Inleiding tot de diversiteit van liederen
Sommige liederen hebben een respectabele omvang, terwijl er ook liederen zijn die slechts uit een paar regels bestaan en die van een ontroerende eenvoud zijn. In liedbundels staat dit lied vaak afgedrukt als één couplet.
Sommige liederen horen bij een bepaalde tijd van het jaar. Kerstliederen zijn daar een uitgesproken voorbeeld van.
Tekstuele en Bijbelse Verwijzingen
Het lied 'Blijf niet staren' is genomen uit Jesaja 43:18 en 19. Jesaja trad als profeet op tussen 750 en 700 v. Chr.
Het gedicht 'Er is nog zomer' is van Judith Herzberg.
Een kort gebed of openingslied kan de toon zetten voor een dienst.
De gemeente zingt samen liederen zoals 'Ik sta voor U in leegte en gemis' en 'De laatsten worden eersten'. Na de woorden: "daarom bidden en zingen wij", zingen cantorij en gemeente een Kyrie en Gloria.
Een gebed om troost en herinnering luidt:
"Heer, Niet voor de dood hebt Gij ons gemaakt, maar om te leven naar U toe. Geef uw heerlijkheid en uw trouw aan allen die van ons zijn heengegaan. Maak dat zij in alles waarin zij groot waren tot ons mogen blijven spreken en dat zij mogen voortleven in ons hart en in onze levensdurf. Laat ons in onze genegenheid voor elkaar uw belofte herkennen dat Gij ook ons trouw zult zijn tot in de dood. Dat ook uw woord ons mogen sterken en troosten. Zend daarom uw levendmakende Geest naar ons toe en doe ons Uw woorden verstaan. In Jezus naam."
Teksten zoals 'De tafel der armen' nodigen uit tot reflectie.
Er is een lied dat begint met de woorden: "Een schoot van ontferming is onze God".
Koor Rejoice zingt: "Wat ik gewild heb".
De gemeente zingt samen met het koor: "Heer, herinner U de namen". Liedboek 730, coupletten 1 en 3.
Samen wordt gezongen: "Niemand leeft voor zichzelf". Dit thema wordt meermaals benadrukt.
Tijdens een lichtritueel wordt solo gezongen: "Pie Jesu".
Rejoice zingt: "Als Gij er zijt".
Vervolgens worden de voorbeden uitgesproken.
Het Onzevader wordt gebeden: "Onze Vader, die in de hemel zijt, Uw Naam worde geheiligd, Uw Rijk kome, Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel, Geef ons heden ons dagelijks brood, En vergeef ons onze schuld zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven, En leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van het kwade. Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in eeuwigheid."
De gedachteniskaarsen mogen worden opgehaald voor in de kerk.
Liturgische Gezangen in het Liedboek
Het lied 'Wat in stilte bloeit' is te vinden in het Nieuw Bijbels Liedboek van Huub Oosterhuis, uitgegeven in 1986.
Als motto voor het lied staat: "En die op de troon gezeten is, sprak: Zie, alles maak ik nieuw. Apokalyps 21".
De Bijbel opent met het visioen van een Tuin van Eden, een hemel op aarde, en eindigt met het visioen van de Stad van Vrede in de Apokalyps van Johannes, waar hemel en aarde vernieuwd zijn.
Deze twee visioenen, als de 'omslag' van de hele Schrift, wijzen op de bijna onbegrensde mogelijkheden in ons en in de schepping.
De grote vraag is hoe dit alles zal geschieden, zeker gezien het contrast met de werkelijkheid van oorlog, onrecht en mensen op de vlucht die we dagelijks waarnemen.
Hoewel oorlog en onrecht veel aandacht krijgen, is er ook een andere werkelijkheid: die van het goede dat in stilte wordt gedaan, dat bloeit in de luwte en hoopgevend is.
Dit 'terrein' van het goede dat in stilte bloeit, is waar wij ons op kunnen richten, aangezien politiek bedrijven en reiken over grenzen soms beperkt is.
Analyse van het Lied 'Wat in stilte bloeit'
Het lied 'Wat in stilte bloeit' gaat over het visioen van vernieuwing en hoop.
Het eerste couplet beschrijft wat bloeit zonder veel op te vallen: in de luwte van tuinen, onder de hete zon, op de akker.
Dit beeld doet denken aan de Tuin van Eden en het verdienen van brood in het zweet des aanschijns.
De 'armen van geest' zijn niet alleen zij die in armoede leven, maar ook zij die niet uit zijn op meer en meer, die kunnen delen en niet voor zichzelf leven.
Dit zijn de mensen die het goede in stilte tot bloei laten komen.
De vraag wordt gesteld of deze tafel ook centraal staat in onze vieringen, en hoe we zouden willen leven.
Het eerste couplet geeft de bedoeling van de schepping weer: de schepping en alles wat groeit en bloeit is bestemd voor deze tafel.
De schepper wordt voorgesteld als 'aardekracht' en 'zonkracht', wat de oorsprong van groei in de natuur, maar ook van recht en vrede, zowel van beneden (aarde) als van boven (zon) aangeeft.
De Levende is 'licht in mensen', met daadkracht, groeikracht en betrokkenheid, zodat we elkaar tot vreugde kunnen zijn en leven mogelijk maken.
Het punt van samenkomst is de tafel met brood van genade en wijn van eeuwig leven, die intense, blijvende vreugde schenkt.
Het lied kruipt bijna onmerkbaar van 'armen' naar 'mensen' om uiteindelijk bij 'ons' uit te komen, en nodigt uit om het visioen van een nieuwe aarde naar binnen toe te zingen.
De Rol van de Gemeenschap in Vernieuwing
Het derde couplet stelt de vraag hoe vernieuwing zal geschieden, gezien de vele mensen die niets hebben en zij die in weelde leven en van niets willen weten.
Het derde couplet vraagt zich af of zij ooit naar gerechtigheid zullen verlangen en hoe het aanschijn van de aarde vernieuwd zal worden.
Het lied suggereert dat de vernieuwing van de aarde deels in handen ligt van de Schepper, maar ook is gedelegeerd aan ons.
Dit wordt benadrukt door de verwijzing naar Paulus' woorden over het einde der tijden: "die alles zal zijn in allen".
Het lied nodigt uit om het visioen van een nieuwe aarde niet alleen te koesteren, maar ook actief te realiseren.
'Wat in stilte bloeit' is een prachtig tafelgebed dat ons oproept tot actie.

Praktische Informatie en Ondersteuning
Huub Oosterhuis maakte de tekst van het lied, en Antoine Oomen de melodie.
De inhoudsopgave van het liedboek is ingedeeld in 10 thema's, met bovendien een register van titels, dichters en componisten.
Voor de continuïteit van initiatieven zoals 'Geloven Thuis' is financiële steun nodig. Via een donatieknop kan men bijdragen.