Vóór de Reformatie in de 16e eeuw was Huizen, net zoals alle plaatsen en streken in Holland en Europa, katholiek. Vanaf de benoeming van de eerste dominee in 1598 is Huizen geleidelijk in zijn geheel protestants geworden. Het behoorde tot de Nederduits Gereformeerde Kerk, die later de Nederlands Hervormde Kerk ging heten. De meeste andere dorpen in het Gooi zijn overwegend katholiek gebleven of zelfs helemaal katholiek. Huizen niet. Hoe dat kwam is een lange, ingewikkelde geschiedenis. Het hangt onder meer samen met de bijzondere ligging van Huizen aan de Zuiderzee en met de ontwikkeling van de visserij in het dorp.
De Oude Kerk in Huizen
De “Oude Kerk”, zoals het kerkgebouw op het Huizer-end wordt genoemd, is van binnen duidelijk een protestantse kerk geworden. Aan de buitenkant van de kerk is te zien dat het oorspronkelijk een katholiek gebouw is, gericht op het oosten, hoewel de uitbouw van 1908 aan de zuidkant dit beeld enigszins verandert. Deze uitbreiding was noodzakelijk vanwege de bevolkingsgroei vanaf het begin van de twintigste eeuw, die niet alleen te danken was aan de bloei van de visserij, maar ook aan de komst van mensen van buiten. De geloofsgemeenschap van de Oude Kerk is van gereformeerde gezindte en verwant met de Gereformeerde Bond.

Kerkelijke ontwikkelingen in Huizen
De katholieken verdwenen grotendeels uit Huizen naarmate de bevolking protestants werd. De weinige katholieken die overbleven, gingen meestal in Blaricum ter kerke. Na de afsluiting van de Zuiderzee in 1932 en na de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) richtte Huizen zich op nieuwe inkomstenbronnen en trok het mensen van buiten aan, wat resulteerde in de status van een uitbreidingsgemeente, vastgelegd in een plan uit 1931. De eerste uitbreidingen vonden plaats aan de westelijke kant, langs de Naarderstraat, Nieuw-Bussumerweg en de Ceintuurbaan. In deze buurten verrezen ook de eerste nieuwe kerkgebouwen.
Binnenkerkelijke conflicten en afsplitsingen
In de tweede helft van de 19e eeuw vonden er binnen de Nederlandse Hervormde Kerk diverse conflicten plaats, voornamelijk over de interpretatie van de leer. Dit leidde tot afsplitsingen aan het einde van de 19e en in de eerste helft van de 20e eeuw. De Gereformeerde Kerken in Nederland splitsten zich af, grotendeels door toedoen van Abraham Kuyper, waarna er sprake was van "hervormden" en "gereformeerden". Niet iedereen ging echter akkoord met Kuypers leiding, wat leidde tot de oprichting van de Christelijke Gereformeerde Gemeenten. In 1944 scheidden de Vrijgemaakt-Gereformeerden zich af, omdat zij zich niet wilden laten verplichten door een synode op basis van artikel 31 van de kerkorde. Al deze stromingen, en zelfs nog meer, zijn in Huizen terug te vinden. Over het algemeen waren de gereformeerden, meer dan de hervormden, gevoelig voor de eigen aard en inbreng van hun groepsleden en voor de persoonlijke opvattingen van de predikant. Naast deze gereformeerde stromingen ontwikkelden zich rond dezelfde periode de Vrij Evangelische Gemeenten, die alleen het evangelie als inspiratiebron erkennen en geen leer (belijdenisgeschrift) of gezag (synode) volgen.
Nieuwe kerkgebouwen in Huizen
De bevolking van Huizen nam toe, waardoor de Oude Kerk, ondanks de uitbouw van 1908, te klein werd. De bouw van De Nieuwe Kerk aan de overkant van de Ceintuurbaan, in gebruik genomen in 1924, bood een eerste oplossing. De gemeenschap die hier kerkt, is, net als die van de Oude Kerk, Nederlands Hervormd van gereformeerde gezindte. In 1937 werd een Christelijke Gereformeerde Kerk aan de Kortenaerstraat gebouwd, aan de noordkant net buiten het oude dorp. Ook kwamen er weer rooms-katholieken in Huizen wonen, die in 1949 de r.k. Sint-Vituskerk bouwden aan de Hooghuizenweg. In 1950 werd voor de groeiende groep gereformeerden de Kruiskerk gebouwd op de hoek Naarderstraat/Karel Doormanlaan, ter vervanging van hun kleine kerk aan de Kerkstraat (inmiddels afgebroken). De ingebruikname van de Goede Herderkerk, van de Hervormde Buitengewone Wijkgemeente, aan de Piersonlaan in 1968 markeerde nagenoeg het einde van de ontwikkeling van Huizen naar het noord-westen. Een klein kerkgebouw, oorspronkelijk van de Nederlandse Protestantenbond en bestemd voor vrijzinnig denkende gelovigen, de Engel, werd in 1970 aan de César Francklaan geopend.

Huizen als groeikern en de gevolgen voor kerkelijke voorzieningen
In 1967 werd Huizen door provincie en regio aangewezen als groeikern, wat grootschalige uitbreidingen mogelijk maakte. De gemeenteraad koos voor de oostkant, richting de meenten en maten, waar de Oostermeent werd ontwikkeld. In de zuidelijke wijken daarvan, de Zenderwijk en de wijk Stad en Lande, verrezen in 1968 de Zenderkerk, van dezelfde stroming als de Oude Kerk, en in 1993 het nieuwe kerkgebouw van de Christelijke Gereformeerde Kerk aan de Bakboord. De oude kerk van de Christelijke Gereformeerde Kerk aan de Kortenaerstraat werd verkocht aan de Vrijgemaakt-Gereformeerde Kerk uit Naarden/Bussum en kreeg de naam Ichtuskerk. In het nieuwe gebouw van de Christelijke Gereformeerde Kerk komen op zaterdagmorgen de Zevende Dags Adventisten bijeen.
In dezelfde zuidelijke wijken van de Oostermeent vestigden zich ook de Moluks-Evangelische gemeente in de Pniëlkerk en de Vrij-Evangelische gemeente in het Plechtanker. Als gevolg van de bouw van de wijken Huizermaat, in het noorden van de Oostermeent, werden ook daar kerkvoorzieningen getroffen: De Akker, van gereformeerde oorsprong, de r.k. St.-Thomaskerk (één parochie met de St.-Vituskerk), en de Meentkerk, van gereformeerde gezindte. Eén zogenaamde 'samen-op-weg'-gemeente van hervormde en gereformeerde oorsprong, de Wijkgemeente Oostermeent, kon geen eigen kerk bouwen en kerkt nu in de Scholengemeenschap Huizermaat.
Tevens werden in de jaren '90 in de centrum-zone van de Oostermeent twee moskeeën gebouwd: een Marokkaanse groene moskee (1990) en een Turkse blauwe moskee (1996). In het Erfgooierscollege kerkt regelmatig de Baptistengemeente Het Gooi, aan de Keizer Ottostraat is de Pinkstergemeente De Fontein gevestigd, en de Koninkrijkszaal van de Jehovah's Getuigen staat aan de Bovenweg.
De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) en verdere ontwikkelingen
In 2004 vond de landelijke vorming van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) plaats, waarin de Gereformeerde Kerken in Nederland, de Nederlands Hervormde Kerk en de Evangelisch-Lutherse kerk samengingen. Alle kerken in Huizen die tot deze gemeenschappen behoorden, sloten zich hierbij aan, zij het met accentverschillen. Binnen de PKN in Huizen zijn er twee kerkgroepen: de Hervormde Gemeente (met de Oude Kerk, de Nieuwe Kerk, de Zenderkerk en de Meentkerk) en de Protestantse Gemeente Huizen (bestaande uit vier wijkgemeenten: de Kruiskerk, de Goede Herderkerk, de Akker en de Oostermeent). De laatste twee wijkgemeenten zijn gefuseerd tot de Oosterlichtgemeente, en het kerkgebouw De Akker werd in 2011 uitgebouwd en draagt nu de naam Oosterlichtkerk.
Een aantal leden van de Hervormde Gemeente kon zich niet verenigen met de PKN en richtte in 2004 de Hersteld Hervormde Kerk op. Zij kerken nu in het Visnet. De Hersteld Hervormde Gemeente is samengegaan met een groep die behoort tot de Oud-gereformeerde Gemeenten in Nederland. Sinds kort is ook de Vrije Evangelische Gemeente gesplitst; de Evangelische Gemeente Huizen komt samen in het Wijkcentrum Holleblok. Los hiervan bestaat de Volle Evangelie Gemeente, voortgekomen uit een bijbelstudiegroep, die samenkomt in het Vuronger.
Ondanks de vele kerken en gemeenschappen, gaat ook in Huizen de ontkerkelijking hand in hand met de vergrijzing. Dit heeft echter nog niet geleid tot de sluiting van grote kerkgebouwen of de opheffing van geloofsgemeenschappen.
De historische betekenis van het Calvinisme in Huizen
De overgang van Huizen van het R.K. geloof naar de reformatie aan het einde van de 16e eeuw is van grote betekenis geworden voor het karakter van de Huizer bevolking. Het Calvinisme heeft het vechten voor het bestaan sterk ondersteund, en andersom heeft de ambitieuze, harde arbeid het Calvinisme gevormd. Waarschijnlijk hebben de Huizers, in navolging van wat ze in andere Zuiderzeestadjes zagen, zelf als groep aan het Calvinisme de voorkeur gegeven.
De Oude Kerk als sociaal en cultureel centrum
De Oude Kerk is als hoofdkerk het kerkelijke centrum van Huizen. Deze kerk werd tussen 1380 en 1409 gebouwd; de inpandige toren kwam in 1509 gereed en werd omstreeks 1733 verhoogd. De kerk ligt aan de rand van het dorp, het “Huizer end”, op een verhoogde terp. Alleen in Nederhorst den Berg is nog een kerk op een terp te vinden. De Oude Kerk heeft bouwkundig een turbulente geschiedenis gekend en werd in 1908 fors vergroot, waarbij de oorspronkelijke oriëntatie optisch gewijzigd werd.
Huizers die tot de oorspronkelijke bevolking behoren (van drie- tot vierhonderd jaar terug), zo'n 75 families, zien elkaar nog regelmatig in en bij de kerk. De Oude Kerk vervult daarmee zowel een religieuze als een sociale functie en is in brede zin het “cultureel” centrum van Huizen bij uitstek. Hierdoor moest het dorp tot begin 20e eeuw wachten op een centrum-plein in de moderne betekenis van het woord.
De kenmerkende Huizer kerkgang, tweemaal op zondag, is een uiting van een overtuiging die mensen samen in leven heeft gehouden. De Huizer beugvissers op de Noordzee waren aan het eind van de week echter dermate uitgeput dat zij slechts de middagdiensten bijwoonden.
Vanwege de lange, uitputtende werkdagen en geringe opleiding had de Huizer weinig gevoel en gelegenheid voor “cultuur” in de hoge zin van het woord. De zondagse wandeling in de omgeving was vrijwel de enige ontspanning. Naast het zondagse contact in kerk en gezin waren de buurten de belangrijkste, dichtbije sociale omgeving. Huizers staan niet zo van “beelden” en kunst en cultuur, wat past bij het Calvinisme. De beeldenstorm van 1566 ging overigens aan Huizen voorbij.
Blaricum: van boerennederzetting tot kunstenaarskolonie
De verschillen met de overwegend katholieke en meer op “beelden” ingestelde dorpen in de omgeving zijn evident. In Blaricum en Laren moest door de boeren echter ook hard worden gewerkt en was de armoede groot. Blaricum begon oorspronkelijk als een nederzetting van boeren in eenvoudige woningen en plaggenhutten. Rond de tiende eeuw vestigden de eerste mensen zich in het heide- en bosgebied van wat destijds bekend stond als Naerdincklandt en later Gooiland. Eeuwenlang was de agrarische productie de belangrijkste bron van inkomsten. Blaricum groeide uit tot een prachtig brinkdorp dat tot 1920 zijn agrarische karakter behield en vandaag de dag nog steeds bekendstaat als het mooiste dorp van de streek.
Blaricum was in het verleden een minder welvarend dorp. De welvaart nam de afgelopen honderd jaar nauwelijks toe. Volgens een telling had Blaricum 108 woningen, één minder dan in 1732. Deze boerenwoningen werden bewoond door bijna vijfhonderd mensen, die vrijwel allemaal Rooms-Katholiek waren. Er was ook een gereformeerde kerk met maar weinig leden. De inwoners leefden van de opbrengst van het land en de vrouwen sponnen wol.
Rond 1875 begon de ontdekking van het Gooi, en dan vooral Blaricum. Kunstenaars, dichters, schrijvers en welgestelde Amsterdammers zochten er hun toevlucht, wat veranderingen in de samenleving met zich meebracht. De levensstijl van niet-Blaricummers verschilde van die van de oorspronkelijke bevolking. De heidevelden en akkers rondom Blaricum veranderden op vele plaatsen in bouwgrond voor villa's. De meest ingrijpende verandering vond plaats in 1973, toen de wijk Bijvanck werd gebouwd om aan de vraag naar woningen te voldoen.
De eerste vermelding van Blaricum in de archieven dateert uit 1343. De naam Blaricum zou kunnen worden verklaard als een samenstelling van de persoonsnaam “Bladheri” met het achtervoegsel “Inga” en het woord “heem” (woonplaats). Op 14 april 1897 werd het wapen van Blaricum officieel toegekend door de Kroon. Het wapen met de drie blauwe korenbloemen op een zilveren achtergrond herinnert aan het agrarische verleden van Blaricum. Blaricum heeft door de eeuwen heen een opmerkelijke transformatie doorgemaakt, van een bescheiden boerennederzetting tot een geliefde gemeente waar mensen graag wonen, werken en recreëren.
De Gereformeerde Kerk in Laren
In 1919 werd in Laren het eerste gereformeerde kerkgebouw, de Schaapskooi, in gebruik genomen. Rond het begin van de twintigste eeuw, toen er in Laren en omgeving nog geen gereformeerd kerkgebouw stond, gingen de weinige in Laren, Blaricum en Eemnes woonachtige gereformeerden op zondag naar de gereformeerde kerkgebouwen van Hilversum, Huizen of Baarn. De Larense gereformeerden kregen in 1914 de wens om een eigen kerk te hebben. Voorlopig konden diensten worden gehouden in de sportzaal van de openbare school. Ds. A. van Andel van Hilversum steunde hun streven, en in 1916 werden er diensten gehouden in het gymlokaal. Er kwamen maar liefst zeventig toehoorders opdagen, wat de wens om een eigen kerk te institueren weer tot leven bracht.
Om de voorbereidingen te treffen werd de ‘Gereformeerde Vereeniging te Laren, N.H.’ opgericht. De kerkenraad van Hilversum weigerde echter het verzoek om de reformatie van de hervormde kerk ter hand te nemen en het juk van het Algemeen Reglement voor het Bestuur der Hervormde Kerk af te werpen. Eind 1918 werd kerkenraadsleden gekozen, en op zondag 12 januari 1919 werden zij door ds. Van Andel in het ambt bevestigd. De plaats van samenkomst in het gymlokaal werd te klein, en men wilde een eigen kerkgebouw. De grond was al eerder gekocht, en architect Wouter C. Hamdorff sr. maakte bouwtekeningen. Eind december 1917 werden de tekeningen goedgekeurd en konden de aannemers aan het werk. De Grote Oorlog zorgde voor onzekerheid en stijgende materiaalkosten, maar door kerkcollectes, leningen en financiële steun kon de ‘sobere, eenbeukige kerk in donkere baksteen’ gereed komen. Op zaterdag 12 juli 1919 werd de nieuwe kerk officieel in gebruik genomen.
Predikanten in Laren
De eerste predikant, ds. J.J. Bajema (1844-1927), een emeritus-predikant, hielp enige tijd in het pastoraat en de catechisaties, maar moest zijn arbeid vanwege gezondheidsproblemen neerleggen. Om succesvol een predikant te beroepen, was een pastorie nodig. Naast de kerk werd in 1920 een stuk grond aangekocht en later de predikantswoning gebouwd. Ds. Van Andel was consulent en preekte zo nu en dan zelf in de Schaapskooi.
Eind 1921 besloot de kerkenraad kandidaat J.H. Sillevis Smitt (1897-1975) te beroepen. Hij nam de roeping aan en werd op Eerste Pinksterdag (20 mei 1923) door zijn schoonvader, ds. C.B. Bavinck, in het ambt bevestigd. Hij woonde in een huurwoning.
Na het vertrek van ds. Sillevis Smitt beriep de kerkenraad kandidaat L. Oranje (1902-1961), die van 7 augustus 1927 tot 10 juli 1932 in Laren stond. Hij woonde in de pastorie naast de kerk.
Ds. J. Verkuyl (1908-2001) werd op 28 augustus 1932 aan de kerk van Laren verbonden. Zijn ambtsperiode duurde tot 28 februari 1937. Van januari 1935 tot februari 1937 was hij, naast zijn werkzaamheden als gemeentepredikant, parttime studentenpredikant voor de in Nederland studerende Indonesische studenten.
Al tijdens ds. Verkuyls werkzame periode in Laren, van januari 1935 tot maart 1937, verleende kandidaat Th.H. van Andel (1910-1980) bijstand in het pastoraat als hulppredikant.
In de jaren '30, tijdens de economische crisis, werden ook in Laren hulppredikanten ingezet. Het landelijke ‘Comité Overvloed van Werk en Werkkrachten’ verleende financiële steun bij de aanstelling van hulppredikanten.
Ds. J.L. Wielenga (1906-1986) deed op 23 mei 1937 intrede in Laren en was daar tot eind maart 1946 werkzaam.
Ds. H.U. Buitink (1913-1979) was van mei 1946 tot augustus 1953 aan de kerk van Laren verbonden en was tevens geestelijk verzorger van het studentensanatorium.
Ds. J.T. Bakker (1924-2012) volgde hem op op 2 mei 1954 en nam al op 29 april 1956 afscheid. Hij vertrok naar Amsterdam.
Ds. P. Popma (1927-2017) deed op 7 oktober 1956 intrede in Laren en nam op 16 januari 1961 afscheid. Tijdens zijn ambtsperiode kwamen bouwkundige problemen van de Schaapskooi aan het licht, mogelijk door het hergebruik van materialen bij de bouw. De kerk werd in 1957 en 1958 verbouwd.
Ds. Ph. Stoffels (1923-2003) was van 1961 tot 1972 predikant te Laren. Hij stond bekend om zijn spiritualiteit, nuchtere intelligentie en ootmoedig makende gesprekken.
Nieuwe kerk en fusie in Laren
De Schaapskooi aan de Kerklaan werd te klein en moest bovendien worden hersteld. Daarom werd de Schaapskooi begin 1961 afgebroken. Op dezelfde plaats zou een nieuwe kerk worden gebouwd, naar plannen van architect D. Egberts. De gemeenteraad van Laren had eind 1955 besloten de bouw of vergroting van kerken te subsidiëren. De bouw van de nieuwe kerk kostte meer dan fl. 200.000, en de bouwsubsidie werd deels toegekend. Het bedehuis kon in 1962 in gebruik worden genomen. In 2003 werd de naam van de kerk Ontmoetingskerk.
In 1980 begon in Laren het Samen-op-Wegproces tussen de Hervormde Gemeente en de Gereformeerde Kerk. Na lange tijd te hebben samengewerkt, kon men in 1992 een federatieve samenwerkingsvorm aangaan.
Blaricum en de oude kerk
Op de plek van de huidige kerk in Blaricum stond rond 1400 een houten kapelletje, gewijd aan Sint Joseph. De kerk werd een eeuw later in steen opgetrokken. Na de Reformatie werd het een protestantse kerk. Blaricum werd in 1696 getroffen door een grote brand waarbij de school en 34 huizen werden verwoest. De kerk werd zwaar getroffen, maar de preekstoel bleef gespaard. Bij de restauratie werd het koor afgebroken en kreeg de preekstoel een plaats aan de westelijke kant tegen de toren. Na een renovatie in 1869 werd in 1934 door architect Theo Rueter de muur tussen klokkentoren en kerkruimte weggehaald en verhuisde de preekstoel naar de oostzijde. Aan de achterzijde van de kerk kwam een consistorie op de plek van het koor.
De torenklok werd in de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetter gevorderd en op 31 maart 1943 uit de toren gehaald door aan de zijkant van de toren een gat te maken. In het voorportaal staat de originele eikenhouten Erfgooiersboom uit 1971, gemaakt door Gerardus Lanphen.
tags: #gereformeerde #kerk #blaricum