De geschiedenis van de Gereformeerde Gemeente te Moerkapelle, die in 2015 haar 175-jarig bestaan vierde, is een verhaal van geloof, scheidingen en groei, nauw verweven met de kerkelijke en maatschappelijke ontwikkelingen in Nederland gedurende de 19e en 20e eeuw.
Ontstaan uit onvrede: De Afscheiding van 1834
Het ontstaan van de gemeente in Moerkapelle is direct verbonden met de kerkenstrijd die voortkwam uit de Afscheiding van 1834. Grote veranderingen in de Nederlandse Hervormde Kerk, waaronder de afschaffing van de Dordtse Kerkorde en de toenemende invloed van de staat op kerkelijke zaken, leidden tot onvrede bij veel gelovigen. De afschaffing van de leertucht en het onmogelijk worden van het weren van dwaalleraars van de kansel zorgden ervoor dat velen zich niet langer geestelijk gevoed voelden binnen de Hervormde Kerk. Dit leidde tot het bijeenkomen in zogenaamde 'gezelschappen' om te spreken over Gods werk in het persoonlijke leven.
De Afscheiding, die in 1834 begon met ds. Hendrik de Cock in Ulrum, resulteerde in het ontstaan van de Christelijke Afgescheiden Kerk. Deze beweging stuitte op verzet van de overheid, met het uiteendrijven van bijeenkomsten en het opleggen van boetes tot gevolg. Later ontstond er een onderscheid tussen de Kruisgezinden en de Afgescheidenen, die in 1869 verenigd werden in de Christelijke Gereformeerde Kerk. Drie gemeenten, waaronder die van ds. L.G.C. Ledeboer uit Benthuizen, gingen echter niet mee in deze fusie en vormden de zogenaamde Ledeboeriaanse gemeenten.
De eerste stappen in Moerkapelle
De notulen van de hervormde gemeente van Moerkapelle bieden inzicht in de vroege geschiedenis. Op 15 december 1840 werd medegedeeld dat twee leden, Paulus Konijnenburg en Willem de Graaff, zich wilden voegen bij de Christelijke Afgescheidenen. Dit markeert het begin van de afscheiding in Moerkapelle. In de daaropvolgende jaren groeide het aantal afgescheidenen gestaag. In de kerkenraadsvergadering van 2 januari 1842 werd geconstateerd dat het aantal tot tien was geklommen. De invloed van de afgezette predikant L.G.C. Ledeboer uit Benthuizen wordt hierbij expliciet genoemd.
De ontwikkeling in Moerkapelle vertoont een sterke gelijkenis met die in Benthuizen, waar ds. Ledeboer op 8 november 1840 de gebeurtenis vierde die geldt als de ontstaansdatum van de Gereformeerde Gemeente van Benthuizen. Het Ledeboeriaanse karakter van de Moerkapelse gemeente is duidelijk zichtbaar in het gebruik van uitsluitend psalmen van Datheen en de praktijk dat de te dopen kinderen door de vader ten doop gehouden werden, omdat God het verbond met de man had gesloten.
Kerkgebouwen door de eeuwen heen
De Gereformeerde Gemeente van Moerkapelle heeft door de jaren heen diverse kerkgebouwen gekend, die de groei en ontwikkeling van de gemeente weerspiegelen.
- 1841: Woning en stal: De eerste samenkomsten vonden plaats in een woning en een stal, waarschijnlijk om problemen met de overheid te voorkomen. De wet van Napoleon verbood namelijk om met 20 of meer personen tegelijk te vergaderen, waardoor de gemeente in twee gedeelten bijeenkwam.
- Omstreeks 1850: "schapenkerkje": Rond 1850 werd een gebouwtje van winkelier Willem de Graaff vernieuwd en ingericht als kerk. Dit gebouw, bekend als het "schapenkerkje" aan het Kerkendijkje (nu Kerkstraat), diende als het eerste eigen kerkgebouw van de gemeente.
- 1910: Nieuwbouw aan de Kerkstraat: Vanwege de gestage groei bleek het oude kerkje te klein. Op 4 april 1910 werd besloten tot de bouw van een nieuwe kerk aan de Kerkstraat, destijds nog het Kerkendijkje genoemd.
- 1937: Vergroting van het kerkgebouw: In 1937, tijdens de bediening van ds. M. Hofman, werd het kerkgebouw vergroot vanwege de grote toeloop. Na deze verbouwing waren er 423 zitplaatsen.
- 1960-1962: Nieuwbouw: Omdat de kerk opnieuw te klein werd, werd in 1960 besloten tot nieuwbouw. Op 9 maart 1962 legde ds. C. Molenaar de eerste steen voor de nieuwe kerk, die op 20 december 1962 in gebruik werd genomen.
- 1971: Galerij: De komst van een bejaardenhuis en zelfstandige bejaardenwoningen leidde tot de noodzaak om honderd zitplaatsen bij te plaatsen. Hiertoe werd in 1971 een galerij in het bestaande kerkgebouw gebouwd.
- 1978-1979: Verdere uitbreiding: In 1977 bleek er een wachtlijst te zijn voor ongeveer 100 zitplaatsen. Na de komst van een gezinsvervangend tehuis en de ontwikkeling van een nieuwbouwwijk, werd besloten het kerkgebouw te vergroten met ongeveer 300 zitplaatsen.
- 1989-1991: Verdere uitbreiding: In 1989 werd ingestemd met plannen voor uitbreiding met 130 zitplaatsen en de vergroting van de vergaderaccommodatie en consistorie. Na een lange procedure werd het kerkgebouw vergroot tot 1200 zitplaatsen.

Predikanten en voorgangers
De Gereformeerde Gemeente van Moerkapelle is door de jaren heen gediend door een reeks predikanten en oefenaars:
- ? - 1892: Oef. A. v.d. Spek
- 1900 - 1901: Oef. N.H. Beversluis
- 1918 - 1922: Ds. J. Overduin
- 1936 - 1945: Ds. M. Hofman
- 1951 - 1953: Ds. W. de Wit
- 1960 - 1967: Ds. C. Molenaar
- 1967 - 1975: Ds. A.F. Honkoop
- 1977 - 1982: Ds. J. Driessen
- 1984 - 1993: Ds. D. Rietdijk
- 1996 - 2002: Ds. J.B. Zippro
- 2010 - 2018: Ds. W. Harinck
- 2021 - heden: Ds. H.
De huidige predikant, ds. W. Harinck, dient de gemeente vanaf 2010.
Groei en ontwikkeling in de 20e en 21e eeuw
De 20e eeuw bracht grote veranderingen met zich mee voor de gemeente. Na een korte periode buiten het verband van de Ledeboeriaanse gemeente te hebben gestaan (tot 1903), werd de breuk snel geheeld. In 1907 vond de eenwording plaats tussen de Ledeboerianen en de Kruisgemeenten, waarbij Moerkapelle zich aansloot bij het kerkverband van de Gereformeerde Gemeenten. De formele erkenning door de overheid volgde in 1908, na een brief aan de koningin waarin werd vermeld dat de gemeente sinds 15 juni 1842 bestond.
De gemeente bleef gestaag groeien. In 1925 telde Moerkapelle 130 leden en 100 doopleden. Met de komst van ds. M. Hofman in 1936 zette een flinke groei in. In 1948 waren er 218 belijdende en 332 doopleden, een totaal van 550. In de periode 1925-1940 is de gemeente meer dan verdubbeld.
Na de Tweede Wereldoorlog bleek de kerk te klein en ondoelmatig. Plannen voor nieuwbouw in 1951 stuitten op te hoge kosten en gebrek aan toestemming van de gemeenteraad. Wel werd in 1952 een stuk grond aangekocht achter de oude kerk.
De zestiger jaren kenmerkten zich door de grote uitbreiding van het dorp en de bouw in naburige dorpen, wat leidde tot een versnelde groei van de kerkelijke gemeente. Toen de nieuwe kerk in 1962 in gebruik werd genomen, telde de gemeente 599 leden en doopleden. In 1970 waren dit er 720. De toename van het aantal zitplaatsen werd noodzakelijk door de komst van een bejaardenhuis en zelfstandige bejaardenwoningen.
De groei zette door, met 1001 leden in 1977. Dit leidde tot verdere uitbreidingen van het kerkgebouw, met een toename van ongeveer 300 zitplaatsen in 1978-1979 en nog eens 130 zitplaatsen in 1989-1991, waarmee het kerkgebouw uiteindelijk plaats bood aan 1200 kerkgangers voor een gemeente van ruim 1300 (doop)leden.
De gemeente kenmerkt zich door een actieve deelname van leden aan het verenigingsleven en maatschappelijke initiatieven, zoals het inloophuis in Den Haag en gevangenenzorg. De kerkenraad onderhoudt een open band met de jeugd, en er is een voortdurend gebed dat de Heere Zijn werk onder jongeren zal voortzetten, met een verwijzing naar de olie van de Geest die blijft vloeien.
Publicatie ter ere van het 175-jarig bestaan
Ter gelegenheid van het 175-jarig bestaan van de Gereformeerde Gemeente van Moerkapelle verscheen in 2015 een lijvig boek met de titel "Vergeet geen van Zijn weldaden". Auteur G. Roos, oud-commentator van het Reformatorisch Dagblad en opgegroeid in Moerkapelle, heeft een reeks archieven doorgespit en interessante informatie verzameld, aangevuld met historische foto's. Verschillende Moerkapelse familienamen, zoals Van der Knijff, Roos en Van der Spek, keren regelmatig terug in het boek.
tags: #boek #gereformeerde #kerk #moerkapelle