Ervaringen binnen de Baptistengemeente Den Helder

Met de naderende zomertijd en vakantieperiodes, waarin de kerkelijke activiteiten vaak wat op een lager pitje staan, is het een moment om op adem te komen. De bijbel nodigt ons uit: "Allen die vermoeid en belast zijn, kom tot Mij en Ik geef je rust!" (Mattheüs 11:28). Jezus nodigt ons uit om rust te vinden bij Hem, niet alleen om te ontspannen, maar ook om in die rust dichter bij Hem te zitten, naar Zijn stem te luisteren, ons denken te laten vernieuwen en zo te groeien in relatie met Hem. Indien we deze maanden persoonlijke rust bij Jezus zoeken en vinden, zullen we het nieuwe seizoen gegroeid ingaan, met een diepere relatie met de Vader, Zoon en Heilige Geest. Ga je mee de diepte in?

Illustratie van rustgevend landschap met een persoon die bijbel leest

Preek en Aanbidding: Ontmoeting met Jezus

Tijdens de aanbidding kan de aanwezigheid van God sterk worden ervaren. Muziek kan fungeren als een "deur" naar het hemelse, waardoor God zichzelf direct aan mensen kan openbaren, soms zelfs zonder dat een preek nodig is. In de preek "Jezus in onze chaos" neemt Corné den Breejen de gemeente mee in de betekenis van een echte ontmoeting met Jezus. Hij begint met herkenbare voorbeelden van ontmoetingen die rust kunnen brengen, zelfs wanneer het hoofd vol onrust zit. Vanuit dit perspectief benadrukt hij dat iedereen, ongeacht hoe men binnenkomt, op de juiste plek is omdat God kent en liefheeft.

In de preek "Leven vanuit een hoopvol perspectief" deelt Eugene inzichten over hoe christenen vandaag kunnen leven in het licht van de wederkomst van Jezus, gebaseerd op 2 Petrus 3:8-15. Hij plaatst deze boodschap in de context van de onzekerheid, maatschappelijke onrust en twijfel die ook de eerste christenen kenden, toen de wederkomst uitbleef en vragen rezen over de belofte.

De Werking van de Heilige Geest en de Identiteit van Jezus

Geert deelt een persoonlijke ervaring waarin hij en zijn vrouw spraken over Gods liefde door de Heilige Geest. Deze ervaring dient als illustratie van hoe de Geest werkt. Hij benadrukt dat de basis van het geloof ligt bij Jezus en het kruis, gevolgd door Pinksteren en de gave van de Heilige Geest. Arie neemt de gemeente mee in de vraag wie Jezus werkelijk is, vanuit bijbelse teksten en het grotere verhaal van Gods openbaring. Hij erkent antwoorden als Jezus is onze redder, vriend, hoop en rust, maar wil verder kijken dan alleen wat Jezus voor ons persoonlijk betekent.

Radicaal Geloof en de Praktijk van het Geloof

Leendert introduceert het woord "radicaal", wat letterlijk "tot de wortel" betekent en in Bijbelse zin duidt op iets ingrijpends en zonder compromis. Hij verwijst naar Deuteronomium 6:5: "Heb de HERE, uw God, lief met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht."

Corné stelt de vraag wat er met ons geloof gebeurt na zondag. Zondag is bedoeld voor rust, aanbidding en gemeenschap, maar de maandag brengt de dagelijkse realiteit van werk, verkeer en drukte. De kernvraag is hoe we het geloof van zondag meenemen in ons dagelijks leven. Geert legt in zijn preek over de vijfvoudige bediening uit hoe Jezus na zijn hemelvaart leiders aan de kerk gaf: apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraren. Deze bedieningen hebben als doel gelovigen toe te rusten, te laten groeien in heiligheid en volwassenheid, en hen te helpen dieper te gaan in hun relatie met God.

Infographic die de vijf bedieningen van de kerk weergeeft

Vertrouwen op God als Bewaarder

De preek "Onze vader is onze bewaarder", gebaseerd op Psalm 121, staat volledig in het teken van vertrouwen op God als helper en beschermer. Harry begint met de vraag waar onze hulp vandaan komt, om vervolgens te antwoorden: van de Heer, de Schepper van hemel en aarde.

De Betekenis van Kerst, het Kruis en Gods Voorzienigheid

Geert verbindt het feest van Kerst met het kruis van Jezus, het centrum van het christelijk geloof. Hij legt uit dat de geschenken van de wijzen - goud, wierook en mirre - profetisch wezen naar Jezus als koning, puur en offerlam. Mirre symboliseert zowel het bittere lijden als de heerlijke vrucht daarvan.

Corné opent met Matteüs 6:19-27, waarin Jezus oproept geen schatten op aarde te verzamelen en niet bezorgd te zijn. Met het beeld van de vogels benadrukt hij dat God zal voorzien, zowel in het persoonlijke leven als in de gemeente. Het gebouw waarin zij samenkomen wordt gezien als een teken van deze voorziening. Hij moedigt aan te investeren in Gods Koninkrijk, omdat dit waarde heeft voor de eeuwigheid.

Israël, de Gemeente en Trouw aan het Verbond

Martien spreekt over de verhouding tussen Israël en de gemeente, en hoe God trouw blijft aan zijn verbond met het Joodse volk, terwijl gelovigen uit de heidenen daarin mogen worden ingesloten. Hij deelt persoonlijk dat december een moeilijke maand is vanwege het overlijden van Stik, maar dat hij dankbaar is om in de gemeente te zijn en te zien wat God doet.

Innerlijke Secularisme en de Vrede van het Geloof

Een artikel van Kees van Ekris, protestants predikant, belicht de "vreemde murwheid en uitgeblustheid" die soms kan overvallen binnen de kerk. Hij ervaart een diepe vermoeidheid onder predikanten en toegewijde gemeenteleden, waarbij twijfel dieper geworteld blijkt te zijn dan men vermoedde. Twee predikanten, Paul Visser en Kees van Ekris, roepen op tot bezinning op het innerlijke secularisme waar veel kerkgangers mee worstelen. Ze ontmoeten vaak vermoeide zielen die het geloof beu zijn, waarbij het "leeglopen van het geloof" niet aan de rand, maar midden onder toegewijde gelovigen plaatsvindt.

Van Ekris beschrijft verveling als het verlies van een bezield verband, een besef van oorsprong en bestemming. Met het verdwijnen van het christendom ontstaat een nieuwe verveling in de cultuur, waarbij materiële zaken centraal komen te staan. Echter, de ziel kan niet leven van brood, spelen en genot, wat uiteindelijk leidt tot verveling en onaanraakbaarheid.

Deze vorm van verveling treft ook de christelijke gemeente. De sleetsheid in het geestelijke leven, waarbij verlangen naar God steeds weer doodslaat, wordt gevoed door slappe theologie en een focus op het eigen "ik". Daartegenover staat de verveling die de kerk zelf beu is: de interne ruzies, het gedoe, de grote waarheidsclaims van kleine zielen en de polemieken. Ook de vermoeidheid met religie in het algemeen, met de menselijke pogingen om Gods Naam te claimen, wordt ervaren. De diepere zielen weten dat hieronder de moeite van het wachten op God en het gemis van zijn levende aanwezigheid schuilt, vermoeid van onverhoorde gebeden, clichés en dode taal.

Van Ekris merkt op dat onder predikanten en toegewijde gemeenteleden een diepe vermoeidheid heerst. Jarenlang is innerlijke twijfel bevochten en is gezocht naar manieren om de ziel op te peppen. Meer bidden, vuriger spreken, extra discipline - het werkt even, maar dan knapt er iets. Dit geldt ook voor jonge mensen die, ondanks een bevoorrechte christelijke opvoeding, het geloof zien verdampen in de confrontatie met de hedendaagse cultuur, weerloos tegen nihilisme, consumentisme en verveling.

Hij stelt dat de druk op kerken om de atmosfeer van verveling te doorbreken, op beleving om een levende christen te zijn, op discipline en op de prediker om de crisis tegen te spreken, te groot is. De theologie die deze druk intensiveert - meer discipline, meer beleving - leidt uiteindelijk tot grotere ongevoeligheid. De nadruk op beleving kweekt een generatie van onbereikbaren.

De pogingen om verveling op een "al te menselijke" wijze te bestrijden - meer entertainment, accent op keuzes, discipline, waarheid - vergroten het probleem. Meer "kick" werkt op korte termijn, maar vereist steeds meer om te raken, wat leidt tot ongevoeligheid. De strategieën van "meer" pijnigen de vermoeide ziel in plaats van te helpen.

Van Ekris ziet de aanvechting van vermoeidheid niet als zwakte, maar als geestelijke adel, iets waar Godzoekers over spreken. Hij pleit voor reformatorische zelfkritiek als een waardig uitgangspunt voor het Luther-jaar, om de ene kerk terug te vinden als ruimte voor allerlei zielen. Het zou een geloofsgreep van de Heilige Geest zijn om, te midden van het volk, één huis voor de ziel te vinden.

Hij suggereert om de "Entdeckersfreude" uit de Reformatie te hervinden: de vreugde om de verkiezing. Een theologie die twijfel, zonde en wanhoop aankan, is nodig. Het leerstuk van de verkiezing, niet als retro-theologie maar als een medicijn waar vaderen vrijheid in vonden, kan opnieuw worden hervonden. Dit leidt tot hernieuwd ontzag voor Gods spreken, voor het onomkeerbare en definitieve van Gods "ja". Deze theologie verbindt opnieuw met Israël, dat leeft van eenzelfde verkiezing, en brengt een nieuw ontzag voor de soevereiniteit van God. Paradoxaal genoeg kan dit spanning brengen in het geloofsleven.

De diepste vraag op de bodem van de vermoeide ziel kan zijn: "Raak ik Hem kwijt? Wat als ik mijn kind verlies aan deze wereld? Wat als ik zelf niet meer wil of kan?" Het is een voorrecht voor theologie en prediking om deze vraag te erkennen en te beminnen, niet om erin te blijven hangen, maar om ze uit te spreken en te bespreken, zowel in de kerkenraad, onderlinge ontmoetingen als in de binnenkamer.

Visualisatie van een boom met diepe wortels, symbool voor ontworteling en voeding

Geloofsopvoeding in de Praktijk

Herman Boon, spreker en cabaretier, deelt principes voor de geloofsopvoeding van kinderen. Hij benadrukt dat de eigen relatie met God het allerbelangrijkst is, omdat daaruit geleerd wordt hoe te leven. Markus 10, waar Jezus kinderen verwelkomt en zegent, is cruciaal. Zegenen betekent goed spreken over kinderen, hen bemoedigen en opbouwen, en zorgen voor een positieve sfeer thuis. Filippenzen 2:14 ("doe alles zonder mopperen of klagen") is een belangrijke tekst.

Wanneer kinderen horen dat God van hen houdt en een plan met hun leven heeft, worden ze enthousiast. Een "koninklijke sfeer" thuis, vol bemoediging, vrede en goed spreken, creëert een omgeving waarin kinderen willen opgroeien. Het geloof van ouders moet een levensstijl zijn, om kinderen daarin mee te nemen. In het kinder- en tienerwerk wordt gezien dat het geloof in veel gezinnen erbij hangt.

Herman en Jasmijn betrokken God bij alles. Jasmijn vond het geloven in God normaal en sprak erover met haar vriendinnetjes. Het betrekken van God bij alles, zoals bidden voor een verloren fietssleutel, was gewoon thuis. Ze merkte dat dit elders minder gebeurde. Herman voorspelt dat dit zal veranderen.

Jasmijn vond het prettig dat het geloof zo centraal stond. Ze ervoer het soms als "zijn wij de enigen?", maar de fijne kerk waar ze actief waren, hielp hierbij. Een vaste gezinsavond, met gezelligheid, spelletjes, zingen, Bijbelteksten leren en bidden voor elkaar, was een belangrijk onderdeel van hun opvoeding. Deze avonden waren leuk, gezellig en nuttig, en de kinderen vonden het te gek om Bijbelteksten te leren.

Jasmijn wil dit later zeker voortzetten, omdat het belangrijk is om in het drukke bestaan tijd voor elkaar te nemen. Herman benadrukt dat de kindertijd de allerbelangrijkste tijd is. Als kinderen in de eerste zestien jaar niet goed met Gods principes worden opgevoed, gaan ze verloren aan de wereld. Veel gezinnen investeren te weinig en mopperen op hun tieners. Tijd nemen voor de geloofsopvoeding is normaal.

Wat betreft strengheid, Herman adviseert vriendelijkheid en het gevoel geven dat kinderen altijd terechtkunnen, maar ook streng zijn wanneer nodig. De Bijbel zegt dat je moet tuchtigen, in liefde. De familie Boon gebruikte een kruisjessysteem: bij drie kruisjes mocht een kind een dag niet met andere kinderen spelen. Jasmijn, als gehoorzaam type, had zelden een kruisje, behalve één keer toen ze op de kamer van haar vader ging verstoppen, ondanks herhaaldelijke waarschuwingen.

Herman stelt dat consequente en liefdevolle opvoeding leidt tot minder correcties. Dwingen om naar de kerk te gaan, werkt niet; dan ben je al te laat. Vanaf jonge leeftijd moet besproken worden waarom men naar de kerk gaat. Luister naar wat kinderen belangrijk vinden en of ze aansluiting vinden. Een kerk die kinderen leuk vinden, kan veel goedmaken. Actief worden in de kerk, door taken op zich te nemen, vergroot betrokkenheid.

Gaven van de Geest en Bovennatuurlijk Leven

De Bijbel staat vol met teksten over de gaven van de Geest, zoals genezing, profetie en tongentaal. Herman vindt het vanzelfsprekend om hier vroeg mee te beginnen. Jasmijn's vader bad dagelijks in tongen, wat het normaal maakte om hier op jonge leeftijd mee bezig te zijn. De ouders legden uit wat het inhield. Herman benadrukt de verantwoordelijkheid van ouders om wonderen te laten zien aan hun kinderen, door zelf bovennatuurlijk en toegewijd te leven. Soms werden deze dingen bewust geleerd.

Gods stem verstaan en God zoeken in moeilijke tijden was normaal voor Jasmijn. Dit gebeurde ook tijdens kampen, waar kinderen leerden bidden voor zieken. Het is bij kinderen gemakkelijk om dit te doen.

Jasmijn benadrukt dat zij niet perfect zijn. Met tijd en aandacht kan iedereen dit bereiken. Haar ouders hadden ook moeilijkheden, en wanneer haar vader voorganger was, vroegen ze de kinderen om voor hen te bidden. Kinderen voelen zich daardoor waardig. Ouders moeten niet doen alsof ze perfect zijn, maar laten zien dat ze het ook moeilijk vinden en durven sorry te zeggen.

Illustratie van kinderen die samen bidden

Huiskringen: Meer dan Bijbelstudie

Het boek "Het kloppend hart" wordt beschreven als het meest complete en actuele boek over huiskringen, met praktische tips en materiaal dat via internet beschikbaar is. Het is een duidelijk, makkelijk te lezen boek dat onderbouwd wordt door ervaring en bijbelse handvatten biedt voor het vormgeven van kringenwerk. Het wordt een "must have" genoemd voor kringleiders.

Nieuwe kringleiders vinden het boek inspirerend en geven het zelfvertrouwen om te beginnen. Het is een eyeopener hoe het ook anders en minder formeel kan. Voor kringcoördinatoren verdiept het boek de kennis over de mogelijkheden van wijkkringen en bevestigt het belang van relatieopbouw. Het moedigt aan tot experimenteren en ontdekken wat past bij de wijk.

Het boek wordt als nieuw, verfrissend en een welkome aanvulling op bestaande literatuur beschouwd. Het biedt richting en handvatten voor beginnende kringleiders en gemeenteleiding, en stimuleert het stellen van basisvragen over het doel en de invulling van kringenwerk. Het wordt gezien als een handreiking om te starten met een huiskring en geeft vertrouwen door de volledigheid van informatie, wat helpt bij het dragen van verantwoordelijkheid voor mensen.

Vele praktische handreikingen worden genoemd. Het boek is een eyeopener over hoe gemeente-zijn ook kan zijn en maakt enthousiast om aan de slag te gaan. De kennis over coaching van kringleiders en kringen wordt verdiept. Het wordt gebruikt om nieuwe leid(st)ers toe te rusten, met de verwachting van bruikbare informatie ter ondersteuning van de bediening.

Het boek heeft geleid tot een andere kijk op de gemeente, de rol van de huiskring en het onderwijs, en heeft de zorg voor elkaar doen leven. Het geeft inzicht in hoe een kring inhoud te geven en iedereen actief deel te laten nemen. Het was een enorme bemoediging bij de aanvang van kringenwerk en heeft enthousiasme en inspiratie voor het kringenwerk vernieuwd.

Het boek zal een nuttige en handzame ondersteuning bieden, gebaseerd op ruime ervaring. Het versterkt de opvatting dat een huiskring meer moet hebben dan alleen Bijbelstudie. Het is goed aangesloten op de Nederlandse praktijk, niet alleen in het functioneren van kringen, maar ook in adviezen om het te integreren in de gemeente. De heldere visie wordt vertaald naar concrete handvatten en past bij de totale breedte van de kerk.

De beschrijving van hoe leiders vriendschap in de gemeente kunnen stimuleren, wordt als aanstekelijk en herkenbaar beschouwd en overal toepasbaar. Het boek bevestigt het belang van een huiskring voor een levende gemeente. De insteek van "zorgkringen" wordt als zeer interessant ervaren.

Er zijn echter ook kritische geluiden. Een lezer merkt op dat er druk wordt uitgeoefend op mensen en deelname door sociale druk een verplicht karakter heeft, wat kan leiden tot manipulatie. Er wordt gesproken over een "benauwende sfeer" in de Bethelgemeente, waar mensen geen vrijheid ervaren. De auteur zou zich bewust moeten zijn van het aantasten van de relationele wet van de autonomie, wat psychisch gezond zijn bemoeilijkt. God laat mensen ook kiezen zonder dreiging van uitstoting. Dit soort zaken kunnen op de lange duur leiden tot frustraties, verlies van persoonlijkheid en burn-out.

Anderen zien het boek als simpel, basic en gestructureerd. Vriendschap en geestelijke groei zijn kernwaarden. Er zijn verschillende niveaus van werken in groepen, waarbij andere zaken gebeuren in de groep zelf en tussen leiders en oudstenraad. Het boek stimuleert na te denken over de zorgzame gemeente en het inbedden van huiskringen in het geheel van gemeente zijn. Het kan helpen bij herbezinning op ambten in relatie tot gemeentezorg en huiskringen.

Er is een waarschuwing tegen een beklemmende sfeer waarin iedereen verplicht van alles moet en open moet zijn, zelfs tegen iemands karakter in. Het boek wordt echter geprezen om de heldere schrijfstijl, de sterke visie en de praktische toepassing met vele voorbeelden. Het is een goed leesbaar en praktisch toepasbaar boek dat inspireert.

Het belang van huiskringen wordt benadrukt, met name de zorg voor elkaar, die belangrijker is dan menigeen denkt. Het boek mag er zijn omdat het goed aansluit bij de praktijk en concrete handvatten biedt. Het past bij de totale breedte van de kerk.

Een lezer merkt op dat het niet moeilijk is om na tien jaar ervaring een moeilijk boek te schrijven, maar dat vriendschap en geestelijke groei de kernwaarden zijn van het werk in kleine groepen. Er zijn verschillende niveoms rond werken in groepen.

Het boek wordt als een eye-opener beschouwd, met name het deel over coachen. Het belooft een zorgzame huiskring te worden wanneer de principes worden toegepast. Het is een helder boek dat dient ter inspiratie voor het dienen van de gemeente.

Het boek wordt als zeer bruikbaar ervaren voor het toerusten van zorggroepleiders. De overgang van bijbelstudiekringen naar zorggroepen wordt ondersteund. Het boek motiveert om zich in te zetten voor de zorggroep en geeft een ander zicht op de gemeente en de rol van de huiskring en het onderwijs.

Het boek heeft laten ontdekken dat de kring meer te maken heeft met gemeenschap dan met studie. Handreikingen worden geboden om spontaner om te gaan met elkaar en echte aandacht voor elkaar te hebben. Het is verrassend, maar niet automatisch gemakkelijk om echt relatiegericht te zijn.

De eerste hoofdstukken bieden veel hulp en zijn leerzaam, met een ander zicht op de gemeente, de rol van de huiskring en het onderwijs. De zorg voor elkaar is een belangrijk thema. Het geeft inzicht in hoe een kring inhoud te geven en iedereen actief deel te laten nemen.

Het boek heeft opnieuw geënthousiasmeerd en geïnspireerd voor het kringenwerk, en zal een nuttige en handzame ondersteuning bieden vanuit ruime ervaring. Het versterkt de opvatting dat een huiskring meer moet hebben dan alleen Bijbelstudie.

Verzoening van Baptistengemeenten in Den Helder

De ABC-gemeente 'De Bron' en Baptisten Gemeente 'Het Lichtbaken' in Den Helder hebben zich, na een breuk in 2009, weer verzoend. Sinds begin 2013 zijn de twee gemeenten weer één. Ongeveer dertig leden scheidden zich in 2009 af van 'Het Lichtbaken' na meningsverschillen tussen leiders. John Jansen, voorganger van 'Het Lichtbaken', verklaart dat de meningsverschillen niet over de leer gingen, maar over "hoe je kerk bent en met elkaar omgaat". De weg naar verzoening werd ingezet toen 'De Bron' twee jaar geleden een brief stuurde naar 'Het Lichtbaken' waarin om vergeving werd gevraagd.

Foto van de gemeentebuilding van een baptistengemeente in Den Helder

Standpunten over Baptistengemeenten en Kerkelijke Verschillen

Ds. W. Arkeraats wordt gevraagd waarom hij het niet aanbeveelt om naar een baptistengemeente te gaan en waarom hij het wel goed vindt om binnen een reformatorische kerk te blijven. Hij antwoordt dat hij als lid van de Hervormde gemeente natuurlijk iemand niet naar een andere gemeente zou wijzen. Hij benadrukt dat er grote verschillen zijn tussen reformatorische en baptistengemeenten, met name in geestelijk klimaat, zondekennis, beleving van het geloof en levensheiliging. De kinderdoop is voor hem een fundamenteel punt. Hoewel Jezus centraal moet staan, is het simplistisch om hiermee een keuze te relativeren. Een reformatorische gemeente zal een baptistengemeente niet veroordelen, maar wel eerlijk oog hebben voor de grote verschillen en daarom een overgang afraden.

ChristenUnie in Den Helder

De ChristenUnie in Den Helder heeft bij de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart opnieuw een zetel behaald. Lijsttrekker Dina Polonius is dankbaar voor het vertrouwen. De campagne omvatte een bijeenkomst met kinderen, verslaggeving door het jeugdjournaal en een campagnefilmpje dat veel werd bekeken. De partij wil recht doen aan ouderen door hen zo lang mogelijk zelfstandig en waardig thuis te laten wonen, en biedt hen meer verbinding, passende zorg, veilige woonomstandigheden en bescherming.

Controverses rond Frank Ouweneel

Er wordt gesproken over de schokkende reacties van "geestelijke leidslieden" op noodzakelijke onthullingen binnen hun eigen kring. Er wordt gepleit voor een integer, onafhankelijk en deskundig onderzoek, waarbij de gemeente of het kerkgenootschap mede verantwoordelijkheid draagt voor Frank O. en hem beschermt. De onderzoekers Van den Esker en Wagenaar hebben een uitgebreid onderzoek uitgevoerd, waarop Ouweneel de gelegenheid heeft gehad zich te verdedigen, maar dit niet heeft gedaan. Het onderzoek wordt door sommigen als niet integer, onafhankelijk en deskundig bestempeld.

Arenda Haasnoot, voormalig vicevoorzitter van de Generale Synode van de PKN, uitte haar ongenoegen over artikelen op Goedgelovig en in het Nederlands Dagblad. Er wordt gesproken over het bekijken van een DVD van Frank Ouweneel en aantijgingen. De waarheid zou in veilige handen zijn bij Goedgelovig. De keuze van de christelijke pers/media wordt besproken.

Ruben Hadders merkt op dat bepaalde informatie die Ouweneel heeft gebruikt onjuist is en hij onzorgvuldig is geweest. Nog zorgwekkender is Ouweneel's reactie, die het werk van de auteurs beschouwt als "een aanval van de satan". Dit gedrag, waarbij voorgangers ermee wegkomen, staat ver af van de gezindheid van Christus. Ouweneel's reactie wordt als defensief en vijandig beschreven. Het wordt gevraagd waarom hij niet met de auteurs in gesprek gaat. Zijn reactie doet een ernstige vorm van hoogmoed vermoeden. De gemeente zou hem geen podium meer moeten bieden.

Er wordt gewezen op de schade die kan ontstaan door speculatief en onzorgvuldig omgaan met het profetisch Woord. Als Ouweneel hier ongevoelig voor is, kan de Gemeente beter afstand van hem nemen.

Documentaire over de geschiedenis van de Baptistenkerk

tags: #ervaring #met #de #baptistengemeente #den #helder