.
De laatste dienst in de houten noodkerk vond plaats op dankdag voor gewas en arbeid, 24 november 1912. Twee dagen later, op zondag 26 november 1912, werd de nieuwe kerk in gebruik genomen. Ds. Fleurke hield een preek over psalm 84 vers 2: "Hoe liefelijk zijn Uwe woningen, o Heere der Heirscharen!". In zijn preek benadrukte hij de hoop dat in dit gebouw de uitoefening van de eredienst ongestoord zou plaatsvinden, maar waarschuwde dat indien de Waarheid hier ooit gekrenkt zou worden, het gebouw in puin zou verkeren.

Ontwikkelingen in de 20e Eeuw
Aanvankelijk had de kerk glas-in-loodramen, maar tijdens de Tweede Wereldoorlog werden veel ruitjes vernield, wat leidde tot de keuze voor gewoon glas. Het orgel werd in 1920 boven de preekstoel geplaatst, na eerst gebruik te hebben gemaakt van een harmonium. De orgeltrapper voorzag het orgel van lucht door middel van hefbomen, totdat in het begin van de Tweede Wereldoorlog een elektrische windmotor werd geïnstalleerd.
De kerk werd verlicht met gaskronen. De kachel stond aanvankelijk achterin de kerk, maar moest vanwege roestproblemen in de pijpen in de loop der tijd naar het midden en uiteindelijk naar de voorkant van de kerkzaal worden verplaatst. De kerkklok luidde anderhalf uur en een half uur voor aanvang van de dienst. De kerkzaal was ingedeeld met vierpersoons gezinsbanken aan de buitenzijde en een dubbele bank in het midden. De voorste twee banken konden worden weggehaald voor de avondmaalsviering aan tafels voorin de kerk.
Predikanten en Kerkenraad
Na het overlijden van ds. Fleurke op 11 februari 1917, deed kandidaat J.H. Telkamp (1886-1961) op 4 oktober 1914 intrede. Zijn traktement was inmiddels verhoogd naar fl. 1.200.
In 1916 werd er ingebroken in de kerk en geld gestolen, waarna de kerkenraad besloot een brandkast aan te schaffen. Ook was er dat jaar watersnood, waarvoor gecollecteerd werd.
Kandidaat Th. Kuipers (1890-1945) deed op 28 september 1919 intrede. Het beroepingswerk had na meerdere pogingen succes. De financiën van de kerk waren dermate goed dat de 'collecte voor de kerk' enige tijd (tot 1920) werd afgeschaft. Het traktement kon worden verhoogd naar fl. 2.000 (en in 1922 naar fl. 2.500). In 1920 werd een nieuw orgel aangeschaft, waarvoor tweemaal per jaar gecollecteerd moest worden.
Kandidaat G. van Heiningen (1882-1955) volgde ds. Kuipers op en deed intrede op 30 september 1923. Tijdens zijn ambtsperiode, in 1928, werd een nieuw gebouw voor de Christelijk Nationale School aan de Kerkweg geopend. De grond hiervoor werd verkregen door een list: Joh. van Vliet kocht het terrein om er zogenaamd 'geitjes te houden', waarna het bekend werd als het 'geitenweitje'.
In 1926 kreeg de zaak rondom de Amsterdamse gereformeerde predikant dr. J.G. Geelkerken (1879-1960), die door de Generale Synode werd afgezet wegens theologische twijfels over het scheppingsverhaal, weinig aandacht in Ter Aar. In 1929 werd een verzoek van de jeugdverenigingen om de kerk te gebruiken voor een jaarvergadering met één stem meerderheid afgewezen.
Kandidaat D. Warnink (1904-1996) deed op 21 december 1930 intrede. Zijn jaartraktement bedroeg fl. 2.500 met vijf vrije zondagen. In maart 1931 werd een bedrag van fl. 800 ontvangen voor grond achter de kerk, die nodig was voor de aanleg van een provinciale weg. Dit geld werd gebruikt voor nieuwe stoelen voor de kerkenraadskamer en de restauratie van het orgel.
In de jaren dertig werd de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) steeds prominenter. De Generale Synode oordeelde in 1936 dat lidmaatschap van de NSB onverenigbaar was met lidmaatschap van De Gereformeerde Kerken in Nederland.
Na het vertrek van ds. Warnink deed ds. N. Warner (1910-1988) op 20 juni 1937 intrede. Op 2 oktober 1937 herdacht de Gereformeerde Kerk van Ter Aar haar vijftigjarig bestaan.
De Tweede Wereldoorlog en de Na-oorlogse Periode
Tijdens de Tweede Wereldoorlog verliep de bezettingstijd in Ter Aar aanvankelijk relatief soepel. Duitse soldaten kregen onderdak in het dorp. Het verduisteren van de kerk was lastig, waardoor avonddiensten in de winter naar de middag werden verplaatst. Vergaderingen van verenigingen werden verboden, maar bijeenkomsten met minder dan twintig personen konden doorgaan. Jeugdverenigingen werden voortgezet als Bijbelclubs.
In 1942 moesten jongens uit Ter Aar zich melden voor de Arbeitsdienst in Duitsland; velen doken echter onder, waarbij ds. Warner hen de weg wees naar onderduikadressen. Hoewel kerkklokken werden opgeëist voor de oorlogsindustrie, bleven de klokken van de hervormde en gereformeerde kerk gespaard. Het aantal onderduikers in Ter Aar liep op tot naar verluidt vierhonderdvijftig personen, waaronder Joden. Er bestond een geheime afdeling van het verzet die zorgde voor bonkaarten.
De kerkdiensten werden goed bezocht, wat aangaf dat de kerk te klein werd. Ds. Warner probeerde in de zomer van 1944 jongeren de ritmische zangwijze van de psalmen bij te brengen, gebaseerd op de psalmberijming van ds. H. Hasper. Deze berijming werd echter niet algemeen ingevoerd.
De bevrijding kon in Ter Aar al op 4 mei 1945 worden gevierd. Ds. Warner nam enkele maanden later, op 18 november 1945, afscheid.
Op 12 mei 1946 deed ds. H. Munnik (1916-1997) intrede. Na de oorlog trokken veel Nederlandse soldaten naar Nederlands Oost-Indië. Voor de Ter Aarse soldaten in Indië werd een commissie opgericht die contact onderhield door het sturen van tijdschriften en pakketjes. De gemeenteleden verzamelden veel spullen voor 'onze jongens'.
In 1950 werden de 'collectehengels' vervangen door doorgeefzakjes.
Verdere Ontwikkelingen en Vernieuwingen
Op 7 december 1952 deed ds. A.P. Heiner (1906-1983) uit Zevenhoven intrede in de kerk van Ter Aar. Het jaartraktement was inmiddels op fl. 4.500 gesteld. Er waren meerdere beroepen nodig geweest alvorens ds. Heiner kon worden aangetrokken.
Er was veel discussie over de pastorie. De kosten voor reparaties in de voorgaande vijf jaar bedroegen zo'n fl. 9.000. Architect Brouwer adviseerde de pastorie af te breken en een nieuwe te bouwen, wat inclusief hergebruik van materialen fl. 24.000 zou kosten. Een rondgang door de gemeente leverde fl. 5.500 aan giften en renteloze aandelen op, aangevuld met een hypotheek van fl. 17.000. De heipalen moesten echter 25 meter lang zijn in plaats van de verwachte 18 meter.
In mei 1953 besloot de kerkenraad vrouwelijke belijdende leden actief kiesrecht te verlenen, na toestemming van de generale synode.
In augustus 1952 besloot de kerkenraad geen afkondiging meer te doen van overtredingen van het zevende gebod, hoewel daders nog steeds schuldbelijdenis moesten afleggen.
Er werd gecollecteerd voor de slachtoffers van de watersnoodramp van 1 februari 1953.
In september 1953 werd de Nieuwe Vertaling van de Bijbel in gebruik genomen.
In 1956 werd de 'tussenzang' (de psalm die halverwege de preek werd gezongen) afgeschaft. Een nieuwe gezangenbundel, bekend als '119 Gezangen', werd in gebruik genomen.
Restauratie en Nieuw Orgel
De hervormde kerk werd van november 1959 tot oktober 1961 gerestaureerd. In 1962 werd besloten tot een grondige restauratie. De verwachte kosten stegen van fl. 34.000 naar fl. 85.000, en later naar fl. 89.000. Er werd ruim fl. 45.500 bijeengebracht aan giften en collecten, waardoor de kerkenraad de restauratie aandurfde. De kerkelijke bijdragen moesten omhoog en er werd gespaard voor een nieuw orgel, omdat restauratie van het bestaande orgel niet rendabel werd geacht.
In december 1964 begon de restauratie van het kerkgebouw. Op 13 december 1965 kon de gerestaureerde kerk weer in gebruik worden genomen. De Vrouwenvereniging bood een doopvont aan.
Ondertussen werd driftig gespaard voor een nieuw orgel, aangezien het elektronische orgeltje op de galerij van slechte kwaliteit was. Hoewel het sparen minder opleverde dan gehoopt, ging men ermee door.
In 1963 werd voorgesteld om naast de bundel '119 Gezangen' ook liederen uit de bundel 'Stemmen des Heils' te zingen, maar de kerkenraad besloot te wachten op het 'Liedboek voor de Kerken'.
De Jongelingsvereniging (JV) en de Meisjesvereniging (MV) fuseerden in 1963 tot de Gereformeerde Jeugd Vereniging (GJV).
De kerkenraad waarschuwde gemeenteleden voor de gevaren van televisie en adviseerde selectief te kijken.
In 1964 werd het Dorpshuis geopend, mede gefinancierd door de diaconie. Tijdens de restauratie van de kerk werden de kerkdiensten in dit Dorpshuis gehouden.
In 1966 werd een teruggekeerde 'vrijgemaakte' predikant ontvangen. Het tijdelijke elektronische orgel werd gekarakteriseerd als een 'claxongeluid'.
In 1967 werd geklaagd over het geringe animo voor de aanschaf van een nieuw kerkorgel. De Commissie van Beheer rapporteerde een tekort van fl. 5.500.
In 1968 werd opnieuw over een nieuw orgel gesproken, maar vanwege financiële tekorten werd de orgelcommissie gevraagd zich te matigen. In 1970 werden twee orgelpijpen als spaarpot in het kerkportaal opgehangen.
Ds. Heiner nam op 6 juni 1971 afscheid wegens emeritaat. De pastorie werd opgeknapt voor zijn opvolger, ds. J. Bezemer (1937-1990).
In 1974 bedroeg het saldo van de orgelcommissie fl. 37.000, en eind dat jaar fl. 60.000. Op 8 januari 1975 werd besloten een nieuw orgel te laten bouwen door fa. Verschuren. De ombouw werd ontworpen door C. van Dijkhuizen. Het nieuwe orgel werd boven de preekstoel gemonteerd. Eind 1975 kon het orgel worden overgedragen en in gebruik genomen, met een totale kostprijs van fl. 100.000.
In 1969 werd voor het eerst gesproken over een kinderoppasdienst, die tot 1981 in de werkplaats van fa. Rietveld werd gehouden en later in het Dorpshuis.
In 1972 werden de eerste kindernevendiensten gehouden.
In 1973 werden de eerste vrouwelijke ouderling (mevrouw M. Snel-Baart) en diaken (mevrouw M. Pijper-Haring) in de kerkenraad gekozen. Datzelfde jaar moest de toren gerepareerd worden voor bijna fl. 90.000, en werd een scheur in de kerkklok ontdekt.
In 1975 werd het kerkblad 'Samen' opgericht.
Na het afscheid van ds. Bezemer diende kandidaat J. Broer (1982-1986) de kerk, gevolgd door kandidaat N. de Reus (1987-1994) en ds. W. van Domselaar (1995-2000). Sinds 2001 is mevr. ds. M. actief.
Ontmoetingsruimte en Verdere Uitbreiding
Kerkelijke vergaderingen werden jarenlang in het Dorpshuis gehouden, maar de ruimte werd te beperkt. In 1979 werd serieus vergaderd over de realisering van een eigen ontmoetingsruimte bij de kerk. Een poging om dit samen met de hervormde gemeente te realiseren mislukte. In 1981 werd onderzocht of een ontmoetingscentrum bij de gereformeerde kerk gebouwd kon worden, waar ook de kindernevendienst en kinderoppas gehouden konden worden.
Eind 1981 droeg de bazaarcommissie fl. 33.000 over aan de kerkenraad. In 1982 kon de Commissie van Beheer zich met de plannen verenigen. In 1984 gaven B en W akkoord en steun. Na fl. 75.000 gespaard te hebben, konden de plannen worden gerealiseerd.
De kosten werden geraamd op fl. 133.000, terwijl een opknapbeurt van de kerkenraadskamer zo'n fl. 20.000 zou kosten. In 1984 werd een bouwcommissie ingesteld en in augustus 1985 werd de eerste paal geslagen. De begroting liep op tot fl. 153.000, waarbij meubels en gordijnen gratis werden aangeboden.
In 2019 begon men in Ter Aar na te denken over een naamsverandering van de kerk. Dit resulteerde in 2021, na uitstel door corona, in de wijziging van de naam 'Gereformeerde Kerk te Ter Aar' naar 'Protestantse Gemeente De Aarkerk'.
De Aarkerk Vandaag
De Protestantse Gemeente De Aarkerk wordt omschreven als een warme, betrokken en actieve gemeente. Ondanks het kleine ledental gebeurt er veel, met een open blik op de wereld. Het logo benadrukt de betrokkenheid bij het dorp. In 2005 werd de kern van het geloof geformuleerd: "wij kiezen zelf voor ons geloof en komt God via mensen tot ons. wij zijn betrokken bij de wereld, ver weg en dichtbij."
De gemeente wordt bestuurd door de kerkenraad en het moderamen, bestaande uit de predikant, voorzitter, scriba, ouderlingen, diakenen en ouderling-kerkrentmeesters. Diverse vrijwilligers, waaronder kosters, techniekteam, pastoraal bezoekers, preekvoorziening, lectoren, schoonmakers, koffiezetters en samenstellers van de zondagsbrief en 'Samen', dragen bij aan het kerkelijk leven.

tags: #ter #aar #gereformeerde #kerk