Inleiding tot het Lucasevangelie
Het Evangelie volgens Lucas, vaak kortweg Lucas of Lukas genoemd, is het derde van de vier evangeliën in het Nieuwe Testament van de christelijke Bijbel. Het behoort tot de synoptische evangeliën, wat betekent dat het vergelijkbare inhoud deelt met de evangeliën van Matteüs en Marcus.
Het Evangelie volgens Lucas en de Handelingen van de Apostelen vormen samen een tweedelig werk dat is opgedragen aan Theofilus. De tekst, die wel een kort voorwoord met een verantwoording bevat, noemt de schrijver niet expliciet. De vroegste aanwijzing dat de apostel Paulus reisgezellen had die eventueel ook teksten schreven, vinden we bij Justinus de Martelaar. De eerste uitdrukkelijke vermelding van Lucas als schrijver van het Lucasevangelie vinden we bij Irenaeus in circa 180 n.Chr. De aanname van het auteurschap van Lucas door de vroege kerkvaders lijkt echter vooral gebaseerd te zijn op indirecte gegevens. Ireneüs benadrukte dat Lucas en Paulus "onafscheidelijk" waren, gebaseerd op passages in Handelingen waar de auteur over "ons" spreekt. Het is echter de vraag of de auteur hiermee wil aangeven dat hij een van de betrokkenen was; het kan ook een stijlfiguur zijn of passages die integraal zijn overgenomen uit een andere bron.
De consensus onder Bijbelwetenschapers is dat het evangelie volgens Lucas is geschreven door een anonieme christen. Een reden voor het betwijfelen van het auteurschap van Lucas is het verschil tussen het beeld van Paulus in Handelingen en het beeld van Paulus uit zijn brieven. Dit verschil is dusdanig groot dat het niet waarschijnlijk lijkt dat Handelingen is geschreven door iemand die lange tijd nauw met Paulus samenwerkte. Sommige onderzoekers houden echter vast aan Lucas als auteur of houden deze mogelijkheid open. Handelingen bevat maar een beperkt aantal 'wij'-passages, en het is mogelijk dat de auteur Paulus slechts op enkele reizen vergezeld heeft. Er zijn ook geen aanwijzingen dat de auteur de brieven van Paulus kende of gelezen heeft, wat de verschillen in theologie zou kunnen verklaren.

Kenmerken van het Evangelie volgens Lucas
Het Lucasevangelie is het meest uitgebreide Evangelie. Woordgebruik en stijl tonen dat de schrijver een ontwikkeld man was. Hij verwijst regelmatig naar ziekten en diagnoses, wat mogelijk verklaard kan worden doordat hij een arts was, zoals vermeld in Kolossenzen 4:14. Lucas besteedt veel aandacht aan Jezus’ omgang met mensen, legt nadruk op gebed, wonderen en engelen. Hij tekent lofliederen op en geeft vrouwen een belangrijke plaats.
De auteur van Lucas en Handelingen had goede kennis van Romeins procesrecht en was ook goed bekend met zowel de joodse theologie als met hellenistische gebruiken. Dit duidt op een breed georiënteerde opvoeding en opleiding. Zijn vertelperspectief is keer op keer dat van een stedeling. Tot zeker het midden van de 20e eeuw werd 'Lucas' gezien als prototype van het vroege heidenchristendom. Sinds die tijd is het beeld verschoven naar een sterkere worteling in de joodse geloofstraditie, met gedetailleerde kennis van cultische uitvoeringspraktijken. Dit duidt op een joodschristelijke afkomst.
Lucas maakt duidelijk dat Jezus het heil is komen brengen voor alle mensen. Op grond hiervan wordt vaak beweerd dat de auteur zich vooral tot niet-joodse christenen richt. Toch bevestigt hij voortdurend dat de gemeente, ondanks verschillen van inzicht, trouw moet blijven aan de overleveringen van Israël. In het eerste deel van het Evangelie van Lucas speelt naast Jezus, Johannes de Doper een belangrijke rol. Parallelle verhalen over de aankondiging van de geboorte van Johannes en Jezus en vertellingen over hun geboorte en jeugd verduidelijken de betekenis en de reikwijdte van hun latere optreden.
Opvallend is Lucas' pleidooi voor verbetering van de maatschappelijke positie van de armen, waarbij hij zich op de eerste plaats tot de welgestelden richt. Hij benadrukt de mildheid en goedheid van de Zaligmaker, die zich het lot van zondaars en armen in het bijzonder aantrekt: "Gelukkig de armen, want voor jullie is het koninkrijk van God." Lucas lijkt Jezus' leven te willen verhalen als dat van een verstotene, die nergens welkom is.
De wonderbaarlijke visvangst (Lucas 5:1-11)
Een van de bekende verhalen in het Lucasevangelie is de roeping van de eerste leerlingen, zoals beschreven in Lucas 5:1-11. Dit wordt ook wel de wonderbare visvangst genoemd.
Op een dag stond Jezus aan de rand van het meer van Gennesaret te preken. De mensen kwamen steeds dichter bij Hem staan om goed te kunnen horen wat Jezus over God vertelde. Het was zo druk! Daarom keek Jezus om zich heen. Hij zag twee boten liggen. De vissers, van wie de boten waren, stonden een stukje verderop hun netten schoon te spoelen. Hij stapte in de boot van Simon en vroeg hem een stukje het meer op te varen. Nu kon iedereen Hem goed zien.
Toen Hij klaar was, zei Hij tegen Simon: "Vaar nu naar het diepe en gooi de visnetten uit." Simon protesteerde: "Meester, we hebben al de hele nacht gevist. We hebben helemaal niets gevangen. Maar goed, als U het zegt, proberen we het nog een keer." Ze gooiden de netten uit en vingen zoveel vissen dat de netten bijna kapot scheurden. Daarom vroegen ze hun vrienden in de andere boot om hulp. Toen die gekomen waren, konden ze allebei de boten vullen met vis. Die waren zo vol dat ze bijna zonken.
Toen hij dat zag, viel Simon Petrus voor Jezus op de knieën en zei: "Heer, ga bij mij weg. Ik ben een slecht mens." Hij was helemaal van slag. Ook de anderen waren in de war. Zoveel vissen hadden ze nog nooit gevangen. Bij hen waren ook Jacobus en Johannes, twee broers die met Simon samenwerkten.
Jezus zei: "Niet bang zijn. Voortaan vangen jullie geen vissen meer, maar helpen jullie mij om leerlingen te vinden."

De genezing van de verlamde man
Een ander belangrijk verhaal uit Lucas is de genezing van een verlamde man. Dit wordt gezien als een paradigmatisch wonderverhaal, wat betekent dat het dient als kader voor een gedenkwaardige uitspraak van Jezus.
Op een dag zaten er ook farizeeën en wetsleraren naar Jezus te luisteren. Jezus had van God de macht gekregen om mensen beter te maken. Er kwamen een paar mannen aan met een draagbed. Daar lag een man op die niet kon lopen. De mannen wilden hem naar binnen brengen en vlak voor Jezus neerleggen. Maar het was zo druk dat ze er niet langs konden. Daarom klommen ze op het dak. Ze haalden een paar tegels weg van het dak.
Jezus zag dat die mensen in hem geloofden. Toen de wetsleraren en de farizeeën dat hoorden, dachten ze: "Wie denkt hij wel dat hij is! Hij beledigt God." Maar Jezus wist wat ze dachten. Daarom zei hij tegen hen: ‘Het is anders dan jullie denken. Het lijkt makkelijk om te zeggen: ‘Ik vergeef je alles wat je verkeerd gedaan hebt.’ Het lijkt veel moeilijker om te zeggen: ‘Sta op en ga lopen.’ Maar ik ben de Mensenzoon. God heeft mij de macht gegeven om zonden te vergeven.'
Toen zei Jezus tegen de man die niet kon lopen: ‘Sta op, pak je bed op, en loop naar huis.’ Meteen stond de man op. Hij pakte zijn bed op en liep naar huis. Iedereen had gezien wat er gebeurd was. De mensen waren diep onder de indruk.
In de tijd waarin Jezus leefde, dachten de mensen dat een ziekte of een handicap een straf was van God, omdat de persoon zelf of zijn ouders iets verkeerd hadden gedaan. In de Bijbel is ‘verlamd zijn’ ook een manier om te zeggen dat iemand door een situatie verlamd is, zoals angst, moedeloosheid, wanhoop of frustratie. Het ‘opstaan’ doet aan ‘opstanding’ denken: voluit leven, er weer bij zijn. Dit optreden van Jezus doet voorspellingen in het Oude Testament in vervulling gaan en toont aan dat Jezus door God gezonden is. Jezus plaatst zich hier op gelijke voet met God, wat voor de joden toen een godslastering was.

Structuur en Datering
Het Lucasevangelie kan op verschillende manieren worden ingedeeld:
- Jezus' optreden en verkondiging in Galilea (4:14 - 9:50): Jezus verzamelt de discipelen en reist met hen langs diverse plaatsen in Galilea.
- De reis naar Jeruzalem (9:51 - 19:27): Jezus reist met zijn discipelen van Galilea naar Jeruzalem.
Het evangelie begint met een uitgebreide beschrijving van de geboorte van Jezus Christus, inclusief de lofzang van Maria (het Magnificat) en de lofzang van Zacharias (het Benedictus). Een belangrijk deel van het evangelie wordt ingenomen door de lijdensgeschiedenis, het lijden en sterven van Jezus. Aan het eind van het evangelie vinden we het verhaal van de Emmaüsgangers, dat zich afspeelt vlak na Jezus' dood en opstanding.
De datering die voor het Lucasevangelie (en voor Handelingen) gehanteerd wordt, loopt sterk uiteen, van circa 60 n.Chr. tot 90 n.Chr. Een van de factoren die bij de datering een rol spelen is dat Paulus' dood niet vermeld wordt en de boeken in het algemeen geen verwijzingen bevatten naar gebeurtenissen na circa 60 n.Chr. Dit zou erop kunnen duiden dat de twee boeken voor het jaar 60 geschreven zijn. Het kan echter ook het resultaat zijn van het doel dat de auteur heeft: de boodschap van Jezus te laten zien en hoe die bekendgemaakt wordt bij zowel Joden als heidenen.
De auteur maakt in het woord vooraf (1:1-4) duidelijk dat zijn boek steunt op oudere bronnen, die teruggaan op overleveringen van de oorspronkelijke ooggetuigen. Algemeen wordt aangenomen dat het evangelie van Marcus daartoe behoort, zij het wellicht in een meer primitieve vorm. Een gedeelte van de stof, zoals de grove verhaallijn, heeft Lucas gemeen met Matteüs en Marcus. Met Matteüs heeft Lucas verder vrijwel uitsluitend gelijkenissen en uitspraken van Jezus gemeen. Andere passages komen alleen in Lucas en Marcus voor.
Jesus Film (Nederlands)
Theologische Thema's en Interpretaties
Een belangrijke rol speelt bij Lucas de Heilige Geest, zowel in het evangelie als in Handelingen. Het eerste wat het Lucasevangelie vermeldt over Jezus' optreden als volwassene is dat de Heilige Geest op hem neerdaalt. Ook Jezus zelf wordt door de geest vervuld en geleid.
In Lucas' christologie ligt de nadruk op Jezus als profeet. Jezus spreekt als een profeet en handelt ook als een profeet. Zo vertelt Lucas hoe Jezus de gestorven enige zoon van een weduwe tot leven wekt, net als de profeet Elia. De mensen die getuige waren van Jezus' daad concluderen vervolgens dat hij een "groot profeet" is. En net als de grote profeten uit het Oude Testament zal ook Jezus door zijn eigen mensen verworpen worden.
Dit thema, dat het heil dankzij Jezus niet langer enkel voor Israël is, maar voor alle volken, komt ook in de andere evangeliën terug, maar nergens zo sterk als bij Lucas. Het vormt het hoofdthema van Handelingen, eindigend met Paulus die in het centrum van de toenmalige wereld, Rome, het evangelie predikt. Maar ook in het Lucasevangelie komt dit thema telkens terug, bijvoorbeeld in de geslachtslijst van Jezus die Lucas opgenomen heeft.
De wonderberichten in Lucas, zoals de wonderbare visvangst, worden ook vanuit verschillende theologische invalshoeken geïnterpreteerd. Rudolf Bultmann zag wonderverhalen als "enacted parables", waarbij de kernboodschap centraal staat en de historiciteit van het wonder minder relevant is. Frederik O. van Gennep interpreteerde het wonderbericht uit Lucas 5 ook als een "enacted parable", waarbij de grootte van de vangst de genadegaven van God symboliseert die mensen niet volledig kunnen bevatten. Het gaat niet zozeer om de vis, maar om het besef dat men leeft van Gods genade.
De roeping van de eerste leerlingen (Lucas 5:1-10) wordt gezien als een gebeuren waarbij Jezus leerlingen betrekt bij de beweging van Gods heil. De belijdenis van Petrus ("Heer, ga bij mij weg. Ik ben een slecht mens") wordt geïnterpreteerd als een besef van de afstand tussen God en mens, die door Jezus' reactie ("Vreest niet") wordt overbrugd.
