De Politieke en Religieuze Tolerantie van C.P. en P.C. Hooft: Een Historische Analyse

Dit artikel onderzoekt de politieke tolerantie van de Amsterdamse burgemeester C.P. Hooft (1547-1626) en zijn zoon, de dichter en schrijver P.C. Hooft (1581-1647), met specifieke aandacht voor hun houding ten opzichte van Joden.

Cornelis Pieterszoon Hooft: Burgemeester met Verdraagzame Opvattingen

Cornelis Pieterszoon Hooft, een invloedrijke figuur in de Amsterdamse stadsregering, wordt in de geschiedschrijving, zoals door Daniel Swetschinski in zijn 'Geschiedenis van de joden in Nederland', beschreven als een persoon met tolerante en verdraagzame opvattingen. Swetschinski wijdt in zijn werk aandacht aan Hooft en zijn politieke klimaat, hoewel hij ook opmerkt dat Hooft "niet voorkomt in de Joodse geschiedenis" en erover zou hebben gezwegen. Nieuwer onderzoek, geïnspireerd door het proefschrift van Pierre Tuynmans, toont echter aan dat C.P. Hooft in zijn 'Memoriën en adviezen' (M&A) wel degelijk meermaals over Joden spreekt.

De Context van Hoofts Uitspraken

De uitspraken van C.P. Hooft over Joden zijn met name relevant omdat ze gedaan zijn tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621). In deze periode nam Hooft binnen de Amsterdamse stadsregering een standpunt in tijdens de zogenaamde 'godsdiensttwisten', waarbij hij de positie van de Joden aanhaalde om zijn punt te illustreren. Deze context is cruciaal om zijn uitspraken correct te beoordelen en werpt licht op het politieke klimaat ten aanzien van 'dissenters', de geestelijke omgeving waarin zijn zoon Pieter Corneliszoon Hooft opgroeide.

Hoofts Religiositeit en de Term 'Libertijn'

De religiositeit van C.P. Hooft is in de afgelopen jaren onderwerp van discussie geweest, waarbij hij soms werd afgeschilderd als 'libertijn' of vrijdenker. Deze begrippen lijken echter niet passend bij Hooft. Een meer accurate omschrijving is die van een onvoorwaardelijk verdraagzame christen, die wars was van iedere vorm van leerstellige geloofsdwang. Hooft was tegen elke vorm van religieuze dwang en verdedigde verdraagzaamheid "steeds en door alles heen, als mens, als regent en als koopman". Hij wenste voor iedereen zoveel mogelijk vrijheid, met twee belangrijke beperkingen: geen overheidssteun en geen openbare godsdienstoefeningen van andere kerkgenootschappen dan de gereformeerde. Deze laatste beperking gold met name voor katholieken, die als onbetrouwbaar werden beschouwd.

De term 'libertijn' werd in die tijd gebruikt voor diverse groepen met vrije opvattingen, onverschilligheid voor religie, of de wens om de staat boven de kerk te plaatsen. De streng calvinistische professor Martinus Schoockius stelde 'Libertijnen' gelijk aan huichelaars of mensen die het indifferent hielden tussen verschillende geloofsovertuigingen. De betekenis evolueerde naar atheïsme, religieuze onverschilligheid, of zelfs liederlijk gedrag. Niets van dit alles is van toepassing op C.P. Hooft. De term 'verdraagzaam' is dan ook veel passender.

Portret van C.P. Hooft

De Carrière en Achtergrond van C.P. Hooft

C.P. Hooft werd geboren in een welgestelde, vermoedelijk protestantse familie. Na een jeugd in Amsterdam en een handelstraining in het buitenland, vluchtte hij in 1569 naar het buitenland vanwege de godsdienstvervolgingen onder Spaans bewind. Na de Alteratie keerde hij in 1578 terug naar Amsterdam, waar hij een succesvolle carrière opbouwde als koopman en regent. Tussen 1588 en 1611 was hij maar liefst twaalfmaal burgemeester van de stad. Zijn handel, voornamelijk in haring, oliën en Baltische granen, bracht hem een aanzienlijk fortuin. Het is denkbaar dat zijn jaren in ballingschap bijdroegen aan zijn identificatie met non-conformisten die gedwongen waren hun vaderland te ontvluchten. Feit is dat hij zich als (oud-)burgemeester consequent inzette voor de vrijheid van geloof voor andersdenkenden.

Hoofts Persoonlijke Geloof en de Kerk

C.P. Hooft was het niet in alle opzichten eens met de formulieren van de gereformeerde kerk, met name de latere leerstellingen zoals vastgesteld in 1619 door de Synode van Dordrecht. Hij verzette zich tegen het rigoureus opleggen van menselijke leerstellingen aan gelovigen en vond dat de kerk geen absoluut gezag had in geloofszaken. Hij geloofde dat de kerkelijke formulieren niet meer gezag mochten hebben dan het vrije oordeel van de leken. Hooft was van mening dat streng-gereformeerde predikanten anderen niet als blind in godsdienstzaken mochten beschouwen. Hij meende dat wie 'handig' was en goed voor zijn zaken zorgde, het goed had, ongeacht of hij 'Turk, Jood of Christen' was. Hij was een ondogmatisch gelovig christen, die leerstellige dwang binnen de officiële kerk afwees.

Hoewel Hooft zelf bepaalde wat de Bijbel bedoelde en hoe deze gelezen moest worden, stond hij niet buiten ieder kerkgenootschap. Volgens H.A. Enno van Gelder was hij een trouw kerkbezoeker, hoewel hij zich later terugtrok uit de "uiterlijke gemeenschap van de kerk". In zijn functie als regent koos C.P. Hooft, net als andere regenten, voor de gereformeerde, publieke kerk, ongeacht zijn privé-overtuigingen. Er is echter geen eenduidigheid over zijn lidmaatschap van de gereformeerde kerk; sommige bronnen stellen dat hij nooit lidmaat is geweest, terwijl anderen dit wel beweren. Het is onbekend of hij zijn kinderen liet dopen, hoewel dit wel aannemelijk lijkt gezien de doopregisters van de Amsterdamse kerken.

Pieter Corneliszoon Hooft: Drost en Baljuw met Pragmatische Houding

Het verhaal over P.C. Hooft speelt zich voornamelijk af in de periode dat hij drost van Muiden en baljuw van Gooiland was. Als justitieel ambtsdrager kwam hij in aanraking met verboden rooms-katholieke bijeenkomsten en, belangrijker nog, met de Joodse begraafplaats in Muiderberg.

De Joodse Begraafplaats en P.C. Hoofts Rol

Een specifieke gebeurtenis die de aandacht trekt, is P.C. Hoofts goedkeuring van de vestiging van een Joodse begraafplaats in zijn district. Dit wordt in de context geplaatst door het te vergelijken met de praktijken van zijn voorgangers en opvolgers met betrekking tot Joodse begrafenissen. Deze gebeurtenis wordt door biografen van P.C. Hooft soms als geïsoleerd beschouwd, maar door deze vergelijking krijgt het meer historische betekenis.

Kaart van het Gooiland en omgeving in de 17e eeuw

De Invloed van Vader op Zoon

De politieke en religieuze opvattingen van C.P. Hooft hebben ongetwijfeld een invloed gehad op zijn zoon P.C. Hooft. De vader nam standpunten in die de weg plaveiden voor een meer tolerante benadering van 'dissenters', waaronder ook Joden vielen. Hoewel P.C. Hooft mogelijk minder expliciet over Joden sprak dan zijn vader, toont zijn handelen, zoals de goedkeuring van de Joodse begraafplaats, een voortzetting van een pragmatische en verdraagzame houding.

De Tweede Gouden Eeuw, Amsterdam 1800-1900 / The Second Golden Age, Amsterdam 1800-1900

tags: #ik #wil #zingen #van #mijn #heiland