Ontstaan en ontwikkeling van het lutheranisme

Het lutheranisme is de tak van de Reformatie die voortkomt uit het werk van Maarten Luther. Het verwijst naar de theologische opvattingen en de gemeenschappen die hieruit zijn ontstaan. Belangrijk hierbij is dat het lutheranisme wordt beschouwd als een eenheid, waarbij de gemeenschappen die onder deze noemer vallen wezenlijk één geheel vormen. Met het begrip lutheranisme worden primair de theologische posities en de kerken bedoeld die bewust willen aansluiten bij de persoon en de centrale inzichten van Maarten Luther, en die hierin ook in leer en leven naar willen handelen.

De kern van deze beweging ligt in Luthers ontdekking als aangevochten monnik: dat God Zichzelf schenkt in de belofte van het Evangelie. Deze leer wordt onder andere verwoord in zijn Abendmahlschrift uit 1528, de Marburger Artikel uit 1529 en de Schwababacher Artikelen uit 1530. Tegenover de Rooms-Katholieke Kerk is met name de Confessio Augustana van groot belang. De Schmalkaldische Artikelen bevatten de kern van Luthers reformatorische leer.

Illustratie van Maarten Luther die zijn 95 stellingen op de deur van de Slotkerk in Wittenberg spijkert.

De vroege verspreiding en interne ontwikkelingen

Na de dood van Luther ontstonden er heftige theologische verschillen binnen het lutheranisme. Dit kwam mede doordat Luther en zijn medewerker Melanchthon zelf al uiteenlopende opvattingen hadden over onderwerpen als christologie en het Avondmaal.

In de negentiende eeuw ontwikkelde zich een piëtistisch lutheranisme. Deze stroming, beïnvloed door mystiek, legde sterk de nadruk op de doordringing van het menselijke leven met religieuze beleving. Tegelijkertijd bleven dogmatische lutherse werken uit die periode zich bezighouden met de relevantie van het geloof voor het menselijk leven, met name de verhouding tussen de door zonde aangeklaagde mens en de rechtvaardigende God.

Invloed van politieke en maatschappelijke context

In Duitsland leidde de positie van de landsheer, die bepaalde welke religie werd aangehangen, tot een nauwe verbinding tussen kerk en staat. Tijdens de Verlichting uitten verlichte theologen kritiek op de kerk, met name op de kerk als machtsinstituut. Hier tegenover stond de romantische beweging, die kritiek had op de verlichtingstheologen.

In de negentiende eeuw ontstond een beweging die kritisch stond tegenover de traditionele kerkleiding en de nadruk legde op individuele, authentieke vroomheid, waarbij een ervaring van wedergeboorte en bekering centraal stond. Deze beweging streefde ook naar een terugkeer naar de tijd van de Reformatie en wilde oud-protestantse dogmatieken doen herleven.

Door de nadruk die het confessionele lutheranisme legde op haar rol als ware voortzetting van het lutheranisme, kreeg het begrip 'lutheranisme' in Duitsland een enigszins conservatieve lading. Veel lutherse theologen werden na de Eerste Wereldoorlog conservatiever. Zij bepleitten authentieke individuele vroomheid en streden tegen subjectivisme, waarbij de mens een te grote autonomie had. Dit leidde ertoe dat lutherse theologen zich gingen binden aan het nationaalsocialisme.

Kaart van het Heilige Roomse Rijk in de 16e eeuw, met vermelding van belangrijke steden van de Reformatie.

De Nederlandse context van het lutheranisme

De Reformatie bereikte Nederland relatief snel. In 1517 spijkerde Maarten Luther zijn 95 stellingen op de poort van de slotkapel in Wittenberg. Drie jaar later, in 1520, ontstond in Nederland de eerste Lutherse gemeente.

De oudste Lutherse gemeente van Nederland is de gemeente Woerden in de provincie Utrecht. Al in 1520 bereikte het lutheranisme Nederland doordat priester Jan de Bakker contacten had met Duitse lutheranen. De Bakker, die goed kon leren en zingen, werd door zijn vader naar Utrecht gestuurd om te studeren voor priester. In Utrecht kreeg De Bakker les van Hinne Rode, een volgeling van Maarten Luther. Daarna werd De Bakker pastoor in Jacobswoude. Hoewel hij later bakker werd - vandaar zijn achternaam - werd hij op 10 mei 1525 door landvoogdes Margaretha van Oostenrijk gevangengezet. Na vier maanden gevangenschap werd De Bakker op 11 september van dat jaar veroordeeld tot de brandstapel en op 15 september 1525 als ketter verbrand in Den Haag.

In 1564 kreeg Woerden een Lutherse predikant, Cornelis van der Laer, die voorheen hulpprediker op het kasteel van Woerden was. Vanaf 1564 predikte Van der Laer in de Petruskerk. Niet veel later, in 1572, kreeg Woerden als enige stad van Nederland een Luthers stadsbestuur. Op 8 augustus van dat jaar werden de stad en het kasteel versterkt met honderd soldaten onder de prinsgezinde jonker Adriaan Duyk. De kerk werd luthers. Woerden koos tijdens de Tachtigjarige Oorlog de kant van prins Willem van Oranje op voorwaarde dat de stad Luthers mocht blijven. In 1579 verdween het Lutherse bestuur toen de Nederlandse Hervormde Kerk de publieke kerk werd in de Republiek.

In 1611 kochten de lutheranen een klein gebouwtje achter een stadsboerderij waar zij bij elkaar kwamen. De Lutherse gemeenschap mocht niet op hetzelfde tijdstip samenkomen als de gereformeerde gemeenschap. In de straat die tegenwoordig Jan de Bakkerstraat heet, werd in 1646 een 'schuilkerk' gebouwd waar de lutherse gemeenschap samenkwam. Dit was een kerk die er niet uitzag als een kerk, hoewel het bestaan ervan wel bekend was in het niet al te grote Woerden. De kerk werd in 1661 vergroot en in 1672 verbouwd. De achterzijde van de kerk lag tegen de stadswal aan en de ingang was te bereiken via een dwarshuis, dat vanaf de stadswal via een paadje bereikbaar was. De straat waarin de kerk zich bevond heette destijds St. Annastraat. De preekstoel dateert uit 1673. Driehonderd jaar later, van 1982 tot 1984, werd het interieur van de kerk grondig gerestaureerd. De Lutherse gemeenschap in Woerden maakt tegenwoordig nog steeds gebruik van de kerk.

Afbeelding van de Lutherse schuilkerk in Woerden.

Maarten Luther en Johannes Calvijn: twee hervormers

Maarten Luther (1483-1546) en Johannes Calvijn (1509-1564) waren beiden kerkhervormers met een grote afkeer van de Katholieke Kerk. Hun concrete ideeën over de toekomst van de kerk verschilden echter aanzienlijk.

Maarten Luther werd in 1483 geboren in het Heilige Roomse Rijk. Hij volgde hier meerdere opleidingen, waaronder een studie rechten, die hij echter na vier jaar afbrak om monnik te worden in het Augustijner klooster in Erfurt. Luthers interpretatie van de Bijbel botste sterk met de toenmalige praktijken van de Rooms-Katholieke Kerk. Hij was met name zeer kritisch op het 'aflaatsysteem', waarbij gelovigen hun zonden zogenaamd konden 'afbetalen' door geld te betalen aan de kerk voor een 'aflaat'. Luther vond dit systeem een schande en geloofde niet dat God zonden vergaf na het betalen van geld. Luther uitte zijn kritiek in 95 stellingen, waarin hij de wantoestanden in de kerk, waaronder de aflaathandel, aan de kaak stelde en aantoonde hoe de kerkelijke praktijken de Bijbel tegenspraken. Hoewel er geen bewijs is dat Luther deze stellingen daadwerkelijk op de kerkdeur in Wittenberg spijkerde, stuurde hij ze wel door naar de aartsbisschop van Mainz. Dankzij de uitvinding van de boekdrukkunst verspreidden de stellingen zich snel door heel Europa.

De kerk waardeerde Luthers kritiek niet en hij werd uit de kerkelijke gemeenschap gestoten. Ook keizer Karel V, die godsdiensteenheid nastreefde, had geen sympathie voor protestanten als Luther. In 1521 werd Luther daarom gevraagd om naar de Rijksdag in Worms te komen. Hij weigerde zijn stellingen in te trekken, waarop Karel V het Edict van Worms uitvaardigde, waarmee Luther in de rijksban werd gedaan. Lokale vorsten die het met Luther eens waren, boden echter bescherming. Luther kon bij de vorst van Saksen onderduiken, waar hij het Nieuwe Testament in het Duits vertaalde.

Johannes Calvijn werd in 1509 geboren in Frankrijk. Hij studeerde theologie in Parijs, totdat zijn vader in 1528 in conflict kwam met de Rooms-Katholieke Kerk. Hierna ging Calvijn rechten studeren in Orléans. In deze stad kwam hij in aanraking met het humanisme en richtte zich op het bestuderen van Bijbelse talen en Griekse literatuur. Dit wekte zijn interesse in de 'ware godsverering' door middel van het begrijpen van de Bijbel. Nadat zijn vader was geëxcommuniceerd, besloot Calvijn de Reformatie te steunen. Vanwege zijn keuze voor het protestantisme moest hij uit Frankrijk vluchten naar Zwitserland. Daar werd op zijn initiatief de Academie van Genève opgericht, waar predikanten konden worden opgeleid in de protestantse leer. Calvijn publiceerde, naast vele andere theologische teksten, de 'Institutio Christianae Religionis', een belangrijk werk uit de geschiedenis van het gereformeerde protestantisme. Dit werk diende als handleiding voor het zelf lezen van de Bijbel, riep op tot vroomheid en was bedoeld om de protestantse leer te verspreiden.

Verschillen tussen lutheranisme en calvinisme

Zowel het lutheranisme als het calvinisme zijn vormen van het protestants-christelijk geloof, maar er zijn belangrijke verschillen tussen de twee stromingen, voortkomend uit de uiteenlopende ideeën van Luther en Calvijn over geloof en kerk.

  • Predestinatie: Calvijn geloofde in predestinatie, de goddelijke voorbeschikking, wat inhoudt dat God al vooraf bepaald heeft wie naar de hemel of de hel gaat, ongeacht de levenswandel. Luther geloofde hier niet in.
  • Organisatie van de kerk: Beide hervormers waren het erover eens dat de paus niet de juiste leider van de kerk was. Luther vond echter dat bisschoppen de kerk moesten leiden, terwijl Calvijn dacht dat een kerkenraad, bestaande uit doctoren, pastores en ouderlingen uit de gelovige elite, het meest geschikt was.
  • Kerk en staat: Luther beweerde dat de vorst door God gekozen was en dat opstand tegen de vorst neerkwam op verzet tegen Gods keuze. Calvijn daarentegen vond dat de bevolking in opstand mocht komen en de vorst mocht afzetten als deze zich als een tiran gedroeg en de eer van God niet verdiende.

De periode na de Tweede Wereldoorlog en oecumenische gesprekken

De periode na de Tweede Wereldoorlog is moeilijk te karakteriseren. Enerzijds waren er theologen die zich inzetten voor de belijdenis van Luther. Anderzijds had het lutheranisme te kampen met de gevolgen van de oorlog en het besef dat aspecten van Luthers theologie door het nationaalsocialisme waren misbruikt. Aan het einde van de twintigste eeuw kwamen er oecumenische gesprekken op gang tussen de lutherse kerken. Belangrijke punten voor de lutheranen in deze gesprekken waren het rechtvaardigingsbegrip en het sacramentsbegrip.

Het lutheranisme kan dus veel betekenissen hebben. Het omvat een terugkeer naar het reformatorische begrip van Luther, een interesse in zijn religieuze biografie en geloof. Tegelijkertijd houdt het lutheranisme zich ook bezig met het verstaan van de Schrift, de belijdenis, de verkondiging en de Sacramenten. Wezenlijk voor het lutheranisme is dat het handelen van God niet alleen gericht is op het heil van de mens.

Luther: The Life and Legacy of the German Reformer (Full Documentary)

tags: #hoe #is #het #lutheranisme #ontstaan