De geschiedenis van de Doopsgezinde Gemeente in Uithuizen is nauw verbonden met de Vermaning, het kerkgebouw dat al lange tijd een centrale rol speelt in het leven van de geloofsgemeenschap. De oorsprong van het doopsgezinde geloof in dit gebied gaat terug tot de 16e eeuw.
Vroege Geschiedenis en Vervolging
Omstreeks 1560 woonden rond Uithuizen al dopersen, die in het geheim bijeenkwamen. Vanaf dat jaar werden zij in De Ommelanden erg vervolgd. In 1567 kreeg Claes Lucht uit 't Zandt de opdracht om hen te verdrijven. Claes en consorten traden met gewapende krijgslieden beestachtig op tegen mennonieten te Uithuizermeeden en Uithuizen. Dat optreden was zelfs de autoriteiten te bar.
Ontstaan van de Gemeente en Verborgen Bijeenkomsten
Het ontstaan als zodanig van een Doopsgezinde Gemeente in Uithuizen ligt waarschijnlijk tussen 1600 en 1630. De leden kwamen dan regelmatig en georganiseerd in het geheim bijeen in boerderijen, waarvan de bezitters Doopsgezind waren. In 1636 probeerden de jonkers Gosen Schaffer van Almersma en Rudolf Ausma van Engersum paal en perk te stellen aan deze bijeenkomsten.
Officiële Erkenning en de Vermaning
In 1686 is in officiële zin sprake van een Doopsgezinde Gemeente te Uithuizen. In een ruilingsakte uit 1735 staat dat de Vermaning, zoals Doopsgezinden hun kerk meestal noemden, reeds op de huidige plek stond. Tussen 1800 en 1840 leefde de gemeente een slapend bestaan, met slechts enkele doopsgezinden. Het kerkgebouwtje verkeerde in een zeer vervallen staat en er werden geen diensten meer gehouden.

Heropleving en Vernieuwing van de Kerk
Vanaf 1840 leefde de gemeente weer op en nam het aantal leden toe. In 1868 besloot het kerkbestuur om het oude kerkje te verbouwen en te vergroten. Dit kostte toen ongeveer 4.000 gulden. De huidige kerk is een zaalkerk, gebouwd in een sobere eclectische stijl, wat betekent dat er twee of meer historische stijlen gecombineerd zijn. De architect is niet bekend, maar er bestaat een vermoeden dat het Oeds de Leeuw Wieland uit Loppersum geweest kan zijn. Aan de buitenkant valt de symmetrische voorgevel op, verdeeld in vlakken door zes pilasters, waarin rozetankers (rozetten van gietijzer). Aan de voorkant zijn twee uitbouwen. In het interieur vallen het houten tongewelf, de ijzeren trekstangen, de luchtroosters en de grote ramen met wenkbrauwogen op.

Interieur en Preekstoel
In het interieur van de Vermaning vallen het houten tongewelf, de ijzeren trekstangen en de luchtroosters op. Rond 1950 zijn de kerkbanken verwijderd en kwamen er stoelen in de kerk; in 2013 zijn nieuwe stoelen aangeschaft. Opvallend is de vloer, gemaakt van granito, dat bestaat uit marmerkorrels of korrels van ander materiaal die in cement of klei zijn gedrukt en gepolijst. Bij Doopsgezinden was het oorspronkelijk, vooral op het platteland, gebruikelijk om "uit de Bank" te preken. Dat was een niet-verhoogde bank of een rij stoelen achter een schot voorin de kerk. De huidige preekstoel dateert waarschijnlijk uit omstreeks 1840 en is gebouwd in een neoklassieke stijl. Het uiterlijk vertoont overeenkomsten met die in de Mariakerk in 't Zandt.
Muzikale Begeleiding: Van Voorganger tot Orgel
Vroeger was er geen kerkorgel te vinden in de Vermaning. De gemeente zong met vocale begeleiding van de voorganger. Pas rond 1900 werd een harmonium aangeschaft. Dit instrument werd in 1916 vervangen door een nieuw pijporgel, gebouwd door Adriaan Standaart (1882-1958) uit Rotterdam. Het is één van de weinige originele orgels van dit type dat nog te vinden is in Nederland. Het is een pneumatisch instrument met een typische, lichte klank. In 1937 is de handpomp vervangen door een elektrische windmachine. Het orgel en de kas worden echter niet van rijkswege beschermd vanwege te weinig monumentale waarde.

Architectuurhistorische Waarde en Monumentenstatus
De doopsgezinde kerk is van architectuurhistorische waarde en geldt als een representatief voorbeeld van een neo-renaissance kerkje. De hoofdvorm en het interieur, met de aanwezige bankjes, het spreekgestoelte en de koperen luchter, zijn gaaf bewaard gebleven. Het vormt dan ook een beeldbepalend element in de straat. De kerk is vrij gelegen in het groen op de hoek van de Mennonietenkerkstraat en de Hoogstraat. Aan het begin van het toegangspad naar de kerk is een enkelvoudig beweegbaar deel geplaatst.
Predikanten en Gemeenschapsleven
Tot in 1840 namen liefdepredikers, oudsten of leraars de godsdienstoefeningen waar. De oudst bekende naam is die van Tjaart Pieters (1693-1776), landbouwer op Takuma en begraven bij de Jacobikerk. Hij was 44 jaar leraar van de gemeente. In 1840 kwam de eerste gestudeerde leraar, Abraham Jacobus Pesch. Een bekende Doopsgezinde predikant uit de 20e eeuw is dominee M.J.J. Gaaikema, vader van de cabaretier Seth Gaaikema. Ds. Gaaikema was een van de voornaamste initiatiefnemers van de oprichting van 't Oldörp, de latere Volkshogeschool. Hij was ook actief in het Departement Uithuizen van de 'Maatschappij tot Nut van 't Algemeen'.
De Ondergang van De Dominee: Nederlands Grootste Crimineel
Boekpresentatie in de Vermaning
De Doopsgezinde Vermaning te Uithuizen heeft ook dienstgedaan als locatie voor culturele evenementen, zoals de feestelijke presentatie van het boek "De Molens van Uithuizen, vijf eeuwen molengeschiedenis" op 12 oktober jl. Auteur Bob Poppen overhandigde het eerste exemplaar aan wethouder Eltjo Dijkhuis van de gemeente Het Hogeland. Dit boek beschrijft de geschiedenis van 11 molens in de regio, met vermeldingen die teruggaan tot 1499.
tags: #doopsgezinde #vermaning #uithuizen