Werk, Bid & Bewonder: Een Nieuwe Kijk op Calvinisme en Kunst in het Dordrechts Museum

Het Dordrechts Museum presenteert de tentoonstelling Werk, Bid & Bewonder, die de relatie tussen kunst en calvinisme onderzoekt en daarbij vooroordelen en mythes ontkracht. Deze tentoonstelling, een initiatief naar aanleiding van het 400-jarig jubileum van de Synode van Dordrecht (1618-1619), stelt dat het calvinisme, vaak geassocieerd met soberheid en spaarzaamheid, juist heel goed samengaat met kunst, die doorgaans geassocieerd wordt met rijkdom en luxe. De expositie laat zien dat de gereformeerde elite in Nederland, met name vanaf de Gouden Eeuw, kunst gebruikte om hun welvaart en status te etaleren, en dat voorspoed door God werd gewild en gegeven.

Een artistieke impressie van de tentoonstelling

De Mythe van Soberheid Ontkracht

De tentoonstelling wil aantonen dat de heersende opvatting van het calvinisme als saai en sober niet strookt met de historische realiteit. Conservator Marianne Eekhout legt uit dat de 'mythe van soberheid en gematigdheid' pas aan het einde van de negentiende eeuw ontstond, mede door figuren als Abraham Kuyper, die zich identificeerde met de 'kleine luyden', de eenvoudige, hardwerkende gereformeerden. De tentoonstelling daagt dit stereotype beeld uit door de rijke visuele cultuur die voortkwam uit het calvinisme te belichten.

Thema's van Liefde en Geloof in Beeld

Junior conservator Zenzy Blindeling leidt bezoekers rond langs de verschillende facetten van liefde, gepresenteerd aan de hand van thema's als naastenliefde, familieliefde, relaties, het lichaam en spirituele liefde. Deze thema's worden belicht aan de hand van meer dan levensgroot geprojecteerde filmbeelden van zingende gelovigen van de Amsterdam City Church, en een breed scala aan kunstwerken.

Een belangrijk thema is naastenliefde, geïllustreerd door werken zoals Jésus à l’Hôpital (2021) van Wout Herfkens, die met een crucifix uit de kringloopwinkel de zelfopoffering van Christus verbeeldt. Ook Bas Meermans kleurrijke doek van de Heilige Sebastiaan (2009) illustreert zorg voor de ander.

De tentoonstelling onderzoekt ook de complexiteit van liefde, met aandacht voor pijnlijke keerzijden zoals twijfel, jaloezie en haat. Het hoofd van Johannes de Doper, een thema uit de late middeleeuwen, wordt getoond in een 16e-eeuwse albasten kop en een met (half)edelstenen versierde schaal door Carolein Smit (2007). De kritiek van Johannes op koning Herodes leidde tot zijn onthoofding, een verhaal dat ook in de zaal over familieliefde aan bod komt, met een eigentijdse piëta door Rini Hurkmans (2003) en een impressie van een Afro-Surinaamse begrafenisstoet door Frank Creton (2025).

Een detail van een schilderij dat een Bijbels tafereel uitbeeldt, met nadruk op de emoties en de symboliek.

Wisselwerking tussen Oud en Nieuw

De expositie kenmerkt zich door de dialoog tussen oude, moderne en hedendaagse werken, wat zorgt voor een boeiende ervaring. Hedendaagse kunstenaars bouwen voort op oudere kunstwerken en religieuze thema's worden vertaald naar moderne, profane uitingen.

Voorbeelden hiervan zijn:

  • Charles Eycks' Christus en de Samaritaanse vrouw (1933).
  • Pierre de Grauws minimalistisch vormgegeven portretbuste van de Man van Smarten (1966).
  • Ossip Zadkine’s Pieta (1955).
  • Een geschilderde Demonenuitdrijving bij Maria Magdalena (2020) door Helen Verhoeven.

Marc Mulders verwerkte de traditionele iconografie van de gekruisigde Christus in een zeefdruk, waarin hij een krantenfoto van voetballer David Beckham opnam, die met ontbloot bovenlijf en gespreide armen lijkt op Jezus aan het kruis. Dit thema is ook terug te vinden in een kleurrijk glasraam met de Apocalyps (2006), speciaal gemaakt voor het Catharijneconvent.

Een opvallend werk is de Condoommonstrans (2024) van Paul Derrez, waarin een condoom is verwerkt in het religieuze object. Dit werk, met een stralenkrans van harten en spermatozoïden, daagt de kijker uit en kan geïnterpreteerd worden als een commentaar op spiritualiteit en seksualiteit.

Nieuwe Perspectieven op Religieuze Iconografie

De Ghanese kunstenaar Kenneth Aidoo, een nieuwkomer in de collectie, brengt indringende hedendaagse werken. Zijn werk Adam en Eva (2025) is het campagnebeeld van de tentoonstelling. Aidoo rekent af met de traditionele westerse interpretatie van Jezus als een blonde, blauwogige adonis, en presenteert in zijn portret van een Zwarte Jezus (2025) een alternatieve beeldvorming.

Een krachtige en expressieve afbeelding van een zwarte Jezus, geschilderd in een moderne stijl.

De tentoonstelling toont ook hoe Bijbelse verhalen worden geherinterpreteerd. De geschiedenis van Jozef en de vrouw van Potifar wordt getoond in een schilderij uit circa 1540 van Pieter Coecke van Aelst, waarbij de vrouw in negligé Jozef achterna zit. In een naastgelegen vitrine is een broeksknoop te zien met een minuscule, toepasselijke verbeelding van dit Bijbelse verhaal.

Kunst en Spiritualiteit in het Interbellum

De tentoonstelling Tussen Hemel en Oorlog: Kunst en Religie in het Interbellum, die de zoektocht naar spiritualiteit verder verkent, toont hoe kunstenaars in de turbulente jaren van het interbellum reflecteerden op religie en spiritualiteit. Werk van realisten, expressionisten, kubisten en surrealisten is te zien, evenals werk van docenten en leerlingen van het Bauhaus.

Käthe Kollwitz's Pieta (1937) is een deerniswekkende, eigentijdse interpretatie van een middeleeuws thema, waarin zij haar in de oorlog verloren zoon in de armen houdt. Alexej von Jawlensky en Jacoba van Heemskerck lieten zich, naast het christendom, inspireren door esoterische stromingen zoals theosofie en antroposofie.

Max Beckmann uitte zijn teleurstelling en boosheid over een God die de wereld in de steek had gelaten, in een rauwe beeldtaal. Zijn credo, "...mijn religie is verzet tegen God!", staat centraal in zijn werk Das Martyrium.

Een expressionistisch schilderij dat de emoties en de worsteling van het geloof tijdens het interbellum weergeeft.

Het boeiende beeldverhaal van deze periode biedt ook vrouwen een stem. Van Mariette Lydis is een modern vormgegeven Annunciatie te zien (1931). Adya van Rees, Marianne von Werefkin en Charley Toorop zijn ook vertegenwoordigd met religieus geïnspireerd werk.

Het monumentale wandkleed Dieu avertit (1929) van Adya van Rees, geborduurd met engelengeduld, getuigt van de bekering tot het christendom van Otto en Adya van Rees, die hun heil zochten in Ascona om aan de oorlog te ontsnappen. Naast het rustbed van Eva, de moeder aller zonden, staat God de vader met geheven vinger.

De Synode van Dordrecht en de Visuele Cultuur van het Calvinisme

De tentoonstelling Werk, Bid & Bewonder in het Dordrechts Museum is een directe reactie op de Synode van Dordrecht, die van november 1618 tot mei 1619 plaatsvond. Deze synode, de eerste protestantse kerkvergadering met deelnemers uit heel West-Europa, legde de basis voor de Dordtse Leerregels en gaf opdracht tot de eerste officiële Nederlandstalige Bijbelvertaling.

De tentoonstelling ontrafelt clichés over kunst en calvinisme en ontkracht mythes, zoals het idee dat gereformeerden altijd in het zwart gekleed waren en bloot taboe was. Het museum toont aan dat kunst en calvinisme juist heel goed samengaan. Gereformeerden, met name de elite, versierden hun huizen met kunst, maar legden wel andere accenten.

De periode vanaf de zestiende eeuw, toen Willem van Oranje de Opstand tegen de Spaanse heerschappij begon, wordt belicht. De keuze voor het katholicisme of het protestantisme had invloed op het stedelijke religieuze klimaat. In Dordrecht werd de katholieke eredienst pas in 1581 verboden, waarbij oorspronkelijke eigenaren van altaarstukken de kans kregen deze elders onder te brengen. Het Halincq-Triptiek (ca.1530) door Jan Swart van Groningen is een voorbeeld van zo'n katholiek altaarstuk dat in huis werd genomen door een gereformeerde familie.

Een afbeelding van het Halincq-Triptiek, een groot katholiek altaarstuk dat de overgang van religieuze kunst in gereformeerde huizen illustreert.

De nieuwe inrichting van de gereformeerde kerken werd een geliefd onderwerp voor schilders. In de tentoonstelling zijn interieurschilderijen te zien van onder anderen Johannes Bosboom, Pieter Saenredam en Emanuel de Witte. Deze werken ontkrachten het stereotype beeld van puur wit beschilderde kerken zonder decoratieve elementen. Een aquarel (1789) van Vincent Jansz van der Vinne toont aan dat de Grote of Sint Bavo Kerk in Haarlem vroeger rijk was aan houten borden, beschilderd met familiewapens, koorbanken, glas-in-loodramen en preekstoelen. Nieuw waren de tekstborden met Bijbelteksten.

De tentoonstelling toont een breed scala aan verbeelde onderwerpen, waaronder portretten, landschappen, historiestukken en Bijbelse taferelen, waarbij engelen wel, maar God niet wordt afgebeeld. De illustratie van Bijbels, zoals de wereldkaart van Bastiaan Stoopendaal (1686), toont de groeiende vraag naar visuele toevoegingen.

Moderne Kunstenaars en hun Protestantse Achtergrond

Het sluitstuk van de tentoonstelling wordt gevormd door drie moderne schilders: Vincent van Gogh, Piet Mondriaan en Theo van Doesburg. Hun protestantse vaders en opvoeding worden gezien als drijfveer voor hun latere vernieuwingsdrang.

  • Van Gogh schilderde een kerktoren (De Oude Toren van Nuenen, 1884) en de ouderlijke pastorie (De Pastorie te Nuenen, 1885) in timide bruintinten.
  • Mondriaan toont een religieus-romantische benadering van het landschap (Veld met Bomen, 1907).
  • Van Doesburg is vertegenwoordigd met een glas-in-loodraam, verwijzend naar de traditionele waardering van gereformeerden voor glasschilderkunst.

Theo van Doesburg geloofde dat glas-in-lood een mystieke ruimtelijke ervaring kon bewerkstelligen.

Calvijn over Kunst

Johannes Calvijn, in zijn Institutie, stelde dat beelden niet per se verboden zijn, maar dat ze zuiver en rechtmatig gebruikt moeten worden. Hij was niet tegen kunst in het algemeen, maar tegen werken die onzuiver zijn of op onwettige wijze worden gebruikt. Zijn richtlijnen voor zuivere kunst omvatten onderwerping aan het Woord van God, nederigheid, soberheid, eenvoud, trouw aan de natuur, vakmanschap, harmonie en ingetogenheid. Calvijn was kritisch op de devotiepraktijken van zijn tijd en beducht voor afgoderij, wat leidde tot het verbod op beelden van Maria en heiligen. Hij benadrukte de directe relatie tussen mens en God, en dat het geloof thuis en in de wereld beleefd moest worden. De prediking van het Woord stond centraal in de eredienst, en afbeeldingen konden volgens hem afleiden van de innerlijke gerichtheid op het Woord.

Calvijn was ook tegen het afbeelden van God en Jezus, deels vanwege het tweede gebod en de angst voor afgoderij, maar ook omdat hij vreesde dat afbeeldingen hun majesteit geen recht konden doen. Hij meende dat het oneindig en onbevattelijk wezen van God niet beperkt kon worden tot een fysieke vorm.

De Zeventiende Eeuw: Bloeiende Beeldende Kunst

In de zeventiende eeuw, de Gouden Eeuw, vormden gereformeerden de handeldrijvende, besturende en culturele elite. Ze woonden in statige huizen met rijke interieurs waarin kunst een centrale rol speelde. Hoewel ze zichzelf niet zozeer als calvinisten, maar als gereformeerden aanduidden, schuwden ze hun welvaart niet te tonen, daar men meende dat voorspoed door God gewild en gegeven was.

Er bestond een duidelijk verschil tussen de meer kunst- en wereldmijdende puriteinse cultuur van de Engelse, Schotse en Amerikaanse calvinisten en de levensstijl van de Nederlanders, die meer vrijheid kozen in gedrag. Kaartspel, dans en toneel werden als wereldlijk beschouwd, maar muziek en beeldende kunst niet.

Binnen de Nederlandse kunst van de zeventiende eeuw zijn ruwweg twee stromingen te onderscheiden: een die strikt aan Calvijns ideeën vasthield, en een die vrijer opereerde. Jan Victors, een leerling van Rembrandt, behoorde tot de strengere stroming; zijn werk bevatte geen naakt en geen afbeeldingen van God, Christus of engelen, en beperkte zich tot het Oude Testament.

Rembrandt van Rijn, de bekendste calvinistische schilder van de Gouden Eeuw, maakte Bijbelse werken voor de huizen van burgers, niet voor kerken. Zijn tekening van de annunciatie wijkt af van traditionele scènes; Maria verliest haar bewustzijn, wat haar weergeeft als een vrouw van vlees en bloed.

Een detail van een Rembrandt-tekening van de annunciatie, met aandacht voor de menselijke emoties van Maria.

Naast Bijbelse taferelen, die weliswaar het hoogst in aanzien stonden, groeiden genres als portret, landschap, stilleven, kerkinterieur en genrestuk in populariteit. Portretten werden gewild omdat het individu, gemaakt naar het beeld van God, belangrijker werd.

Het stilleven, dat in de zestiende eeuw opkwam en in de zeventiende eeuw tot bloei kwam, bevatte symbolische betekenissen rond de schoonheid van de schepping, de ijdelheid van het leven, het gevaar van verzoeking en de realiteit van de zonde. Het schilderij Boeket met crucifix en schelp van Jan Davidsz. De Heem en Nicolaes van Veerendael dient als een preek in beeld over schepping, zondeval en verlossing.

Genrestukken gaven huiselijke taferelen weer en door middel van menselijke dwaasheid en een satirische ondertoon werden de valkuilen van menselijk gedrag aan de kaak gesteld. Landschapsschilderingen, zoals Jacob van Ruisdaels Gezicht op Haarlem met bleekvelden (ca. 1670), toonden de natuur als Gods tweede openbaringsboek, waarbij elementen zorgvuldig werden geselecteerd met het oog op hun betekenis.

Hoewel uitbeeldingen van Bijbelse figuren uit de gereformeerde kerkinterieurs werden geweerd, waren deze interieurs niet kaal. Recent onderzoek toont aan dat ze versierd waren met gedenkborden, grafen, preekstoelen, banken, orgelpanelen, wapenschilden, portretten van predikanten, tiengebodenborden, kandelaren, bekers, schalen en gebrandschilderde ramen.

De zeventiende-eeuwse kunst weerspiegelt een rijke en brede levensvisie, die het dagelijks leven van gewone mensen omvat en de werkelijkheid vanuit een Bijbelse visie op het leven schildert, met terugkerende thema's als de goedheid van de schepping, de gebrokenheid van het leven, Gods genade en de verantwoordelijkheid van de mens. De stijl kenmerkt zich door assimilatie en aanpassing, met een hoge visuele geletterdheid en waardering voor vakmanschap en schoonheid.

De Achttiende en Negentiende Eeuw

Met het einde van de zeventiende eeuw nam de kunstproductie af. Het culturele klimaat veranderde door economische stagnatie en afnemend politiek gewicht van de Republiek. De burgerij kon huizen minder volhangen met kunstwerken, en de Verlichting verzwakte het geloof.

tags: #zingende #calvinistische #kerkgangers #schilderij #dordts #museum