De Sint-Pauluskathedraal van Luik: Geschiedenis, Architectuur en Kunstschatten

De Sint-Pauluskathedraal in Luik, een monument van aanzienlijke historische en architectonische waarde, kent een rijke en gelaagde geschiedenis die teruggaat tot de 10e eeuw. Het huidige imposante gebouw, dat getuigt van de gotische bouwstijl, is het resultaat van eeuwenlange ontwikkeling, restauraties en reconstructies.

Ontstaan en Vroege Geschiedenis

Volgens de overlevering werd de kerk in 966 door de Luikse bisschop Heraclius gesticht op de plaats van een oudere kerk of kapel gewijd aan Sint-Germanus. Deze vroege locatie bevond zich op een eiland in de Maas. De voltooiing van de kerk wordt toegeschreven aan Heraclius' opvolger, bisschop Notger (930-1008), een sleutelfiguur in de ontwikkeling van Luik, die ook andere belangrijke kerken stichtte, zoals de Heilige Kruiskerk, Sint-Dionysius en Sint-Jan. Notger, die zich in Sint-Jan liet begraven, was een edelman uit Schwaben die zijn opleiding genoot in Sankt Gallen en zich vestigde aan het hof van Otto I. Als bisschop van Luik (972) startte hij de bouw van paleis en kathedraal (978-1015).

Illustratie van bisschop Notger, stichter van de vroege Sint-Pauluskerk

De Gotische Opbouw

Het huidige kerkgebouw in gotische stijl ontstond tussen de 13e en 15e eeuw. De eerste bouwfase, die begon in 1240, omvatte het koor (nog zonder apsis en met een vlakke vloer), het transept en de onderste delen van de eerste twee traveeën van het schip. Deze vroege fase is nog steeds herkenbaar aan de zuilen en kapitelen in dit deel van de kerk. Na 1251 werden de eerste twee traveeën overwelfd en werd het triforium aangebracht. Kort na 1333-1334 werd de rest van het schip voltooid, inclusief de lichtbeuken en het noorderportaal. Vervolgens werden de kapellen aan de noordelijke zijbeuk toegevoegd. Rond dezelfde tijd werd de vijfhoekige apsis gebouwd, samen met de twee apsiskapellen die de oostelijke beëindiging van de zijbeuken vormen. De kapellen aan de zuidbeuk namen later de plaats in van de noordelijke kloostergang.

De bouw van de nieuwe toren begon rond 1390. De kruisgang, een laatgotisch element, dateert uit de 15e en 16e eeuw. De westelijke gang is de oudste en meest indrukwekkende, met een lengte van 17,5 meter en een breedte van 4,75 meter, en biedt via een deur met een houten kruisbeeld verbinding met de kerk.

Artistieke impressie van de gotische architectuur van de Sint-Pauluskathedraal tijdens de bouw

Restauraties en Neogotische Invloeden

In de loop van de 19e eeuw onderging de kerk ingrijpende restauraties. De nooit volledig voltooide toren werd in 1812 verhoogd met een extra travee en een nieuwe torenspits met erkertorentjes. Het carillon van de oude kathedraal kreeg een plaats in de nieuwe klokkentoren. Een belangrijke restauratieperiode vond plaats tussen circa 1850 en 1875, onder leiding van architect Jean-Charles Delsaux. Deze restauraties brachten aanzienlijke veranderingen met zich mee, waaronder de reconstructie in de neogotische stijl. Delsaux verbreedde het koor met dubbele zijbeuken en ontwierp onder andere de neogotische preekstoel.

In 1843 werd de neogotische preekstoel van Willem en Jozef Geefs geplaatst. Deze preekstoel is een meesterwerk van houtsnijwerk, met figuratieve sculpturen die de triomf van de godsdienst over het kwaad uitbeelden. Onder het platform bevinden zich vijf witmarmeren heiligenbeelden. Een opmerkelijk beeld is Le Génie du Mal (1848) van Jozef Geefs, een voorstelling van Lucifer als een schone jongeling. De broer van Willem, Jozef Geefs, had eerder een versie van deze figuur gemaakt, maar deze werd verwijderd wegens de "nefaste fascinatie" die hij uitoefende.

Gedetailleerde foto van de neogotische preekstoel in de Sint-Pauluskathedraal

Architectonische Kenmerken

De Sint-Pauluskathedraal is een gotische kruisbasiliek met een koor dat eindigt in een vijfhoekige apsis, een transept, een driedelig schip met zijkapellen, en een westtoren. Het gebouw is opgetrokken uit tufsteen en grijze kalksteen. De grote westelijke toren, die uitloopt in een hoge spits, bevat het carillon van de kathedraal en is grotendeels neogotisch.

Het noordportaal, waarschijnlijk uit de 14e eeuw, draagt een inscriptie die vroeger op het zegel van de stad prijkte: "Sancta Legia Ecclesiae Romanae Filia" ("Heilig Luik, dochter van de Kerk van Rome"). In 2021 werden de neogotische deuren van dit portaal vervangen door nieuwe, goudkleurige deuren, ontworpen door Jacques Dieudonné, die ook het glas-in-loodraam erboven ontwierp.

Het westportaal, naast de kerktoren, biedt toegang tot zowel de kerk als de kruisgang en werd gebouwd tussen 1556 en 1564. Het interieur van de kerk heeft een totale lengte van 82,75 meter en een breedte van 11 meter voor het middenschip en de koren. De transepten meten 33,5 meter in lengte en 11,6 meter in breedte. De maximale hoogte van het gebouw is 24 meter.

Bijzonder is dat het oostkoor, de transepten, het middenschip en het westkoor (onder de toren) allemaal dezelfde hoogte hebben. Het schip bestaat uit zeven traveeën en is verrijkt met een rijk gebeeldhouwd triforium. Het imposante gewelf rust op cilindrische zuilen met bladkapitelen.

Overzichtsfoto van de indrukwekkende architectuur van het schip van de kathedraal

Kunstschatten binnen de Kathedraal

De kathedraal is een schatkamer van kunst, met diverse schilderijen, beelden en gebrandschilderd glas.

Gebrandschilderd Glas

Het zuidtransept herbergt een groot gebrandschilderd raam uit 1530, geschonken door kanunnik Leon d'Oultres. Dit renaissanceraam toont de kroning van de Maagd Maria, de bekering van Paulus en de knielende donor bij een Sint-Paulusaltaar, vergezeld van Sint-Lambertus. Ook in de koorapsis bevinden zich gebrandschilderde ramen uit de 16e eeuw.

Schilderijen

De kerk bezit diverse schilderijen van Bertholet Flémal (1614-1675), een vooraanstaand schilder van de Luikse School en tevens kanunnik van Sint-Paulus. De meeste van zijn werken bevinden zich in de schatkamer, maar in de kerk zelf hangt zijn Ontdekking van het Heilig Kruis door Sint-Helena (1674). Andere schilderijen zijn van Gerard Seghers (Kruisafneming), Erasmus Quellinus II (De vier evangelisten), Jean-Guillaume Carlier (De doop van Christus), Jean-Joseph Ansiaux (3 schilderijen), Gérard Douffet (1 schilderij), Otto van Veen (Kruisafneming) en Gerard de Lairesse (Tenhemelopneming van Maria), dat ooit deel uitmaakte van het hoofdaltaar van de Sint-Lambertuskathedraal.

Interessant zijn de neogotische wandschilderingen van heiligen uit het bisdom Luik door Adolphe Tassin (1852-1923) in het zuidtransept. Tassin schilderde zijn heiligenportretten tussen 1899 en 1902 in blinde traceringen, waardoor elke heilige een eigen nis lijkt te hebben. In het noordtransept beeldde Tassin het leven van de Maagd Maria en Sint-Paulus uit in een quattrocento-achtige stijl. Andere wandschilderingen zijn van Jules Helbig (1821-1906).

Beeldhouwwerken

Het oudste beeld in de kerk is een 13e-eeuwse Sedes sapientiae (Maria met Kindje Jezus als "Zetel der Wijsheid"), afkomstig uit de afgebroken Sint-Jan-de-Doperkerk. Een groot gepolychromeerd crucifix uit circa 1330 hangt onder de triomfboog tussen het koor en de viering.

De kathedraal bezit diverse barokke beelden van Jean Del Cour (1631-1707), waaronder een zwart Christusbeeld, een witmarmeren liggend Christusbeeld (1696), een witmarmeren beeld van Johannes de Doper (1682), twee gepolychromeerde engelenbeelden en twee reliëfs die afkomstig zijn uit de voormalige Sint-Pieterskerk in Luik.

Het kerkmeubilair is grotendeels neogotisch, met uitzondering van enkele barokaltaren. Het hoofdaltaar (1881-1894) is het werk van J.J. Dehin en is uitgevoerd in verguld koper met porfieren zuilen en witmarmeren beelden en reliëfs. Dehin ontwierp ook de koperen communiebanken. Het koorgestoelte en de oude bisschopszetel zijn eveneens neogotisch. De moderne bisschopszetel van de bisschop van Luik is ontworpen door Florence Cosse (2012).

Het schrijn van Sint-Lambertus, vervaardigd door de Luikse firma Wilmotte (1891-1896), is geïnspireerd op de beroemde Maaslandse reliekschrijnen uit de 12e eeuw.

Gedetailleerde foto van het schrijn van Sint-Lambertus

De Kerk als Kapittelkerk en Parochiekerk

Vanaf de 10e eeuw tot aan de Franse Revolutie was de Sint-Pauluskerk een van de zeven kapittelkerken van Luik. Aan het kapittel waren dertig kanunniken verbonden, wier voornaamste taak het koorgebed was. Na de komst van de Fransen in de late 18e eeuw werden alle kloosters en kapittels in Luik opgeheven en hun bezittingen geconfisqueerd. In 1796 werd ook het Sint-Pauluskapittel opgeheven.

Als gevolg van het Concordaat van 1801 werd het bisdom Luik opnieuw opgericht. De kerk werd door de Franse overheid in beslag genomen en de kostbaarheden werden verwijderd en verkocht. Pas na de Franse periode kreeg de kerk, na de oprichting van het bisdom Luik, een nieuwe rol.

Historische Gebeurtenissen en Schade

De geschiedenis van Luik is getekend door diverse gebeurtenissen die ook de Sint-Pauluskerk hebben beïnvloed:

  • 6 april 1456: brand in de kamer van de rector van de kapittelschool.
  • 7 februari 1571: overstroming van de Maas.
  • 15 januari 1643: overstroming van de Maas, die de Pont des Arches wegvaagde en grote schade veroorzaakte. Het water van de Maas steeg in de Sint-Pauluskerk 1,35 meter boven het huidige trottoir.
  • December 1755: aardbeving in Luik, een naschok van de verwoestende aardbeving in Lissabon.
  • 1796: het kapittel wordt opgeheven.
  • 1843: de neogotische preekstoel van Willem en Jozef Geefs wordt geplaatst.
  • 1867: publicatie van de eerste historische studie over de kathedraal: "Essai historique sur l'église de Saint Paul" door O.J.
  • 1926: overstroming van de Maas.
  • 2016: start van de restauratie van het dak en het schoonmaken van de gevels.
  • 2021: installatie en opening van de nieuwe deuren van het noordportaal.
Historische prent van een overstroming van de Maas in Luik

Kerkdiensten en Toegankelijkheid

Hoewel de tekst niet specifiek ingaat op de huidige kerkdiensten, wordt vermeld dat de kerk functioneert als een actieve parochiekerk met regelmatige diensten en open toegang voor bezoekers. In tijden van beperkingen, zoals tijdens de coronamaatregelen, werden kerkdiensten online uitgezonden en konden deze nog tot een jaar na datum worden teruggekeken.

Andere Religieuze Erfgoederen in Luik

De tekst vermeldt ook kort andere religieuze gebouwen in Luik die de moeite waard zijn:

  • Collegiale kerk Saint-Denis: Bekend om zijn verdedigend aspect, met een toren die deel uitmaakte van de verdedigingsmuur. Het schip, uit het begin van de 11e eeuw, is het oudste van Luik. Hier bevindt zich het "Retable de la Passion", een meesterwerk van houtsnijwerk uit de 16e eeuw.
  • Sint-Catharinakerk (Sainte-Catherine): Een kleine, ietwat onopvallende kerk met een Latijns kruisplan en een barok interieur. De zijaltaren zijn gewijd aan het Heilig-Hart en Sint-Jozef. De kerk bevat een galerij van barokke beelden uit de 17e en 18e eeuw, die een representatief voorbeeld zijn van het einde van de Luikse barok.
  • Église Saint-Barthélemy: Gebouwd tussen het einde van de 11e en de 12e eeuw, is dit een van de oudste religieuze gebouwen van Luik. De buitenmuren zijn opgetrokken in bruinrode kolenzandsteen. De kerk en de doopvont zijn een prachtig voorbeeld van Maas-Rijnlandse bouwstijl. De doopvont, oorspronkelijk uit de Cathédrale Saint-Lambert, is een meesterwerk waarop de dooptraditie in vijf scènes is uitgebeeld.
  • Sint-Jan de Evangelist (Saint-Jean d’Evangéliste): Deze kerk, gesticht omstreeks 980 door bisschop Notger, is een nabootsing van de Dom van Aken. Ze onderging verbouwingen tussen 1754 en 1760 en werd tussen 1750 en 1765 herbouwd volgens het oorspronkelijke achthoekige plan. De kerk huisvest religieuze kunstwerken, waaronder een 13e-eeuws beeld van de Maagd en Kind (Sedes saptientiae) en een Maagd en Sint-Jan op de Calvarie uit circa 1250.
  • Collegiale Sint-Jan de Evangelist: Tijdens de herbouw in de 18e eeuw bleef de 11e en 12e-eeuwse toren behouden. Na de Revolutie kreeg de kerk de klokken van de afgebroken Adalbertuskerk.

tags: #katholieke #kerk #luik #kerkdienst