Het verlangen om zich te onttrekken aan het gezag van de toenmalige Ned. Herv. Kerk ter plaatse bestond al geruime tijd. De voornaamste reden hiervoor was dat de zuivere Gereformeerde leer van vóór 1816 niet meer verkondigd werd. Men wilde terugkeren naar de Dortse Kerkorde van 1618/1619, die tot 1816 ook door de Ned. Herv. Kerk werd gevolgd.
Door broeders en zusters die niet meer in de Ned. Herv. Kerk wilden kerken, werden samenkomsten gehouden. Volgens de overlevering vonden deze plaats op de boerderij “Waelenstein”, eigendom van D. De Vleerdamsedijk. Deze boerderij werd in de volksmond ook wel “Waelsendijk” genoemd. De samenkomsten vonden plaats in de ruimte bij de karnmolen, waarschijnlijk omdat er geen andere ruimte beschikbaar was. Dit alles zou hebben plaatsgevonden vóór 1871.
Dit blijkt uit een proces-verbaal van veiling en afslag van onroerende goederen op 22 en 29 augustus 1870, opgemaakt door notaris Hendrik Louis Mijnand van Kreuijne te Brielle. Op deze datum werd door D. [Hoogvliet] het pand aan de Vleerdamsedijk verkocht. In 1871 werd de nummering op de kadastrale legger gewijzigd vanwege veranderingen in de bebouwing.
Oprichting van de Dolerende Gemeente
De oorsprong van de Gereformeerde Kerk in Rockanje ligt in het verzet tegen de leer en praktijken van de Ned. Herv. Kerk. Vanaf ongeveer 1883 werden in De Tinte, dat destijds onder Rockanje viel, door broeders en zusters godsdienstoefeningen gehouden in een gebouwtje aldaar. Ook hier trad de heer P.J.J. Goris uit Brielle op als lerend ouderling.
Op 5 mei 1887 richtten Willem van der Linde Jbz. en C. Jongejan een schrijven aan de hervormde kerkenraad, voorgezeten door ds. D.A. Brinkerink. Zij verzochten de kerkenraad om de ‘Reformatie der Kerk’ ter hand te nemen. Als argument voerden zij aan dat de hervormde kerk in de 16e eeuw door haar protest tegen de Roomse hiërarchie bevrijd was geworden, en dat het dulden van een nieuwe hiërarchie, nu de hervormde, het werk van hun vaderen teniet zou doen.
De briefschrijvers konden niet begrijpen dat de kerkenraad de gebeurtenissen in Amsterdam, waar tachtig kerkenraadsleden waren afgezet, liet gebeuren. Zij hadden verwacht dat de kerkenraad van Rockanje zelf de synodale hiërarchie zou hebben afgeworpen. Aangezien er geen reactie kwam, vroegen zij de kerkenraad om binnen veertien dagen antwoord te zenden.
Hoewel het antwoord binnen veertien dagen onbekend is, is zeker dat de kerkenraad meedeelde niet op het verzoek van Van der Linde en Jongejan in te kunnen gaan. Met dat doel reisde ds. J.J. Bajema (1844-1927) van Zuidland op 31 mei 1887 naar Rockanje. In het evangelisatiegebouw aan de Vleerdamsedijk werden onder zijn leiding de ambtsdragers verkozen. Bouwen Langendoen en Cornelis Jongejan werden aangewezen als ouderling, en Willem van der Linde en Marinus Groeneveld als diaken.
Enkele weken later, op 26 juni 1887, werden de vier broeders door consulent ds. Bajema in het ambt bevestigd. Hiermee was de instituering van de kerk een feit. Twee dagen later, op 28 juni 1887, ontvingen de vier bevestigde Dolerende kerkenraadsleden een brief waarin zij ‘ten dringendste’ werden uitgenodigd te verschijnen op de kerkenraadsvergadering van 1 juli 1887. De reden hiervoor was dat de kerkenraad had vernomen dat zij zich in woord en daad hadden afgescheiden van de hervormde kerk.
Op 25 juli 1887 stuurden de Dolerende broeders een schrijven aan de hervormde kerkvoogden van Rockanje. Zij deelden mee dat zij drie dagen eerder het ‘Algemeen Reglement’ van 1816 hadden afgeschaft en de ‘aloude Dordtse Kerken Ordening van 1619’ opnieuw geldig hadden verklaard. Tevens verzochten zij de kerkvoogden zorg te dragen dat de goederen onder hun beheer, zoals de kerk, het archief en de gelden, niet aan hun bestemming onttrokken werden.

Ontwikkelingen en Uitdagingen
De leden van de Dolerende Kerk woonden in en rond Rockanje, en in het buurtschap Tinte. In Tinte was eveneens een ruimte waar gekerkt werd. Enige tijd na de Doleantie ontstond er onenigheid over de locatie van de kerkdiensten: in het evangelisatiekerkje aan de Vleerdamsedijk of in het gebouw in Tinte. Deze onenigheid liep hoog op, wat in juni 1889 leidde tot wederzijdse ‘schuldbelijdenis’, omdat de broeders ‘de gemeente niet gebouwd maar verwoest’ hadden. Er werd afgesproken dat de voorgangers beurtelings in Rockanje en Tinte een dienst zouden leiden.
Ondanks deze afspraken bleef de kwestie kennelijk onopgelost. Vermoedelijk hierdoor wilden twee kerkenraadsleden aftreden. Zij gaven hiervoor ‘wettige redenen’ op, waarna de kerkenraad hun besluit moest inwilligen en nieuwe ambtsdragers gekozen werden.
Het draaiend houden van het kerkelijk leven kostte geld. De kerkenraad besloot kerkenraadslid Eland op te dragen de maandelijkse ‘contributie’ te innen. Daarnaast werden zitplaatsen in het kerkgebouw verhuurd, wat in de beginjaren rond de ƒ 30 per maand opbracht. Dit was echter niet voldoende voor de aanschaf van een avondmaalstel, waaraan in juni 1891 behoefte was. Daarom werd een collecte gehouden (opbrengst ƒ 21,50) en werden gemeenteleden thuis bezocht door oefenaar J.C.C. Voigt (1857-1918).
Voigt was door de classis Rotterdam toegelaten als oefenaar. Hij was een getrouw en ernstig prediker, die de Schriften duidelijk ontsloot en zich inzette voor het catechetisch onderwijs en huisbezoek. Voigt ging in 1892 en 1893 als oefenaar voor in de kerk van Rockanje. In 1895 werd hij gereformeerd predikant.
Aanvankelijk werd in Rockanje (net als in Tinte) één dienst per zondag gehouden, maar in september 1892 besloot men er twee van te maken. In deze periode vonden ook onderhandelingen plaats tussen de synodes van de Christelijke Gereformeerde Kerk en de Nederduitsche Gereformeerde Kerken, wat resulteerde in de eenheid onder de naam ‘De Gereformeerde Kerken in Nederland’ op 17 juni 1892.
In december 1892 werd een tweetal kerkenraadsleden benoemd om ds. E. van de Kamp van Maasland te ‘horen’, maar hij nam het beroep niet aan. Om toch in de zondagse prediking te kunnen voorzien, besloot de gemeentevergadering in juli 1893 emeritus-predikant ds. J.J. Koopmans van Stellendam te vragen of hij te Rockanje wilde komen wonen en arbeiden. Voor elke kerkdienst die hij leidde, ontving hij ƒ 4,=.
In september 1893 kwam ds. Koopmans in Rockanje wonen en werd hij door de kerkenraad welkom geheten. Hij werd echter niet als predikant bevestigd, wat later tot strubbelingen met de classis leidde. Op 27 juli 1893 werd besloten om ds. J.J. Koopmans te vragen te komen wonen en werken. Hij vestigde zich in september 1893 in Rockanje.

Van Huur naar Eigendom en Nieuwbouw
De kerk aan de Vleerdamsedijk, met woning, smederij en tuin, werd tot dan toe gehuurd van D. Hoogvliet te Brielle. De kerkenraad wilde het gebouw echter graag kopen. Na goedkeuring door de manslidmaten op 18 december 1899, werd het benodigde geld geleend. Per 27 februari 1900 werd het kerkgebouw eigendom van de Gereformeerde Kerk te Rockanje voor ƒ 1.200,=.
In april 1901 overleed de derde echtgenote van ds. Koopmans, waarna hij zijn werk in Rockanje opzegde en zich in Grijpskerke vestigde. De kerk van Rockanje kreeg hierna lange tijd geen eigen voorganger.
Met het eigendom van de kerk had de gemeente de vrije hand om het gebouw op te knappen. Het plafond werd verstevigd en verfraaid. Rond 1910 groeide de gemeente, wat leidde tot plannen voor verbouwing. In mei 1912 werd besloten een geheel nieuwe kerk met consistorie te bouwen. De aanbesteding vond plaats op 8 augustus 1912, en de totale kosten bedroegen om en nabij ƒ 4.300,=.
Op 19 december 1912 kon de nieuwe kerk in gebruik genomen worden. De kerkenraad bij de inwijding van de nieuwe kerk in 1912 toont de staande en zittende leden, waaronder consulent ds. D. Smallegange. Kerkenraadslid A. Eland legde de eerste steen. De oude banken werden in de nieuwe kerk geplaatst, aangezien er geen geld was voor nieuwe meubilering.
In augustus 1916 werd gesproken over de aanleg van centrale verwarming en in november 1920 over elektrisch licht in de kerk. Een vacaturetijd van 22 jaar was een uitdaging. In februari 1923 besloten de broeders oefenaar A.J. Hardeman aan te stellen voor twee jaar.
Tegelijkertijd werden plannen gemaakt voor de bouw van een pastorie. Op 5 februari 1924 werd de aanbesteding gehouden. De kosten van de pastorie bedroegen ƒ 6.100,=.
Begin 1928 ontstond onenigheid over de invoering van vaste vrijwillige bijdragen. Een heftige discussie volgde, maar de kerkenraad kon de vrees voor een scheuring wegnemen.
In juli 1929 wilden enkele manslidmaten het contract met oefenaar Hardeman opzeggen. Na stemming werd het contract met een jaar verlengd. In juli 1930 waren de verhoudingen nog steeds verdeeld. Oefenaar Hardeman besloot daarom in augustus 1932 zijn oefenaarschap neer te leggen per 1 november 1932. Zijn verzoek om wachtgeld kon niet worden gehonoreerd.
Documentaire over Geschiedenis van de Grote of Maria Magdalena kerk te Goes [NL] in Dutch language
Latere Ontwikkelingen en Jubilea
Ds. C. Brinkerink te Oostvoorne vierde op 11 maart a.s. zijn veertigjarig ambtsjubileum als predikant in de Ned. Herv. Kerk. Hij was vanaf 1921 predikant te Oostvoorne en ging op 1 mei a.s. met emeritaat. Ds. Brinkerink was onder meer bestuurslid van de Bond van Nederlandse predikanten en secretaris van het bejaardenoord Vredeheim te Rockanje.
De graftrommel, een populaire grafdecoratie tussen 1870-1940, lag op het graf van Hillechien Brinker-Venema (1860-1927). De trommel werd in 2017 gerestaureerd en op 21 februari 2020 onthuld.
In 1912 werd een nieuwe kerk met consistorie gebouwd. De kerkenraad bij de inwijding van de nieuwe kerk toont de leden van die tijd. Kerkenraadslid A. Eland legde de eerste steen.
Gedurende een periode van 22 jaar was er geen eigen predikant. In februari 1923 werd oefenaar A.J. Hardeman aangesteld. De bouw van een pastorie werd voltooid in 1924.
Begin 1928 ontstond onenigheid over de invoering van vaste vrijwillige bijdragen. In 1932 legde oefenaar Hardeman zijn ambt neer.
De tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Voortdurend wordt deze gecorrigeerd.
tags: #dominee #brinkerink #oostvoorne