Uitleg Gereformeerd Kerkboek Gezang 90

De bundel Gereformeerd Kerkboek is in 1975 voor het eerst verschenen als proefbundel. In 1986 kwam de definitieve versie uit. In 2006 verscheen een herziene editie, met een forse uitbreiding van het aantal gezangen. In 2017 verscheen een herziene versie Gereformeerd Kerkboek 2017. De psalmen zijn gelijk aan de versie van 2006. Psalmen die bewerkt zijn tot een lied zijn opgenomen met een toevoeging a, b, etc. De overige liederen zijn niet meer afzonderlijk genummerd als 'gezangen', maar doorgaand genummerd na het berijmde psalter.

De bundel is niet bedoeld als een zelfstandige bundel. Het is een aanvulling op het Liedboek. Zingen en bidden in huis en kerk, een aanvulling met liederen die kenmerkend zijn voor de identiteit van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Dat betekent dat deze bundel niet volledig is. Liederen die al in het Liedboek staan, zijn hier niet opnieuw opgenomen, ook niet als het om een andere vertaling ging. Als een bepaalde inhoud in het Liedboek te vinden is, dan wordt dat in dit Gereformeerd Kerkboek niet herhaald. Wel zijn er liederen opgenomen die nauw verbonden zijn met de eigen spiritualiteit en het eigen belijden van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt. Dat geldt voor een aantal vertrouwde liederen en in enkele gevallen zijn die speciaal voor deze bundel hertaald of taalkundig herzien. Alles bij elkaar bevat de bundel 108 gezangen.

Ze zijn ingedeeld volgens dezelfde rubricering als die in het Liedboek is gebruikt (maar niet alle rubrieken zijn vertegenwoordigd). De inhoud van de bundel is hieronder weergegeven. Alle liederen zijn voorzien van links.

Gegevens over Gezang 90

Dit lied is te vinden in de volgende veelgebruikte liedbundel(s): Gereformeerd Kerkboek Gezang 90. Mogelijk staat het ook in andere liedbundels.

Herkomst en Vertaling

Het lied is een hertaling door Hendrik Hasper van het eerste en laatste vers van de vertaling door Pieter Leonard van de Kasteele van 'Erforsche mich, erfahr mein Herz', een passielied van Christian Fürchtegott Gellert. Zie daarvoor bij Ontsluit, o Heer, ontvlam ons hart.

De oorspronkelijke tekst is van Isaac Watts, die in zijn bundel de inhoud van de psalmen probeerde aan te passen aan het christelijk geloof en ze op deze wijze te kerstenen. Dit is echter minder expliciet merkbaar in zijn parafrase van Psalm 90,1-6. Het lied kreeg al snel een bredere verspreiding, onder andere door opname in de Collection of Psalms and Hymns die in 1738 door John Wesley werd gepubliceerd.

De vertaling is van Evert Louis Smelik, en verscheen voor het eerst in de bundel Laudamus (Rotterdam 1932, nr. 26) van M. van Woensel Kooy. Smelik had in het Asser conflict partij gekozen voor Geelkerken en tegen de synode, en was predikant geworden bij het zogenaamde Hersteld Verband. Voor dit kerkgenootschap werkte hij samen met G.J. van Deth en H. Hasper aan de bundel Gezangen, nevens de psalmen in gebruik bij de Gereformeerde Kerken in Nederland (in Hersteld Verband) (1933), waarin ook Watts bewerking van Psalm 90 werd opgenomen (gezang 29), zij het in een nieuwe vertaling van Hasper. Vervolgens kwam het (weer in de vertaling van Smelik) terecht in de ‘Hervormde Bundel van 1938’ (gezang 293) en in het Liedboek voor de Kerken (1973, gezang 397).

Niet onvermeld mag blijven dat het ook in één Nederlandse rooms-katholieke bundel is opgenomen, namelijk Laus Deo (2000, blz. 108).

De Tekst van Gezang 90

De tekst van Gezang 90 is een bewerking van Isaac Watts' parafrase van Psalm 90. Het bovenschrift boven de psalmbewerking luidt: Man frail and God eternal. Het kende oorspronkelijk negen strofen, waarvan het vierde, zesde en achtste in latere bundels meestal werden weggelaten. Ook de vertaling beperkt zich tot de overgebleven zes strofen.

De eerste strofe van de Nederlandse vertaling luidt:

1. De hoge God alleen zij eer,
elk kniel' voor Hem aanbiddend neer,
elk moet Hem dank bewijzen!
Ja Hem, die ons zo eind'loos goed
verzorgt en in gevaar behoedt,
moet al het schepsel prijzen.
Heft aan, heft aan, roemt zijn gena',
Hij sloeg ons mededogend ga',
Hij schonk ons zijn bescherming.
Zingt dan de hoge God ter eer,
aanbidt Hem, buigt U dankend neer,
looft God, looft zijn ontferming!

De volgende strofen gaan verder met de lofprijzing van God, zijn Zoon en de Heilige Geest.

Gereformeerd Kerkboek Gezang 95 Daar juicht een toon, Glorie aan God

De Melodie

Algemeen wordt aangenomen dat de melodie gecomponeerd is door William Croft (1678-1727), die vanaf 1700 organist in St. Anne’s, Soho, was. De melodie, net als veel andere ‘hymn tunes’ vernoemd naar zijn herkomst, verscheen in 1708 voor het eerst in een bundel met de uitvoerige titel The Supplement to the New Version of Psalms.

De eerste regel blijkt (in de tijd dat deze melodie gemaakt werd) niet nieuw te zijn, alsof het een archetypische opening van meerdere muziekstukken is. Adriaan C. Schuurman constateerde al dat hij voorkomt bij Henry Lawes in 1637, bij Händel (opening van de Chandos Anthem nr. 9), en ook bij Bach, wiens eerste thema van de tripelfuga in Es aan het einde van het Dritter Teil der Klavierübung (BWV 552) grote verwantschap vertoont met de melodie van Croft, en daarom in Engelssprekende landen ook de ‘St. Anne’ melodie wordt genoemd.

In het Liedboek voor de kerken (1973) was de oorspronkelijke melodie van Croft hersteld, met een halve noot aan het begin en einde van elke regel, met daartussen alleen kwartnoten; een oorspronkelijk melisma in de laatste regel werd (behalve in de eerste druk van de Koor- en Orgeluitgave) niet hersteld. In het huidige Liedboek is ook de eerste restauratie weer ongedaan gemaakt en heeft men de melodie, aansluitend bij het internationale gebruik, weer louter in kwartnoten genoteerd (met uitzondering van de slotnoten van regel 2 en 4).

Karakteristiek zijn de twee stijgende kwartsprongen in de eerste regel, die degene die zingt het gevoel geven te moeten klimmen naar het einde van de regel toe. De kwartsprong komt terug in de tweede regel (zowel stijgend als dalend), die door een dalende kleine terts via de fis’ moduleert naar G en daar even kort tot rust komt op een noot van drie tellen. De dalende kleine terts, waarmee de melodie in de eerste regel al inzette, speelt ook een prominente rol in de derde regel, waarin zij (naast weer een stijgende kwart) drie keer voorkomt.

Visuele weergave van de melodie van Gezang 90

Achtergrondinformatie

Het lied heeft in Engeland zijn plek gevonden in de harten van het Britse volk doordat het zeer vaak opgenomen is in de liturgie van de vieringen op Remembrance Day, de herdenking van de Eerste en Tweede Wereldoorlog.

Waarom zingen wij? Sommige mensen zingen om hun geloof te uiten. Niets mis mee. Waar het hart vol van is, daarvan stroomt de mond over. Echter, soms worden de rollen omgedraaid: je zingt niet om je geloof te uiten, maar om het te innen, toe te eigenen. Wat je zingt, spreekt je aan, verwarmt je. Christus Jezus... toepasselijk voor het laatste couplet.

De video bevat ook nog wat achtergrondinfo en de vertaling.

Het Gereformeerd Kerkboek (1986) is voortgekomen uit de behoefte in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt om een eigen lied- en kerkboek te hanteren. Het nieuwe Gereformeerd Kerkboek (2006) vervangt de vorige uitgaven en is uitgebreid met nieuwe gezangen en nieuwe liturgische formulieren. Naast het Gereformeerd Kerkboek is bij de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt ook het Liedboek voor de Kerken in gebruik. Niet alle liederen uit dit Liedboek zijn vrijgegeven om in de kerkdiensten van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt gebruikt te worden.

tags: #gereformeerd #kerkboek #gezang #90