Uitslag Synode CGK: Diepe Verdeeldheid en Dreigende Kerkscheuring

Lang heb ik mij ervan kunnen weerhouden om publiekelijk te reageren op allerlei stukken die in de media verschenen omtrent de situatie in de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK). Ook als het ging om artikelen die het initiatief van de kerkenraad van Rijnsburg raakten. Door het opinieartikel ”Schipbreuk CGK nog afwendbaar” van dr. J.W. Maris (RD 16-2) voel ik mij genoodzaakt om eenmalig te reageren.

De reden is dat in het desbetreffende artikel het rapport kerkzijn uitgebreid wordt aangehaald. De wijze waarop dat gebeurt, heeft mij verbaasd. Zo heb ik prof. Maris niet meegemaakt toen ik deel uitmaakte van de brede studiecommissie die dit rapport voor de synode van 2019-2022 schreef. Ik denk dat zijn opinie op bepaalde punten genuanceerd moet worden, juist in het licht van dat rapport.

Kerk en Kerkverband

Persoonlijk sta ik nog altijd achter het rapport ”Zoek eerst het Koninkrijk van God... Een weg uit de impasse”, het zogenaamde rapport kerkzijn. Op een evenwichtige wijze wordt daarin de verhouding tussen Kerk en kerkverband beschreven. De Kerk is van Christus, Zijn wereldwijde lichaam, en kan niet gescheurd worden. De Kerk van Christus bestaat uit diverse kerkverbanden, alleen al vanwege taal, land, volk enzovoorts. Dat is waarover in Openbaring 5 met verwondering gezongen wordt: „(...) en hebt ons Gode gekocht met Uw bloed uit alle geslacht en taal en volk en natie.”

De geschiedenis van de Kerk laat zien dat er om uiteenlopende redenen (noodzakelijke = Bijbelse en menselijke = zondige) kerkverbanden zijn ontstaan.

Diagram dat de relatie tussen de universele Kerk en diverse kerkverbanden illustreert

Listige Constructies en Gesloten Kansels

Zorgvuldig probeert het rapport kerk-zijn die dingen onder woorden te brengen. Die zorgvuldigheid mis ik in het artikel van prof. Maris. De nuance tussen Kerk en kerkverband lijkt nu te zijn verdwenen. Hij gebruikt stevige termen als hij het heeft over „listige constructies” waaraan gewerkt wordt. List is zonde en een werkwijze van de duivel...

Prof. Maris maakt niet duidelijk welke constructies hij bedoelt of wie het zijn die daaraan werken. Ik ben ervan overtuigd dat hij het initiatief van Rijnsburg niet bedoelt. Anders had hij, naar Mattheüs 18, het contact met Rijnsburg wel gezocht. Ik hoop niet dat hij gelijk heeft dat er elders in de CGK aan listige constructies wordt gewerkt. Het is mij niet bekend.

Het rapport kerk-zijn is ook op het fenomeen van de gesloten kansels ingegaan. De oorsprong daarvan ligt in de barst die in de jaren zestig van de vorige eeuw is ontstaan. De verschillen in visie op de prediking zijn vanaf toen verder uiteengegroeid. Er kwam steeds minder onderlinge herkenning. Het rapport heeft dat eerlijk beschreven.

Ik heb toen voor dat rapport een hoofdstuk geschreven om dat onderwerp inhoudelijk bespreekbaar te maken. Dat hoofdstuk heeft de eindversie van het rapport niet gehaald. Het viel uiteindelijk niet binnen de instructie van onze studiecommissie. Bij de aanbieding van het rapport aan de synode is het wel opgemerkt. De studiecommissie heeft zich toen beschikbaar gesteld wanneer het rapport in de kerken besproken zou gaan worden.

Er is nooit een verzoek daartoe gekomen. Kennelijk was er vanuit de breedte van de kerken geen behoefte aan. Erger nog: het rapport kerk-zijn is nauwelijks in de classes besproken... De feiten die mij uit diverse classes bekend zijn, geven een ander beeld dan dat daarvoor naar de behoudende kerken kan worden gewezen.

Overigens heb ik de indruk dat prof. Maris het beeld van de gesloten kansels nu vanuit zijn eigen perspectief bespreekt. Dat is begrijpelijk, maar zijn suggestie dat de „innerlijke loslating” vooral aan de behoudende kant systematisch is geweest, is toch op z’n minst eenzijdig. Er is een lange lijst van gemeenten op te noemen, alle aan een bepaalde zijde van de CGK, waarvan ik in de 25 jaar van mijn predikantschap nog nooit een preekverzoek heb mogen ontvangen. Zouden de gesloten kansels van die zijde nu echt „minder systematisch” zijn?

Kortom, dit soort eenzijdige opmerkingen publiekelijk opschrijven helpt de situatie niet. Daarom heeft het rapport kerk-zijn deze dingen op die wijze vermeden. Dat prof. Maris dit nu wel zo doet, verdriet mij.

Illustratie die de scheiding van kerken symboliseert

De Kerkelijke Weg en Wezenlijke Zaken

De CGK van Hoogeveen, die buiten de kerkelijke weg om als roepende kerk is aangewezen, ziet prof. Maris als door Gods genade gegeven. Maar deze had niet door een kortgeding afgedwongen moeten worden. Tot de kerkelijke weg was al door twee synodes opgeroepen: een weg terug uit de impasse door bekering.

Door Gods genade is die weg er al sinds de zondeval. Maar willen we die weg gezamenlijk gaan? Dat zou verheugend zijn, want dan kan het initiatief van Rijnsburg terstond gestopt worden. Niets liever dan dat.

Maar de herhaalde oproep tot gezamenlijke bekering is tot nu toe beantwoord met een verergering van de crisis van het gezag in ons kerkverband. Dat betreft zowel het Schriftgezag als het kerkelijk gezag... In die situatie is er geen andere route (ook kerkhistorisch gezien niet) dan de synodale structuur weer op te bouwen met allen die christelijk gereformeerd willen blijven. Met hen die willen blijven staan op de grondslag van de Heilige Schrift, de daarop gefundeerde gereformeerde belijdenis, de daaruit voortvloeiende kerkorde en synodale besluiten. En in die volgorde. Zie het ondertekeningsformulier voor ambstdragers.

De geslagen breuk in de CGK ligt op het vlak van het gezag van Gods Woord, woordbreuk en het niet handhaven van de kerkelijke tucht. Prof. Maris onderkent dat de fundamenten van het kerk-zijn in het geding zijn. Maar dan gaat het dus over wezenlijke zaken en niet, zoals hij schrijft, over „vertrouwde gebruiken en gezichten”. Dan gaat het om buigen voor Hem Die ons zo uitnemend heeft liefgehad! „Ik ben een vriend en metgezel van allen die de Heere ootmoedig vrezen.”

Recente Ontwikkelingen en Synodebesluiten

Op 20 april 2024 vond er een CGK-convent plaats. Een convent is een bijeenkomst van vertegenwoordigers van álle gemeenten uit een kerkverband, iets wat in het verleden zelden of nooit voorkwam. In dit geval mag elke plaatselijke CGK twee mensen sturen. Ter vergelijking: op een generale synode van de CGK zijn gewoonlijk 52 afgevaardigden bijeen.

De Christelijke Gereformeerde Kerken dreigen uiteen te vallen. Oorzaken zijn de sterk gegroeide afstand tussen de flanken en scherpe meningsverschillen over onder meer vrouwen in het ambt. Tekenend voor de impasse waarin het kerkverband zich bevindt, is dat de laatstgehouden synode in 2022 nog uitsprak dat in de CGK geen plaats is voor vrouwelijke ambtsdragers, terwijl ongeveer een kwart van alle gemeenten óf vrouwen in het ambt heeft óf overweegt die stap op korte termijn te gaan nemen.

Zo’n 60 procent van de gemeenten in de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) zou elkaar binnen het kerkverband meer ruimte willen geven dan nu het geval is.

Discussie over Vrouw en Ambt en Toekomst Kerkverband

Slechts twee rapporten stonden op de agenda van de recente synode: de behandeling van revisieverzoeken op het besluit vrouw en ambt en vooral ook rapport Toekomst kerkverband. Deze twee rapporten werden bewust dicht bij elkaar gehouden op de agenda, omdat ze op veel vlakken op elkaar inhaken.

De commissie die de revisieverzoeken rond vrouw en ambt heeft behandeld, kwam er onderling niet uit, met als gevolg dat er niet één maar drie rapporten te bespreken waren. Twee van de drie rapporten verschilden van elkaar. Kortgezegd: de discussie spitste zich toe op de vraag op welke wijze de vele revisieverzoeken behandeld moesten worden. Rapport A pleitte voor weging van de revisieverzoeken (zijn ze ontvankelijk, bevatten ze nieuwe elementen enz.), waarbij het primaire besluit niet opnieuw besproken hoefde te worden. Rapport B pleitte juist voor inhoudelijke behandeling van de revisieverzoeken en daarmee ook voor inhoudelijke heroverweging van het besluit ‘vrouw en ambt’ van de GS van 2019/2022.

Na een lange dag van vergaderen werd in de avond hoofdelijk gestemd. Rapport A werd bij meerderheid aangenomen. Het besluit van 2019/2022 bleef definitief van kracht. Daarmee kwam een einde aan een lange kerkelijke besluitvorming op dit punt. Hoe verder omgegaan moest worden met de spanningen in plaatselijke kerken en classes, zou verder duidelijk moeten worden bij de bespreking van het rapport Toekomst kerkverband.

Dreigende Scheuring en Gereformeerde Grondslag

Nu dreigt er van bovenaf een scheur door de Christelijke Gereformeerde Kerken getrokken te worden omdat een minderheid binnen de CGK de gewetens van alle plaatselijke kerken wil binden aan hun eigen visie op wat wel of niet bijbelgetrouw gereformeerd is. Dat de CGK in een diepe crisis verkeert is al jaren duidelijk. De kwestie van vrouwen in de ambten is daarbij het springende punt.

De vorige synode bevestigde in 2022 met 2/3 meerderheid het synodebesluit van 1998 dat op basis van de Bijbel het ambt van predikant, ouderling en diaken voor vrouwen niet openstaat. Met name deze laatste uitspraak zorgde ervoor dat 46 van de 181 CGK-kerken (en 3 CGK-gemeenteleden) een revisieverzoek indienden bij de huidige synode.

De synode nam kerkrechtelijk een beslissing die deels te verdedigen is. Eén van de twee voorwaarden om een synodebesluit te herzien is namelijk: er moeten nieuwe argumenten zijn aangedragen. En die waren er niet. Alle voors en tegens waren in 2022 al gewogen. Een andere weging van de argumenten op een volgende synode is geen reden om tot een ander besluit te komen. Want dan zou de willekeurige samenstelling van een volgende synode bepalen of besluiten gehandhaafd of veranderd worden. Dat is kerkelijk jojo-beleid en geen geestelijk leidinggeven.

Een andere vraag die terecht gesteld wordt, is dat die 50 revisieverzoeken wél behandeld hadden moeten worden omdat er inhoudelijke bezwaren waren ingebracht tegen de synode-uitspraak. Dat is volgens de CGK-kerkorde een tweede voorwaarde om een revisieverzoek te mogen indienen. Dat aspect is, als ik CGK-er J.R. Bügel, jurist en advocaat, geloven mag, ten onrechte door de synode helemaal niet meegewogen in het afwijzen van de revisieverzoeken. Maar formalisme is het laatste dat nu nodig is.

De kritiek van vele synodeleden op het voorstel om tot twee soorten classes te komen en de eis die het synode-bestuur vooraf stelde dat er een draagvlak van 80% moest zijn voor dit voorstel doen het laatste vermoeden. Geen wonder dat de commissie die met deze mogelijke oplossing om een kerkscheuring te voorkomen dit voorstel introk.

Het gevoelen dat „de afgevaardigden naar de synode ‘rechtser’ zijn dan de Christelijke Gereformeerde Kerken als geheel” leeft al langer binnen de CGK-kring. De rechterflank van de CGK ligt op ramkoers en is bereid om de eenheid van de CGK op te offeren voor de eigen overtuiging die ze aan alle plaatselijke kerken wil opleggen. Daarmee brengt dit smaldeel niet alleen de kerken die vóór de vrouw in het ambt zijn in gewetensnood (ongeveer 1/3 van de CGK), maar ook de zogenaamde ‘middenkerken’ die zelf geen vrouwen in het ambt kennen, maar elkaar als kerken wel willen vasthouden (ook ongeveer 1/3 van de CGK).

De rechterflank spreekt vooral over eigen gewetensnood vanwege aantasting van het Schriftgezag binnen het kerkverband door andere voorgangers en kerken. Men doet dat met een onterecht en door eerdere CGK-synodes afgewezen beroep op art. 32 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Merkwaardig is daarbij trouwens, dat binnen diezelfde rechterflank men wel kanselruil toestaat met predikanten uit de Gereformeerde Bond en dus zelf voorgaat in de Protestantse Kerk - een kerkverband waar zelfs de meest vrijzinnige opvattingen over het lijden en sterven van onze Heer en Heiland verkondigd mogen worden.

Het synodebestuur komt over een paar maanden met een plan om een ongecontroleerd uiteenvallen te voorkomen. Het is te hopen dat dit in de lijn ligt van het voorstel van ds. Arjan Witzier uit 2022, dat veel lijkt op het federatieve kerkmodel dat wijlen prof. W. van ’t Spijker ooit lanceerde: twee deelsynodes ‘licht’ en ‘zwaar’ die samen regelmatig op een landelijke synode besluiten nemen over de gezamenlijke verantwoordelijkheden zoals het zendingswerk, de Theologische Universiteit, de emeritkas, de kerkelijke rechtspraak en het gereformeerde karakter van de kerken.

De 2/3 meerderheid van CGK-kerken die de eenheid wil bewaren kan dan samen verder. Het alternatief is een rampzalige kerkscheuring waarbij niet alleen kerken, maar ook complete classes en misschien wel een particuliere synode uit het kerkverband gezet worden. Dat gebeurde in de jaren ’60 in onze eigen NGK-kerken. Gevolg: 25% van het kerkvolk en 40% van de predikanten raakte ‘buitenverband’, maar slechts een klein deel van hen stapte over naar de toen steeds vrijzinnig wordende synodaal-gereformeerde kerken. Want, zoals meestal, liep de breuklijn niet langs de principiële lijn, maar langs de lijn van de tolerantie. De schade binnen de CGK bij een harde scheuring zal, vrees ik, nog groter zijn wanneer op een volgende synode de rechterflank weer oververtegenwoordigd is én op ramkoers blijft liggen. Een scheur van bovenaf.

Historische kaart van de kerkscheuringen in Nederland

Afsplitsing en Gedeelde Standpunten

Tientallen kerken binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) gaan zich afsplitsen. Dat gebeurt onder meer uit onvrede over de koers van de rest van de organisatie op het gebied van homoseksualiteit en vrouwelijke dominees. Daarmee is er voor het eerst sinds 1892 een scheuring binnen het kerkgenootschap.

Volgens de kerken zelf is dat echter niet aan de orde. "Er is een breed gedragen wil om elkaar vast te houden als Christelijke Gereformeerde Kerken. Daartoe gunnen we elkaar de ruimte die plaatselijk nodig is in dit proces", zeggen de kerken na een bijeenkomst in de Pniëlkerk in Veenendaal.

Zo’n zeventig conservatievere plaatselijke CGK-kerken zijn het niet eens met het beleid ten aanzien van homoseksualiteit en vrouwelijke dominees. De conservatieve kerken vinden het niet goed dat sommige, meer progressieve kerken binnen het genootschap ruimte geven aan vrouwelijke dominees en een iets lossere omgang met homoseksuele kerkleden. Deze homoseksuelen mogen bijvoorbeeld belijdenis doen.

De oprichting van de CGK gaat terug naar 1892. In totaal telt het genootschap 181 plaatselijke kerken. Daarmee staat het voor een klein deel van gereformeerd Nederland, dat zich ook in andere kerkgenootschappen heeft verzameld.

Een deel van de conservatieve kerken kwam bijeen in Veenendaal om te beslissen of ze, los van de algemene vergaderstructuur, een eigen vergaderstructuur willen optuigen. In kerkelijke termen wordt dat ook wel een synode genoemd. "Op het moment dat je je zo opnieuw organiseert, is er feitelijk sprake van een kerkscheuring", zegt Arnold Huijgen, Theoloog des Vaderlands en predikant binnen de CGK. "Van voorgaande kerkscheuringen weten we dat zo’n scheuring dwars door gezinnen en huwelijken heen kan lopen."

Volgens Huijgen kan de kerkscheuring juist in die middengroep frictie opleveren. "Dat zijn vaak kleine gemeenten, zij moeten na een afscheiding besluiten bij welke variant ze zich aansluiten. Als om die reden een aantal kerkleden vertrekt, kunnen de kerken op termijn bijvoorbeeld het kerkgebouw of de predikant niet meer betalen."

Lang stond de CGK juist bekend als een heel saamhorig kerkgenootschap, zegt Huijgen. "Deze scheuring is historisch gezien wel heel bijzonder. De CGK is sinds de oprichting in de 19e eeuw nog nooit gescheurd en stond altijd bekend om zijn vriendelijke cultuur", zegt hij. "Andere genootschappen keken vaak met veel bewondering naar de CGK."

Volgens Huijgen is die cultuurverandering wel logisch. "Er zijn een hoop zij-instromers in de kerk gekomen, mensen die overstapten vanuit andere kerkgenootschappen."

Verdeeldheid tussen Rijnsburg en Hoogeveen

Het persbericht van het convent stelt dat dit op waardige wijze is verlopen en dat er een breed gedragen wil is om elkaar vast te houden als CGK. Tegelijk vindt de groep het nodig om een eigen landelijke vergadering te vormen, omdat het kerkverband volgens hen alleen kan worden voortgezet “op de grondslag zoals deze altijd gegolden heeft: Schrift, belijdenis, kerkorde en de genomen synodale besluiten.”

Volgens de voorbereidingsgroep is hiermee opvolging gegeven aan het besluit van de generale synode van 3 juni 2025, waarin de synode zichzelf sloot en “haar verantwoordelijkheid terug gaf aan de plaatselijke kerken”.

Het initiatief van Rijnsburg was geen verrassing. Al weken was duidelijk dat deze groep kerken een eigen koers voorbereidde. Vorige maand werd al gemeld dat de CGK feitelijk bestaat uit twee bewegingen: Hoogeveen, aangewezen door de rechter als wettige roepende kerk, werkt binnen de bestaande structuren verder.

Rijnsburg stelt dat juist zij trouw blijven aan Schrift, belijdenis en kerkorde, en daarom het kerkverband voortzetten via een eigen synodale vergadering.

Volgens emeritus hoogleraar prof. dr. Gerard den Hertog betekent deze stap echter dat “het kwaad van de kerkscheuring ten volle besloten is.” In zijn veelbesproken open brief waarschuwde hij dat een eigen synode “geen voortzetting van het kerkverband is, maar een menselijke organisatie zonder het hart van Christus.”

Diepe Barsten en Verschillende Perspectieven

De crisis binnen de CGK sleept al jaren. Een belangrijk breekpunt was het synodebesluit van 2022, waarin vrouwelijke ambtsdragers niet werden toegestaan. Diverse gemeenten negeerden dat besluit en bevestigden toch vrouwen in het ambt, vaak in samenwerking met de NGK. Daarmee ontstond een kloof die de synode van 2024-2025 niet meer kon overbruggen. Toen die synode zichzelf sloot zonder roepende kerk, viel het landelijke kerkelijk leven stil.

De rechter greep vervolgens in en verplichtte de CGK om Hoogeveen opnieuw als roepende kerk aan te wijzen. Sindsdien lopen twee lijnen naast elkaar: een officiële via Hoogeveen, en een alternatieve via Rijnsburg.

Binnen de CGK wordt verschillend gereageerd op de nieuwe stap van Rijnsburg. Den Hertog noemt de plannen “zielloos, zonder hart en zonder Evangelie”. Ds. Marco Hofland wijst op de groeiende verharding: “Het gaat niet om gelijkgezinden, maar om gelijkbeminden. Zodra bepalingen je identiteit worden, volgen nieuwe afsplitsingen.”

Ds. A. C. Uitslag legt de oorzaak juist bij kerken die jarenlang synodale besluiten negeerden: “Wat mij verdriet doet, is dat nu wordt gedaan alsof Rijnsburg ‘scheurmaker’ is. De kerkelijke weg is allang volledig vastgelopen.” Beide kanten leggen de schuld dus elders neer. Dit laat zien hoe diep de verwijdering is.

Met het besluit van vandaag zijn er nu in de praktijk twee concurrerende centra van gezag binnen de CGK: De synode van Hoogeveen die wettig is aangewezen; en de Algemene Vergadering van Rijnsburg, gedragen door ruim 60 kerken die zichzelf zien als de voortzetting van de CGK. Of beide lijnen nog tot elkaar kunnen komen, is onzeker.

Het gesprek over vrouwelijke ambtsdragers en homoseksuele relaties bleek zo gevoelig, dat gemeenten lijnrecht tegenover elkaar kwamen te staan. Dat riep de vraag op of het kerkverband op deze manier nog langer houdbaar is.

Er is sprake van onthutsing en verwarring over het feit dat op thema’s waar mensen verschillend over kunnen denken, er zo’n verwijdering ontstaat. Het kerkverband staat op knappen, wat moeilijk is voor langdurige leden.

De verdeeldheid binnen de CGK is niet alleen een gevolg van inhoudelijke meningsverschillen, maar ook van het omgaan met gemaakte afspraken. Een belangrijk breekpunt is dat sommige gemeenten zich niet houden aan besluiten van de synode.

Het is belangrijk om de motieven achter keuzes te blijven zien. Mensen die anders denken, doen dat vaak vanuit een worsteling met God, na jaren van gebed en zoeken. Dit kan niet zomaar worden weggewuifd.

Het gevolg is dat plaatselijke kerken zich nu moeten uitspreken. En dat maakt het moeilijk voor gemeenteleden die zelf niet in uitersten denken. Zij worden hoe dan ook meegenomen in een conflict dat misschien niet hun conflict is.

Het zingen van Psalm 119: ‘Ik ben een vriend, ik ben een metgezel van allen die Uw naam ootmoedig vrezen’ kan stil maken, wanneer men afscheid neemt van bepaalde mensen of hen diskwalificeert. Men zingt het wel, maar handelt er niet naar.

Toch blijft hoop bestaan, niet omdat alles snel goedkomt, maar omdat het vertrouwen niet op mensen, maar op de Redder van de kerk gesteld wordt.

tags: #uitslag #synode #cgk #13 #december