Het Evangelie: Een Verhaal van Jezus

Dit boek is geschreven met het doel om de waarheid van de verhalen over Jezus te ontsluiten. De kennis over de gebeurtenissen rondom Jezus is afkomstig van ooggetuigen, en ik heb mij ertoe gezet om alle gebeurtenissen nauwkeurig te onderzoeken en op te schrijven. Hoewel er reeds eerdere geschriften over Jezus bestaan, heb ik een grondige studie verricht om de feiten te achterhalen.

De Heilige Geest kwam over Jezus, en hij keerde terug naar Galilea. Daar verkondigde hij de boodschap van God in de synagogen. Jezus bezocht ook Nazaret, de stad waar hij opgroeide. Op een sabbat was hij zoals gewoonlijk in de synagoge. Toen hij opstond om voor te lezen, werd hem het boek van de profeet Jesaja aangereikt. Jezus opende het boek en zocht de passage die hij wilde lezen. Hij las de woorden: «God heeft mij uitgekozen. Daarom is zijn Geest bij mij. God heeft mij gestuurd om aan arme mensen het goede nieuws te vertellen. En om tegen gevangenen te zeggen dat ze weer vrij zijn. Om blinden te vertellen dat ze weer zullen zien. En om mensen die het moeilijk hebben, te helpen.»

Nadat Jezus het boek had gesloten, gaf hij het terug aan de dienaar en nam plaats. De aanwezigen in de synagoge keken hem aandachtig aan.

De Context van Lucas' Evangelie

De manier waarop Lucas zijn evangelie aanheft, doet denken aan de aanspreekvorm die gebruikt wordt voor procuratoren als Felix en Festus. Het is echter mogelijk dat Theofilus geen individu was, maar eerder een aanduiding voor iemand die zich toelegde op het verkondigen van het evangelie.

In de regio ten noorden van Palestina woonden niet alleen Joden, maar ook vele niet-Joden, afkomstig uit diverse volkeren. Op sabbat werd in de synagoge een dienst gehouden, die begon met de geloofsbelijdenis en een uitgebreid gebed. Vervolgens werd er voorgelezen uit de Tora. Daarna volgde een lezing uit een boek van de profeten, bedoeld om de lezing uit de Tora te verhelderen.

Het Hebreeuwse woord voor 'geest' omvat betekenissen als wind, adem, blazen en inspireren. Net zoals olie een steen doordringt, zo wordt Jezus doordrongen door de geest van God.

De Vorm van Oude Boeken

Boeken uit de tijd van Jezus verschilden aanzienlijk van de huidige boeken. Een boek was destijds een lange strook papyrus of perkament, opgerold rond een stok. Om het te kunnen lezen, werd de strook aan de ene kant afgerold en aan de andere kant opgewonden. Zo kon de geschreven tekst worden gelezen.

De eerste vier verzen van het evangelie volgens Lucas vormen één lange zin, vooral duidelijk in de oorspronkelijke Griekse tekst. De rest van het evangelie is geschreven in een taal die sterk lijkt op de Septuaginta, de Griekse vertaling van de Joodse Bijbel uit de periode 250-50 v.Chr. Lucas vermeldt zijn eigen naam niet, hoewel dit bij Grieks-Romeinse schrijvers wel gebruikelijk was.

Het Eerste Publieke Optreden van Jezus

Lucas beschrijft het eerste publieke optreden van Jezus als de vervulling van de profetieën uit het Oude Testament. Dit optreden had een duidelijk programma.

De synagoge waar Jezus sprak, bevindt zich aan de oever van het Meer van Galilea, nabij het oude vissersdorp Kafarnaüm. Restanten van een synagoge werden gevonden bij Migdal, ook aan de oever van het Meer van Galilea. Migdal is het Aramees voor Magdala, de plaats waar Maria Magdalena volgens de Bijbel vandaan kwam. De stad Migdal werd verwoest toen de Romeinen het gebied veroverden.

Artistieke weergave van een synagoge aan het Meer van Galilea.

Jezus' Zending en de Profetie van Jesaja

Jezus' woorden in de synagoge van Nazaret markeren het begin van zijn publieke optreden. Hij interpreteert de woorden van Jesaja als een levensprogramma.

De passage die Jezus voorleest, is zorgvuldig gekozen. Hij gebruikt de vertrouwde woorden van Jesaja om zijn eigen zending te duiden: Vandaag! Vandaag houdt Jezus de preek in de synagoge van Nazaret, zijn geboorteplaats. Hij was daar vertrouwd mee, als knaap leerde hij de bijbelrollen lezen en hoorde hij de verhalen van zijn volk. Op sabbat volgde hij de gebedsdienst, beginnend met de oproep Sjema Israël ('Luister Israël'). Daarna volgden zeven lezingen: zes uit de Tora, en de zevende, vrij gekozen, uit de Profeten. Elke volwassen Jood kon zich hiervoor opgeven, in overleg met de overste van de synagoge.

Jezus neemt vandaag de zevende lezing op zich. Hij draait de boekrol door en vindt wat hij zoekt: De Geest des Heren is over Mij gekomen.

Vroeger werden koningen gezalfd, zoals koning David, en vanaf dat moment was Gods Geest met hen. Nu staat Jezus daar, de zoon van de timmerman, de zoon van David, de Zoon van God. Hij leest de woorden die de profeet Jesaja zeshonderd jaar eerder had opgeschreven, in een tijd van ballingschap in Babylon.

Jezus is vandaag de heraut van God: blinden zullen zien, gevangenen worden verlost en verdrukten wordt vrijheid aangekondigd. Jezus brengt niet alleen goed nieuws, hij is goed nieuws. Hij is gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen. Dit waren degenen die door het heersende denken van die tijd werden gemarginaliseerd, uitgesloten van het Joodse volk en ongeschikt verklaard voor het Koninkrijk van God.

Jezus handelt en denkt anders dan de religieuze leiders van zijn tijd. Hij verkondigt een Godsrijk dat geen exclusief domein is voor de 'superrechtvaardigen'. Hij komt op voor de kwetsbaren: vrouwen, kinderen, zondaars, zieken, hoeren, gehandicapten en tollenaars. In hen ziet Jezus geen ongeschikten, maar gevangenen, verdrukten en uitgestotenen. Hij laat blinden zien, doven horen en geeft gekromde ruggen nieuwe kracht.

«Het woord dat u zojuist hebt gehoord, is vandaag in vervulling gegaan», leest Jezus uit de boekrol voor. VANDAAG zegt Hij. Profeten deelden de tijd op in 'deze tijd' en 'de komende tijd'. Jezus predikt een nieuwe tijd: VANDAAG. Om de vijftig jaar kenden de Joden een 'genadejaar', een jubeljaar, aangekondigd met de sjofar (ramshoorn). Dan werden slaven vrijgelaten, schulden kwijtgescholden en verloren land teruggegeven.

Sinds Jezus van Nazareth is elke dag een VANDAAG en elk jaar een GENADEJAAR. Dit geldt voor iedereen. Ongeacht wie je bent of hoe je verleden eruitziet, vertrouw je aan Hem toe en dan begint ook voor jou VANDAAG het genadejaar. Zo heeft Jezus gezegd en voorgeleefd, terwijl hij weldoende rondtrok in Galilea en predikte in de synagogen. En daar mogen wij van leven.

Onderwijzen met de uitverkorenen: Christus' preek in Nazareth, Lucas 4:16-30

De Structuur en Theologie van het Lucasevangelie

Dit verhaal markeert het eerste publieke optreden van Jezus, na zijn doop en bekoring in de woestijn. Zoals elke vrome Jood, bezoekt Jezus op sabbat de synagoge van zijn stad. Tijdens de dienst wordt voorgelezen uit de Schrift: eerst uit de Tora, daarna uit de Profeten. De tweede lezing wordt doorgaans door een van de aanwezigen verzorgd. Deze keer krijgt Jezus de boekrol aangereikt. Hij leest voor uit het boek Jesaja, over de profeet die door Gods Geest is gezalfd om dienaar van de armen te worden.

Lucas plaatst dit verhaal vooraan in zijn beschrijving van Jezus' publieke leven, wat bijzonder betekenisvol is. Lucas presenteert Jezus als een profeet die zijn inspiratie vindt in de Schrift. Jezus beschouwt de voorgelezen tekst van Jesaja als zijn levensprogramma. In de kracht van de Geest zal Jezus de goede boodschap brengen aan de armen, blinden laten zien, verdrukten bevrijden en een genadejaar van de Heer afkondigen. Dat woord gaat vandaag in vervulling. Het rijk Gods is geen zaak voor de verre toekomst.

Dit is een gevaarlijke godsdienst! Om mens te blijven...

Lucas richt zijn evangelie tot een publiek uit de Hellenistische cultuur. Hij past zich aan de gebruiken van zijn tijd aan en presenteert zijn boek in uitstekend Grieks, met één lange, evenwichtig opgebouwde zin. Hij geeft duidelijk het onderwerp van zijn boek aan (vers 1b), het doel dat hij nastreeft (vers 4), zijn bronnen (verzen 1a en 2), en zijn methode (vers 3). Hij volgt daarmee de traditie van antieke historici.

Hij herhaalt dit in het boek Handelingen: "In mijn eerste boek sprak ik over alles wat Jezus deed en leerde..." (Handelingen 1:1). Lucas wil duidelijk maken dat de leer die hij heeft ontvangen gegrond is, omdat het geloof van de christenen aan het einde van de apostolische tijd werd bedreigd door uiteenlopende ideeënstromingen.

In het liturgisch lectionarium worden de verhalen over de kindsheid en de doop van Jezus overgeslagen, wat direct tot de kern van het 'fenomeen Jezus' leidt. Antieke historici hechten meer belang aan de betekenis van de geschiedenis dan aan de chronologische volgorde van feiten.

Jezus in de Synagoge van Nazaret

Om Jezus goed te situeren, herhaalt Lucas dat Jezus bekleed is met de kracht van de Geest wanneer hij terugkeert naar Galilea. Zijn faam verspreidde zich onmiddellijk. Terwijl Matteüs Jezus presenteert als een rondreizende rabbi, toont Lucas hem liever als iemand die de gewoonte heeft om op sabbat naar de synagoge te gaan, een voorbeeld dat Paulus later zou volgen.

Lucas distantieert zich echter wanneer hij spreekt van "hun" synagogen (vers 15). In de sabbatsliturgie stonden twee lezingen centraal: de eerste uit de Wet (de Pentateuch), becommentarieerd door een leraar van de Wet. De tweede lezing, uit de profeten, mocht voorgelezen en becommentarieerd worden door iedereen die minstens dertig jaar oud was. Jezus, dertig jaar oud, staat op om de tweede lezing te verzorgen. Dit is voor hem de gelegenheid om aan zijn medeburgers van Nazaret zijn actieprogramma uit te leggen, met een tekst van Jesaja die hij samenvat in één zin: 'Vandaag is het Schriftwoord dat u gehoord hebt in vervulling gegaan' (vers 21).

Voor Jezus is de liturgie van het Woord geen catechismusles. Ze verkondigt de vervulling van het plan van de Vader in ons leven van vandaag. We overwegen geen vervlogen verleden, we dromen niet van een buitengewone toekomst, maar we beleven het 'nu' als de bevoorrechte plaats van ontmoeting met de Heer. Zeggen dat het Woord Gods zich voltrekt, betekent dat de mensheid vandaag God vervoegt in Jezus Christus.

Jezus lijkt opzettelijk de lezing van de profetie van Jesaja te beëindigen met de aankondiging van 'een jaar van genade'. Hij slaat het vers over dat het oordeel van de volkeren aankondigt (Jesaja 61:2), om uitsluitend de nadruk te leggen op de genade van God. Deze woorden zullen verbazing wekken (vers 22) en leiden tot de incidenten die de volgende zondag zullen worden verteld (verzen 25-30).

Jezus definieert zo zijn zending vanaf het begin als een proclamatie van de gratuïte liefde van God voor ieder mens.

De Betekenis van het Evangelie

De term 'evangelie' (euangelion) komt oorspronkelijk uit het Grieks en betekent 'goed nieuws'. In het christendom heeft het meerdere, samenhangende betekenissen. Het kan verwijzen naar de blijde boodschap van de Bijbel als geheel of van Jezus in het bijzonder. Ook wordt het gebruikt voor een van de vier levensbeschrijvingen van Jezus in de Bijbel (Matteüs, Marcus, Lucas, Johannes).

De vier canonieke evangeliën (Matteüs, Marcus, Lucas, Johannes) vormen de kern van het Nieuwe Testament. De originele Griekse teksten passen elk op een gemiddelde boekrol. Het evangelie van Marcus is het kortste, terwijl dat van Lucas het langste is en samen met de Handelingen van de apostelen een tweedelig werk vormt.

De evangeliën van Matteüs, Marcus en Lucas worden vanwege hun vele overeenkomsten de synoptische evangeliën genoemd. De tekst hiervan wordt soms in drie kolommen naast elkaar geplaatst voor vergelijking (een synopsis). Hoewel het evangelie van Johannes ook overeenkomsten vertoont, wordt aangenomen dat dit evangelie literair grotendeels onafhankelijk is van de synoptische evangeliën.

De evangeliën zijn geschreven in het Koinè-Grieks. Geen van de boeken vermeldt een auteur; de huidige benamingen zijn gebaseerd op overleveringen uit het vroege christendom. Over de juistheid van deze aannames en de identiteit van de auteurs wordt nog steeds gedebatteerd. Geen van de canonieke evangeliën is geschreven door een ooggetuige van Jezus' leven.

Elk evangelie heeft eigen thema's en accenten, waarschijnlijk beïnvloed door de achtergrond en de gemeenschap waarin het is ontstaan. Het 'synoptische vraagstuk' betreft de verklaring van de overeenkomsten en verschillen tussen Matteüs, Marcus en Lucas.

Illustratie van de vier evangelisten met hun symbolen: mens (Matteüs), leeuw (Marcus), os (Lucas), adelaar (Johannes).

Verschillen en Overeenkomsten tussen de Evangeliën

Ondanks de vele overeenkomsten, vallen ook de verschillen tussen de vier evangeliën op, soms zelfs tegenstrijdigheden. Niet alleen de verhaallijnen, maar ook de theologische visies op Jezus wijken af.

In het verleden zijn er pogingen ondernomen om de vier evangeliën samen te smelten tot één doorlopend verhaal (evangelieharmonie). Hoewel deze harmonieën de afzonderlijke evangeliën niet hebben verdrongen, was het lang gebruikelijk om ze in harmonie met elkaar te lezen.

Synoptische Evangeliën en Johannes

Er bestaat een duidelijke samenhang tussen de evangeliën van Matteüs, Marcus en Lucas, terwijl Johannes een afwijkende opbouw en taalgebruik heeft. Vanwege de aanzienlijke overeenkomsten worden Matteüs, Marcus en Lucas de synoptische evangeliën genoemd. Volgens de meest gangbare theorie is Marcus het oudste evangelie (ca. 70 n.Chr.), dat grotendeels is overgenomen in Matteüs en Lucas (ca. 80-90 n.Chr.). Deze laatste twee auteurs gebruikten ook andere bronnen, waaronder een gemeenschappelijke bron die 'Q' wordt genoemd. Het evangelie van Johannes is waarschijnlijk onafhankelijk van de synoptische evangeliën geschreven en dateert van het einde van de eerste eeuw.

Canonvorming en Diverse Tradities

In de vroegchristelijke literatuur wordt voor het eerst melding gemaakt van verschillende evangeliën die naast elkaar werden gebruikt, zoals in de Apologie van Justinus de Martelaar (ca. 150 n.Chr.). Marcion erkende daarentegen alleen het evangelie van Lucas, na verwijdering van veel joodse elementen.

Irenaeus van Lyon (ca. 180 n.Chr.) was de eerste die de evangeliën van Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes als een vaststaand viertal beschouwde, en verbond hen met de vier wezens uit het visioen van Ezechiël en Openbaring.

Ondanks de verschillen werden de evangeliën gelezen als een eenstemmig getuigenis over Jezus Christus. Dit leidde ook tot reacties zoals de evangelieharmonie van Tatianus (Diatessaron), die tot in de vijfde eeuw in de Syrische kerk in gebruik was.

Historische Gegevens en Theologische Betekenis

De evangeliën bevatten diverse 'historische' gegevens die niet altijd eenvoudig te harmoniseren zijn. Bijvoorbeeld de geboorteverhalen in Matteüs en Lucas verschillen aanzienlijk in details over de verblijfplaats van Jozef en Maria en de gebeurtenissen rondom Jezus' geboorte. Hoewel de details verschillen, komen kernpunten zoals de zwangerschap door de Heilige Geest en de geboorte in Bethlehem overeen, wat wijst op Gods initiatief en de vervulling van profetieën.

Ook de chronologie van Jezus' optreden verschilt. Johannes beschrijft meerdere reizen naar Jeruzalem met verschillende Paasfeesten, wat duidt op een publiek optreden van drie jaar. De synoptische evangeliën suggereren daarentegen één reis naar Jeruzalem en kruisiging op het Paasfeest zelf. Het is onmogelijk om deze verschillende chronologieën tot één historisch overtuigend verhaal samen te voegen. De evangelisten leggen echter de nadruk op de theologische betekenis, zoals Jezus' rol als het Paaslam.

Titels en Aanduidingen van Jezus

De evangeliën getuigen bovenal van Jezus' betekenis als de Christus (Messias), gestorven en verrezen. Verschillende bijzondere titels worden aan hem toegekend.

Jezus als Christus

In het evangelie van Johannes wordt expliciet vermeld dat het is geschreven "opdat u gelooft dat Jezus de Christus is, de Zoon van God" (Johannes 20:31). Jezus identificeert zichzelf als de Messias in gesprekken (Johannes 4:25-26), hoewel hij dit soms ook in het midden laat (Johannes 7:26-27, 31, 41). In de synoptische evangeliën wordt de titel 'Christus' ook gebruikt, maar de introductie en de nadruk verschillen. In Marcus wordt de naam 'Jezus Christus' meteen genoemd (Marcus 1:1), maar pas halverwege het evangelie spreekt Petrus uit: "U bent de Christus" (Marcus 8:29). Jezus verbood zijn discipelen hierover te spreken.

Jezus als Zoon van God

De titel 'Zoon van God' wordt ook aan Jezus toegekend, soms in combinatie met 'Christus'. In het evangelie van Johannes zien mensen vanaf het begin van Jezus' optreden in hem de Zoon van God (Johannes 1:34, 49). Jezus spreekt zelf regelmatig over zichzelf als de Zoon van God (bijv. Johannes 3:16-18). Om deze claim wordt hij aangeklaagd (Johannes 10:36).

Bij zijn doop en verheerlijking op de berg wordt Jezus door God 'mijn geliefde Zoon' genoemd (Marcus 1:11; 9:7). Demonen erkennen Jezus als de Zoon van God, maar Jezus verbiedt hen dit bekend te maken (Marcus 3:11-12).

Verschillende Instructies voor de Discipelen

De evangeliën geven soms verschillende instructies voor de discipelen. Zo vertelt Marcus dat discipelen alleen een stok mochten meenemen (Marcus 6:9), wat door Augustinus wordt geïnterpreteerd als het gezag van de discipelen. Matteüs (10:9) en Lucas (9:3) verbieden daarentegen het meenemen van een stok, wat volgens Augustinus betekent dat verkondigers van het evangelie zich geen zorgen hoeven te maken over hun levensonderhoud.

De vraag waarom er vier evangeliën zijn en niet één, roept vragen op over de overeenkomsten en verschillen. Hoofdregel is dat men zich niet blind moet staren op de letter van de evangeliën, maar op de geest van het geschrevene. De kerkvader Augustinus trachtte schijnbare ongerijmdheden te verklaren, soms door een diepere geestelijke betekenis te zoeken, soms door te erkennen dat evangelisten verschillende woorden gebruikten voor dezelfde gebeurtenis of details weglieten.

Augustinus' harmonie van de evangeliën benadrukt de eenheid van de Schrift, waarbij hij de evangelisten ziet als geïnspireerd door de Heilige Geest, maar met eigen verwerking van de ontvangen gedachten.

Hij veronderstelt dat er vier evangeliën zijn omdat God wilde dat heel de wereld het evangelie zou horen, mogelijk verwijzend naar de toen bekende vier continenten (Europa, Afrika, Azië en een mogelijk vierde). Matteüs en Johannes, discipelen van Jezus, schreven het eerste en laatste evangelie. Marcus en Lucas, leerlingen van de apostelen, stonden in het midden en moesten worden 'bijgestaan' door de eerste en laatste.

Augustinus' methode om de evangeliën in overeenstemming te brengen, gaat voorbij aan de eigenheid van de evangeliën, maar toont de zoektocht naar uitleg van de evangeliën duizend jaar geleden.

tags: #evangelie #elk #jaar #hetzelfde