Psalm 139: Een Diepgaande Verkenning van Gods Kennis en Aanwezigheid

Wanneer we de noodzaak voelen om iemand die niet gelooft – een collega, buurman of vriendin – te vertellen over wie God voor ons is, kunnen we ons afvragen wat we dan precies zouden zeggen. Vanmorgen staan we stil bij Psalm 139, een bijbelgedeelte dat wellicht aan deze behoefte tegemoetkomt. Dit lied, dat in essentie een gebed is, wordt toegeschreven aan David of iemand die het aan hem heeft opgedragen. In dit psalmtekst presenteert de spreker een unieke visie op het leven en op God, met een diepe overtuiging.

De psalmist wil ons deelgenoot maken van zijn ontdekkingen over het leven en God, de inzichten die de Geest van God hem heeft geschonken. Dit is geen oppervlakkig lied; het is een levenslied, de samenvatting van diepe reflectie, een vrucht van levenservaring. Het is tot stand gekomen door vreugde en verdriet, door schade en schande, met de hoop en het gebed dat ons leven erdoor verrijkt wordt. Dit psalmtekst kan ons inderdaad helpen in gesprekken met niet-gelovige vrienden of collega's.

Illustratie van een open bijbel met Psalm 139 opengeslagen, met een warme gloed eromheen.

Structuur en Thema's van Psalm 139

Psalm 139 telt 24 verzen, verdeeld over vier coupletten van elk zes verzen: 1-6, 7-12, 13-18 en 19-24. Elk couplet behandelt een specifiek thema:

1. God kent ons (vers 1-6)

Het eerste couplet benadrukt de alwetendheid van God. Als er iemand in het universum is die ons werkelijk kent, dan is dat God. Dit kennen gaat verder dan louter intellectueel begrip; God is volledig met ons vertrouwd. Of we nu zitten of opstaan, welke gedachte we ook hebben, nog voordat we iets uitspreken, weet Hij het. Onze diepste intenties en meest verborgen verlangens zijn Hem bekend. De dichter zegt zelfs: "U doorgrondt mij." Dit betekent dat God ons begrijpt. Voor de dichter was dit een baanbrekende ontdekking. Mensen zijn vaak een raadsel voor zichzelf; we begrijpen onszelf niet altijd volledig. God daarentegen kent ons beter dan wij onszelf kennen.

Dit sluit aan bij een diep menselijk verlangen: gezien en gekend willen worden. Niets is zo ontmenselijkend als genegeerd worden, onopgemerkt blijven, of het gevoel hebben dat wat we doen er niet toe doet. Juist dit kan ons somber en soms wanhopig maken. De roman "Het Feest" van Elisabeth Day, die de Britse elite en de behoefte aan erkenning verkent, illustreert dit verlangen. De psalmist stelt echter dat, hoewel mensen ons kunnen negeren, God ons niet over het hoofd ziet. Hij kent ons.

De woorden "Known unto God" (Bekend bij God) op graven van onbekende soldaten uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog weerspiegelen dit thema. Voor de dichter is dit een bron van verwondering. God kent ons niet alleen; Hij gaat ook met ons om. Vers 5 beschrijft dit ontroerend: "U legt uw hand op mij." Dit illustreert hoe de God van de Bijbel met mensen omgaat, waarbij elk individu waardevol is. Zijn hand kan ons raken op elk moment, waar we ook zijn.

Een artistieke weergave van een hand die zachtjes op een schouder rust.

2. God is met ons (vers 7-12)

Het tweede couplet breidt dit uit met het thema van Gods alomtegenwoordigheid. God is zo aanwezig dat we Hem niet kunnen ontlopen. Zelfs als we naar de hoogste berg zouden klimmen (de hemel) of afdalen in de diepste plek op aarde (het dodenrijk), zou God daar te vinden zijn. Zelfs als we de zon zouden volgen naar het andere einde van de aarde, zou God daar zijn. Zelfs in een moment van opstandigheid, als we God de rug toekeren, zou Hij ons weten te vinden. Zelfs in het diepste duister zou God ons kunnen zien.

Dit kan bedreigend klinken: God is overal, zelfs als we Hem niet willen kennen of niet willen dat Hij ons ziet. De symboliek van Gods alziend oog, soms afgebeeld in oude kerken, benadrukt Zijn alwetendheid. Hoewel dit confronterend kan zijn, is het voor de dichter een bron van troost. Zoals beschreven in vers 10: "Waar ik mij als mens ook maar bevindt, God is in staat mij te leiden, ook daar zal uw Rechterhand mij vasthouden." Hoe eenzaam of ver weg we ons ook voelen, Gods hand is er steeds. Door ons leven in Zijn hand te leggen, zal Hij ons vasthouden en leiden.

Een abstracte afbeelding die de alomtegenwoordigheid van God symboliseert, met lichtstralen die vanuit het centrum in alle richtingen uitstralen.

3. God heeft ons bestaan gewild (vers 13-18)

Het derde couplet gaat nog een stap verder: God kent ons niet alleen en houdt ons vast, maar Hij heeft ons bestaan gewild. Dit wordt op een bijzondere manier verwoord. De dichter looft God omdat hij "ontzagwekkend wonderlijk gemaakt" is. De complexiteit van het menselijk lichaam, zelfs op cellulair niveau, is verbluffend. Zelfs niet-gelovigen worden vaak diep onder de indruk van het menselijk leven, en gebruiken woorden als "wonder," "bijzonder," en "geschenk" bij de geboorte van een kind.

Vers 13, "u hebt mijn nieren geschapen," verwijst niet zozeer naar de organen zelf, maar naar ons diepste wezen, onze psyche, onze unieke gaven, talenten, verlangens en dromen. God heeft ons gemaakt tot unieke individuen. "God heeft ons in de moederschoot geweven. Hij heeft ons ongevormde begin gezien." Het Hebreeuwse woord voor embryo wordt hier gebruikt. David stelt dat God erbij was toen hij nog een embryo was, in de schoot van zijn moeder. "Mijn levensdagen staan in uw boek."

Voor de dichter heeft het leven van mensen grote waarde omdat God er vanaf het prille begin bij betrokken was. Hij heeft ons bestaan gewild. Vanwege de kostbaarheid van elk mensenkind in Gods ogen, benadrukt de kerk de beschermwaardigheid van het leven, zowel aan het begin als aan het einde. Leven is een geschenk van God, ongeacht gezondheid, kwetsbaarheid of beperkingen. De diepe vreugde die we voelen bij het ontvangen van dit geschenk, staat in contrast met het intense verdriet wanneer het leven voortijdig eindigt. Jezus' bereidheid om Zijn leven te geven, zelfs voor vrienden en vijanden, onderstreept de oneindige waarde van het leven.

Een gedetailleerde illustratie van een menselijke cel, met nadruk op de complexiteit en functionaliteit.

4. God is heilig (vers 19-24)

Het laatste couplet introduceert het thema van Gods heiligheid en de uitdagingen die dit met zich meebrengt voor het menselijk hart. In ons hart schuilt vaak dat wat het daglicht niet kan verdragen. Mensen hebben de neiging om anderen op een voetstuk te plaatsen, maar journalisten onthullen vaak misstappen en overtredingen. We worstelen met de donkere kant van de menselijke natuur.

De dichter plaatst zichzelf aan Gods zijde, met een diepe verontwaardiging over het kwaad dat mensen kunnen begaan, zelfs met vrome woorden. Er zijn vormen van kwaad, zelfs demonisch geweld, waar we terecht een hartgrondige afkeer van mogen hebben. De psalmist vraagt zich echter ook af of zijn eigen motieven zuiver zijn en of hij in zijn boosheid niet te ver gaat: "O God, beproef mij en zie of er bij mij een schadelijke weg is. Leid mij op de eeuwige weg."

Dit slotgedeelte legt de ambivalentie van de mens bloot. We hunkeren naar aandacht en contact, maar zijn tegelijk bang dat mensen alles van ons weten. De paradox van het menselijke leven is dat we gekend willen worden, maar tegelijk vrezen wat er aan het licht zou komen als mensen echt alles van ons wisten. Zouden we ons schamen als onze gedachten, angsten, verlangens en geheime zonden openbaar werden? Zou iemand dan nog met ons om willen gaan?

Dit laatste couplet werpt ons terug op Jezus Christus. Het evangelie verkondigt dat Christus alles van ons weet, inclusief onze ambivalentie tussen goed en kwaad, en ons desondanks liefheeft. Niets kan ons scheiden van de liefde van Christus. Door overgave, geloof en het gebed "leid mij op de eeuwige weg" kunnen we deze liefde ontvangen. Het kwade hart, de haat, de valsheid en het onrecht zijn gedragen door Christus aan het kruis. Door Zijn dood en geloof ontvangen we vergeving en verzoening. De Heilige Geest helpt ons in de worsteling met ons hart en leidt ons op de eeuwige weg.

Een symbolische afbeelding van een kruis met donkere wolken die oplossen in helder licht.

De Boodschap van Psalm 139

Psalm 139 biedt een krachtige boodschap: er is Iemand die ons kent als geen ander, die ons beter begrijpt dan wij onszelf. We zijn gezien, en ons leven doet ertoe voor God. We mogen er zijn omdat Hij ons gemaakt heeft. Dit is de rijkdom van het evangelie.

God kent je, waar je ook bent, hoe diep je ook valt. Zijn hand is er om je te vinden en te helpen. Je leven is door God gewild. Hij weet alles van je en heeft je lief op een onvoorstelbare manier. Dit besef kan ons helpen in het gesprek met onze niet-gelovige medemens, en biedt troost en hoop in alle omstandigheden.

Animatievideo: De reis van het uienzaad

tags: #preek #psalm #139 #pkn