Het Predikanten- en Schrijversgeslacht Hanewinkel

De familie Hanewinkel, een gerenommeerd geslacht van predikanten en schoolmeesters, vindt zijn oorsprong in het hertogdom Bremen in Noord-Duitsland. De stamvader van de tak in de Meierij was Johannes Hanewinkel, die in 1654 werd aangesteld als predikant in Gemert.

Albertus Hanewinkel en zijn Nalatenschap

Albertus Hanewinkel, geboren in Gemert op 16 mei 1698 als zoon van predikant Jacobus Hanewinckel en Ida van Ravenstein, legde de basis voor de latere generaties. Hij schreef zich op 19-jarige leeftijd in aan de Universiteit Leiden en werd in 1722 rector aan de Latijnse school in Helmond. In 1728 trouwde hij met Catharina Hermanni van der Klee, dochter van de dominee van Oerle, Zeelst en Wintelre. Albertus verliet zijn predikantschap in Bakel in 1733 om naar Bergeijk te gaan. Hij had zeven kinderen die in Bakel, Bergeijk en Geldrop werden geboren. De protestantse gemeente in Geldrop was destijds klein en stond onder nauwlettend toezicht van de katholieke bevolking. In mei 1747 werd predikant Hanewinckel getroffen door een "overval", waarna een Rooms-Katholieke vrouw verklaarde: "Dat komt van Sonde wegen dat hij tegen de waerheijt preekt: God die komt mirakel doen". In 1756 hertrouwde hij met Anna Francoise de Chalus uit Kortrijk, die echter een half jaar later overleed. Voor dit huwelijk werd een inventaris opgemaakt van zijn bezittingen, waaronder 13 schilderijen en een omvangrijke bibliotheek van 7 folio-, 61 quarto-, 231 octavo- en 40 duodecimo-boeken.

Boerderij die mogelijk dienst deed als pastorie

Geldrop was zijn eerste standplaats, waar hij op 5 februari 1758 officieel werd benoemd. Voor Hermanus Christianus Hanewinckel was Geldrop echter slechts een adjunct-predikantplaats, aangezien zijn vader nog in leven was. Op nieuwjaarsdag 1763 herdacht hij de dood van Jan baron van Tuijll van Serooskerken. Kort daarna werd hij voorgedragen voor de post in Nuenen, Gerwen, Op- en Nederwetten, waar hij op 13 februari 1763 werd bevestigd. De adjunct-plaats Geldrop en Riel werd hierna vacant.

Albertus Hanewinckel overleed op 3 oktober 1764 in Nuenen, op 66-jarige leeftijd, na "een langduurig verval van kragten en smettelyke ziekte". Zijn levensbeschrijving werd opgenomen in de "Boekzaal", met een schets van Geldrop die waarschijnlijk van de hand van geograaf Bachiene was. Hij werd op 10 oktober te Nuenen begraven.

Stephanus Hanewinkel: Predikant, Reiziger en Schrijver

Stephanus Hanewinkel werd geboren in Nuenen op 30 september 1766, als zoon van ds. Hermanus Christianus Hanewinkel en Catharina Elisabeth Sluiter. Zijn voorouders kwamen oorspronkelijk uit het Noord-Duitse Bremen. Vanaf 1654 zijn er vele nakomelingen van dit geslacht te vinden in de Brabantse Meierij en het Peelland. In 1789 kreeg hij zijn eerste aanstelling als predikant in Bakel, waar hij het jaar daarop door zijn vader werd bevestigd. In Bakel bleef hij tot 3 april 1791.

Op 10 april 1791 werd hij bevestigd als predikant in de naburige plaatsen Aarle, Beek en Lieshout, die samen één hervormde gemeente vormden. Hij bleef daar tot 21 oktober 1798. Zijn volgende standplaats was Oostgrafdijk in Noord-Holland, waar hij tot 1802 verbleef. In deze periode schreef hij zijn bekende boeken over de Meierij.

Kaart van de Meierij van 's-Hertogenbosch

Zijn beoordeling van de Eindhovenaren was kenmerkend: "Kundige luiden vindt men hier niet. Eigenbelang en afgunst heerscht 'er in eenen hoogen trap. Met één woord: in kleeding, spreecken, godsdienst, bijgeloof, onkunde, snapachtigheid enz. zijn zij volmaakte Brabanders, en met dit woord zeg ik U alles."

Zijn verblijf in Helmond ontlokte Hanewinkel de volgende opmerkingen: "Onder de Roomschen is volstrekt geen geleerdheid te vinden. Over het algemeen zijn de Advocaaten zeer onkundig en de Doctors in de Medicijnen enkel Practici, en hoe kan het ook anders, wijl zij allen op de ellendigen Akademie van Leuven gestudeerd hebben. De Roomsche godsdienst is hier bejammerenswaardig, niets van het Christendom kan men 'er in bemerken, als alleen den naam."

De twee boeken vormen als het ware een beschrijving van een aantal reizen die Hanewinkel door de Meierij maakte, waarbij hij notities maakte over de bezochte plaatsen, gebruiken en inwoners. Het is echter niet zeker of de beschreven reizen in de vorm en volgorde zijn gemaakt zoals hij ze heeft beschreven. Een derde boek over de Meierij, ongeveer tezelfdertijd geschreven maar later uitgegeven onder de titel "Gedachten over de Meierij van 's-Hertogenbosch en derzelver inwoners bij het begin der negentiende eeuw. Door eenen Meierijenaar," ademde dezelfde geest, maar was zakelijker van toon. De auteur deed voorkomen dat hij een inboorling van de Meierij was die aanvullingen en opmerkingen maakte op de "Reize door de Majorij". Toch is het zeker dat alle drie de boeken door Stephanus Hanewinkel zijn geschreven.

Hanewinkels negatieve oordeel over de katholieken en het katholicisme weerhield hem er niet van een scherp waarnemer en betrouwbaar verslaggever te zijn. Als gestudeerd man stond hij sterk onder invloed van de Verlichting. Hij ergerde zich aan de achterlijkheid van het Oostbrabantse platteland, de domheid van de mensen en de armoede. In het voorwoord op de "Gedachten" formuleerde hij zijn kernpunt: "Men kan derhalven er uit leren, dat in het Land mijner Geboorte een ontzaglijke verandering zal moeten voorvallen, eer aldaar Menschenliefde, Verdraagzaamheid, Beschaving, Kunde en ware Verlichting zullen plaats grijpen."

Hanewinkels verblijf in Oostgrafdijk duurde niet lang. In 1802 verhuisde hij naar Vierlingsbeek, waar hij op 25 juli als predikant werd bevestigd. Hij bleef er tot 1811.

Illustratie van een historische pastorie

In deze periode schreef hij, onder eigen naam, de "Geschied- en aardrijkskundige beschrijving der Stad en Meierij van 's-Hertogenbosch, beginnende met de vroegste tijden en eindigende met den jare 1802". Dit werk, waarmee hij in Oostgrafdijk was begonnen, was opgezet naar het voorbeeld van J.H. van Heurns bekende "Historie der Stad en Meierij van 's-Hertogenbosch" en bestond uit een nauwgezette beschrijving van alle steden, dorpen en landelijke gebieden van de Meierij, gebaseerd op literatuurstudie en eigen waarnemingen.

In 1811 werd Hanewinkel beroepen in de hervormde gemeenten Warns en Scharl in Friesland. In 1818 werd hij voor de laatste keer beroepen, in Ravenstein, waar hij in november als predikant werd bevestigd. Hij bleef in functie tot zijn afscheid op 1 augustus 1841, waarbij hij zijn jongste zoon Johan Hendrik Albert Carel als opvolger bevestigde. Hanewinkel heeft, naast de genoemde boeken, diverse andere publicaties op zijn naam staan, waaronder artikelen over archeologische vondsten onder het pseudoniem Philalethes.

De Hanewinkel-familie en de Meierij

De familie Hanewinkel, een vermaard predikanten- en schoolmeestersgeslacht, kwam oorspronkelijk uit het hertogdom Bremen in Noord-Duitsland. De stamvader van de Meierijse tak was Johannes Hanewinkel, die in 1654 tot predikant in Gemert werd aangesteld. Stephanus werd na zijn studie in 1789 als proponent toegelaten door de classis Peel- en Kempenland. In hetzelfde jaar werd hij beroepen tot predikant in Bakel, waar hij het jaar daarop door zijn vader werd bevestigd.

In 1798 bracht dominee Hanewinkel een bezoek aan 's-Hertogenbosch en maakte daarna voetreizen door de Meierij. De toerist Hanewinkel bezocht ook de stadswallen en het Vleeshuis. Hij had een sterke mening over de Bossche slagersgilde, die hij beschouwde als het enige katholieke gilde, omdat zij volgens hem na de overgave van 's-Bosch aan de Staten in 1629 de Vleeschhal hadden gekozen in plaats van de grote kerk.

Hanewinkel had weinig waardering voor de cafés en koffiehuizen van die tijd: "In het Coffijhuis en andere herbergen wordt altijd, en vooral des avonds, gespeeld; er moet dan ook, en dit spreekt van zelve, een glaasjen geledigt worden. Moet of mag men op zulk eene wijze den kostelijken tijd die, eens voorbij gesneld zijnde, nimmer terugkeert, den hals breeken."

Stephanus Hanewinkel is in Ravenstein vereeuwigd in de naam van het plein bij de Hervormde Kerk. Hij was hier 23 jaar dominee en woonde 38 jaar in het stadje. Hij overleed in 1856 en werd begraven op het kerkhof aan de westzijde van de Hervormde kerk. In zijn testament liet hij een ravelijn na aan de Hervormde gemeente, waarop later een kerkhof werd aangelegd. Zijn stoffelijk overschot werd in 1873 overgebracht naar dit kerkhof.

In de 18e eeuw werden katholieken in de Generaliteitslanden achtergesteld. Openbare functies in bestuur en onderwijs waren voor hen niet weggelegd. Toch bleef de bevolking vasthouden aan hun katholieke geloof. Ook de komst van dominees uit de noordelijke gewesten kon daar nauwelijks verandering in brengen.

De protestantse gemeente te Geldrop werd na 1795 opgeheven. Van 1807 tot 1809 was predikant Wijnand van Drongelen uit Mierlo "bedienaar van het Goddelijke Woord" voor Mierlo, Geldrop en Riel. In 1821 stierf hij. De oude Brigidakerk werd in 1796 in naam weer overgedragen aan de katholieken, maar pas in 1823 in gebruik genomen.

"De HARDE WAARHEID over het LEVEN in de MIDDELEEUWEN (Je zou het NIET OVERLEVEN)"

Stephanus Hanewinkel, de zoon van de Geldropse predikant Herman Christiaan Hanewinkel, beschreef in zijn "Reize door de Majorij van 's-Hertogenbosch in de jaare 1798-1799" hoe een vreemde protestant het achterlijke katholieke Brabant zag. Het boek zit vol vooroordelen, hoewel zijn mening over Geldrop objectief genoemd mag worden.

Portret van Stephanus Hanewinkel

Publicaties van Stephanus Hanewinkel

  • Eerste en Tweede Reize door de Majorij van 's-Hertogenbosch en derzelver inwoners in het begin der 19e eeuw (1801)
  • Geschied- en Aardrijkskundige beschrijving der Stad en Meierij van 's-Hertogenbosch (1803)
  • Gedachten over de Meierij van 's-Hertogenbosch en derzelver inwoners bij het begin der negentiende eeuw (onder pseudoniem "eenen Meierijenaar")
  • Zedekundig Handboek voor den militairen stand
  • Handboek voor zeelieden

tags: #zoon #van #dominee #hanewinkel