Liefde Gods die elk beminnen: Een diepgaande analyse van een tijdloos lied

Het lied "Liefde Gods die elk beminnen" is een van de meest bekende en geliefde gezangen, met een rijke geschiedenis die teruggaat tot het midden van de 18e eeuw. De oorspronkelijke tekst, "Love divine, all loves excelling", werd geschreven door Charles Wesley (1707-1788), een vooraanstaand figuur binnen de methodistische beweging en broer van John Wesley. Dit invloedrijke lied verscheen voor het eerst in 1747 in de bundel Hymns for those that seek and those that have redemption in the blood of Jesus Christ.

Charles Wesley staat bekend om zijn immense productiviteit als dichter van kerkliederen; hij heeft meer dan zesduizend hymnes op zijn naam staan. De bundel waarin "Love divine" voor het eerst werd gepubliceerd, bevatte 52 hymnes, waarvan John Wesley er maar liefst 24 selecteerde voor zijn eigen grote liedboek. De tekst van "Love divine" werd al snel erkend als een meesterwerk, en kreeg de hoogste plaats onder de toenmalige hymne-pamfletten.

Oorsprong en thematiek van de tekst

De oorspronkelijke tekst van Charles Wesley is opmerkelijk, deels vanwege de creatieve manier waarop hij zich liet inspireren door andere werken. Het eerste couplet van "Love divine" is een geestelijke parodie op een lied uit de opera King Arthur van Henry Purcell (1659-1695), met tekst van John Dryden. Het oorspronkelijke lied bezingt de profaanse liefde, waarbij Venus wordt aangetrokken tot Engeland. Wesley transformeerde dit thema door de goddelijke liefde centraal te stellen. Net zoals Venus in Engeland verblijft, wordt in het lied de goddelijke liefde gesmeekt om af te dalen naar de aarde en plaats te nemen in ons "bevende hart". Zo creëerde Wesley, zoals J.W. Schulte Nordholt opmerkte, "een totaal andere wereld".

Een andere interessante ontlening is de slotregel van het lied, "lost in wonder, love and praise". Deze formulering komt uit een Hymn on Gratitude to the Deity van Joseph Addison, gepubliceerd in 1712, dat eindigde met de woorden "Transported with the view I’m lost / In wonder, love, and praise".

Illustratie van een hand die een hart vasthoudt, omringd door stralen van licht, symbolisch voor goddelijke liefde.

Ontwikkelingen en aanpassingen van de tekst

De tekst van het lied kende door de jaren heen verschillende aanpassingen, vaak ingegeven door theologische overwegingen binnen het methodistische gedachtegoed. Reeds in 1761 werd het tweede couplet weggelaten in de bundel Hymns for those to whom Christ is all in all, samengesteld door John Wesley. Dit gebeurde vermoedelijk om theologische redenen, en soortgelijke aanpassingen volgden in latere bundels. Een voorbeeld hiervan is de aanpassing van de uitdrukking "pure and sinless" in het vierde couplet naar alternatieven zoals "pure and holy", "pure unspotted" of "pure and spotless". Deze wijzigingen dienden om de absolute betekenis van "zondeloos" enigszins af te zwakken.

Het lied werd al aan het einde van de achttiende eeuw in diverse hymnecollecties opgenomen, soms met kleine tekstuele aanpassingen. Pas in 1889 werd het lied voor het eerst opgenomen in Hymns Ancient & Modern, in het Supplement bij de tweede editie van 1875. Hierin kreeg het lied echter een andere structuur: de oorspronkelijke drie achtregelige coupletten werden vervangen door zes vierregelige coupletten. Bovendien werd er een nieuwe melodie aan toegevoegd, gecomponeerd door John Stainer, die later bekend zou worden als LOVE DIVINE.

Verspreiding en vertalingen

Tegen het einde van de negentiende eeuw was "Love divine" wijdverspreid en terug te vinden in talloze liedboeken. Het lied verspreidde zich over de hele wereld, niet alleen binnen methodistische en anglicaanse kringen, maar ook in vele andere kerkelijke gemeenschappen. In Nederland werd het lied al in de Hervormde Bundel 1938 opgenomen (gezang 169) in een vertaling van J.J. Luyten.

De Nederlandse vertaling van Jan Willem Schulte Nordholt wordt geprezen om zijn knappe en gevoelige weergave van de oorspronkelijke tekst van Wesley. Veel formuleringen van Wesley zijn in deze vertaling terug te vinden. Zelfs de notoir moeilijk te vertalen passage "changed from glory into glory, / till in heaven we take our place, / Till we cast our crowns before thee, / Lost in wonder, love, and praise" vindt een waardige pendant in de Nederlandse versie: "tot wij eeuwig bij U wonen, / schrijdende van licht tot licht, / leggend onze gouden kronen / zingend voor uw aangezicht."

Thematische reis van het lied

De tekst van het lied maakt een duidelijke thematische beweging, die kan worden omschreven als een reis van de hemel naar de aarde en weer terug. In het eerste couplet wordt de liefde van God aangeroepen om in onze harten te komen, en wordt Jezus gevraagd zich daarbij te voegen en vanuit de hemel neer te dalen in ons "bevende hart". Het tweede couplet richt zich tot God de Vader, die in de gedaante van zijn Zoon ooit nederig op aarde verscheen. Nu teruggekeerd naar de hemel, wordt er gebeden om zijn hernieuwde komst en om nooit meer alleen gelaten te worden.

Het lied bevat diverse Bijbelse verwijzingen. Zo is er de verwijzing naar "zien van oog tot oog", die terug te vinden is in Exodus 33:11 ("En de Heer sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht") en 1 Korintiërs 13:12 ("Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog"). Ook de passage "leggend onze gouden kronen" verwijst naar Openbaring 4:10.

Melodieën van "Liefde Gods die elk beminnen"

Het lied heeft door de geschiedenis heen verschillende melodieën gekend. De melodie die in het huidige Liedboek aan dit lied is gekoppeld, is een Welse volksmelodie genaamd MORIAH. Eerder stond het lied in de Hervormde Bundel 1938 op een andere melodie, die later bekend werd als LOVE DIVINE (zie Liedboek 801).

In Engeland wordt het lied tegenwoordig meestal gezongen op de Welse melodie BLAENWERN, gecomponeerd door William Rowlands (1860-1937). Dit lied wordt daar vaak gezongen tijdens trouwdiensten, waaronder ook die van het Engelse koninklijk huis. Het werd eveneens gezongen tijdens de uitvaartdienst van Margaret Thatcher in 2013.

Notenbalk met de melodie van een kerklied, met een focus op een specifiek ritmisch patroon.

Over de melodie MORIAH is weinig specifieke informatie beschikbaar, behalve dat het een Welse volksmelodie betreft. Wanneer deze melodie voor het eerst werd gekoppeld aan "Love Divine", kon niet achterhaald worden. Wel is bekend dat de melodie in een enigszins versierde vorm voorkomt in een editie van The English Hymnal uit 1906.

Structuur en kenmerken van de MORIAH-melodie

De melodie zoals die nu in het Liedboek staat, kenmerkt zich door een eenvoudige structuur. De eerste twee regels worden herhaald als de derde en vierde, en ook de zevende en achtste regels zijn grotendeels kopieën van de eerste twee, met uitzondering van het begin. Alleen de vijfde en zesde regel wijken af, zij het melodisch slechts in geringe mate. Ritmisch zijn deze regels echter iets statischer. Het gehele melodische bereik beperkt zich tot een sext (f’ - d’’). Dit resulteert in een overzichtelijke structuur die kan worden aangeduid als A-A-B-A.

De reden waarom de melodie levendig blijft en niet gaat vervelen, ligt waarschijnlijk in het ritme. De dalende drieklank met een gepuncteerd ritme in de regels 1 tot en met 4, en in de regels 7 en 8, geeft de melodie een zekere impuls. De kwartnoot op de eerste en de halve noot op de tweede en derde tel van de laatste maat van de genoemde regels vereisen van de zanger een voortdurende alertheid.

Bij het zingen is het belangrijk om in de laatste maat van deze regels het accent niet op de tweede tel te laten vallen. Adriaan C. Schuurman karakteriseerde deze melodie in het Compendium bij het Liedboek voor de kerken (1977, k. 1005) treffend als volgt: "Het evangeliewoord, dat ‘het voor wijzen en verstandigen verborgen is, maar aan kinderkens geopenbaard’, geldt blijkbaar ook wel eens voor kerkliedmelodieën, - in elk geval ten aanzien van dit wondervolle wijsje."

Uitvoerenden en vindplaatsen

Dit lied is te vinden in de volgende veelgebruikte liedbundels:

  • Liedboek 2013 (nummer 754 a)
  • Liedboek voor de kerken (Gezang 443 a)

Het is mogelijk dat het lied ook in andere liedbundels is opgenomen.

Diverse uitvoeringen van het lied zijn bekend:

  • Maria Magdalena-cantorij o.l.v. Henk Lemckert op orgel in de Abdijkerk van Loosduinen.
  • C.F. Samenzang vanuit de Martinikerk te Groningen, met organist Egbert Minnema.
  • Coral Ridge Presbyterian Church Chancel Choir o.l.v. John L. Diemer.
  • Maria Magdalena-cantorij o.l.v. C.F.

De tekst is auteursrechtelijk beschermd en kan daarom niet in zijn geheel worden weergegeven.

tags: #gezang #443 #liefde #gods #die #elk