Johannes Calvijn: Theoloog, Hervormer en Stichter van het Calvinisme

Vijfhonderd jaar na de Reformatie, die werd ingezet door Maarten Luther en Johannes Calvijn met hun verzet tegen de katholieke aflatenhandel, lijkt er een nieuwe handel te bloeien: die van CO2-aflaten voor klimaat-zonde. Nu de 'Groene Staatskerk' haar heidense tentakels uitspreidt, duiken we met Johannes Calvijn de Reformatie weer in, mede dankzij een recent ontvangen boek dat een dieper inzicht biedt in zijn leven en werk.

Wie was Johannes Calvijn?

Veel Nederlanders beroepen zich op een 'Calvinistische' aard, maar slechts weinigen weten werkelijk wat dit inhoudt. Vrijwel niemand weet eigenlijk wie Johannes Calvijn (1509-1564) was. In de media en het onderwijs wordt hij vaak gereduceerd tot een stereotype: een zuinig kijkende langbaard, een stoïcijn, recht in de leer en ketterverbrander. Het nieuwe boek schetst een persoonsbeeld van Calvijn op basis van zijn persoonlijke correspondentie, wat een genuanceerder beeld geeft van de man achter de mythe.

Calvijn en Luther: Een Verstoorde Relatie

Een opvallend levensfeit is dat, hoewel tijdgenoten, Luther en Calvijn elkaar nooit ontmoet of direct met elkaar gecorrespondeerd hebben. Zelfs een brief van Calvijn aan Luther, die door Philipp Melanchthon (een vriend van Calvijn) achtergehouden werd omdat deze te bot geformuleerd zou zijn, illustreert hoe Calvijn werd gezien: als iemand die met de botte bijl te werk ging, overal kritiek op leverde en mensen hard kon aanvallen. Calvijn was echter vooral uit op duidelijkheid en sloot geen compromis met datgene waarin hij geloofde.

Hoewel beide hervormers humanisten waren met een waardering voor de klassieken, verschilden hun temperamenten. Calvijn, die eigenlijk Jean Cauvin heette en zijn naam latiniseerde tot Iohannis Calvinus, werd beïnvloed door het Romeinse stoïcisme. Dit in tegenstelling tot Luther, die een echt heethoofd was. De media-associatie van 'Calvinisme' met gevoelsbeheersing en soberheid zou dus eerder herleid kunnen worden tot het stoïcisme, een stroming die als bijna heidens kan worden beschouwd.

Persoonlijk portret van Johannes Calvijn

De Vroege Jaren en Opleiding

Johannes Calvijn werd geboren als Jehan Cauvin op 10 juli 1509 in Noyon, Frankrijk. Hij was de vierde van zes kinderen van Gérard Cauvin, een bisschoppelijk ambtenaar, en Jeanne Lefranc. Zijn moeder, afkomstig uit Kamerijk, oefende een vrome invloed op hem uit. Dankzij de positie van zijn vader kon hij huisonderwijs volgen met een groep adellijke jongens. Op veertienjarige leeftijd werd hij naar het Collège de la Marche in Parijs gestuurd, waar hij onderwijs kreeg in Latijn en Frans van onder anderen Mathurin Cordier. Hij bezocht ook enige tijd het Collège Montaignu.

Gérard Cauvin wilde aanvankelijk dat zijn zoon priester zou worden. Toen dit onmogelijk werd door een geschil met het kapittel, liet hij hem rechten en letteren studeren. Calvijn begon zijn studie in 1528 aan de Universiteit van Orléans en vervolgde deze in 1529 in Bourges, waarna hij in 1532 doctor in het recht werd in Orléans. Zoals gebruikelijk in die tijd, latiniseerde hij zijn naam Jehan Cauvin tot Iohannes Calvinus.

Bekering en de Institutie

Als humanist schreef Calvijn in 1532 zijn eerste boek, een commentaar op Seneca's verhandeling De clementia (Over de zachtmoedigheid). Dit werk was een hulde aan Erasmus van Rotterdam. Na de publicatie van zijn eerste boek werd Calvijn gewonnen voor de reformatie. Dit bleek op 1 november 1533 bij de rectorale rede van Nicolaas Cop, een vriend van Calvijn, aan de Universiteit van Parijs. Calvijn had materiaal aangedragen voor deze rede, die de beginselen van de reformatie weerspiegelde en eindigde met de vraag: "Is het recht dat wij meer de mensen zoeken te behagen dan God?"

Tijdens zijn omzwervingen in Frankrijk ontmoette Calvijn Jacques Lefèvre d'Étaples. In Noyon deed hij afstand van zijn kerkelijke inkomsten en later raadpleegde hij, onder de schuilnaam Charles d'Espeville, een uitgebreide bibliotheek waar hij de basis legde voor zijn Institutie. Calvijn ging in 1534 voorgoed tot de reformatie over toen hij voor het eerst het Heilig Avondmaal vierde in de grotten van Saint-Benoît-la-Forêt en Crotelles.

In 1535 kwam Calvijn in Bazel terecht, waar hij de hervormers Heinrich Bullinger en Guillaume Farel ontmoette. In 1536 verscheen de eerste uitgave van zijn Institutio Religionis Christianae (Onderwijs in het christelijk geloof). Dit magnum opus vatte zijn zienswijze op de christelijke leer samen en bleef hij gedurende zijn leven aanvullen en uitbreiden.

Cover van de Institutio Religionis Christianae

Genève en de Vroege Hervorming

De invloed van Savoye brokkelde vanaf 1482 steeds meer af, wat een mijlpaal was in de Zwitserse Reformatie. In Genève begon op 27 januari 1534 een godsdienstgesprek, waarbij het katholicisme werd verworpen, maar een nieuw systeem van kerkbestuur ontbrak. Protestantse predikanten waren weinig meer dan ambtenaren zonder macht of rijkdom. Calvijn zelf was aanvankelijk niet meer dan een lage ambtenaar die met toestemming van de gemeenteraad in de stad woonde, met de intentie zich aan studie te wijden.

Guillaume Farel drong echter aan dat Calvijn in Genève zou blijven werken, met de vervloeking dat Gods genade Calvijns rust zou verstoren als hij zou vertrekken. Enkele maanden eerder, in november 1536, had Calvijn de gemeenteraad voorgesteld om iedere inwoner de 21 artikelen van zijn geloofsbelijdenis te laten onderschrijven, wat indruiste tegen de nieuw verworven vrijheid van de stad.

Nadat hij uit Genève verbannen was, trok Calvijn naar Straatsburg, waar hij dankzij zijn vriend Martin Bucer predikant werd van de Franse vluchtelingengemeente. In deze periode had hij veel contact met Bucer, die een grote invloed op hem uitoefende. Calvijn was vastbesloten te trouwen en vroeg zijn vrienden hem te helpen een geschikte vrouw te vinden. In 1540 trouwde hij met Idelette de Bure, de weduwe van de bekeerde anabaptist Jean Stordeur. Samen kregen zij een zoon die na twee weken overleed. Idelette Calvijn overleed in 1549.

Terugkeer naar Genève en de Opbouw van de Kerk

Tijdens zijn ballingschap volgde Calvijn de ontwikkelingen in Genève op de voet. Toen de katholieke kardinaal Jacopo Sadoleto een brief schreef aan het bestuur van Genève om de stad terug te laten keren naar de moederkerk, keerde het tij voor Calvijn. Zijn inzet voor de protestantse gemeenschap hielp hem het verloren aanzien in de stad terug te winnen. Nadat een aantal aanhangers van Calvijn in de gemeenteraad waren gekozen, werd hij in 1540 uitgenodigd terug te keren naar Genève. In 1541 werd Calvijn opnieuw predikant in Genève, met veel hulp van zijn collega Pierre Viret.

Meteen na zijn terugkomst begon hij aan een nieuwe kerkorde en schreef hij een nieuwe catechismus voor de jeugd. Onder Calvijns leiding werd Genève een voorbeeld voor andere reformatorisch gezinde gebieden. Hij stichtte in 1559 een academie, de huidige Universiteit van Genève, om predikanten op te leiden. Jonge mannen uit heel Europa kwamen hier studeren.

Het leven en de nalatenschap van Johannes Calvijn: een geanimeerde biografie

Theologische Kernpunten: Predestinatie en Rechtvaardiging

Johannes Calvijn was een verklaard aanhanger van de vijf sola's van de Reformatie. Volgens Calvijn is de mens slechts rechtvaardig voor God door het verzoenende werk van Jezus Christus, en kan de mens hier zelf niets aan toevoegen of van aftrekken (sola gratia - door genade alleen). Omdat de mens niet in staat is zichzelf te rechtvaardigen door goede werken, meende Calvijn dat God, vanuit Zijn eeuwig raadsbesluit, reeds van tevoren heeft bepaald wie deze goddelijke rechtvaardiging ten deel zou vallen en wie niet. Dit is de leer van de uitverkiezing of predestinatie.

Deze leer moet in de juiste context worden gezien: het is geen product van menselijke speculatie, maar een geheim van goddelijke openbaring. De predestinatieleer verklaart waarom sommige mensen wel op het evangelie reageren en anderen niet, en vormt zo een verklaring voor het individuele karakter van de menselijke reacties op de genade. Calvijn ontkende, net als Luther en Augustinus, de mogelijkheid dat goede werken zouden kunnen bijdragen tot verzoening met God. Naar Calvijns inzicht strekt de gedachte dat Gods voorzienigheid alles regeert, de gelovige tot troost.

De door Calvijn gesystematiseerde leer van de rechtvaardiging door alleen het geloof en de leer van de uitverkiezing is de hoeksteen geworden van de naar hem genoemde calvinistische of gereformeerde theologie. Deze leer is terug te vinden in diverse belijdenisgeschriften van kerken van deze richting.

De Zaak Servet en Calvijns Invloed

Een problematische periode in het leven van Calvijn was het conflict met de Spaanse arts en theoloog Michael Servet. In 1553 publiceerde Servet anoniem het boek Restitutio Christianismi (Herstel van het christendom), waarin hij Calvijn en diens Institutie bekritiseerde. Servet wilde niets weten van drie personen binnen de Godheid, maar sprak van drie krachten. Calvijn schreef al in 1546 dat hij voornemens was Servet te laten ombrengen zodra hij daar de gelegenheid voor zou hebben.

Op 13 augustus 1553 woonde Servet in Genève een dienst bij die door Calvijn werd geleid, waar hij herkend werd. De gemeenteraad van Genève, verantwoordelijk voor de rechtspraak, vroeg Vienne om afschriften van de bewijsstukken tegen Servet en overlegde met bondgenoten. Calvijn stelde voor de doodstraf door de brandstapel om te zetten in de doodstraf door het zwaard, wat echter niet gebeurde. Servet werd veroordeeld en verbrand.

Calvijn preekte vanaf zijn overgang tot de Reformatie in Genève. Hij behandelde in zijn prediking gehele bijbelboeken, zonder gebruik te maken van het pericopenstelsel. Zijn preken waren analytisch opgebouwd, volgden de tekst nauwgezet en waren verweven met de toepassing van de boodschap. Calvijns prediking is één en al evangelie, prediking van de belofte, die de mensen namens God oproept tot geloof in Jezus Christus.

De invloed van Calvijn reikte ver buiten Genève. Jonge mannen uit heel Europa studeerden aan zijn academie en keerden terug om te prediken in hun thuisland. In 1562 verscheen een psalmbundel, de zogenaamde Geneefse psalmen, geschikt om gezongen te worden tijdens de dienst. Calvijn overleed op 27 mei 1564 op 54-jarige leeftijd in Genève.

Illustratie van de brandstapel van Michael Servet

tags: #hilja #troost #johanes #calvijn