Een Paradoxale Gelofsreis
Berthil Oosting, 30 jaar oud, bekleedt de functie van vicaris bij de Eltheto-kerk in Amsterdam. Op het eerste gezicht wekt hij niet de indruk van een geestelijke dignitaris; hij verschijnt in spijkerbroek en houthakkershemd, met lange bakkebaarden. Zijn geloofsbeleving is complex en laat zich niet gemakkelijk doorgronden. Oosting geeft zelf aan: "Want ik gelóóf wel, maar ik kan ook uitleggen dat ik atheïst ben."

Een Intellectuele Benadering van Geloof
Zijn boekenkast weerspiegelt deze veelzijdigheid, met naast theologische werken als de 'Institutie' van Calvijn en naslagwerken over exegese, ook boeken van Fidel Castro, Dom Helder Camara en de werken van Marx en Engels.
Oosting groeide op in een gereformeerd gezin en werd als kind aangesproken door de preken van dominee De Pater, die een beroep deed op het kritische vermogen van de luisteraar en bijzondere aandacht schonk aan bijbelse verhalen en catechese. Oostings relatie tot het geloof was en is intellectueel en rationeel van aard. Al op jonge leeftijd discussieerde hij met een vriend over godsdienst, waarbij ze tot de conclusie kwamen dat God een projectie kan zijn, zij het een zinvolle.
Theologie als Kritiek op het Instituut Kerk
Na het voltooien van zijn middelbare school in Wales, besloot Oosting theologie te gaan studeren in Brussel. Zijn motivatie was kritisch: hij meende dat de kerk niet deugde en hoopte via de theologie te doorgronden hoe machthebbers het instituut kerk gebruikten en waarom de God die men liefheeft mogelijk een idool was.
Deze invalshoek hield hij acht jaar vol. Hij realiseerde zich dat om de wereld te begrijpen, ook economie en marxisme bestudeerd moesten worden. Hij kwam tot de conclusie dat de samenleving niet meer in termen van goden denkt, maar in de logica van het kapitaal, en onderzocht in hoeverre het kapitaal de functie van God had overgenomen in een seculiere maatschappij. Anno 1993 bleef hij marxist, hoewel hij zich nog geen communist durfde te noemen.
De Invloed van Karl Barth en het Structurele Atheïsme
Een andere belangrijke invloed op Oostings denken was de theologie van Karl Barth. Barth brak radicaal met de westerse, liberale theologie die God te veel zag als een annex van andere zaken, zoals de vooruitgangsideologie of menselijke gevoelens. Barth verzette zich tegen de terughoudendheid om werkelijk over God te spreken en Hem als een eigen macht te beschouwen.
Aan het einde van zijn studietijd begon Oosting zichzelf 'structureel atheïst' te noemen, hoewel hij tegelijkertijd een band met God voelde. Hij zag God als leeg in zichzelf, die pas werkelijkheid werd in het ontmaskeren van knechtende machten. De Bijbel las hij met de gedachte dat God niet tastbaar is, maar slechts als anti-macht begrepen kan worden, verwijzend naar Genesis 1 waar God afrekent met de maan en de sterren. Gods troon was volgens zijn interpretatie leeg, en geloof betekende voor hem bevrijding uit het slavenhuis.
Het Concept 'Structureel Atheïsme'
Oosting acht het van belang het begrip 'atheïsme' te verklaren om zijn 'structureel atheïsme' te duiden. Hij stelt dat men pas werkelijk atheïst is als men afstand heeft genomen van idolatrie en bestaande knechtende machten zoals het patriarchaat. Zelf is hij er naar eigen zeggen nooit volledig in geslaagd zich van dergelijke structuren los te maken, en in die zin blijft hij een structureel atheïst.
Vroeger zag hij God als degene die de kwade machten in de maatschappij onthult, dus als een afgeleide van het kwade. God was voor hem niet vrij, omdat hij al wist wat de kwade machten waren. Hij was dus zelf ook niet vrij.
Een Omslag tijdens Stage in Amsterdam-Slotervaart
Tijdens zijn stage bij de hervormde wijkgemeente De Ark in Amsterdam-Slotervaart in 1987, ervoer Oosting een belangrijke omslag. Als structureel atheïst was hij geneigd mensen voortdurend uit te leggen hoe ze misleid werden. Deze houding sloeg echter niet aan.
Hij merkte dat het analytische aspect geen wapen mocht zijn om mensen te bestrijden, maar dat dienstbaarheid belangrijker was. Hij realiseerde zich dat hij de wereld van kerk en geloof tot dan toe op een 'studentikoze' manier had benaderd. Van zijn begeleider, predikant R. Reeling Brouwer, leerde hij dat het te simpel was om de wereld in onderdrukkende en bevrijdende machten te verdelen.
Ontdekking van het Goede in God
Oosting begon zijn eigen denkwijze als 'afwerend' te ervaren ten aanzien van de vrijheid om over 'andere oplossingen' te spreken. Dit leidde tot een ineenstorting van zijn wereldbeeld, zijn eigen veiligheid en zijn vrijheid om over God te spreken. Een van de belangrijkste wendingen in zijn geloofsbelevenis was het ontdekken van het goede in God. Hij ervaart God steeds meer als iemand die heil brengt in zijn leven.
De Man-Vrouw-Verhouding en Harmonie
De afgelopen twee jaar heeft hij nagedacht over zijn relatie met zijn vriendin Petra. De man-vrouw-verhouding is een fenomeen waarbij de Godsvraag zich aandient, omdat machtsfactoren een rol spelen. Oosting speculeert dat God mogelijk staat voor het geheim van twee of meer mensen die harmonieus met elkaar omgaan, zonder dat de één de ander domineert.
Functie als Vicaris en Gemeenschapsactiviteiten
Tegenwoordig is Oosting vicaris bij een gemeente in Amsterdam-Oost, waar gemiddeld vijftig mensen zijn diensten bezoeken. De ruimte biedt plaats aan 120 mensen en is vooral gevuld tijdens oecumenische diensten op themadagen. De wekelijkse 'open maaltijd voor buurtbewoners' beschouwt hij als het meest succesvolle project van de wijkgemeente.
Hij gaat eens per maand voor in diensten, bezoekt gemeenteleden en houdt zich bezig met 'kerk- en buurtactiviteiten'. Hij erkent een 'volstrekt buitenbeen' te zijn binnen de kerk, maar heeft geestverwanten, al zijn ze met weinig.
Geen Persoonlijke Band met God
Ondanks de veranderingen in zijn denkpatroon, heeft Oosting nog steeds geen persoonlijke band met God. Hij kan God nog niet als iemand naast zich zien en zich aan Hem overgeven. Buiten zijn beroepsmatige taken bezoekt hij zelden de kerk en bidt hij in zijn eentje zelden. Tijdens diensten bidt hij wel, maar schrijft zijn gebeden altijd uit, omdat hij er niet op durft te vertrouwen dat God hem tijdens het bidden zal aanraken.

Gebeden als Spiegel van Scepticisme en Zoeken
Hij leest een gebed voor uit zijn ordner: "Heer, sceptisch zijn wij geworden, over de mogelijkheden ons leven te vernieuwen, over onze capaciteiten open te staan voor de ander/ Het zoeken zijn we moe, de harde realiteit, daar leggen we ons bij neer/ Wij jongeren, tegen de verveling vechten we telkens weer, elke dag op zoek naar een nieuwe kick/ Wij ouderen, door onze angsten laten we ons leiden, we verdringen onze erotische verlangens, ons hunkeren naar gemeenschap."
De Eerste Preek en de Kritiek
Zijn eerste preek ging over de Februaristaking en de Golfoorlog. Na afloop kreeg hij de opmerking: "Ik heb er geen bal aan gehad. Het leek wel de radio." Oosting geeft toe dat dit hem diep raakte.
Hij houdt vast aan het principe dat zijn gemeenteleden 'de oude structuren' zouden moeten doorbreken, maar probeert zijn preken begrijpelijk en praktisch te houden. Hij durft zaken te benoemen en stelt in zijn maatschappelijk betrokken preken steeds de Godsvraag: "Wie bepaalt hier wie de macht in handen heeft? En wie hééft de macht?"
Atheïsten en hun Fascinatie voor Religie
Joep de Hart beschrijft in zijn studie 'Zwevende gelovigen' (2011) de verschuivingen in het Nederlandse religieuze landschap, waarbij veel Nederlanders 'ietsisten' en agnosten zijn geworden. Spiritualiteit, mystiek en solo-religiositeit doen het goed, zolang ze buiten een kerkelijk of dogmatisch kader blijven. Mensen stellen hun overtuiging zelf samen.
Hoewel veel atheïsten niets met God en de Bijbel te maken willen hebben, houden velen zich juist met religie bezig. Dit artikel biedt een literatuuroverzicht van de religieuze fascinatie van atheïsten. Sommige atheïsten bekritiseren religie fel, terwijl anderen een grote gevoeligheid voor religiositeit tonen.
Atheïstische Stemmen in het Debat
Atheïsten hebben zelden missionaire activiteiten ontwikkeld, maar de toegenomen aandacht voor 'God' in de media heeft geleid tot diverse uitingen van atheïstische kritiek en reflectie. Denk aan Gerrit Komrij's 'Niet te geloven', Maarten 't Hart's sarcastische columns, en de polemische teksten van Karel van het Reve.
Militante atheïsten zoals Richard Dawkins en Herman Philipse bundelen hun krachten tegen wat zij zien als opdringerige religies. Philipse's 'Atheïstisch manifest' (1995) en Paul Cliteur's pleidooi voor een 'moreel Esperanto' (2007) zijn voorbeelden van dit streven. Ayaan Hirsi Ali's werk richt zich tegen moslimfundamentalisme en geeft het debat over atheïsme een impuls.
De atheïstische billboardcampagne in Nederland ('Er is waarschijnlijk geen god. Durf zelf te denken. En geniet van dit leven!') en het werk van Floris van den Berg ('Hoe komen we van religie af?') getuigen van deze beweging. August Hans den Boef en Kees Snoek brachten de religiekritiek van Multatuli opnieuw onder de aandacht.
De RVU-serie 'God bestaat niet' (2005) bood vanuit wetenschappelijk perspectief commentaar op de stelling dat God niet bestaat. Hoewel er soms een gevoel kan ontstaan van gebundelde atheïstische krachten tegen religie, is de realiteit genuanceerder.
Gematigde Atheïsten en de Openheid voor Spiritualiteit
Er zijn vele gematigden onder zowel gelovigen als atheïsten. Sommige atheïsten zoeken het gesprek met gelovigen vanuit een grotere openheid, en komen zelfs tot een 'atheïstische spiritualiteit'. L.M. de Rijk's 'Geloven en weten. Pleidooi voor een sober atheïsme' (2010) erkent de zinvolheid van religie en religiositeit, maar plaatst deze binnen een wetenschappelijk kader, zonder aanspraak op waarheidsgehalte.
Alain de Botton's 'Religie voor atheïsten. Een heidense gebruikersgids' (2011) onderzoekt hoe religieuze ideeën en gewoontes vertaald kunnen worden naar de seculiere wereld. Koert van der Velde spreekt in 'Flirten met God' (2011) over a-gelovig omgaan met religiositeit als een serieus spel, waarbij beleving centraal staat.
Anne Provoost introduceert in 'Beminde gelovigen. Atheïstisch sermoen' (2008) een 'religiometer' en ziet verwantschap met gematigde gelovigen. Ze pleit voor een herijking van religieuze woorden die door strenge gelovigen zijn geannexeerd. Ger Groot verdedigt in een artikel in Trouw (2010) het 'heilige' vanuit een atheïstisch perspectief.
André Comte-Sponville's 'De geest van het atheïsme' (2007) benadert religie niet belachelijk makend en toont de nabijheid tussen gematigde atheïsten en gelovigen. Spiritualiteit ziet hij als openheid naar de wereld, en belangeloze liefde als een immanent concept dat vrijkomt door het ego los te laten.
De Bijbel als Literair en Menselijk Document
Meir Shalev, in 'De Bijbel nu' (1995), benadrukt dat de Bijbel niet door God is samengesteld, maar door mensen van vlees en bloed. Juist omdat de hoofdpersonen geen heiligen zijn, spreken ze nog steeds aan. Maarten 't Hart en de Blokker-broers ('Er was eens een God. Bijbelse geschiedenis', 2006) benaderen de Bijbel als een literair werk, waarbij de karakterontwikkeling van de Bijbelse God centraal staat.
Nicolaas Matsier's 'De Bijbel volgens Nicolaas Matsier' (2003) en 'Het evangelie volgens Nicolaas Matsier' (2011) zijn meeslepende en humoristische interpretaties. Gerard Koolschijn's 'Paulus, Aan de Romeinen' (2009) levert kritiek op bijbelvertalingen en wil de 'rauwe en duistere Paulus' laten klinken.
Jan Wolkers beschrijft in zijn essay 'Op de vleugelen der profeten' hoe de taal van de Statenvertaling hem onderwijs gaf in dramaturgie, poëzie en dialoog, waarbij hij weliswaar geen boodschap had aan de afzender, maar wel aan de taal.
Guus Kuijer's 'Hoe een klein rotgodje God vermoordde' (2006) stelt dat God een menselijk bedenksel is, maar wel een groots bedenksel dat aanzet tot volwassenheid. Hij beschouwt de fundamentalistische gelovige die God aanpast aan bekrompen ideeën als godslasteraar. Voor Kuijer is de verzonnen liefdevolle God het adres voor bewondering, dankbaarheid en verzet, ongeacht Zijn bestaan.
De auteur van dit artikel, een zoekende gelovige, vindt inspiratie in de reflecties van deze atheïsten, die een spiegel voorhouden en aanzetten tot herlezing van bijbelse verhalen op een gedurfdere, menselijkere manier.
Persoonlijke Worsteling met Familie en Geloof
Een persoonlijk verhaal van een man van bijna dertig, opgegroeid in een gelovig Veluws gezin, illustreert de moeilijkheid van het omgaan met een veranderde geloofsovertuiging binnen de familie. Na jaren van worsteling heeft hij geconcludeerd dat hij niet langer in de God van de Bijbel gelooft en zich atheïst noemt. Hij vindt geloofszaken een persoonlijke zaak en vermijdt het onderwerp bij zijn familie, uit respect en om hen niet te kwetsen.
Hij gaat mee naar de kerk uit respect voor zijn ouders, maar voorziet situaties waarin hij kleur zal moeten bekennen, zoals bij een huwelijk zonder kerkelijke inzegening. Hij worstelt met de gedachte dat hij zijn familie verdriet zal doen, maar ook met het besef dat hij niet altijd 'mooi weer' kan spelen.
Reactie op een Vraag over Familie en Geloof
Een reactie op deze vraag benadrukt de ernst van het afwijzen van God en vraagt zich af of respect voor zo'n besluit wel gepast is, gezien Gods vermeende aanbod van vrede, rust en eeuwig leven. De reactie stelt dat het eeuwige leven op het spel wordt gezet voor kortstondig plezier. Het benadrukt dat niet de mens, maar God zelf bepaalt of Hij bestaat. De vraag hoe om te gaan met familie wordt beantwoord met het advies om niet te liegen en eerlijk te zijn, ondanks het verdriet dat dit mogelijk zal veroorzaken. Het contact met de familie zou moeten blijven bestaan vanwege de aardse liefde. Tegelijkertijd wordt benadrukt dat niemand zonder zonde is en dat iedereen door het bloed van Christus gered kan worden.
Klaas Hendrikse: Geloven in een God die niet bestaat
Dr. P. bespreekt het boek 'Geloven in een God die niet bestaat' van predikant Klaas Hendrikse. Het boek, dat in 2007 verscheen, trok veel aandacht door de combinatie van predikant en atheïst. Hendrikse's provocerende taalgebruik en de nadruk op het 'manifest'-karakter van zijn boek worden belicht.
Hendrikse's jeugd, waarin hij opgroeide in een atheïstisch gezin maar getuige was van de berusting en het houvast van gelovige boeren, wordt beschreven. Hij kon hun geloof niet wegpoetsen, ondanks zijn eigen overtuiging dat God niet bestaat.
Het boek wordt gekenmerkt door een humoristische toon, met een aanhangsel van vermeden termen en kritiek op kerkelijk jargon. De populariteit van het boek wordt toegeschreven aan de sensatie van de 'atheïstische dominee', die zichzelf als een unieke verschijning presenteert.
Hendrikse stelt dat het idee van Gods bestaan berust op een historisch en Bijbels misverstand, en dat het christendom bol staat van het heidendom. Hij beschrijft de ontwikkeling van monotheïsme als een competitie tussen goden.
De Bijbel speelt een bescheiden rol in het boek. Hendrikse's interpretatie van Hebreeën 11:6, waarbij hij stelt dat God niet bestaat op de manier waarop een appeltaart bestaat, wordt als karakteristiek beschouwd. Hij wijst kritiek op theologen die tastend spreken over God af als 'bellen blazen'.
Hendrikse's 'vrijzinnig fundamentalisme' wordt bekritiseerd, met name zijn rotsvaste zekerheid in het formuleren van antwoorden. Zijn interpretatie van Exodus, waarin Mozes en niet God het volk bevrijdt, wordt als krachteloos beschouwd.
De auteur van de bespreking concludeert dat Hendrikse's boek een groot gevoel van treurigheid achterlaat.
Formeel en Praktisch Atheïsme
De tekst introduceert het onderscheid tussen 'formeel atheïsme' en 'praktisch atheïsme', zoals uiteengezet door theoloog B.B. Warfield. Formeel atheïsme probeert door redenering te bewijzen dat er geen God is. Praktisch atheïsme manifesteert zich bij mensen die weliswaar de belijdenis 'dat God er is' onderschrijven, maar God slechts in een beperkt deel van hun leven erkennen en niet afhankelijk zijn van Hem in alle omstandigheden.
Het belang van het zoeken naar het Koninkrijk Gods wordt benadrukt, en het idee dat God Koning is over heel het leven, zonder afscheidingen. Vertrouwen op God leidt tot afhankelijkheid en vernieuwd zicht op de werkelijkheid, waarbij alles genade blijkt.
Debat over het Bestaan van God: McGrath vs. Van der Ham
Dr. Alister McGrath, hoogleraar aan de Universiteit van Oxford, en Boris van der Ham, schrijver en humanist, debatteerden over het bestaan van God. McGrath stelt dat veel mensen God verwerpen omdat ze niet willen dat Hij bestaat, en dat zijn eigen atheïstische periode in zijn tienerjaren werd ingegeven door 'trendy' redenen en een wens naar autonomie.
McGrath's ontdekking van het christendom bood een rationeel en bevredigend wereldbeeld, waarbij hij de grenzen van de wetenschap erkende. Hij benadrukt dat de belangrijkste dingen in het leven, zoals zingeving en geluk, niet door de rede te bewijzen zijn, evenals het bestaan van God.
Hij bekritiseert Richard Dawkins voor het hanteren van verschillende criteria voor geloof en ongeloof. Van der Ham typeert zich als 'agnostisch atheïst en humanist', en stelt dat God niet te bewijzen is. Hij respecteert religieuze mensen, maar gelooft niet in een persoonlijke God.
McGrath erkent een gemeenschappelijke basis met niet-gelovigen in de inzet voor een betere wereld, maar benadrukt het belang van een Persoon buiten en boven zichzelf die inspireert en tekorten aanwijst. Van der Ham ziet het overkoepelende zinverband in grote verhalen uit de literatuur en voelt zich geïnspireerd door Jezus, maar haakt af bij bovennatuurlijke gebeurtenissen.
Matt Withman's Herontdekking van de Bijbel
Matt Withman beschrijft zijn ervaring van een geloofscrisis waarbij de Bijbel niet meer logisch leek en zijn eerdere cursus 'christendom voor beginners' niet voldeed aan de realiteit. Hij wilde nog steeds christen zijn, maar voelde dat zijn geloof uit elkaar viel. Hij moest huilen omdat hij zijn leven niet op orde had voor zijn vrouw en kind.
Toen hij als atheïst de Bijbel opnieuw las, ontdekte hij dat God, niet de mens, het centrum van het geloof en de Bijbel is. Het plot van de Bijbel werd een verhaal over God die alles herstelt, wat een fundamenteel andere religie was dan hij kende. Hij gelooft nog steeds niet in de 'nepversie' van God die hij kende, maar in een andere God die hij in de Bijbel leerde kennen.
tags: #belijdend #atheist #gereformeerde #ouderling