De bundel Gereformeerd Kerkboek (GKB) kent een rijke geschiedenis die begon met een proefbundel in 1975. De definitieve versie werd in 1986 uitgebracht, gevolgd door een aanzienlijke herziening in 2006, die het aantal gezangen flink uitbreidde. In 2017 verscheen een verdere herziene versie, het Gereformeerd Kerkboek 2017. De psalmen in deze editie bleven gelijk aan die van 2006. Bewerkingen van psalmen tot liederen werden aangeduid met een toevoeging zoals 'a', 'b', etc. Andere liederen werden voortaan doorlopend genummerd na het berijmde psalter, in plaats van een aparte nummering als 'gezangen'.
Het Gereformeerd Kerkboek is niet bedoeld als een op zichzelf staande bundel, maar als een aanvulling op het Liedboek. De bundel, getiteld "Zingen en bidden in huis en kerk", bevat liederen die kenmerkend zijn voor de identiteit van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Dit betekent dat de bundel niet volledig is; liederen die reeds in het Liedboek staan, zijn niet opnieuw opgenomen, zelfs niet in een andere vertaling. Als een bepaald thema reeds in het Liedboek aanwezig is, wordt dit in het Gereformeerd Kerkboek niet herhaald. Wel zijn liederen opgenomen die nauw verbonden zijn met de eigen spiritualiteit en het eigen belijden van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt. Sommige van deze vertrouwde liederen zijn speciaal voor deze bundel hertaald of taalkundig herzien.
In totaal bevat de bundel 108 gezangen. Deze zijn ingedeeld volgens dezelfde rubricering als in het Liedboek, hoewel niet alle rubrieken vertegenwoordigd zijn. De inhoud van de bundel is hieronder weergegeven, waarbij alle liederen voorzien zijn van links.
Voorbeelden van gezangen uit de bundel zijn:
- 149 Halleluja!
- 151 Loof God!

De Ontwikkeling en Discussie rond het Nieuwe Liedboek
Op 9 en 23 mei vond de eerste bespreking plaats van de werkzaamheden en voorstellen van de deputaten Liturgie & Kerkmuziek. Met de aanvaarding van een nieuw liedboek door de GKv, kwamen er 1016 liederen bij. Dit riep echter vragen op over de verplichting tot gebruik, en of dit boek de nieuwe standaard zou worden voor muzikale, poëtische en schriftuurlijke stijl.
Het besluit van de synode werd als enigszins wonderlijk beschouwd, gezien het feit dat kort daarvoor fundamenteel was gebroken met de kerkliedtraditie in deze kerken. De vraag rees waarom de synode nog een uitspraak over een specifiek liederenboek zou doen, terwijl gemeenten, kerkenraden en predikanten vrij waren om te kiezen uit diverse bronnen, zoals opwekkingsbundels, zingend geloven, het oude of nieuwe Liedboek, of liederen uit het Nederlands Dagblad.
De synodebesprekingen toonden een sterke drang om de GKv te profileren als kerken die aansluiten bij de brede oecumene. Er was een wens om deel uit te maken van de 'oecumenische protestantse standaard', zoals het NLB (Nieuw Liedboek) werd getypeerd. De oproep was om niet langer in een 'eigen klein kringetje' of 'vrijgemaakte wereldje' te denken, en afstand te nemen van alles wat nog riekt naar het gereformeerde verleden. Een protestants/evangelisch/vrijzinnig liedboek werd gezien als een uitstekend middel om dit te bewerkstelligen.
Hoewel de synode dit besluit niet strikt noodzakelijk achtte, omdat gemeenten al veel vrijheid genoten, was de bedoeling om de breed-oecumenische standaardvlag te planten.
De Rol van het Gereformeerd Kerkboek naast het Nieuwe Liedboek
De vervolgsynodebespreking op zaterdag 9 juni richtte zich op de inhoud van een eigen vrijgemaakt kerkboek, naast de 1016 liederen in het NLB. De discussie was stevig en complex, met lijsten van liederen die wel of niet opgenomen moesten worden. Er waren gezangen die in het huidige GKB stonden maar niet in het NLB, en omgekeerd. Liederen die door deputaten als ondermaats werden beschouwd, wilden synodeleden er per se in hebben.
De discussiepunten omvatten muzikaliteit, dichterlijkheid, schriftuurlijkheid, deskundigheid van deputaten, omvang, kosten, tijdschema's, enquêteuitslagen en aannemings- of afkeuringspercentages. De complexiteit van de discussie leidde ertoe dat zelfs betrokken synodeleden soms het spoor bijster waren.
Twee Stromingen in de Discussie
De belangrijkste kwestie die een groot deel van de bespreking beheerste, was de functionaliteit van het nieuwe kerkboek.
- Eerste stroming: Wilde een kerkboek dat de gereformeerde identiteit weerspiegelt. Dit kerkboek zou naast de psalmen, belijdenisgeschriften, gebeden en liturgische formulieren ook een ruime selectie aan gezangen bevatten. Het zou gebruikt kunnen worden in erediensten en diverse andere bijeenkomsten, zoals gemeentevergaderingen, kerkenraden, verenigingen en pastorale bezoeken. Het doel was een basis aan liederen te bieden die het kerkvolk zich eigen zou moeten maken, naast de psalmen, en die het kerkvolk en hun kinderen zouden kennen en uit het hoofd leren. Andere liedbronnen zoals het NLB en Opwekking konden aanvullend worden gebruikt, passend binnen het 'profiel' van de plaatselijke gemeente. Kortom, een kerkboek met een zelfstandig en compleet karakter.
- Tweede stroming: Was fel tegen deze insteek. Zij beschouwde het nieuwe liedboek als de primaire bron van liederen, waaraan men zich had gecommitteerd. In het GKB zouden, naast de niet-liedonderdelen, alleen díe gezangen worden opgenomen die niet in het NLB stonden en die men toch wilde behouden. Er werd gesteld dat een minderheid in de kerken die het NLB niet wilde invoeren, niet gefaciliteerd moest worden, en dat dit zeker niet gestimuleerd moest worden door een GKB met een 'ruime' set aan liederen.
De tweede stroming heeft het pleit beslecht. Van de ongeveer 180 gezangen uit het 'oude' kerkboek bleven er slechts 74 over. Veel liederen werden geschrapt omdat ze ook in het NLB te vinden waren, hoewel niet alle geschrapte liederen als onacceptabel werden beschouwd. Dit resulteerde in een 'kreupel kerkboek'. Kerken die volledig op het NLB koersen, zouden het nieuwe GKB links laten liggen. Gemeenten die weinig met het NLB hadden, zouden gefrustreerd raken door het verdwijnen van geliefde klassiekers.
De deputaten voegden nog 13 liederen uit het oude liedboek toe die niet in het NLB voorkomen, en 17 liederen uit diverse bronnen, waarvan meer dan de helft van deputaat zr. R. Opmerkelijk was ook de toevoeging van vier zogenaamde Psalmen voor Nu. De vraag werd gesteld waarom kerken niet zelf konden kiezen uit dit repertoire, net zoals ze dat konden uit het NLB en Opwekking.

De Invloed van Deputaatschap en Synodebesluiten
De meerderheid van de synode was gefocust op het nieuwe liedboek en wilde dit doorzetten. Een praktische reden voor de ongelukkige samenstelling van het nieuwe GKB was echter het deputaatschap. De deputaten hadden de voorstellen gedaan voor het schrappen en aanvullen van liederen, en afwijken hiervan werd door veel synodeleden niet ter discussie gesteld, gezien hun expertise.
De synode vergadering legde zichzelf de restrictie op dat pas als 75% van de stemmen tegen een deputatenvoorstel was, een door deputaten afgekeurd lied alsnog in het GKB opgenomen kon worden. Dit paradoxale gegeven werd geïllustreerd door de pogingen om de klassieke versie van het lied "Een vaste burcht is onze God" in het kerkboek op te nemen: 21 stemmen voor, 12 tegen. Dit resulteerde in een onvoldoende meerderheid om het lied alsnog op te nemen.
Het Gebruik van het Kerkboek en Liturgische Formulieren
Het daadwerkelijk gebruik van het eigen kerkboek is mede afhankelijk van de noodzaak om het te gebruiken. Gezien het feit dat veel geliefde liederen ontbreken, is enthousiast gebruik niet te verwachten.
Er was ook discussie over het gebruik van de liturgische formulieren. Predikanten klaagden over bezwaren tegen het vrijwillig wijzigen van formulierteksten in erediensten, wat werd gezien als een aantasting van 'persoonlijke vrijheden'. Dit roept de vraag op of een eigen kerkboek nog zinvol is op dit punt, aangezien de pastor de tekst naar eigen inzichten kan veranderen, waardoor meelezen uit het boek bemoeilijkt wordt.
Het veranderen van formulieren kan leiden tot narigheid. De reden voor het veranderen kan zijn dat de formulering niet mooi gevonden wordt, of dat men inhoudelijk iets wil aanpassen. Echter, als het om de leer gaat, is nauwkeurigheid geboden, en worden formulieren op synodaal niveau vastgesteld. De vraag werd gesteld of een predikant die preken aanpast, ook akkoord zou gaan met een lezer die zijn preek naar eigen inzicht verandert.
De synode zag echter dat aan deze 'veranderdrift' veel haken en ogen zaten. Als bij bevestigingen en huwelijken verschillende beloften gegeven kunnen worden, hoe zit het dan met rechtsgelijkheid en rechtsgeldigheid? De synode schoof dit probleem door naar de deputaten Herziene Kerkorde.
De Identiteit van het Kerkboek en de Kerkbijbel
Het GKB bedoelt een identiteit presenterend document te zijn, dat laat zien wat de kerken belijden en zingend geloven, en dat 'omgangsvormen' en 'rituelen' specificeert. De deputaten wilden dit niet.
De vraag werd gesteld hoe het zit met de kerkbijbel. De huidige Bijbel bevat nog 41 gezangen, belijdenisgeschriften, formulieren en gebeden, en de kerkorde. Er werd gespeculeerd of de inhoud van het nieuwe GKB ook in een bijbelversie op de markt gebracht zou worden, zodat men één boek mee kan nemen naar bijeenkomsten, of dat dit puur een commerciële aangelegenheid zou zijn.
Een hint werd gegeven aan de Gereformeerde Kerken en Gereformeerde Kerken in Nederland om te kijken naar de rechten van het oude GKB. Het nieuwe GKB zouden deze kerken waarschijnlijk niet gebruiken, omdat het gebruik gekoppeld is aan het NLM en een nieuwe kerkorde heeft. Het oude GKB daarentegen is nog steeds bruikbaar.
De Plaats van de Psalmen in de Eredienst
Er werd op de synode aandacht gevraagd voor de plaats die de psalmen nog innemen in de erediensten. Er was de indruk dat ze langzamerhand verdrongen werden door de overvloed aan liederen die de kerken overspoelen, met minstens 2000 liederen in totaal.
Een telling van het aantal keren dat psalmen en liederen in kerkdiensten werden gezongen, uit verschillende bundels, toonde aan dat er waarschijnlijk minder uit de psalmen wordt gezongen. Vaak worden uit psalmen slechts een of enkele verzen gezongen, terwijl andere liederen vaak in hun geheel worden gezongen. Hoewel dit geen bewijs is voor heel vrijgemaakt Nederland, was de indruk dat dit in veel gemeenten het geval is, behalve in orthodox-gereformeerde gemeenten en afgescheiden kerken.
Afgevaardigde br. Wij merkte op dat er sprake was van een 'wildgroei', waarbij ieder doet wat goed is in eigen ogen, en dat de kerken het maar aan zichzelf overlaten. De vraag werd gesteld waar nog plaats was voor de psalmen, en dat er verhoudingsgewijs niets overbleef.
Een psalm van Asaf - eredienst 19 september
tags: #gezang #111 #gereformeerd #kerkboek