Catechese, het onderricht in het geloof, kent een lange geschiedenis binnen de christelijke kerk. Vroeg in de ontwikkeling van de kerk werd van hen die deel uitmaakten van de gemeenschap verwacht dat zij kennis hadden van geloof, geboden en gebed. Centraal in dit onderricht stonden de geloofsbelijdenis (de Twaalf Artikelen), de Tien Woorden en het 'Onze Vader'. Naast dit onderwijs bestaat de mogelijkheid voor een openbare belijdenis van het geloof, een moment waarop men voor God en de gemeente uitspreekt het geloof in Jezus Christus te belijden.
Er is een periode geweest waarin het doen van belijdenis als een standaardprocedure werd gezien, vaak rond de twintigste verjaardag en als logisch vervolg op gevolgde catechisaties. Echter, het belijden van je geloof is geen vanzelfsprekendheid; het is een diepgaande persoonlijke keuze die vraagt om een bewuste instemming met het geloof in Jezus Christus. In dit proces staat de reflectie op wat geloof in God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest inhoudt centraal, evenals de vraag hoe men een volgeling van Jezus Christus wordt. Geloof is zowel een persoonlijke aangelegenheid als een gemeenschappelijke beleving.
God roept ons op om in Jezus Christus te geloven en Hem te volgen. Velen geven gehoor aan deze oproep en willen hun keuze om Christus te volgen publiekelijk uitspreken binnen de gemeente. In de Elimkerk wordt bijvoorbeeld jaarlijks een belijdenisdienst gehouden waarin mensen hun geloof belijden. Voorafgaand aan deze openbare belijdenis is er een specifieke belijdeniscatechisatie, die doorgaans twee jaar duurt. Het eerste jaar richt zich op de fundamentele aspecten van geloof en kerk-zijn, terwijl het tweede jaar gewijd is aan de gaven van de Heilige Geest en de opbouw van de gemeente. De mogelijkheid bestaat om na het eerste of na het tweede jaar belijdenis te doen.
Wat Houdt Geloofsbelijdenis In?
Openbare geloofsbelijdenis, vaak kortweg 'belijdenis' genoemd, is het moment waarop iemand publiekelijk zijn of haar 'jawoord' aan God geeft. Dit staat in contrast met de doop, waarbij God Zijn 'ja' persoonlijk tegen de gedoopte uitspreekt. Het doen van belijdenis is een belangrijke stap in het geloofstraject en vereist een gedegen voorbereiding. De belijdeniscatechisatie fungeert hierbij als een essentieel leermiddel, bedoeld om geloof en belijdenis te verdiepen.
Belijdenis is geen eenmalige handeling, maar een voortdurende toewijding aan Jezus Christus. Dit omvat het trouw blijven in gebed, Bijbellezen en actieve betrokkenheid bij de gemeente. Hoewel dit vanuit eigen kracht niet mogelijk is, belooft God Zelf Zijn Geest en kracht te geven. Na het doen van belijdenis wordt men 'belijdend lid' van de gemeente.
De belijdeniscatechisatie start doorgaans in september, met eigen groepen per wijk onder leiding van de wijkpredikant. Voor wie door de week niet kan, is er vaak de mogelijkheid om op vrijdagavond deel te nemen. Aanmelden kan via de wijkpredikant.
De Bijbelse Grondslag van Belijdenis
Het woord 'belijdenis' komt veelvuldig voor in de Bijbel. Het kan verwijzen naar het belijden van zonden, zoals bij Johannes de Doper, waar dopen volgde op zondebelijdenis. Daarnaast is het cruciaal om de Heere Jezus te belijden, wat inhoudt Hem niet te verloochenen maar juist uit te komen voor de verbondenheid door geloof en liefde. Jezus zelf zegt: "Wie Mij belijden zal voor de mensen, zal Ik belijden voor Mijn Vader." (Matteüs 10:32). Paulus benadrukt in Romeinen 10:10: "Als u met de mond de Heere Jezus belijdt en met uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig worden." Hartsgeloof en mondelinge belijdenis zijn beide noodzakelijk.
In de tijd van de apostelen legden gedoopten eerst geloofsbelijdenis af, wat inhield dat zij instemden met het verkondigde Evangelie en Jezus als Heer belijden (1 Korinthe 12:3). Dit betekent openlijk uitkomen op Wie men zijn verwachting stelt, zowel in de kerk als in de wereld. De openbare geloofsbelijdenis kan worden vergeleken met het moment van belijdenis dat voorafging aan de doop van volwassenen. Bij de doop van kinderen ligt dit anders: zij ontvangen de doop als zuigelingen, waarna onderwijs volgt met als doel dat zij later Zijn Naam zullen belijden. Kinderen van de gemeente worden doopleden genoemd, maar nog geen belijdende leden. Ouders beloven hun kind op te voeden in de leer, terwijl het kind Gods beloften ontvangt in het sacrament van de Heilige Doop. Het uiteindelijke doel is dat het kind zelf belijdenis zal doen.
Zolang een kind de betekenis van het Evangelie niet begrijpt, kan het ook niet deelnemen aan het Heilig Avondmaal, waarvoor zelfbeproeving vereist is. Het moment dat een dooplid toegang krijgt tot het Heilig Avondmaal, valt samen met het afleggen van openbare geloofsbelijdenis. Dit wordt soms aangeduid als het 'overnemen van je doop', waarbij men zelf antwoord geeft op Gods vragen en beloften, en uitspreekt bij Hem en Zijn kerk te willen horen. De voorbereiding hierop is de catechisatie, die kinderen leert de doop te verstaan en hen leidt tot toelating tot het Heilig Avondmaal.

Persoonlijk Geloof en Kerkelijke Leer
Er bestaat discussie over de nadruk die gelegd moet worden bij geloofsbelijdenis: op persoonlijk geloof of op de leer van de kerk. Beide perspectieven zijn echter onjuist als ze tegen elkaar worden uitgespeeld. De leer van de kerk, die 'naar de godzaligheid' is, gaat over het Evangelie en kan niet zonder persoonlijk geloof worden beleden. Evenzo kan men niet instemmen met Gods Woord zonder hartelijke betrokkenheid op God. De kern van de leer, zoals verwoord in de Apostolische Geloofsbelijdenis en de reformatorische belijdenisgeschriften, is het Evangelie van zonde en genade, verlorenheid en redding. Zonder persoonlijke betrokkenheid is het onmogelijk om hier hartelijk mee in te stemmen.
Aan de andere kant is het essentieel om niet alleen het persoonlijke geloof centraal te stellen. Belijdenis doen draait primair om het belijden van de Heere Jezus, en van daaruit de erkenning dat Hij ook de eigen Heer is. Geloofsbelijdenis vereist persoonlijk geloof, maar het centrum is niet dat persoonlijke geloof. Het gaat om het geloof waarin de Heere centraal staat; men ziet van zichzelf af en richt zich op Hem.
In de belijdenisdienst wordt daarom bewust de nadruk gelegd op het 'ja-woord' aan God, in plaats van op persoonlijke getuigenissen over wat God in iemands leven heeft gedaan. Hoewel deze persoonlijke verhalen waardevol kunnen zijn tijdens de catechisatie, is de belijdenisdienst gericht op de instemming met het aloude geloof dat de kerk troost en moed geeft. Persoonlijk geloof is essentieel, maar het is een hartelijk instemmen met de belijdenis van de kerk van alle eeuwen. Men zingt niet solo, maar voegt zich in het koor dat al eeuwenlang Gods lof zingt.
Leeftijd en Voorwaarden voor Belijdenis
De vraag naar een 'goede' leeftijd om belijdenis te doen, is minder belangrijk dan de vraag wat de Heere van je vraagt. God heeft er recht op dat Zijn Naam beleden wordt, en Hij is het waard om beleden te worden. Het uitstellen van belijdenis met de gedachte dat men er nog niet aan toe is, kan leiden tot passiviteit en het vergeten van het actief zoeken van de Heere.
Het doopformulier spreekt over het moment dat kinderen tot 'hun verstand gekomen zijn', wat betekent dat zij verantwoordelijkheid gaan dragen ten opzichte van Gods beloften. De precieze leeftijd hiervoor is moeilijk te bepalen. Historisch gezien dacht Calvijn aan een jongere leeftijd (ongeveer 10-14 jaar) dan tegenwoordig gebruikelijk is. Het gebruik van één belijdenisdienst per jaar stamt vermoedelijk uit de 19e eeuw; voorheen was belijdenis vaker gekoppeld aan avondmaalsvieringen.
De leeftijd voor belijdenis is geleidelijk opgeschoven, mede door veranderingen in de maatschappij waarin verantwoordelijkheden later in het leven werden toegekend. Tegenwoordig zijn er kerken die de deuren voor belijdenis al openen op 16-jarige leeftijd of zelfs eerder. Er is geen principieel bezwaar tegen een jongere leeftijd als er een verlangen is om de Heere te belijden en toegang te vragen tot het avondmaal.
Een te grote discrepantie tussen het nemen van persoonlijke verantwoordelijkheid in andere levensgebieden en het uitstellen van kerkelijke verantwoordelijkheid zoals belijdenis, kan leiden tot scheefgroei. Als men zelfstandig keuzes kan maken in studie, relaties en vrienden, waarom dan kerkelijk 'onmondig' blijven? Het is belangrijk om de eigen keuze te voegen bij de doopbeloften die de ouders destijds hebben gedaan.
Naast de leeftijdseis is er de geloofseis: zonder persoonlijk geloof kan belijdenis niet plaatsvinden. Echter, wat als men de leeftijd heeft bereikt maar nog geen helderheid heeft over persoonlijk geloof? Belijdenis uitstellen in de hoop dat het geloof nog zal komen, is geen oplossing. De vraag is waarom men het uitstelt en of de Heere het niet waard is om gediend en beleden te worden. Als men nog geen geloof heeft, is het belangrijk om te onderzoeken hoe men daarnaar heeft gezocht en of men werkelijk verwacht dat het geloof vanzelf komt.
De situatie waarin men de leeftijd heeft bereikt maar nog geen persoonlijk geloof, kan leiden tot een 'klem'. Men kan niet achteruit, maar ook niet vooruit. In zo'n geval is het juist goed om de Heere meer te zoeken. Uitstel kan gevaarlijk zijn, vooral als men passief afwacht.

Praktische Aspecten van Geloofsbelijdenis
Wanneer men het verlangen heeft om publiekelijk zijn of haar jawoord aan God te geven, kan men in de Plantagekerk deelnemen aan een Belijdenisgroep. Tijdens deze avonden worden de vragen die gesteld worden bij het doen van belijdenis in de kerk besproken.
De vragen die centraal staan bij het doen van belijdenis omvatten onder andere:
- Geloof je dat de Schriften van het Oude en Nieuwe Testament het verlossende woord van God zijn, zoals de kerk dat in de Apostolische Geloofsbelijdenis heeft samengevat?
- Belooft u dienstbaar te zijn aan de gemeente, trouw met haar naar het Woord te luisteren en het avondmaal te vieren?
- Wil je in heel je leven leerling van Jezus zijn en alles vermijden wat je band met Christus in de weg staat?
- Mogen we je aanspreken op je woorden en je gedrag?
De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) is een belijdende kerk die in haar handelen en spreken steeds verkondigt dat Jezus Christus Heer en Verlosser is. De belijdenisgeschriften vormen de basis van haar identiteit. Gemeenteleden getuigen van hun geloof, onder andere door het afleggen van openbare geloofsbelijdenis.
Een belijdenisgeschrift is een verzameling geloofsartikelen. De PKN erkent verschillende belijdenisgeschriften, waaronder de Apostolische Geloofsbelijdenis, de Augsburgse Confessie (voor lutherse gemeenten) en de Nederlandse Geloofsbelijdenis (voor gereformeerde gemeenten). Deze geschriften verbinden de kerk met de wereldwijde gemeenschap van christenen en de tradities van het verleden.
Tijdens de openbare geloofsbelijdenis belijdt een gemeentelid individueel en in gemeenschap met de gemeente het geloof in God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Dit is een persoonlijk 'ja' zeggen tegen God, een intiem en persoonlijk teken van bereidheid om Christus te volgen. De openbare geloofsbelijdenis vindt plaats in het midden van de gemeente, vaak tijdens de Paastijd. Het wordt voorafgegaan door een periode van voorbereiding, inclusief gesprekken met de predikant of een ambtsdrager over de beweegredenen en de inhoud van het geloof.
Voor volwassenen die niet als kind zijn gedoopt, biedt de Protestantse traditie de mogelijkheid tot volwassendoop. Als men als kind gedoopt is, kan men als volwassene 'ja' zeggen tegen de ontvangen doop door belijdenis af te leggen. In de Protestantse Gemeente Borne, waar belijdenis en volwassendoop niet op grote schaal voorkomen, wordt een persoonlijk catechetisch traject aangeboden met geloofsgesprekken ter voorbereiding op de doop- of belijdenisdienst.
Catechese, dat begint vanaf groep 7 en 8, is geloofsonderwijs gericht op Bijbel, Geloofsbelijdenis en Catechismus. Het doel is niet louter kennisoverdracht, maar de vorming van jongeren tot kinderen van God die in de wereld leven en uiteindelijk een publieke keuze voor God maken door de Openbare Geloofsbelijdenis. Belijdenis betekent 'naspreken', instemmen met wat God in de Bijbel zegt en uitkomen voor wat men gelooft.
Een mooi Bijbels voorbeeld van geloofsbelijdenis is die van Petrus, die Jezus erkende als "de Christus, de Zoon van de levende God." Jongeren en ouderen doen belijdenis wanneer zij God als hun Vader hebben leren kennen en Jezus als hun Verlosser hebben aangenomen. Dit is een persoonlijke keuze, maar men staat er niet alleen in; men belijdt Jezus samen met alle anderen die hun geloof hebben beleden.
Na een gesprek met de kerkenraad wordt men toegelaten tot de openbare belijdenis van het geloof. Als men de kindercatechese niet heeft gevolgd of er nooit van gekomen is om persoonlijk belijdenis te doen, kan men contact opnemen met de dominee voor een persoonlijk traject.
Sommige ervaringen tonen aan dat belijdenis doen soms meer een formaliteit wordt, ingegeven door sociale druk of het einde van de catechisatie. Echter, de ware keuze voor Christus kan ook na de belijdenis komen en met de nodige moeite gepaard gaan. Het doen van belijdenis betekent niet direct volledige acceptatie of volwassenheid binnen de kerkelijke gemeenschap; het proces van geloofsontwikkeling gaat door.
De kern van een bijbelse belijdenis is "JEZUS IS HEER!". Hoewel kerken specifieke formuleringen en vragen hanteren, is het belangrijkste dat men oprecht 'ja' kan zeggen tegen God en Zijn gemeente. De kerkelijke regels en vragen zijn er om de geloofsleer te structureren en te waarborgen dat de verlossing op de juiste manier wordt verkondigd.
'GOD SPREEKT' | Christelijke korte film
tags: #hoe #lang #duurt #een #belijdenis