De geschiedenis van de Evangelische Gemeente Ruurlo en Hilbrandt Boschma

Hilbrandt Boschma, ook wel bekend als 'De evangelist van Ruurlo', was een vooraanstaand figuur in de geschiedenis van de Evangelische Gemeente in Ruurlo. Hij werd geboren op 5 augustus 1869 in het Friese Kubaard en groeide op in een armelijke omgeving. Na zijn militaire dienst, waarin hij de rang van sergeant bereikte, werd Boschma onderwijzer. Hij werkte in Ouddorp en later in Meppel, beide scholen waren onderdeel van een 'Vereeniging tot Stichting en Instandhouding van Scholen met den Bijbel'.

In 1900 behaalde Boschma de akte godsdienstonderwijs. Na een periode van drie jaar in Meppel, werd hij in 1905 voorganger van de orthodox-hervormde evangelisatie in het vrijzinnige Ruurlo. Hij had naar eigen zeggen geen goede verstandhouding met de toenmalige hervormde predikant. In Ruurlo stond hij onder de bescherming van baron Willem en freule Marie van Heeckeren van Kell. Boschma bleef ruim dertig jaar in Ruurlo, en legde zijn bediening in 1938 neer om zich in Hilversum te vestigen. Vanwege zijn kleine pensioen moest hij tot zijn dood op 9 december 1954 voornamelijk van zijn pen leven.

Boschma was een zeer productief schrijver. Hij gaf meer dan dertig jaargangen uit van het maandblad Licht en Liefde, dat hij grotendeels zelf volschreef. Deze en andere gegevens zijn terug te vinden in het vierde deel van het Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlandse protestantisme. Zijn groei naar het antimilitarisme en zijn fascinatie voor spiritisme worden in dit lexicon beschreven. Hij rekende zichzelf tot de ethisch-orthodoxen.

Portret van Hilbrandt Boschma

De Evangelisatie van Ruurlo

De titel van deze bijdrage is ontleend aan een preek die Boschma op 2 februari 1930 hield in de Kapel van de hervormde evangelisatie in Ruurlo. Op woensdag 5 februari 1930 was Boschma officieel 25 jaar verbonden aan de Evangelisatie van Ruurlo. Hij werd destijds bevestigd door ds. B. de Planque uit Zelhem.

Tijdens de herdenkingsdienst op zondag 2 februari blikte Boschma terug op de bereikte resultaten en sprak hij zijn dankbaarheid uit aan degenen die hem hadden ondersteund. Hieronder bevonden zich Rein Klazes, bestuurder van de Evangelisatie en hoofd van de christelijke school in de Veldhoek, en juffrouw Koos Enklaar, organiste en leidster van de Zondagsschool. Ook de overleden bestuurders en de stichters van de Evangelisatie werden herdacht.

De woensdag daarop vierden de leden van de Evangelisatie Boschma's jubileum. Hij werd toegesproken door onder anderen barones A.O.F. d’ Yvoy, Rein Klazes, zijn vriend Pieter Jelles Wierstra, ds. Wartena en de dichter Jac. J. Thomson. Barones d’ Yvoy prees Boschma's werk voor Ruurlo en zijn bijdrage aan Licht en Liefde, waarmee hij de "evangelist van Nederland" was geworden.

In haar toespraak verwees de barones naar een brief van een lezer, waarin de tekenaar Albert Hahn Jr. werd genoemd. Hahn vond inspiratie in Boschma's verklaringen uit de Bijbel. De barones memoreerde ook predikant Gunning, die een rol speelde in Boschma's komst naar Ruurlo. Zij sloot af met de wens dat God Boschma zou zegenen en hem kracht zou schenken om zijn werk voort te zetten.

Boschma's Persoonlijke Achtergrond en Ideeën

In een brief aan Jarich Beswerda uit 1939 vertelde Boschma over zijn ouders, met name zijn vader die boer was geweest nabij Kubaard maar door tegenslagen zijn bezittingen moest verkopen. Na diverse omzwervingen vestigde het gezin zich in Tzum, waar Boschma naar eigen zeggen veel invloed onderging van de vrome Oepke Bijlsma.

Boschma uitte zich ook kritisch over het militarisme. Na de publicatie van zijn brochure Oorlog en christendom. Een getuigenis in 1914, kreeg hij veel kritiek, met name omdat hij openlijk verklaarde dat mensen elkaar niet mogen doden. Deze opvatting baseerde hij op het principe van de Tien Geboden. De kritiek kwam voornamelijk van buiten Ruurlo; binnen het dorp ondervond hij veel vriendschap en waardering.

Vijf jaar later, in een brief aan Fedde Schurer, uitte Boschma echter ook kritiek op de leden van de Evangelisatie in Ruurlo. Hij beschreef hen als een kring die orthodox was uit traditie, maar zonder innerlijke kracht of overtuiging. Hij gaf aan zich hier niet thuis te voelen. Hoewel zijn gemeenteleden zijn prediking waardeerden, namen ze zijn ideeën niet volledig op in hun eigen denkkader. Hij werd bijvoorbeeld als socialist en antimilitarist geaccepteerd, maar kreeg hierin weinig actieve steun.

Boschma vond meer waardering bij radicale vrijzinnigen zoals L.A. Bähler (christen-anarchist) en J.B.Th. Hugenholtz (christen-socialist), en de dichter Jac. J. Thomson (ethisch-vrijzinnig). Hoewel zij ogenschijnlijk zijn tegenpolen waren, voelde Boschma zich met hen verbonden in hun verlangen naar God en de openbaring van Zijn heerschappij.

De Rol van Evangelist en Catechiseermeester

Boschma's ambt was dat van evangelist. Hij had in zijn jeugd ervaren dat rijken en intellectuelen veelal eigenzinnige religieuze opvattingen hadden, terwijl eenvoudige mensen behoefte hadden aan een eenvoudig evangelie. Hij zag het als Gods leiding dat hij niet werd opgeleid tot predikant, maar tot evangelist, of liever nog, tot catechiseermeester.

De predikant verdiept zich in het christelijk geloof en de details ervan, terwijl de catechiseermeester oorspronkelijk slechts de Twaalf Artikelen, de Tien Geboden en het Onze Vader hoefde te onderwijzen. Voor Boschma symboliseerde dit een duidelijke lijn: de lijn van de tijdelijkheid van het aardse leven, met daarboven de cirkel van de eeuwigheid.

Boschma zag het Koninkrijk Gods als werkelijkheid geworden met de komst van Jezus. Hij verwees naar Bijbelteksten als "Het koninkrijk Gods is nabij gekomen" (Marcus 1:15) en "Want zie, het Koninkrijk Gods is bij u" (Lucas 17:21). Het Nieuwe Testament bevatte volgens hem de blauwdruk van dit koninkrijk: de wetten van de Bergrede, de gelijkenissen die Jezus vertelde, zijn wonderen als demonstratie van de krachten van het rijk, en zijn dood en opstanding als overwinning op zonde, dood en het dodenrijk.

Een blauwdruk vraagt om uitwerking. Dit waren voor Boschma de grondslagen van het nabije en komende Godsrijk. Hierbij rees de vraag naar het orthodoxe karakter, waarbij het tweede gebod - het niet noemen van Gods naam - prevaleerde.

Invloed van Spiritisme en Andere Denkers

Boschma's kennismaking met de evangelist en spiritist J.J. van Broekhoven (1867-1930) was van grote betekenis. Van Broekhoven werkte in Melissant, waar Boschma in het nabijgelegen Ouddorp onderwijzer was. Mogelijk stimuleerde Van Broekhoven Boschma tot de studie voor de akte godsdienstonderwijs en bracht hij hem in contact met de spiritualiste Elise van Calcar.

Hoewel de contacten met Elise van Calcar van korte duur waren vanwege haar overlijden in 1904, hadden ze een impact. Er werd wel eens gezegd dat Boschma "orthodox was met sympathie voor het Spiritualisme". Elise eiste echter volledige overgave aan haar zaak, wat Boschma niet kon opbrengen.

Boschma's openheid voor spiritisme is terug te zien in zijn geschriften, zoals de brochure Oorlog en Christendom. Hierin noemt hij figuren als Louis A. Bähler, een christen-anarchist en aanhanger van theosofie en spiritisme, en de journalist William T. Stead, die bekend stond om zijn spiritistische activiteiten. Ook verwees hij naar het psychisch monisme van Gerard Heymans, waarin parapsychologische elementen een rol speelden.

Boschma's opvatting over gedachten was dat ze niet zomaar vervliegen, maar worden opgenomen in de ether en vruchten voortbrengen. Dit idee, dat hij deelde met de Bijbel en de psychologie, stond haaks op de gedachte dat gedachten tolvrij zijn.

Spiritualiteit voor skeptici, twijfelaars en ongelovigen

"Op de Rozenhoeve" en het Leven na de Dood

De brochure Oorlog en Christendom leverde Boschma landelijke bekendheid op, maar ook veel kritiek. Later, in zijn boekje Op de Rozenhoeve (1914), nam Boschma duidelijker stelling over het leven na de dood. Dit werk bevat eenvoudige gesprekken over dit onderwerp.

Dr. G.H. van Senden karakteriseerde het boekje als volgt: "…van dit boekje kan zegen uitgaan. De menschen, erin beschreven, zijn sympathiek. Om hunne trouwhartigheid, hunne diepte aan gemoed; hunne tederheid en kiescheid van gevoel ook, eigenschappen, te veel gemist in den omgang, juist van familieleden. Over het gansche geschrift ligt iets van wat Goethe “reine Menschlichkeit” zou noemen. Enkele bladzijden zijn van grote aandoenlijkheid."

De centrale figuur in het boek is de 73-jarige boer Hendrik, die zijn visie op het leven na de dood deelt met zijn kinderen en kleinkinderen. Hij spreekt over de ontwikkeling van de ziel na de dood: "ontwikkelt zij zich naar God henen, dat is de hemel; ontwikkelt zij zich van God af, dat is de hel. En een van tweeën is met iedere ziel het geval."

Andere spiritistische ideeën die in het boek naar voren komen, zijn het nauwe verband tussen het natuurlijke en geestelijke lichaam, en de zogenaamde bijna-doodervaringen, zoals het zien van het Land der Toekomst en het herkennen van overleden familieleden.

De oude boer verwijst ook naar de werken van denkers als Friedrich Christoph von Oettinger, Emanuel Swedenborg en Johan Friedrich Oberlin, die zich allen bezighielden met spiritualiteit en het hiernamaals.

De Dorpskerk van Ruurlo

De Dorpskerk in Ruurlo, oorspronkelijk de Onze Lieve Vrouwekerk, is een protestantse kerk gebouwd in de 14e eeuw. Het gebouw bestaat uit een bakstenen schip en priesterkoor, overkoepeld met kruisribgewelven. De kerk is in de loop der tijd uitgebreid met een kerktoren in 1468, een noordelijke zijbeuk in 1561 en een preekstoel in de 17e eeuw.

De oorspronkelijk katholieke kerk werd in 1598 overgenomen door de protestanten. Door ouderdom en stormschade heeft de kerk diverse restauraties ondergaan. Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam het Duitse leger de klokken in beslag; na de oorlog werden nieuwe klokken gegoten.

De vroegste vermelding van een parochie in Ruurlo dateert uit 1326. Er wordt aangenomen dat er rond 1280 al een kerk in Ruurlo stond, waarschijnlijk een eenvoudig houten gebouw. Een stenen gebouw met een toren dateert van midden 15e eeuw.

De kerk bestaat uit een toren, een hoofdschip met een koor, en een noorderzijbeuk uit 1845. Het gebouw is opgetrokken uit baksteen. De middeleeuwse muren worden afgesloten door een geprofileerde zandstenen deklijst. Hoofdschip en koor worden gescheiden door een triomfboog en zijn overdekt met gemetselde kruisribgewelven.

De sluitsteen van de eerste travée draagt het jaartal 1561, die van de koorsluiting het wapen Van Heeckeren. De toren en het hoofdschip zijn waarschijnlijk niet gelijktijdig gebouwd. Het hoofdschip en koor werden later verhoogd.

Historische foto van de Dorpskerk Ruurlo

Kasteel Ruurlo

Huis Ruurlo is een oude havezate ten zuiden van het dorp Ruurlo, gelegen aan de Ruurlose beek. Een Hof te Roderlo wordt al in de 14e eeuw genoemd. Buiten de aanwijzingen die het gebouw zelf oplevert, is er weinig bekend over de bouw en verbouwingen van het huis.

In 1727 en 1728 vonden er onder Jacob Derk van Heeckeren en zijn vrouw Heilwich Charlotte van Lijnden 'melioratien van timmeringen en plantages' plaats. Andries Schoemaker merkte in 1732 op dat er verbouwingen aan de gang waren.

Het complex, omringd door een brede gracht, beslaat met de binnenplaats ongeveer een vierkant. Buiten dit vierkant bevinden zich een zware vierkante toren naast de rechter voorhoek en een slankere vierkante toren op de linkerachterhoek.

Het metselwerk van grove helderrode baksteen, waarschijnlijk uit de 16e eeuw, is te zien aan de rechtervleugel, de grote toren en op de linkerhoek van de voorvleugel. De kleine toren is tot ongeveer een derde van zijn hoogte van vroeg 17e eeuws metselwerk.

De buitengevels van de rechtervleugel tonen nog venstertogen uit de 16e of vroege 17e eeuw. De grote toren is voorzien van banden, blokken en lijsten in Bentheimer- en Baumbergersteen. Boven de gewijzigde vensters bevinden zich zandstenen frontons met schelpvullingen.

De toegangsbrug draagt aan de zuidzijde het jaartal 1708 en aan de noordzijde 1771. Onder de vestibule bevindt zich een onderhuis met troggewelven. In de rechtervleugel is een kelderkamer, oorspronkelijk een keuken, met de boog van een wijde schoorsteen.

De vestibule vertoont eenvoudig stucwerk uit de 19e eeuw. Twee fijn gesneden deuromlijstingen zijn afkomstig van het linker voorgebouw van het huis De Voorst. De zaal links heeft een weelderig stucplafond in rococovormen met een voorstelling van een slapende Venus (?) en het jaartal 1750.

De kamer rechts van de vestibule bevat een eenvoudige eikenhouten betimmering en een schoorsteen uit circa 1700. De oorspronkelijke wandbespanningen en dessus-de-porte zijn verdwenen.

In de torenkamer daarnaast bevindt zich een fraai stucplafond met het wapen Schimmelpenninck-Appelthorn, gedateerd 1706, en een schoorsteen uit dezelfde tijd. De schoorsteen in de eetkamer in de rechtervleugel is versierd met fragmenten van een schoorsteen van De Voorst, circa 1690.

Het daarbij aansluitende kabinetje heeft een overhoeks geplaatste schoorsteen en een koepelvormig stucplafond, gedateerd 1717. De achterkamer van deze vleugel is versierd met een stucplafond uit 1717 en een schoorsteen van De Voorst.

Op de verdieping onderscheidt de kamer in de grote toren zich door een stucplafond met het jaartal 1706 en een schoorsteen uit dezelfde tijd.

Volgens de oudst bekende afbeeldingen, uit 1732 en 1743, had het huis toen al vrijwel dezelfde gedaante als nu. Op het huis wordt een verzameling familieportretten bewaard, voornamelijk van leden der geslachten Van Heeckeren, Van Wassenaer, Schimmelpenninck van der Oye, Van Arnhem, Van Brienen en Van Laer, uit de 16e-19e eeuw.

Artistieke impressie van Kasteel Ruurlo

Ruurlo: Ligging en Ontwikkeling

Ruurlo is een aantrekkelijke plaats voor wandelaars en fietsers in de Achterhoek. Het dorp ontstond op een open plek in een uitgestrekt bos- en moerasgebied, nabij kasteel Ruurlo. De bewoners van het kasteel, de adellijke familie Van Heeckeren, hadden veel invloed op de dorpelingen en bepaalden lange tijd wat er gebeurde, van het malen van graan tot het aanwijzen van onderwijzers en het organiseren van medische zorg.

Ruurlo heeft diverse bezienswaardigheden, zoals de houtzaagmolen Agneta en de door Daniël Marot ontworpen doolhof. De protestantse Dorpskerk dateert uit de middeleeuwen, met een toren uit 1468 en een noordelijke zijbeuk uit 1561. De katholieken moesten zich na de Reformatie eeuwenlang behelpen met schuil- en schuurkerken.

De houtzaagmolen Agneta, gebouwd in 1851, diende oorspronkelijk als pel-, olie- en korenmolen. In 1914 werd de molen omgebouwd tot houtzaag- en korenmolen. Tegenwoordig wordt er voornamelijk elektrisch gezaagd.

Ruurlo ligt aan de spoorlijn Zutphen-Winterswijk, geopend in 1878, en had ook een spoorverbinding met Hengelo vanaf 1884. Deze lijn werd later verlengd naar Doetinchem. Het negentiende-eeuwse station werd in 1985 afgebroken.

Ruurlo behoort tot de gemeente Berkelland en ligt in de provincie Gelderland. In 2017 opende Museum MORE een tweede vestiging in kasteel Ruurlo, met werk van Nederlandse realistische kunstenaars.

Landschap van de Achterhoek met Ruurlo

De Katholieke Gemeenschap in Ruurlo

De eerste vermelding van de RK geloofsgemeenschap in Ruurlo dateert van 1326. Na de Reformatie rond 1600 mochten katholieken niet meer in hun dorpskerk vieren. In 1801 werd de Sint Willibrordusparochie opnieuw opgericht.

Bij testament schonk Th.J.M.H. Baron van Dordt tot Medler van Wolferink een legaat aan de parochie om een nieuwe kerk, pastorie en toren te bouwen. Met goedkeuring van de aartsbisschop van Utrecht, Mgr. Zwijsen, kon in 1868 met de bouw van de huidige kerk worden begonnen, onder architectuur van P.H.J. Cuypers.

De kerk is gebouwd in neogotische stijl met een toren van drie geledingen en een naaldspits. In de loop der jaren zijn er aanpassingen geweest, zoals de verplaatsing van de ingang in 1938 en de bijbouw van zijbeuken. Tussen 1965 en 1969 werd de kerk wit geschilderd, waarbij beelden werden verwijderd en begraven op het kerkhof.

De doopvont, de zilveren Godslamp en de houten communiebanken zijn eveneens uit deze periode of verdwenen. De kruiswegstaties werden later teruggevonden. De grote kroonluchter midden in de kerk is afkomstig uit Groenlo.

tags: #evangelische #gemeente #ruurlo