De Evangelische Broedergemeente: Geschiedenis, Verspreiding en Activiteiten

Inleiding tot de Evangelische Broedergemeente

De Evangelische Broedergemeente, ook wel bekend als de Hernhutters, is een wereldwijde protestantse kerk. Met een aanwezigheid in meer dan 35 landen op vijf continenten, hecht de Broedergemeente vanaf haar ontstaan veel waarde aan oecumenische contacten en verbindingen. Kernmerken van het kerkelijk leven zijn openheid en verbondenheid.

Illustratie van de wereldkaart met aanduiding van de verspreiding van de Evangelische Broedergemeente

Historische Wortels en Ontwikkeling

De oorsprong van de Broedergemeente ligt in het voormalige Tsjechoslowakije, meer specifiek in Moravië en Bohemen. De onrust begon na de veroordeling en terechtstelling van Johannes Hus in 1415 op het Concilie van Konstanz. Een kleine groep, die zowel geweld als compromis met Rome afwees, trok zich rond 1457 terug in het dorpje Kunwald om volgens de Bijbel en in navolging van Christus te leven, wat gepaard ging met een strenge tucht.

De Broedergemeente breidde zich snel uit over Bohemen en Moravië en telde begin 16e eeuw wel honderdduizend leden. Ondanks constante vervolging en gebrek aan erkenning door de overheid, zocht de gemeenschap haar weg. De bekende bisschop en dichter Jan Augusta zat 16 jaar gevangen en zocht aansluiting bij de ideeën van Luther en Calvijn. De Broedergemeente sloot zich van harte aan bij de Reformatie.

Toen het kerkelijk leven in het oorspronkelijke thuisland onmogelijk werd, verplaatste de Broedergemeente zich voornamelijk naar Polen rond 1550. Daar sloten zij door de noodzaak van verdrukking een overeenkomst met de plaatselijke Gereformeerden en Lutheranen. De Vrede van Münster in 1648, die protestanten godsdienstvrijheid garandeerde, leek de kerk, de "Unitas Fratrum" (Gemeenschap der Broeders), de oudste protestantse kerk ter wereld, te vergeten.

De kerk van martelaren moest haar weg van vervolgde kerk voortzetten. In Bohemen en Moravië werd de Broedergemeente volledig uitgeroeid. De laatste bisschop, Jan Amos Comenius, vluchtte vanuit Polen en werd beroemd als pedagoog, maar wordt door de Broedergemeente geëerd als een moedige kerkleider die hulp zocht voor de "stervende moeder, de BroederUniteit". Comenius werd geboren in 1592 in Ungarisch-Brod.

Portret van Jan Amos Comenius

Het resterende deel van de gemeenschap in Bohemen en Moravië, dat een kwijnend bestaan leidde zonder voorgangers, werd rond 1720 opnieuw wakker geschud door Piëtisten uit het Duitse grensgebied. Er groeide een sterk verlangen naar geestelijke vrijheid, waarbij men bereid was bezit en werk op te geven voor een nieuw vaderland. Enkele vorsten en edellieden boden hen een plek aan.

De Hernhutter Beweging en Zinzendorf

Vele ballingen schaarden zich onder de bezielende leiding van Nikolaus Ludwig Graf und Herr von Zinzendorf und Pottendorf (1700-1760). Hij stamde uit adellijke kringen die een goed kerkelijk luthers geloof met een innig piëtisme verbonden. De geschiedenis van de hernieuwde Broedergemeente begint met de aankomst van de eerste Moravische gezinnen op het landgoed Mittelberthelsdorf van Zinzendorf in 1722. Twee jaar later voegde zich een aantal families bij hen, die zich zeer bewust waren van hun afstamming van de Oude Broeders.

Door intensieve zielszorg wist Zinzendorf de harten van de kolonisten zo ontvankelijk te maken voor de Heilige Geest, dat zij hun eigenzinnigheid inzagen en op 13 augustus 1727 door oprechte broederliefde tot elkaar werden gebracht. Dit resulteerde in een levende gemeente, één van hart en ziel. Ook onder de kinderen kwam een opwekking, en de gehele gemeente onderging een innerlijke vernieuwing en versterking.

De naam "Hernhutters" is afgeleid van de nederzetting Herrnhut (onder de hoede van de Heer), gesticht op het landgoed van Zinzendorf in Saksen, Duitsland. Zinzendorf was wars van dogmatische onenigheid en streefde naar een levend en oprecht geloof in Jezus Christus. De spiritualiteit en liturgie van de beweging kennen een grote rol voor muziek.

Afbeelding van de nederzetting Herrnhut in Duitsland

De Broedergemeente in Nederland

In Nederland is de Broedergemeente sinds 1736 vertegenwoordigd, met name door de gemeenten in Haarlem en Zeist, en vanaf 1793 met het Zeister Zendingsgenootschap. Een nieuwe bloeiperiode in Nederland begon begin jaren '60 van de 20e eeuw, toen veel zusters en broeders uit Suriname naar Nederland kwamen en hun manier van Broedergemeente meebrachten naar Europa. Sindsdien zijn er Broedergemeenten in de grote steden, vooral in de Randstad, en worden er regelmatig diensten gehouden op andere plaatsen in Nederland.

De Evangelische Broedergemeente (Unitas Fratrum) of Moravische Kerk, waarvan de leden ook wel hernhutters of Moravische broeders worden genoemd, is een piëtistische opwekkingsbeweging uit de eerste helft van de 18e eeuw. In Nederland is de broedergemeente vooral bekend geworden door het zendingswerk in Suriname, waar ongeveer 40% van de creolen lid is van de Evangelische Broedergemeente.

De vestiging in Nederland begon serieus toen Zinzendorf in 1736 Nederland bezocht en enkele Doopsgezinden zich bij hen aansloten. Met toestemming van de Heer van Zeist, Cornelis Schellinger, vestigden de hernhutters zich in 1745 in de tuinen van Slot Zeist. Daar ontstonden het Broeder- en Zusterplein, waar heden ten dage nog het in 1768 gebouwde kerkgebouw van de broedergemeente Zeist staat.

De archieven van de Nederlandse tak van dit kerkgenootschap bevinden zich in Utrecht bij Het Utrechts Archief, inclusief vele historische muziekpartituren.

Zending en Mondiale Verspreiding

In 1732 vertrokken twee broeders naar Sint Thomas om onder de slaven in West-Indië te werken, wat het begin markeerde van de Hernhutter zending. De Moravische emigranten, die alles voor hun geloof hadden overgehad, bleken uitstekende zendingspioniers. Ze trokken naar diverse gebieden, waaronder West-Indië (1732), Groenland (1733), Noord-Amerika (1734), Suriname (1735) en Zuid-Afrika (1736).

Het gehele zendingswerk werd tot 1914 vanuit Herrnhut geleid. Het Hernhutter zendingswerk was vanaf het begin kerkelijk, met steun van de gehele gemeente. Om ook in Indië het Evangelie te brengen, vestigden de Hernhutters zich sinds 1734 in Nederland, vanwege de vele schepen die naar Indië voeren.

In 1771 stichtten de Moravische Broeders een eerste missiepost in de Canadese regio Labrador, namelijk Nain. De gemeenten in Continentaal Europa tellen samen ongeveer 20.000 leden, met de grootste gemeenschappen in Nederland en Duitsland.

Historische kaart van Suriname met aanduiding van zendingsposten

Evangelisatie in Genemuiden

Momenteel bevindt de kerk zich in een tijd waarin de kerkgang afneemt en mensen wel geloven of 'op zoek zijn naar zingeving', maar de kerk niet meer nodig hebben. Deze trend is ook in Genemuiden merkbaar. De commissie probeert in gesprek te blijven met mensen die de kerk hebben verlaten en richt zich op hen die Jezus Christus nog niet kennen. Daarnaast participeert de commissie in de jaarlijkse Bootevangelisatie met een aantal andere Genemuider kerken.

De commissie nodigt geïnteresseerden uit om contact op te nemen om meer te weten te komen, lid te worden van de evangelisatiecommissie, of tijd te investeren in bepaalde activiteiten.

De Broedergemeente als School denominatie

Als een van de weinige kleine kerkgenootschappen in Nederland is de Evangelische Broedergemeente erkend als aparte schooldenominatie door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Er zijn basisscholen van de Broedergemeente in Amsterdam-Zuidoost ("Crescendo") en in Zeist ("Comenius", deels protestants-christelijk).

Zendingswerk in Suriname

In 1735 arriveerden de eerste Hernhutters in Suriname, dankzij de bevriende relaties van von Zinzendorf met het bestuur van de Geoctroyeerde Sociëteit van Suriname. Kort daarna, in 1740, gaf de gereformeerde kerkenraad in Amsterdam toestemming voor de oprichting van een Lutherse gemeente in Paramaribo.

Een bekende zendeling van de EBG in Suriname was de Duitse kleermaker Christoph Kersten, onder wiens leiding als praeses van de EBG in 1778 de Grote Stadskerk werd gebouwd. Hij was tevens naamgever van de in 1768 opgerichte firma C.

Met het oog op de mogelijke afschaffing van de slavernij, zag het koloniaal bestuur het belang om de tot slaaf gemaakten via het christendom aan zich te binden, te 'beschaven' en onder controle te houden. In 1828 werd deze taak officieel toebedeeld aan de Moravische broeders. Eerst werkzaam vanuit Paramaribo, opende de EBG in 1840 een eerste kerkgebouw in Coronie, op plantage Clyde.

De zendelingen bestendigden in zekere zin de koloniale status quo door expliciet vergeving van zonden, lijdzaamheid, gehoorzaamheid en arbeidzaamheid te prediken, terwijl ze gewelddadig verzet afwezen.

De Genadeloze Wraak voor De Verdwenen Zending van Piet Wortel

tags: #evangelische #broedergemeente #genemuiden