Dominee Bart de Bruin: Een Leven in Dienst van het Geloof, Ook Tijdens de Pandemie

De Rol van een Predikant: Meer dan Alleen Preken

Als predikant is dominee Bart de Bruin dagelijks bezig met de voorbereiding en uitvoering van kerkdiensten. Dit omvat het creëren van preken die relevant zijn voor de hedendaagse uitdagingen, en het reserveren van tijd voor studie en bezinning op de Bijbel, kerkgeschiedenis, cultuur, psychologie en filosofie. Daarnaast begeleidt hij jongeren die zich willen verdiepen in het christelijk geloof. Zijn werkzaamheden reiken verder dan de preekstoel; hij voert gesprekken met mensen over levensvragen, vreugde, moeilijkheden en zorgen. In crisissituaties, zoals bij ziekte, wordt hij, net als andere kerkelijke werkers, ingeschakeld. Hij bereidt stellen voor op hun huwelijk, spreekt met ouders over de doop van hun kind en begeleidt families bij begrafenissen. Vergaderingen met betrekking tot het leiden van de gemeente maken eveneens deel uit van zijn takenpakket.

Een illustratie van een predikant die een gesprek voert met een gemeentelid.

De Overgang naar Digitale Diensten tijdens Corona

De coronapandemie bracht ingrijpende veranderingen met zich mee voor de gemeente. Waar normaal gesproken twee ochtenddiensten met ongeveer 1.250 bezoekers en een avonddienst met rond de 600 mensen werden gehouden, moesten deze plotseling worden stopgezet. De gemeente schakelde over op digitale diensten via YouTube en Kerkomroep. Dominee De Bruin stond daardoor alleen voor een camera, zonder de directe interactie met zijn gemeenteleden.

Dit was voor De Bruin, die zichzelf omschrijft als een 'mensenmens', een aanzienlijke aanpassing. Hij benadrukt het belang van ontmoeting en samenkomen binnen de gemeente van Jezus. Gelukkig werd er door een groep jonge mensen hard gewerkt om de technische kwaliteit van de online diensten te waarborgen, met goede aandacht voor geluid, beeld en muziek. Hij spreekt hier zijn dankbaarheid voor uit.

Naast de reguliere diensten werden er ook wekelijks digitale jongerenmomenten op YouTube georganiseerd, evenals avondgebeden via de kerkomroep voor ouderen. Persoonlijke bezoeken waren niet langer mogelijk, waardoor veel communicatie via telefoon verliep. Een kaartenactie werd opgezet om alle ouderen te bereiken. Gesprekken en vergaderingen werden via FaceTime en Zoom gevoerd, en sommige activiteiten moesten geannuleerd worden. Naarmate de maatregelen versoepelden, werden beperkte persoonlijke bezoeken en kleine vergaderingen, met inachtneming van hygiëne- en afstandsregels, weer mogelijk.

De COVID-19-pandemie dwong kerken tot online diensten, wat aanvankelijk tot frustratie over de technologie leidde, maar nu wordt het als essentieel beschouwd.

De Roeping en Vorming van Dominee De Bruin

Dominee De Bruin heeft een bijzondere band met de Ontmoetingskerk in Middelburg, die hij omschrijft als ‘een open bondsgemeente met een evangelicale inslag’. Deze band dateert al uit zijn studietijd. Hij ervoer destijds al een zekere vrijheid om te spreken vanaf de preekstoel.

Toen het beroep van deze grote gemeente kwam, voelde hij zich vergelijkbaar met Petrus die Jezus riep om naar Hem toe te komen op het water. De omvang van de gemeente, met veertig kerkenraadsleden en 1.150 kerkgangers, maakte hem aanvankelijk onzeker over zijn vermogen om zo’n complexe gemeenschap te leiden. Een gesprek met een ouderling over de storm op het meer, met de uitgestoken hand van Jezus, gaf hem hoop.

In zijn eerste twee jaar in Middelburg werkte hij op een vergelijkbare manier als in zijn vorige gemeente in Andel, waar hij een centrale rol speelde. Na het ervaren van grenzen en het risico op een burn-out, begon hij een zoektocht naar zijn specifieke roeping. Dit proces werd ondersteund door de kerkenraad, de IZB (Interkerkelijke Zendingsorganisatie) en een coachingstraject met Paul Donders, die ervaring had in zowel kerkelijke als zakelijke coaching. Door middel van gesprekken, studie en testen leerde De Bruin zich te focussen op zijn unieke roeping als predikant binnen deze specifieke gemeente. Dit leidde tot een herdefiniëring van zowel zijn predikantschap als de visie op het gemeente-zijn.

Een afbeelding van de Ontmoetingskerk in Middelburg.

Focus op Discipelschap en Gemeente-zijn

Via het IZB-Focustraject begon de gemeente meer na te denken over gemeente-zijn vanuit het perspectief van discipelschap. Bij alle gemeenteactiviteiten werd de vraag gesteld of deze bijdroegen aan het vormen van leerlingen van Jezus. Hoewel dit niet altijd lukte, werd het een leidraad.

De gemeente beschikt over een fulltime kerkelijk werker voor pastoraat, een parttime werker voor ouderenpastoraat, en recentelijk een fulltime werker ter ondersteuning van het jeugdwerk en de toerusting. Voor dominee De Bruin liggen zijn kerntaken in de verkondiging en toerusting, gebaseerd op deze visie. Hij erkent dat dit een bevoorrechte positie is, waarin hij de ruimte krijgt om op deze manier te werken.

Hij reserveert ongeveer 20 uur per week voor de voorbereiding van preken, wat neerkomt op vijf tot zes dagdelen. Voor pastoraat heeft hij circa vijf uur per week beschikbaar binnen zijn gemiddelde werkweek van 55 uur. Hij voert pastorale gesprekken, evenals gesprekken rondom huwelijk en dopen. Als ‘relatiemens’ onderhoudt hij veel contacten, al zijn deze niet allemaal diepgaand. Om bereikbaar te zijn in de grote gemeente, staat hij voor en na de diensten, en tussen de ochtenddiensten door, in de hal om gesprekken aan te gaan. Hij overlegt regelmatig met kerkelijk werkers en kerkenraadsleden over pastorale zaken. De meeste begrafenissen worden door de kerkelijk werkers verzorgd, terwijl hij zich richt op de meer intense uitvaarten, zoals die van een baby of een jongere die door suïcide om het leven kwam.

Het jeugdwerk heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in zijn leven. Hij is betrokken bij de catechese, jongerenevents en mede verantwoordelijk voor de inhoudelijke lijn van het jaarlijkse Ontmoetingsfestival. Hij ervaart dit als een voorrecht, hoewel niet elke preek ‘vloeiend’ verloopt; soms voelt het als een strijd. Na het preken reflecteert hij veel, wat hij lastig vindt om los te laten. Na dertien jaar preken kan hij de voorbereiding niet per se sneller doen, maar hij wil zich graag verdiepen in het Woord van God, wat tijd kost. Hij besteedt veel tijd aan exegese en hermeneutiek, met de vraag in gedachten die een tiener hem ooit stelde: "wat maakt dit voor mij morgen uit?"

De Kunst van het Preken en de Invloed van Tim Keller

Dominee De Bruin benadrukt het belang van ‘baas zijn over je agenda, vanuit je roeping’. Als er een blok voor preekvoorbereiding gepland staat en er dient zich iets anders aan, schuift hij dit door. Hij ervaart het als productief om mensen te bezoeken, maar ook het lezen van boeken helpt hem om de tijd waarin we leven te begrijpen. Kerkenraden waarderen een preekstijl die de tijdgeest weerspiegelt, met duidelijke lijnen en theologische correctheid. Hij wordt geïnspireerd door auteurs als Miskotte.

De grootste invloed op zijn vorming had Tim Keller. Kellers uitleg en toepassing van het evangelie, en met name zijn ontmaskering van religie, zijn voor hem zeer vormend geweest. Hij verwijst naar het verhaal van de verloren zoon, waarbij Keller de nadruk legt op de houding van de oudste zoon. Het verhaal benadrukt de vrijgevigheid van de vader die beide zonen zoekt. Keller illustreert dat beide zonen de bezittingen van de vader willen, maar niet de vader zelf. Dit gaf De Bruin een dieper inzicht in de aard van zonde. Hij waardeert ook Kellers praktische benadering. Een voorbeeld hiervan is Kellers reactie toen iemand hem herinnerde aan een belofte om terug te bellen; in plaats van een excuus te verzinnen, vroeg Keller zich af waarom hij loog om zichzelf te redden en een goed beeld als predikant te behouden.

Een portret van Tim Keller.

Uitdagingen en Ondersteuning in het Predikantschap

Het predikantschap wordt beschouwd als een uitdagend beroep, mede door de diverse stromingen binnen gemeenten. Predikanten kunnen hierdoor ‘leeglopen’. Hoewel ze hun werk met hart en ziel doen, maken gemeenteleden soms keuzes die niet in het belang van de gemeente zijn. De Bruin ervaart dit soms, met de gedachte dat hij preekt, maar mensen toch hun eigen weg gaan.

Het contact met collega-predikanten biedt hem veel steun. Hij maakt deel uit van een diverse groep voorgangers uit het hele land, inclusief baptisten- en evangeliegemeenten, die elkaar vijf keer per jaar ontmoeten om ervaringen te delen en voor elkaar te bidden. Daarnaast neemt hij deel aan een theologenkring die vijf tot zes keer per jaar bijeenkomt, en een Kierkegaard-leesgroep die tweemaal per jaar samenkomt om diepgaande boeken te bestuderen, zoals die van Hannah Arendt of Charles Taylor.

In het boek 'Dialoog, dans en duel' wordt de predikant ook gezien als een 'combattant'. De Bruin wijst vaak op de hedendaagse maatschappelijke ontwikkelingen. Hij is geraakt door de boeken van Herman Paul over secularisatie, en merkt op dat christenen, net als hun tijdgenoten, bezig zijn met vakanties en auto’s. Dit kan sluipenderwijs gebeuren, en door de drukte van de week verlangen sommigen op zondag naar iets ‘makkelijks’. Wanneer hij in preken vraagt waar mensen hun tijd aan besteden, is dit niet moralistisch bedoeld. Hij erkent dat Netflixen of naar een voetbalwedstrijd kijken niet verkeerd is, maar stelt de vraag waar men zich door laat leiden. Ook de besteding van geld is een belangrijk punt van reflectie. Hij verbindt dit met Tim Kellers idee van afgoden, Herman Pauls secularisatie en Kees van Ekris’ concept van geestelijke strijd.

Persoonlijke Reflectie en Gemeentevorming

De Bruin onderzoekt deze thema’s door te kijken naar zijn eigen leven en de seculiere aantrekkingskracht die hij ook bij zichzelf ervaart. Hij luistert naar wat hij hoort in het pastoraat, in de kerkenraad en in boeken. Veel mensen willen wel leven voor God, maar het komt er niet altijd van. Hij merkt op dat men zich vaak focust op zelfscholing, zoals het volgen van een opleiding, ten koste van deelname aan Bijbelkringen.

Het onderscheid tussen de 'gathered church' op zondagochtend en de 'scattered church', waarin men individueel actief is, heeft hem aan het denken gezet. Hij toont materiaal dat in zijn gemeente wordt geproduceerd: een team van negen mensen, variërend in leeftijd, werkt aan materiaal voor Bijbelkringen. Het jaarthema 'Leer mij U te zien' is gekoppeld aan diensten waarin hij preekt over het boek Esther. Op de woensdag voorafgaand aan deze diensten worden Bijbelkringleiders toegerust met materiaal dat Bijbelstudie en opdrachten bevat om in beweging te komen en te oefenen in het volgen van Jezus.

Hij benadrukt dat er ook veel redenen zijn om dankbaar te zijn. Er komen mensen tot geloof, en er zijn 36 catechisanten in drie groepen, waarvan sommigen geen kerkelijke achtergrond hebben. Hij spreekt in gewone taal, wat hij als een bevrijding ervaart. Een gesprek in Andel met een vrouw in het zwart gekleed, terwijl hijzelf casual gekleed was, leerde hem dat hij dichtbij kon komen en daardoor het evangelie ook dichterbij bracht. Hij realiseerde zich dat hij het evangelie net zo hard nodig heeft als zij. Hij is open over zijn eigen worstelingen en kwetsbaarheden, zoals tijdens een mannenavond. Hij gelooft dat door te geloven in Gods genade, er binnen de kerk ruimte is voor kwetsbaarheid.

Voor de preekvoorbereiding gebruikt hij sinds de cursus 'Passie voor preken' een mindmap van één A4’tje. Hij oefent de preek een paar keer en voelt dat hij zo mensen meeneemt. Op vrijdagochtend print hij zijn exegese uit, bepaalt de route en maakt een kladversie van de mindmap, gevolgd door de nette versie. Het geheim van preken voor hem ligt in het hart van zijn werk, waarover hij enthousiast is. Hij ervaart ook momenten van twijfel, waarbij de vraag is hoe de gevonden stof landt bij de gemeente. Hij ziet dit als een geestelijke vraag: wat heeft God te zeggen? Voor hem is stil gebed voor de preekstoel een belangrijk moment om deze afhankelijkheid te ervaren. Hij gelooft dat Jezus altijd ergens in zijn verkondiging naar voren moet komen, en vindt dit een essentieel uitgangspunt. Momenteel werkt hij aan een preekserie over de Korinthebrief, met onderwerpen als ethische praktijken, relaties en het huwelijk.

Een visualisatie van een mindmap die gebruikt wordt voor preekvoorbereiding.

Missionair Werk en Openheid

Een predikant is ook een 'missionaris'. Dominee De Bruin overweegt het oprichten van een 'In dubio'-kring voor stellen waarbij één partner gelooft en de ander niet. Hij overlegt hierover met een van de kerkelijk werkers, en de vraag is of deze kring zich alleen op relaties moet richten of ook op het geloof. Hij sluit aan bij Tim Kellers idee om kerkleden te vormen voor gesprekken over het geloof. Hij volgt ook de ontwikkelingen op sociale media.

Het lezen van biografieën van artiesten als Eric Clapton en Phil Collins, die na persoonlijke crises leegte ervaren, inspireert hem. Ook de comeback van Michael Jordan als basketballer toont thema's die relevant zijn. Bij het kijken naar sportwedstrijden van zijn kinderen, ontstaan soms leuke gesprekken. Wanneer hij gevraagd wordt naar zijn werk, stelt hij de vraag terug. Ook tijdens het windsurfen, zijn hobby, komt hij in contact met 'locals'. Zijn interesse in hen is niet primair bedoeld om iets over te brengen, maar vanuit oprechte nieuwsgierigheid. Iemand die recent tot geloof is gekomen, geeft hem soms verrassende inzichten over het geloof en vraagt zich af waarom christenen zo weinig over Jezus praten, wat hij apart vindt. Hij merkt op dat christenen ook moeiteloos meepraten over dure vakanties, wat hem een spiegel voorhoudt over waar hun hart van overstroomt.

De COVID-19-pandemie dwong kerken tot online diensten, wat aanvankelijk tot frustratie over de technologie leidde, maar nu wordt het als essentieel beschouwd.

tags: #dominee #de #bruin #middelburg