Binnen de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) - GKV is de “Kerngroep Bezinning GKv” actief, die de GKV op een tweesprong plaatst. De kerngroep ziet voor zichzelf een coördinerende rol weggelegd om zoveel mogelijk leden binnen de GKV te motiveren en mobiliseren om gezamenlijk op 1 mei 2023 de beslissing te nemen om niet mee te gaan met de fusie. Dit standpunt werd op 11 november ook door twee woordvoerders van de Kerngroep verwoord in het Reformatorisch Dagblad. In januari en februari 2023 vinden er regio-avonden plaats op negen verschillende plaatsen in Nederland. Het verbaast de auteur niet dat op zeven van de negen plaatsen deze voorlichting niet in een GKV-kerkgebouw plaatsvindt.
Een jaar of 15 geleden was er in Assen een ‘Studiegroep Kerkelijke Ontwikkelingen’. Deze groep hield voorlichtings- en gespreksavonden in Maranatha-kerk, het kerkgebouw van de GKV Assen-Noord tot 2005, en daarna gezamenlijk van GKV Assen-Peelo en GKV Assen-West. Dit was geen probleem, totdat een afgezette GKV-predikant, die nieuw-vrijgemaakt was geworden en in lezingen opriep om ook te breken met het kerkverband, werd uitgenodigd om te spreken over ‘de actuele situatie in de Gereformeerde Kerken (vrijg.)’.
De auteur stelt dat de Kerngroep Bezinning GKv bewust koerst op het afscheid nemen van het bestaande GKV-kerkverband. Dit kerkverband heeft plaatselijk, op classis-niveau en op minstens drie achtereenvolgende synodes nagenoeg unaniem ingestemd met de vereniging tussen GKV en Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK), soms met enige aarzeling en zorg, soms met behoud van gevoelens, maar vaak ook met diepe dankbaarheid. Ds. Gert Treurniet verwoordde beide aspecten in zijn artikel “In de kerk zit tussen betreuren en breken een harde return”.
Het is ieders goed recht om niet mee te willen gaan met deze ‘Vereniging 2.0’, aldus de auteur. Dit gebeurde ook bij de Vereniging van 1892, toen de gereformeerde kerken van de Afscheiding van 1834 en de Doleantie van 1886 fuseerden en verder gingen als “Gereformeerde Kerken in Nederland”. Een handvol kerken uit de traditie van de Afscheiding wilde niet mee vanwege bezwaren tegen sommige theologische opvattingen binnen de kring van de Doleantie. De geschiedenis dreigt zich te herhalen. Het bevreemdt de auteur echter dat er blijkbaar GKV-kerkenraden zijn die hun kerkgebouw beschikbaar stellen voor een landelijke groep kerkleden die overduidelijk iedereen oproept om zich af te splitsen van de GKV en als aparte kerkelijke groepering verder te gaan.

Dilemma's rond kerkelijke keuzes
Een persoon, aangeduid als drs. I. A., deelt een persoonlijk dilemma. In 2008 is deze persoon uit de Gereformeerde Gemeenten (Ger. Gem.) gegaan en na lang nadenken overgegaan naar de GKV. Dit had te maken met het verleden. Nu is de situatie zo dat de huidige vriend ook uit de GKV komt en zij al 2,5 jaar samen zijn. De vriend vindt dat de persoon goed moet nadenken of zij daar wil blijven, omdat zij over enkele dingen anders denkt. De persoon weet niet goed of dit door de opvoeding of door het geweten komt, zeker omdat de familie nog Ger. Gem. is.
De persoon is opgevoed in de Ger. Gem. Na het overlijden van een meisje uit de Ger. Gem. die zij goed kende, begon zij te twijfelen of ze daar moest blijven. Tevens vindt zij het erg moeilijk om te geloven welke leer nu waar is en wat het ware geloof is. Zij weet het soms gewoon niet. De persoon wil haar vriend niet kwijt, maar wil ook niet verloren gaan. Haar vriend zegt dat haar relatie met God belangrijker is dan een menselijke relatie. De persoon bidt er wel veel om en soms, als zij in de kerk zit, voelt zij ook echt dat God er is, maar soms tijden ook helemaal niet.
Een reactie op dit dilemma stelt dat de overgang van GG naar GKV een overgang is van het ene uiterste van de Gereformeerde Gezindte naar het andere. De GG legt sterk de nadruk op de noodzaak van de waarachtige bekering door het ontdekkende (de breuk met God) en het toepassende werk van de Heilige Geest; de ervaring (de bevinding) dat je als zondaar verzoend kan worden met God op grond van het Borgwerk van de Heere Jezus. De GKV legt meer de nadruk op de waarde van het genadeverbond, de beloften van God, zichtbaar bij de doop en op de noodzaak dat geloof (terecht) zichtbaar wordt in het leven; men is kind van het Koninkrijk van God en leeft dan ook als koningskind! De GG legt meer nadruk op de vraag hoe men in een herstelde gemeenschap met God komt; de GKV richt zich op hoe men vanuit de beloften tot eer van God leeft en hoe men geloof handen en voeten geeft.
Het grote verschil is zichtbaar aan de avondmaalsgang. De reactie stelt dat het van belang is of men dat verschil ervaart en of dat bespreekbaar is. Voelen beide partners aan dat het niet alleen een verschil van cultuur is, maar dat er ook andere accenten worden gelegd? Voelen zij zich samen thuis in de GKV? Uit de reactie blijkt dat de persoon na 2,5 jaar nog teveel twijfelt. Dan is het hoog tijd om af te vragen wat hen geestelijk bindt en of zij genoeg voedsel onder de prediking krijgen. Is het fundament stevig genoeg om op weg naar het huwelijk te gaan? Zo niet, dan moet men niet verder gaan. Een andere mogelijkheid is om kennis te maken met een verwant kerkverband waarin de aspecten van zonde en genade, van de noodzaak van wedergeboorte, geloof en bekering meer aan de orde komen, zodat men het geestelijk onderwijs krijgt wat men zoekt.
De schrijver van de reactie heeft, in afhankelijkheid van God, gewezen op enkele zaken die mogelijk meer licht over de situatie kunnen geven. Er wordt geadviseerd samen in gebed te gaan en hulp te vragen van een ouderling, dominee of kerkelijk werker. De HEERE regeert en zoekt ons behoud!
Een andere reactie benadrukt dat het niet van de kerk afhangt, of men verloren gaat of behouden wordt, maar alleen van de relatie met God. Wel is het belangrijk of men zich thuis voelt in de kerk waar men is en of men daar eventueel kinderen wil grootbrengen. De schrijver voegt eraan toe dat het in geen enkele kerk volmaakt is en wenst wijsheid toe.
Een persoon die de situatie herkent, deelt haar eigen ervaring. Zij is ook opgevoed in de Ger. Gem. en werd verliefd op een man die uit de GKV kwam. Destijds ervoer zij dit niet als een probleem, omdat de vrijgemaakte leer haar werd uitgelegd en zij zich daar tot op zekere hoogte in kon vinden. Ook speelde mee dat er in hun woonomgeving weinig kerken waren naast een PKN, Ger. Gem. en GKV. Haar man wilde echter niet kerken in de Ger. Gem. Omdat de keuzes niet heel ruim waren, stemde zij toe om mee te gaan naar de GKV. Nu, vele jaren later, weet zij dat er veel verschillen zijn tussen Ger. Gem. en GKV die men niet zomaar aan de kant kan schuiven, zeker niet als er kinderen komen. Haar man vindt dat hun kinderen van God zijn, maar voor haar heeft dat een heel andere lading. Het ligt eraan hoe beide partners hierover kunnen spreken. Ook zij zijn aan het kijken naar een kerk waar zij zich beiden thuis kunnen voelen, wat kan betekenen dat beiden wat water bij de wijn zullen moeten doen.
Deze persoon weet nu dat zij zich nooit thuis zal kunnen voelen bij de GKV, niet vanwege de leer, maar omdat in de praktijk blijkt dat van de werkelijk vrijgemaakte leer (ong. 1944) weinig meer over is. Zij adviseert goed na te denken als men nu al twijfelt.
Een andere reactie benadrukt dat het om God, Zijn woord en Jezus Christus gaat. De Ger. Gem. wordt als de beste van de Gereformeerde Gezindten beschouwd. De schrijver merkt op dat er in de PKN-kerk waar zij zich bevindt, iedereen gelovig is en de kerkdienst gericht is op gelovigen, maar dat zij zoekt naar vergeving van zonden, wat nauwelijks gehoord wordt in de preek of in persoonlijk gesprek met de predikant. De vraag wordt gesteld of men dan verantwoordelijkheid neemt door te blijven, of juist door niet te blijven.
Een persoon die de GKV van dichtbij kent, vrienden heeft en werkt in een vrijgemaakte instelling, merkt op dat, hoewel er goede gesprekken zijn, men niet op één lijn komt vanwege het te grote verschil. Wel is in de loop der jaren het fanatisme van de vrijgemaakte kerk afgenomen, wat zowel een positieve (ruimer kijken/denken) als een negatieve kant kan hebben (oppervlakkige en flauwe prediking).
De vraagsteller wenst Gods licht op het pad, omdat dit moeilijke en belangrijke vragen zijn. Er wordt geadviseerd om daar te zijn waar men geestelijk onderwijs en voeding krijgt. De prediking over vergeving van zonden lijkt op een laag pitje te staan bij de vraagsteller. Het is niet de bedoeling dat men gaat 'shoppen' tussen kerken, maar een kerk zoekt waar de Heere recht gediend wordt.
Een persoon die jarenlang de Bijbel heeft bestudeerd over ‘wat te doen om je af te scheiden’, kwam tot de conclusie dat, als er geen ware kerk meer is, men moet blijven waar men door God geplaatst is. Net als de levieten deed men niet mee aan het verval, maar liep men niet weg. Na het constateren dat de preken in de GKV zo slecht werden dat dit publiekelijk kwaadspreken van de weg des Heeren werd genoemd, en de conclusie dat áls er dan geen ware kerk meer is, men moet blijven waar men geplaatst is, keerde deze persoon terug naar de GKv. Dit was een vreselijk moeilijke stap, omdat het gaat om vergeving van zonden en het leren kennen van Hem, wat een zaak van leven of dood is.
De auteur van een van de reacties stelt dat de ambtelijke bevoegdheid van een predikant onlosmakelijk verbonden is met het kerkverband. De bevoegdheid geldt ‘in alle Nederlandse Gereformeerde Kerken’ en wordt verleend onder goedkeuring van het kerkverband. Een emeritus-predikant die zich onttrekt aan de NGK vanwege zijn geweten kan niet langer aan de NGK verbonden zijn. De Commissie Kerkelijke Adviezen (CKA) heeft een adviestekst geschreven over het handelen wanneer een emeritus-predikant breekt met het kerkverband. De CKA stelt dat de predikant die zich onttrekt zijn ambt binnen de NGK niet kan behouden, maar het ook niet automatisch verliest.
De CKA adviseert om niet, volgens KO art. B13.1, over te gaan tot schorsing en afzetting, omdat het gezag van een kerkenraad niet verder reikt dan de kring van de kerk. De auteur van het artikel vindt het advies en de onderbouwing van de CKA onjuist en verwerpelijk, vanwege een 'horizontalistische opvatting van het ambt van predikant'. Volgens de auteur komt het ambt van boven en van beneden, in die volgorde. De kerkenraad kan de roeping niet ongedaan maken. Wie dienaar is van het goddelijk Woord en vanwege zijn beloofde trouw aan de Zender van dat Woord positie kiest tegen de heersende koers van een kerkverband, kan wel buiten dat kerkverband komen te staan, maar verliest daarmee niet zijn predikantschap als zodanig. De CKA suggereert het toepassen van kerkelijke tucht, wat de auteur beschamend en kwetsend vindt.
De auteur stelt dat de GS Goes GKv 2020 uitdrukkelijk heeft uitgesproken dat een kerkenraad een predikant uit de PKN kan uitnodigen voor te gaan in de eredienst, mits deze gebonden is aan de leer van de Bijbel zoals beleden in de gereformeerde belijdenissen. De kerkenraad dient hierover de gemeente te informeren en de classis/regio op de hoogte te stellen. Het CKA-advies wordt als eenzijdig en misplaatst beschouwd.
De auteur concludeert dat de CKA moeite heeft om zich te verhouden tot emeritus-predikanten die naar eer en geweten God meer willen gehoorzamen dan mensen. Kerkelijke tolerantie en oproepen tot verbinding en respect gaan kennelijk samen met de suggestie van tuchtrechtwaardigheid van broeders die de NGK niet verlaten omdat ze dwalingen omarmen of het geloof vaarwel zeggen.
Kritiek op afsplitsing en eenheid
Drie GKV-kerken (Capelle aan den IJssel-Noord, Vroomshoop en Urk) willen niet meegaan met de hereniging van de GKv en NGK en willen, in samenwerking met de Kerngroep Bezinning GKv, kerkleden mobiliseren om te breken met hun broeders en zusters in hun plaatselijke gemeente. Deze kerken willen zich uiteindelijk aansluiten bij de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) en geen nieuw kerkverband stichten. Ze willen ‘gereformeerde oecumene’ nastreven door het stichten van ‘preekplaatsen’ voor behoudende voorgangers en emeriti uit de GKv.
De auteur vindt dit triest, omdat deze kerken een scheur in hun eigen gemeente veroorzaken. Capelle-Noord zag ruim 100 van de 260 leden vertrekken, Vroomshoop een grote minderheid van de kerkenraad en bijna de helft van de 335 leden bleef bij het herenigde kerkverband, en Urk zag minstens 150 van de ruim 700 gemeenteleden lid worden van de NGK ter plaatse. De auteur vraagt zich af wat het streven naar ‘gereformeerde oecumene’ waard is als men daardoor een scheuring in de eigen gemeente veroorzaakt.
Daarnaast gaan de drie afgescheiden GKv-kerken wel gesprekken voeren met de twee andere nieuw-vrijgemaakte kerkverbanden (de DGK en de GKN), maar willen zich uiteindelijk voegen bij de CGK. De auteur vindt het opmerkelijk dat de DGK en GKN, die ook in staat van hereniging zijn, worden gepasseerd ten faveure van de CGK, waar dezelfde problematieken spelen die reden zijn om te breken met het eigen kerkverband.
Op 13 mei organiseerde de Kerngroep Bezinning, in samenwerking met de drie uitgetreden GKv-kerken, een besloten vergadering om te spreken over de mogelijkheden voor hen die niet mee kunnen gaan in de fusiekerk NGK. De bedoeling is om ‘preekplaatsen’ te stichten waar behoudende voorgangers en emeriti uit de GKv kunnen voorgaan. De auteur merkt op dat deze kerken openheid van zaken missen, in tegenstelling tot de ‘Acte van Vrijmaking of Wederkeer’ van 11 augustus 1944.
De auteur stelt dat het streven naar ‘gereformeerde oecumene’ waardeloos is als men overal in het land kerkleden oproept om te breken met de eigen plaatselijke kerk waar Gods Woord getrouw verkondigd wordt, en preekplaatsen opent waar gemeenteleden bewust worden opgeroepen daaruit weg te blijven.
Drie kleine vrijgemaakte kerken met samen amper 900 leden verklaren publiek ‘de katalysator voor een nieuwe lente van een gereformeerde oecumene’ te willen worden. Dit wordt door de auteur als een ‘grote broek’ beschouwd die al gescheurd is, met scheuringen in drie plaatselijke gemeentes en afsplitsingen die dreigen in de rest van het land.
Ds. Gert Treurniet reageerde op de uitspraken van een lid van de Kerngroep Bezinning: 'In de kerk zit tussen betreuren en breken een harde return (…) Weet je wat in elk geval zonde is? De kerk scheuren. Je broers en zussen, die je van de Heer kreeg, in de steek laten.'
Ds. K. Catharinus (Rien) van den Berg, voormalig predikant van de gkv Dronten-Zuid, verbond zich in 2018 aan de Koningskerk (cgk-gkv-Ngk) in Deventer. Hij heeft zich aangesloten bij een van de twee nieuw-vrijgemaakte kerkverbanden. Emeritus-predikanten Henk Drost en Alko Driest hebben aangegeven niet langer lid te willen blijven van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Henk Drost heeft zich aangesloten bij een van de twee nieuw-vrijgemaakte kerkverbanden en Alko Driest weet nog niet waar hij zich bij aan zal sluiten.
De auteur signaleert dat het besluit (2017 en 2020) om vrouwen toe te laten tot de ambten voor veel oud-GKV’ers het laatste duwtje is geweest om de stap te zetten. Daarachter ligt een grotere moeite, namelijk hoe er wordt omgegaan met het gezag van de Bijbel, zowel in de prediking als in de christelijke levensstijl. Dit wordt als jammer en te gemakkelijk beschouwd, vergelijkbaar met de toename van het aantal echtscheidingen.
Als rode draad bij kerkverlating vanuit verontrusting ziet de auteur dat de eigen overtuiging over wat gereformeerd is, belangrijker gevonden wordt dan waar men samen als gereformeerde kerken en christenen voor wil staan. ‘Ik voel me niet meer thuis in mijn eigen kerk(verband)’ is vaker een oorzaak dan men wil toegeven.
Eén ding vindt de auteur vooral pijnlijk aan het vertrek van gemeenteleden en predikanten: het gebrek aan geduld dat zij niet kunnen opbrengen ten opzichte van gemeenteleden en predikanten die wel blij zijn met ontwikkelingen in de GKV sinds half jaren ’90. Hoewel er ook kerkleden vertrokken zijn uit onvrede over het strakke vrijgemaakte exclusivisme, zijn er meer die uit liefde en loyaliteit gebleven zijn, ook al waren ze vóór de vrouw in het ambt, misten ze in de prediking de persoonlijke component en waren ze het niet eens met rigide kerkelijke praktijken. Deze minderheid schikte zich naar de meerderheid omdat zij beseften dat het uiteindelijk niet om dit soort zaken gaat, maar om de vraag of Christus op een gereformeerde manier gepredikt wordt en of men daar samen op aanspreekbaar wil zijn.
Nu zijn de rollen omgedraaid: de meerderheid is in veel opzichten de minderheid geworden. Dat voelt onprettig als men altijd tot de meerderheid behoord heeft. Wat de auteur vooral mist bij predikanten die overstappen, is het besef dat men geroepen is om Gods Woord trouw te blijven verkondigen, ook als het kerkschip in zwaar weer terecht is gekomen. De mentaliteit van de westerse maatschappij is als een orkaan die alle kerken op hun grondvesten doet schudden. Dit leidt tot spanning tussen ‘kerk’ en ‘samenleving’, en tussen ‘veelkleurigheid’ en ‘herkenbaar gereformeerd’.
Het kerkschip van GKV+NGK deint te gemakkelijk mee op de golven van de samenleving. Andere kerkverbanden lijken meer op een kerkvloot waar men uit elkaar drijft omdat de meerderheid de minderheid geen ruimte wil bieden om een iets bredere koers te varen. Er zijn dus spanningen binnen de GKV, en men vaart samen vrij unaniem een zorgelijke koers. De auteur begrijpt niet waarom sommige ‘kapiteins’ dan het kerkschip verlaten. De auteur gelooft niet dat de GKV-kerken zo erg uit koers zijn geraakt dat het oriëntatiepunt verdwenen is en het kompas is ingeruild voor de subjectieve deskundigheid van elke willekeurige kapitein.
In de Bijbel leest men over koning Joas die van de profeet Elisa de opdracht kreeg om pijlen af te schieten als overwinningsteken van de HEER in de oorlog tegen de vijanden van Gods volk. Daarna moest Joas met de overgebleven pijlen op de grond stampen. Dat deed hij drie keer. De auteur interpreteert dit als een metafoor voor de trouw aan God en het kerkverband, zelfs in moeilijke tijden.
Prof. dr. J. van Bruggen stelt in een interview dat niemand bij zijn geboorte voor de ene of andere kerk kiest en dat het de mens niet gegeven is zijn eigen kerk uit te kiezen. Men wordt ergens geplaatst en die plaats heeft men trouw willen innemen. Trouw is hier het sleutelwoord; ontrouw is een ziekte van onze tijd.
Calvijn wordt geciteerd met de stelling dat de zuivere bediening van het Woord en de zuivere bediening van de sacramenten een duidelijk bewijs zijn dat een gemeenschap veilig als echte kerk geaccepteerd kan worden. Zelfs als er fouten zijn, mag men zo’n kerk niet afwijzen zolang ze deze twee dingen vasthoudt. Verschil van mening over niet-noodzakelijke zaken mag geen reden zijn om uit elkaar te gaan, zolang de gezonde leer van het behoud bewaard blijft en de vroomheid ongeschonden overeind staat, en de sacramenten gebruikt worden zoals de Heer die heeft ingesteld.
Het Grote Schisma - Kerkgeschiedenis vereenvoudigd
tags: #gkv #predikant #stapt #uit #kerkverbanf