Dr. Johannes Rutgers: Pionier van Seksuele Hervorming en Feminisme

Het kerkhof van Terband, een plek met een geschiedenis die teruggaat tot de 14e eeuw, is de laatste rustplaats van dr. Johannes Rutgers, de eerste seksuoloog van Nederland, en zijn feministische vrouw. Deze begraafplaats, ouder dan het nabijgelegen Heerenveen, fungeerde tot 1934 als de primaire begraafplaats voor veel inwoners van het deel van Heerenveen dat destijds tot de gemeente Aengwirden behoorde. Hoewel de gemeentelijke indeling van Heerenveen in 1934 veranderde, bleef Terband een belangrijk kerkhof voor de omgeving. Het is opmerkelijk dat juist hier dr. Johannes Rutgers, een figuur die in de 20e eeuw bekendheid verwierf door de Rutgers Stichting, begraven ligt. Hij stierf in 1924 een eenzaam leven en vond zijn rustplaats in Terband, nabij de ingang en vóór de kerk, waar een eenvoudige granieten stèle zijn nagedachtenis eert.

Eenvoudige granieten stèle op het kerkhof van Terband ter nagedachtenis aan dr. Johannes Rutgers.

Vroege Leven en Opleiding

Johannes Rutgers, roepnaam Jan, zag het levenslicht op 24 augustus 1850 in Hallum, Friesland. Zijn vader, Sebald Justinus Rutgers, was predikant en gehuwd met Anna Maria Wolthers, beiden afkomstig uit Groningen. Aanvankelijk volgde Jan de voetsporen van zijn vader door na het gymnasium theologie te studeren aan de Rijksuniversiteit Groningen. Na het voltooien van zijn studie op 22-jarige leeftijd, te jong om direct beroepen te worden, werd hij in 1874 predikant in Hornhuizen, Groningen. In mei van datzelfde jaar trouwde hij met Cornelia Everharda Thiens Abresch. Na de geboorte van hun eerste kind ervoer Rutgers een diepe crisis met betrekking tot zijn geloof en levensbestemming. Dit leidde tot het neerleggen van zijn ambt en een terugkeer naar de studie in 1875, ditmaal medicijnen. Zijn vader nam de financiële lasten voor hem en zijn jonge gezin op zich. Uit dit huwelijk werden later nog een zoon en twee dochters geboren, waaronder de vooraanstaande communist Sebald Justinus Rutgers Jr.

Carrièreswitch naar de Geneeskunde

Rutgers vervolgde zijn medicijnenstudie vanaf november 1877 aan de Rijksuniversiteit te Leiden, waar hij in juli 1879 zijn artsexamen aflegde. Nog datzelfde jaar promoveerde hij op een proefschrift over de invloed van leverziekten op de nierfunctie. Hierna vestigde het gezin zich in Rotterdam aan het Haringvliet, waar Rutgers een drukke praktijk als arts opende. Hij werd tevens bestuurslid van de lokale afdeling van de Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering van de Geneeskunst en mederedacteur van het Geneeskundig jaarboekje.

Huwelijk met Maria Wilhelmina Hendrika Hoitsema en Nieuwe Ideeën

Op 3 augustus 1885, ongeveer anderhalf jaar later, hertrouwde Rutgers met Maria Wilhelmina Hendrika (Mietje) Hoitsema, geboren op 10 juli 1847 in Britsum. Haar vader, Synco Hoitsema, was eveneens predikant. Hoitsema behaalde in 1865 haar onderwijsakte en werd in 1873 hoofd van de Openbare Meisjesschool voor Uitgebreid Lager Onderwijs in Rotterdam. Na haar huwelijk met Rutgers gaf ze deze functie op en wijdde zich aan de opvoeding van haar stiefkinderen. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren. Hoitsema, drie jaar ouder dan Rutgers, betekende een grote ommekeer in zijn leven. Samen ontwikkelden ze links-radicale opvattingen en bekeerden ze zich tot het socialisme, feminisme, neomalthusianisme en vegetarisme.

Geboortebeperking en Vrouwenemancipatie

Naast zijn algemene praktijk startte Rutgers in 1892 een speciaal spreekuur voor geboortebeperking, waar hij gratis hulp bood aan minvermogenden. Dit initiatief volgde op het voorbeeld van Aletta Jacobs, die in 1882 een soortgelijk project in Amsterdam had opgezet. De belangstelling bleef echter achter, wat Rutgers in 1893 verontschuldigend aan zijn vriend Ferdinand Domela Nieuwenhuis toeschreef aan de ‘vreemdheid’ van het onderwerp. Ondertussen zette Hoitsema zich actief in voor vrouwenemancipatie. In 1894 was ze medeoprichtster van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht en richtte later in Rotterdam diverse verenigingen op voor de ontwikkeling van vrouwen, kinderen en gezinnen uit de arbeidersklasse.

Foto van Aletta Jacobs, een pionier op het gebied van geboortebeperking in Nederland.

Betrokkenheid bij de Nieuw-Malthusiaanse Bond

Onder invloed van Hoitsema ontwikkelde Rutgers zich ook organisatorisch en propagandistisch, ondanks zijn van nature in zichzelf gekeerde en onbuigzame karakter. In 1901 werd hij, naar het voorbeeld van zijn vrouw, lid van de Nieuw-Malthusiaanse Bond (NMB) en nam al snel het secretariaat van het hoofdbestuur op zich. Gedurende de volgende achttien jaar was hij de spil van de Bond. Hoitsema speelde een even belangrijke rol als presidente van de NMB van 1901 tot 1912, na eerder twee jaar deel uitgemaakt te hebben van het bestuur. Gedreven door principes, waaraan alles ondergeschikt werd gemaakt, stapelde het echtpaar bestuurlijke en propagandistische verplichtingen op zich. Rutgers werd redacteur van het tijdschrift Het Gelukkig Huisgezin, terwijl Hoitsema toetrad tot de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP), waar zij zich vooral inzette voor vrouwenemancipatie.

Verdere Ontwikkelingen en Terugtrekking uit de Praktijk

In 1904 voelde Rutgers zich genoodzaakt zijn medische praktijk op te geven en vestigde zich als 'rustend geneesheer' in Den Haag om zich volledig te wijden aan de zaak van geboortebeperking. Voor Rutgers was anticonceptie een essentieel onderdeel van de bevrijding van de moderne mens uit de beperkingen van een onnatuurlijke moraal. Hij ontwikkelde geleidelijk bezwaren tegen de levenslange huwelijksgelofte, die hij als even 'onzedelijk en onredelijk' beschouwde als de kloostergelofte. Rutgers was tevens voorstander van het opheffen van de strafbaarheid van abortus en voor de erkenning en acceptatie van homofilie. Door zijn opvattingen over seksualiteit vervreemdde hij zich steeds meer van de destijdse medische wereld.

Hoitsema verliet in 1905 de SDAP vanwege een meningsverschil met Troelstra, die het opheffen van het klassenverschil belangrijker achtte dan dat van het sekseverschil. Ook de pogingen van het partijbestuur om vrouwenkiesrecht naar de achtergrond te schuiven, droegen bij aan haar besluit. In 1911 nam Hoitsema op het internationaal congres van de Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht in Stockholm het initiatief tot de oprichting van de Internationale Correspondentie, waarvan zij internationaal secretaris werd. Haar rol binnen de NMB nam af, terwijl haar inzet voor vrouwenkiesrecht toenam. In 1913 belandde Hoitsema na een val in het ziekenhuis en volgde een langdurige revalidatie. In 1918 raakte ze betrokken bij een auto-ongeluk, waarna ze zich terugtrok uit het openbare leven. Over haar verhouding met Rutgers in deze periode is weinig bekend. Na haar herstel verdroeg Hoitsema nauwelijks nog mensen om zich heen.

Laatste Jaren en Overlijden

In 1919 legde Rutgers, toen 68 jaar oud, eveneens zijn functies in de NMB neer en werd benoemd tot erelid. Hoitsema woonde vanaf 1923 zeer afgezonderd in een rusthuis voor oude dames in Rijswijk, haar kamer slechts zelden verlaten voor feestelijke jubilea. Rutgers woonde ondertussen bij zijn zuster in Heerenveen. Hoewel het echtpaar had gezocht naar een rusthuis waar ze samen konden verblijven, bleek dit vergeefse moeite. Hun contact was voornamelijk schriftelijk. Deze situatie was kennelijk zeer onbevredigend voor Rutgers, want rond 3 augustus 1924 maakte hij een einde aan zijn leven, op bijna 74-jarige leeftijd. Zijn stoffelijk overschot werd pas na tien dagen gevonden, terwijl zijn zuster in het ziekenhuis lag. De officiële overlijdensdatum werd 13 augustus. In een afscheidsbrief schreef hij: 'Deze gelegenheid om ongestoord tot rust te komen is te gunstig om ongebruikt te laten voorbijgaan. [...] Duizendmaal dank aan Mietje.' De Nederlandse geneeskundige wereld besteedde geen aandacht aan zijn overlijden.

Grafmonument en Nalatenschap

Het stoffelijk overschot van Rutgers werd begraven bij de Rotondekerk van Terband. Op zijn graf werd een eenvoudige granieten stèle geplaatst op een basis, bekroond met een rondboog. De voorzijde is licht gepolijst, waardoor de ingekapte letters goed zichtbaar zijn. Bovenaan is een dubbele palmtak afgebeeld, symbool voor vrede en overwinning. De tekst op het monument luidt: RUSTPLAATS VAN DR. J. RUTGERS, EDEL DENKER EN STOER WERKER BIJNA 74 JAAR OUD, NOG GEZOND EN JEUGDIG, STIERF HIJ PLOTSELING, AUGUSTUS 1924. Het grafmonument is vervaardigd in Heerenveen door S. Oostrum. Op de basis is later een rechthoekige tekstplaat aangebracht voor Hoitsema, die op 87-jarige leeftijd te Rijswijk op 26 oktober 1934 overleed en bijgezet werd in het graf van haar man.

De consultatiebureaus van de NMB, later omgezet in de Nederlandse Vereniging voor Sexuele Hervorming (NVSH), werden aangeduid als Dr. J. Rutgers huizen. De Nederlandse Stichting Consultatiebureaus voor Huwelijks- en Geslachtsleven, in 1969 losgemaakt van de NVSH, nam in het daaropvolgende jaar de naam van Dr. J. Rutgers Stichting aan. Hierdoor is de naam van Rutgers bij velen bekend gebleven. Hoewel deze stichting in 2002 ophield te bestaan, leeft de naam van Dr. Rutgers voort in de Rutgers Nisso Groep.

tags: #joseph #mulder #doopsgezind