De Gereformeerde Kerk te Schildwolde: Een Historisch Overzicht

De geschiedenis van de Gereformeerde Kerk te Schildwolde is een verhaal dat begint met de Afscheiding van 1834 en eindigt met de laatste dienst op 15 juli 2018. Het kerkgebouw aan de Hoofdweg, dat in 1950 in gebruik werd genomen, markeert een belangrijk hoofdstuk in het bestaan van deze geloofsgemeenschap.

Het Begin van de Afscheiding in Schildwolde

Het 'eerste begin' van de Gereformeerde Kerk in Schildwolde werd gelegd op 19 april 1836, onder leiding van ds. H. de Cock. Deze gebeurtenis was een direct gevolg van de landelijke Afscheiding die in oktober 1834 in Ulrum plaatsvond. Enkele inwoners van Schildwolde, zoals boerenarbeider Jan Jans Staal en zijn baas boer Meijer, ondernamen de reis naar Ulrum om de prediking van de eerste Afgescheiden predikant te horen. Zij misten iets in de diensten van de hervormde kerk in hun eigen dorp.

Derk Jans Voort uitte zijn ongenoegen over de prediking in de hervormde kerk in een geschrift getiteld ‘Boet bazuin, geblazen door Derk Jans, lid van de duurgekochte Gemeente te Schildwolde’. Dit boekje werd uitgegeven door ds. De Cock zelf.

Een centraal figuur in de aanloop naar de Afscheiding in Schildwolde was diaken A.H. Wildeman. Hij kon zich niet verenigen met de leer van de hervormde predikant ds. Abraham Bekenkamp (1786-1841), die van 1809 tot 1840 in Schildwolde diende. Wildeman zag zichzelf als een ‘ellendig zondaar, onbekwaam tot enig goed en genegen tot alle kwaad’, en meende dat ds. Bekenkamp een ‘helpende genade’ predikte, wat volgens hem in strijd was met de Dordtse Leerregels van 1619.

Oude gravure van een gereformeerde kerk met predikant

Institutie en Vroege Groei

Op 19 april 1836 kwamen ds. De Cock en tien mannen en drie vrouwen bijeen, vermoedelijk in de woning van Wildeman, om ambtsdragers te kiezen. Aeilko Harmannus Wildeman en Hindrik Harms Mulder werden aangewezen als ouderlingen, en Reinder Egberts Homan en Jacob Ennes Bakker als diakenen. Deze ambtsdragers werden waarschijnlijk door ds. De Cock bevestigd.

De eerste leden van de gemeente waren naast de vier ambtsdragers: Grietje Jans Bruin, Tjaart Geerts Geertsema, Jacob Jans Groeneveld, Jan Derks Hofman, Margien Hindriks Holhuis, Jantje Jurriens Homan, Reinder Geerts Jager, Jan Pieters Jansema, Klaas Derks Rustius en Derk Jansz Voort. De kleine gemeente begon met veertien leden.

Kerkdiensten werden gehouden in schuren, met name die van J.P. Jansema, K.D. Rustius, E.A. Bakker, A.H. Wildeman en Tj. G. Geertsema. Deze diensten waren, volgens een Koninklijk Besluit van 5 juli 1830, verboden indien er meer dan twintig toehoorders waren. De kerkenraad diende daarom een verzoek in bij het gemeentebestuur voor toestemming om kerkdiensten met meer dan twintig personen te mogen houden, waarbij ze zich aan de regels van het besluit zouden houden.

Toen ds. De Cock op 13 september 1836 een kind doopte in Schildwolde, kwam dit ter ore van de gouverneur van de provincie. De burgemeester werd verzocht in te lichten. Hoewel de burgemeester zelf niet aanwezig was, hoorde hij 's avonds dat er in de schuur van A.H. Wildeman een doop- en avondmaalsdienst was gehouden met meer dan twintig personen. Wildeman verklaarde dat er bij aanvang niet meer dan twintig personen waren, maar dat er daarna een menigte was toegevloeid en met geweld naar binnen was gedrongen.

De Eerste Eigen Kerk en Predikant

In september 1839 besloot de gemeente tot het beroepen van een eigen predikant. Na een preekbeurt van K.S. van der Schuur (1803-1845), kwam Roelf P. Medema (1799-1877) in het vizier. Medema, die nog in opleiding was bij ds. De Cock, nam het beroep aan en werd op 29 januari 1841 door ds. De Cock in het ambt bevestigd.

De kerkenraad had ondertussen plannen gemaakt voor de bouw van een eigen kerkgebouw. De gemeente groeide, en de kleine gemeente van Hellum werd bij die van Schildwolde gevoegd op 29 april 1840. A.H. Wildeman stond een stuk grond in erfpacht af voor de bouw van de kerk. Landbouwer Tj. G. Geertsema schonk fl. 1.000 voor dit doel. Al in augustus 1840 was het kerkgebouw gereed en werd het door ds. De Cock ingewijd met een preek over psalm 102:17-19.

De Afgescheiden Gemeente van Schildwolde kreeg uiteindelijk erkenning van de overheid. Een verzoek tot erkenning, ondertekend door 122 gemeenteleden, werd in december 1840 naar de gouverneur gestuurd. Op 28 april 1841 kreeg de gemeente de officiële erkenning. Het nieuwe kerkje stond ten westen van het dorp Schildwolde.

Ds. Medema diende de gemeente slechts één jaar en één dag, en vertrok op 30 januari 1842 naar Assen. Zijn opvolger, ds. G.B. Mos (1811-1870), diende de kerk van juli 1842 tot oktober 1848. Velen van zijn opvolgers stonden er slechts enkele jaren.

Uitzonderingen waren ds. L. van Dijk (1838-1897), die van december 1877 tot december 1895 (achttien jaar) predikant was, ds. J.H. Broek Roelofs (1875-1959), die van september 1909 tot april 1918 (ongeveer negen jaar) diende en een historisch overzicht schreef, en ds. J. van Dijk (1899-1980), die veertien jaar in Schildwolde stond, van september 1930 tot 8 oktober 1944, toen hij meeging met de Vrijmaking.

Foto van de Gereformeerde Kerk aan de Hoofdweg in Schildwolde

De Vrijmaking en de Nieuwe Kerk

De Vrijmaking van 1944 had grote gevolgen voor de Gereformeerde Kerk van Schildwolde. Maar liefst 95% van de leden ging met de Vrijmaking mee, waardoor er slechts elf families overbleven. De kerk aan de Hoofdweg, gebouwd in 1911 ter vervanging van de oude kerk uit 1840, werd na de Vrijmaking in 1944 gerenoveerd en in 1950 opnieuw in gebruik genomen.

Na de verkiezing van nieuwe ambtsdragers werden de eerste diensten gehouden in de woning van Jac. de Boer en later in het koetshuis van de familie Geertsema. Het kerkelijk leven kwam langzaam weer op gang. Op 16 december 1945 werd ds. J. Koopmans (1916-1994) predikant van de Gereformeerde Kerk. Hij en zijn vrouw kozen voor Schildwolde omdat de kerk en pastorie verloren waren gegaan door de Vrijmaking en er veel moest worden opgebouwd.

In 1948 telde de kerk zo'n 180 leden, wat aanleiding gaf tot het nadenken over de bouw van een nieuwe kerk. Op het terrein van gemeentelid Geertsema werd de nieuwe kerk gebouwd, aangekocht voor fl. 2.600. Het resterende geld voor de bouw werd opgebracht door collectes. Ds. J. Koopmans nam de nieuwe kerk in gebruik.

Het kerkelijk leven hervatte zijn loop met opeenvolgende predikanten. Zo deed op 17 juli 1960 ds. P.N. Kruyswijk jr. (*1935) intrede. Er ontstond opwinding omdat hij aan tafel ging bij een niet-gereformeerde inwoner van Tjuchem en interesse had voor de Pinkstergemeente.

Ds. Kruyswijk werd opgevolgd door ds. S.G. Bloem (1903-1978), die van september 1962 tot oktober 1964 verbonden was aan de kerk. Op 24 oktober 1965 deed ds. J.P. Schouten (1907-1977) intrede. In deze periode begon het kerkbezoek aan de middagdiensten terug te lopen, wat de predikant ergerde, evenals de ‘nieuwe theologische ontwikkelingen’.

Het Kerkgebouw en het Orgel

De kerk aan de Hoofdweg werd gebouwd in 1911, ter vervanging van de gereformeerde kerk die aan de overzijde van de weg stond. De oude kerk en pastorie waren gebouwd in 1840. Door de toename van het aantal kerkgangers was een groter gebouw nodig. In mei 1911 werd het oude kerkgebouw afgebroken en het materiaal verwerkt in de fundering van het nieuwe kerkgebouw.

De pastorie naast de kerk (Hoofdweg 36) werd gebouwd in 1906. De architect van de nieuwe kerk was Sense Blokzijl uit Ten Boer, en de bouw werd uitgevoerd door de firma Harryvan uit Schildwolde.

In 1949-1950 werd het kerkgebouw gerenoveerd. De laatste grondige renovatie vond plaats in 1981-1982, waarbij de toren werd voorzien van een solide fundering, dak en muren werden hersteld, en de garderoberuimten werden vergroot. Er werd een betonvloer met vloerverwarming aangelegd.

Het kerkorgel werd in 1915 geplaatst door orgelbouwer Mart Vermeulen. In 2002 werd het orgel grondig gerestaureerd en uitgebreid door Mense Ruiter, orgelmakers in Zuidwolde (Groningen). Hierbij werd het oudste pijpwerk als uitgangspunt genomen en uitgebreid met nieuwe pijpen.

De Geschiedenis van het Vermeulen Orgel

De geschiedenis van het orgel in de Gereformeerde Kerk (Vrijgemaakt) te Schildwolde gaat terug tot 1915. Orgelmaker Mart Vermeulen (Woerden) bood een groot instrument aan, vervaardigd met gebruikmaking van oudere materialen. De oorspronkelijke dispositie van het orgel omvatte een Hoofdwerk, Bovenwerk en Pedaal.

Omdat het moeilijk bleek een koper te vinden voor het gehele orgel, plaatste Vermeulen het Bovenwerk als een zelfstandig orgel in de Gereformeerde Kerk te Benschop. Het Hoofdwerk en het vrije Pedaal werden geleverd aan de Gereformeerde Kerk te Schildwolde, waar het op 22 maart 1916 in gebruik genomen kon worden.

In 1951 bracht de firma Madern-Moraal (Oldenzaal) een Bovenwerk aan, waarbij enkele registers van het Hoofdwerk werden gebruikt. De klaviatuur werd vernieuwd.

Ingrijpender waren de werkzaamheden van Mense Ruiter in 1973. De oude lade van het Hoofdwerk werd gesplitst, de opstelling gewijzigd en de transmissie-inrichting voor de pedaalstemmen verwijderd. Dit leidde tot toenemende ontevredenheid en storingsgevoeligheid.

De meest recente restauratie, uitgevoerd door Mense Ruiter Orgelmakers met Jan Jongepier als adviseur, had als doel de dispositie van het Hoofdwerk te herstellen en de situatie van de bestaande windladen grotendeels te handhaven. De elektrische laden uit 1973 werden verwijderd en de frontpijpen weer aangesloten. De magazijnbalg werd buiten de orgelkast geplaatst.

De windladen van Hoofdwerk en Bovenwerk zijn hersteld en de mechanieken herzien. Nieuwe klavieren werden aangebracht. Het pijpwerk dat in 1951 van het Hoofdwerk was weggenomen, keerde terug naar zijn oorspronkelijke plaatsen. Op het Bovenwerk is een dispositie tot stand gebracht die het werk van Vermeulen volgt, met gebruikmaking van historische registers en nieuw geconstrueerde registers.

Door de herschikking van de windladen kon een vrij pedaal worden toegevoegd. De orgelkast is door vrijwilligers schoongemaakt en bijgeschilderd.

Dispositie van het Vermeulen Orgel (na restauratie)

Manuaal Register Octaaf Type
Hoofdwerk (I) Bourdon 16 Hout
Prestant 8 Metaal
Roerfluit 8 Hout
Quintadeen 8 Metaal
Salicionaal 8 Metaal
Octaaf 4 Metaal
Fluit 4 Hout
Quint 3 Metaal
Octaaf 2 Metaal
Mixtuur II-III-IV Metaal
Trompet 8 Metaal
Bovenwerk (II) Holpijp 8 Hout
Viool 8 Metaal
Prestant 4 Metaal
Fluit 4 Hout (discant overblazend)
Fluit 2 Hout
Flageolet 1 Metaal
Klarinet 8 Metaal
Cornet V Metaal
Pedaal Subbas 16 Hout
Openbas 8 Hout
Octaafbas 4 Metaal
Bazuin 16 Hout

Koppelingen: Hoofdwerk-Bovenwerk, Pedaal-Hoofdwerk, Pedaal-Bovenwerk. Tremulant. Winddruk: 84 mm wk. Toonhoogte: a1 = 442 Hz. Temperatuur: evenredig zwevend.

Op 15 juli 2018 werd de laatste dienst in de Gereformeerde Kerk te Schildwolde gehouden, waarmee een einde kwam aan een lange en rijke geschiedenis.

tags: #vrij #gemaakt #gereformeerde #kerk #schildwolde