Het Belang van Afscheid en de Kracht van Geloof
Het afscheid nemen van een geliefde moeder, schoonmoeder, grootmoeder, valt niet mee. Zelfs als we haar de rust en vrede in God gunnen, komen er bij een afscheid allerlei gevoelens naar boven die een plek moeten krijgen. De ziekenzalving, waarbij de zieke bewust aan Gods vaderliefde kan worden toevertrouwd, is hierin een belangrijk moment.
In de kerk spreken we over het eeuwige licht, gesymboliseerd door de Paaskaars, het teken van Jezus' verrijzenis. Duisternis, zoals dood en tegenslag, kan ons omringen. Daarom ontsteken we kaarsen rond de baar met het vuur van de paaskaars, dat verwijst naar het licht van Christus dat alle duisternis doorbreekt.

Herinneringen aan een Leven: Van Oorlog tot Familie
Wil werd geboren op 26 juni 1931 in Sassenheim en bereikte de gezegende leeftijd van 84 jaar. Haar jeugd werd getekend door de Tweede Wereldoorlog, die haar schooltijd aanzienlijk verstoorde. Wil was de vijfde van negen kinderen, en hielp thuis mee in het huishouden en in de kolenhandel van haar opa en vader. Ze bewaart goede herinneringen aan deze tijd.
Via haar vriendin Bep leerde ze Aad Zuidhoek kennen. Ze trouwden in 1956 en kregen tussen 1957 en 1964 drie kinderen. Wil werd een moderne oma, die begrip had voor de huidige tijd en altijd interesse toonde. Haar aanwezigheid was belangrijk voor haar familie, of het nu ging om verjaardagen, belangrijke levensfasen, oppassen of moeilijke tijden. De 'oma-soep' zal velen bijblijven.
Ze werd herinnerd als een fantastische moeder en oma, die echter ook recht voor zijn raap en eigenwijs kon zijn. Deze eigenschappen gaven kleur aan haar persoonlijkheid en lieten zien dat ze dingen moest overwinnen.

Geloof, Hoop en Liefde: Een Levenslange Zoektocht
Het geloof speelde een rol in haar leven. De hoop op een ontmoeting met haar man, Opa, werd uitgesproken, wat de nabijheid van geloof en hoop benadrukt. De apostel Paulus noemt geloof, hoop en liefde, waarbij liefde de grootste is.
Wil maakte veel ontwikkelingen mee in haar 84 jaar, ook in het geloof en de kerk. Net als in de eerste lezing, waarin verschillende tijden worden genoemd, heeft zij die ook meegemaakt. Prediker eindigt met de boodschap dat God er altijd is, ongeacht oude of nieuwe dingen. Jezus trachtte mensen een andere ervaring van God mee te geven: God als een goede vader, een goede herder, met moederlijke trekken door zijn liefde en barmhartigheid.
Dit beeld van God, een traditioneel katholieke ervaring, hield Wil diep van binnen vast. God dient niet alleen in de kerk, maar wordt in de praktijk gebracht. Ze bleef graag vieringen via de televisie meemaken.
De nieuwe generatie moet opnieuw de weg vinden in het geloof, nu met veel meningen en informatie via het internet. De vraag naar waarheid, toekomst en het bestaan van God kan beantwoord worden door te kijken naar het leven van Wil, die liet zien dat God bestaat en Jezus navolgde. Haar leven weerspiegelde het Evangelie van de zaligsprekingen en de liefde.
Het leven gaat door, ook als het lichaam niet meer kan. We gaan door in God, die ons huis wordt. In God leven allen die bij God willen horen. Zo zal Wil haar man ontmoeten, op een nieuwe manier. God kan haar niet vergeten. Zo mogen wij eens thuiskomen, als we durven geloven, hopen en liefhebben.
Irène Pirlet: Vrede en Dankbaarheid
Op zaterdag 15 februari 2014 nam de familie afscheid van Bomma, Irène Pirlet, in de Sint-Theresiakerk te Ekeren. Haar aanwezigheid was een grote steun in het verdriet.
In deze viering werd dankbaarheid uitgedrukt voor het goede dat haar leven bracht, voor haarzelf en voor hen die het leven met haar deelden. De eucharistie, het gebed van dankbaarheid en lof aan God, werd gevierd om verbondenheid met de kerkgemeenschap te tonen en het geloof dat de dood niet het laatste woord heeft.
Het mysterie van de dood confronteert ons met onze kwetsbaarheid. Iedereen gaat op zijn eigen manier met de dood om, en dat is oké. Het samen verwerken van verlies, het delen van verdriet en mooie herinneringen, geeft woorden aan onze machteloosheid en is een schreeuw naar boven.
De dankbaarheid naar God gaat dieper, omdat de dood niet het laatste woord krijgt. De verrijzenis van Jezus Christus toont aan dat Gods liefde sterker is dan de dood. De liefde voor Bomma krijgt haar volle betekenis over de grenzen van de dood heen.
Veel van de zaligsprekingen van Jezus konden worden toegepast op het leven van Bomma. Ze had voeling met wie arm van geest is, kon delen in de vreugde van kleine dingen, en haar opluchting wanneer een kleinkind na een val weer kon opkrabbelen. Aan zo iemand behoort het Rijk der Hemelen.
Ze kende verdriet, maar vond troost in de steun van haar familie en haar geloof. Haar herinneringen, anekdotes en de laatste momenten werden gedeeld. De bloem op de kist vertegenwoordigt de ontelbare bloemen en planten die ze verzorgde. Haar geraniumparadijs en haar tuin waren plekken van vreugde.
Haar naam, Irène, betekent vrede. Ze was een kind van God, in intense verbondenheid met haar man Robert, een liefhebbende moeder en een fiere Bomma. Haar man, kinderen en kleinkinderen waren haar vreugde en trots.
De troost die Bomma in het geloof zocht, mag ook door ons ondervonden worden. Haar biddende verbondenheid met Bompa, en het gebed dat voor hem zo dierbaar was, kreeg een plaats in deze viering. In de devotie van Bomma en Bompa had Maria een bijzondere plaats. Moge haar gebed hoop en troost schenken.
We vertrouwen Bomma toe aan Gods liefde en barmhartigheid. Rust zacht, Bomma. Wij vergeten je niet.
Rose Garden • Melodic Piano Instrumental Music • Beautiful TV Background • Quintessential Home
Victorine Heukensfeldt Jansen-Dubois: Geloof, Toewijding en Schoonheid
Van harte welkom aan de kinderen, schoonkinderen en kleinkinderen van Victorine Marie Thérèse Heukensfeldt Jansen-Dubois. De aanwezigheid van Kardinaal Adrianus Simonis en monseigneur Kasteel benadrukt het bijzondere gewicht van deze uitvaart, wetende dat zij nu samen zijn in het huis van de Heer.
Vertrouwend dat God haar de voltooiing geeft waarin zij heeft geloofd en waarop zij haar leven heeft gericht, kijken we uit naar de toekomst die God ons geeft: het eeuwige licht. De paaskaars symboliseert dit licht, het licht van Christus die de dood overwint.
Alles heeft zijn tijd: een tijd om te baren en te sterven, te planten en te oogsten, te huilen en te lachen, te rouwen en te dansen. Het leven biedt vreugde en genot, als gave van God.
Jezus zegt: “Laat uw hart niet verstoord worden. Geloof in God, geloof ook in Mij. In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen. Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden.” Jezus is de weg, de waarheid en het leven.
Victorine vervulde de rol van bruggenbouwer. Haar kracht lag in haar solide en trouw geloof. Haar jeugdige overwegingen over het kloosterleven en de offerspiritualiteit, die te maken heeft met de Eucharistie, gaven haar een andere betekenis aan tegenslagen. Ze kon van momenten een offertje maken, een gave aan God.
Haar spiritualiteit omvatte het vervullen van je taak op de plaats waar je gezet bent. Dit paste bij haar trouw als echtgenote en moeder, en bij een heldere rolverdeling binnen het gezin.
Haar liefde voor de Katholieke Kerk had te maken met schoonheid en stijl. Ze was gevoelig voor de uiterlijkheid, de vormen, het decorum. In religieuze kunst komen geloof, Kerk en schoonheid samen.
Victorine was een bekwame en gemotiveerde gids bij voordrachten en presentaties. In haar laatste jaren, waarin Huib steeds minder mobiel werd, toonde ze grote veerkracht.
De keuze voor de tekst van Prediker als eerste lezing benadrukt haar plaats in Gods plan. Toen de mededeling kwam dat ze ernstig ziek was, wilde ze de ziekenzalving ontvangen om haar leven in Gods hand te leggen.
“In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen,” zegt Jezus. Victorine, die haar vader op jonge leeftijd verloor, richtte haar vertrouwen op de hemelse Vader. Nu mag ze beiden ontmoeten. Ze mag thuis komen bij God, bij haar Heer Jezus Christus, bij haar ouders en bij Huib.
We vertrouwen haar vandaag aan God toe en vragen dat Hij ons nabij is, vooral de kinderen en kleinkinderen. Moge dit afscheid, zo kort na het afscheid van Huib, gedragen zijn door Gods liefde. Mogen wij leren om iets van haar geloof en toewijding waar te maken, zodat ook wij uitzien naar die ontmoeting.
Nel Rombouts: Hoop in het Woord van God
Vandaag zijn we hier bijeen, verdrietig om het verlies van ons mam, oma, super-oma, vriendin: Nel Rombouts, ook bekend als Nel Geudens-Rombouts. Ze was van grote betekenis voor ieder van ons.
In dit verdrietige moment is er ruimte voor ieders gevoel en vragen. Ik wil u meenemen naar een verhaal dat ons al 2000 jaar hoop geeft: de verhalen uit het Nieuwe Testament.
Jezus veranderde voor de ogen van Petrus, Johannes en Jakobus op de berg Thabor; Hij straalde helemaal. Zij hebben het gezien en volgehouden om te vertellen: Jezus is de Zoon van God. Hij leeft echt. Hij is verrezen uit de dood.
Voor gelovigen betekent dit troost: ons mam, ons oma, is nu bij God, thuiskomend in de Hemel, waar liefde en licht zijn.
Voor wie twijfelt, is er de uitnodiging om zich open te stellen voor de mogelijkheid dat de dood niet het einde is, dat er een God is die je kent en van je houdt, en dat Jezus je uitnodigt Hem te leren kennen. Dit is geen nepnieuws, maar al 2000 jaar hoop voor miljoenen mensen.
Wat als er werkelijk een ontmoeting wacht? Niet alleen met God, maar ook met moeder, oma, super-oma, met Nel. Wat als geloof in Jezus de weg is naar die ontmoeting? Geloof is een uitnodiging.
Het verlangen naar een toekomst waarin liefde blijft en niemand verloren gaat, is wat Jezus belooft. Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven.
Voor wie gelooft: de zekerheid. Voor wie twijfelt: de hoop. En voor iedereen: de uitnodiging om uit te zien naar een toekomstig weerzien.
Mam, oma, super-oma, vriendin, wij houden allemaal van jou.

Psalm 139: Gekend en Geliefd door God
In een uitvaartdienst worden woorden op een specifieke manier beluisterd. Gevoelens bij het afscheid zijn bepalend voor hoe men de teksten hoort. Psalm 139 wordt regelmatig gelezen in rouwvieringen.
De psalm verwoordt het verlangen dat de overledene, die niet meer voor zichzelf kan spreken, ten diepste gekend is en omringd wordt door de liefde van de Eeuwige. Psalmen vinden taal om met of over God te communiceren, en durven een breed palet aan omstandigheden en emoties te tonen.
De psalmist spreekt God direct aan en bezingt hoe hij zich gekend weet door God. Hij spreekt God aan als een scheppende God, van meet af aan bij zijn bestaan betrokken, alom aanwezig. Deze God weet van het dodenrijk, van de vleugels van de dageraad, van de verste zee.
‘Kennen’ is het woord dat als een rode draad door de psalm loopt. Verwonderd spreekt de dichter uit hoezeer God hem kent. Aan het begin wordt dit kennen uitsluitend bevestigend gesproken: God kent hem door en door.
Aan het eind van de psalm is er echter een omkering. Het is alsof de dichter opschrikt uit zijn overpeinzingen: ‘Ontwaak ik, dan nog ben ik bij u.’ Er blijken meer mensen in het geding dan de dichter en zijn Schepper. ‘God, breng de zondaars om’, vraagt de dichter plotseling, en spreekt zelfs derden aan: ‘weg uit mijn ogen, jullie die bloed vergieten’.
Dit komt voort uit de vraag: ‘Zou ik niet haten wie u haten, heer, niet verachten wie tegen u opstaan?’ Zo verstaan zijn de zondaars degenen die anders gericht zijn dan God. God is gericht op schepping, de nacht oplichtend voor wie zich niet meer verzetten kan tegen het intredende donker.
Zo stellig als de psalmdichter is over hen die zich tegen God richten, zo voorzichtig is hij vervolgens met zijn eigen oordeel. Waar schuilt het licht? Waar is het zinnig om je tegen het duister te verzetten? Daarom wendt de psalmdichter zich, met alle afkeer, opnieuw tot de Eeuwige.
Oog in oog met de dood komt een spectrum aan gevoelens langs. Het delen van een divers beeld van de overledene, zoals bij de uitvaart van een moeder door twee zonen, is waardevol. A.F.Th. van der Heijden verkent in zijn requiemroman voor zijn zoon Tonio hoe gevoelens en herinneringen gedeeld worden, maar ook hoe er momenten en terreinen zijn waarop toenadering moeilijk is.
Psalm 139 is een dankbare psalm om in een rouwviering te lezen. De dichter weet zich volledig gekend. God wordt niet alleen bezongen als een God die de mens kent en ziet, maar ook als een God die vasthoudt, speurt naar licht en de nacht doet oplichten. Binnen dat kader klinken de woorden: ‘Zou ik niet haten wie u haten?’ Ook wat moeilijk geweest is in het leven van of met de overledene, dient genoemd te worden.
Scheppend, duister noemend wat duister is, speurend naar licht. En vooral: erkennend dat het laatste oordeel niet zomaar te vellen is. De smeekbede van de psalmist kan gehoord worden als een smeekbede van de overledene, maar tegelijkertijd als een vraag van hen die afscheid nemen.
Het bijbels liedboek is een rijke bron van liederen. Psalmen verwoorden ervaringen en gevoelens. Wie we precies aan het woord horen in Psalm 139 is niet bekend, maar de psalm is een ‘ik en jij’-psalm, een gesprek met God.