Er waren mensen die kinderen bij Jezus brachten. Ze wilden graag dat hij zijn handen op de kinderen zou leggen en voor hen zou bidden. Toen zei Jezus: ‘Laat die kinderen bij me komen. Houd ze niet tegen, want Gods nieuwe wereld is er juist voor hen.’ En Jezus legde zijn handen op hen.

De context van Jezus' tijd
Toen Jezus leefde, telden kinderen niet mee. Hun kleine gestalte en mindere spierkracht maakten hen tot een kwetsbare groep. In nogal wat kinderbijbels staat dat Jezus vermoeid was.
De hemel is de plaats waar God woont. Uit eerbied voor God wilden de joden zijn naam niet uitspreken. Zo komt het dat Matteüs uit eerbied voor God niet spreekt over het ‘rijk van God’, maar over het ’rijk der hemelen’.
'Zijn als kinderen'
Overal waar een goede relatie is tussen volwassenen en kinderen, kennen kinderen het basisvertrouwen dat de wereld goed is en vriendelijk én dat er hen niets zal ontbreken. Wanneer ze volwassen worden, ervaren ze dat die vriendelijkheid grenzen heeft.
‘Zijn als kinderen’ wil dan zeggen dat volwassenen die de hardheid en de ontoegankelijkheid van de anderen kennen, toch durven ingaan tegen hun vrees dat het niet goed zal aflopen.
Het Koninkrijk van God aannemen als een kind
Dit korte verhaal is opgebouwd rond het woord van Jezus: ‘het rijk van God aannemen als een kind’. Dit woord is gericht naar de volwassenen: zij moeten aan kinderen een voorbeeld nemen.
Koninkrijk van God | ABC voor kinderen
Bijbelse verhalen en interpretaties
Verslagen in de Bijbel
Deze geschiedenis kunnen we vinden in het Evangelie van Mattheüs, Markus en Lukas. Zo belangrijk heeft de Heere dit gevonden dat Hij het zelfs op drie plaatsen in Zijn Woord heeft laten beschrijven!
De gebeurtenissen in Perea
En het geschiedde toen Jezus deze woorden geëindigd had, dat Hij vertrok van Galilea en kwam over de Jordaan in de landpalen van Judea (Mattheüs 19:1). De Heere Jezus is op reis naar Jeruzalem. Het is de laatste keer dat Hij deze reis maakt! Hij gaat dit keer vanuit Galilea, via Perea, naar Judea. Perea ligt aan de andere kant van de Jordaan.
In Perea volgen veel mensen Jezus om genezing te ontvangen en ze worden door Hem genezen (Mattheüs 19:2). De Farizeeërs komen tot Hem om Hem te verzoeken. Ook zij worden door Hem ontvangen en krijgen antwoord op hun vraag.
Kinderen tot Hem gebracht
In de Bijbel staat: ‘zíj brachten’. Er wordt niet precies verteld wie dat zijn, maar het zijn niet alleen moeders geweest; ook anderen.
‘Kinderkens’. Het woord dat hier gebruikt wordt, wijst op heel jonge kinderen, baby’s. De Heere Jezus kon ze omhelzen en in Zijn armen nemen. Degenen die ze bij Hem brengen, zijn zich er wel van bewust dat ze de zegen van de Heere Jezus nodig hebben.
Lukas schrijft er het woordje ‘ook’ bij: En zij brachten óók de kinderkens tot Hem. Daarin proef je een stukje verbazing; zelfs kinderen - die lichamelijk niet ziek zijn - worden bij Hem gebracht.
Opdat Hij ze zou aanraken
Degenen die de kinderen tot de Heere Jezus brengen, willen dat Hij hun kinderen zal ‘aanraken’ (Markus). Mattheüs vult dit nog verder in als hij schrijft, dat ze wilden ‘dat Hij hen de handen zou opleggen en bidden’.
Met ‘aanraken’ wordt niet één of andere magische handeling bedoeld, maar een geloofswerkzaamheid, zoals bij de bloedvloeiende vrouw. Zij raakte Hem aan als een behoeftige vrouw, die Zijn genadige hulp nodig had. En dan zegt de Heere Jezus: Ik heb bekend dat kracht van Mij uitgegaan is (Lukas 8:46).
We komen dit woord ook tegen in de geschiedenis van de opwekking van de jongeling te Naïn: En Hij raakte de baar aan, waarop de dode jongen lag (Lukas 7:11-17). Die aanraking betekende leven. Van Johannes op Padmos lezen we: En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten. En Hij legde Zijn rechterhand op mij (Openbaring 1). Die aanraking bracht leven, bracht vrede, bracht zaligheid mee. Deze ouders vragen eigenlijk: Heere, neem mijn kind(eren) voor Uw rekening.
De reactie van de discipelen
En de discipelen bestraften dezelve. Het woord ‘bestraffen’ dat hier gebruikt wordt, is in de Bijbel hetzelfde woord dat gebruikt wordt als de Heere Jezus de winden en de zee bestraft. Het is: met kracht spreken. Ze werden weggestuurd, ze werden hard behandeld.
Naar de gedachte van de discipelen waren deze kinderen nog veel te jong om in de Heere Jezus te geloven. Ten diepste zit er de visie op kinderen achter die in die tijd in het Jodendom gangbaar was. Kinderen werden in Israël op hun twaalfde ‘zoon der wet’ (jongens) of ‘dochter der wet’ (meisjes). Dan mochten ze in de tempel komen en werden ze in religieus opzicht volwassen. Dan pas kon je door de werken van wet een gerechtigheid voor God verwerven en een plaats in het Koninkrijk. De kinderen die tot de Heere Jezus werden gebracht, waren allemaal nog onder de twaalf jaar. En dus volgens de inzichten van die tijd nog veel te jong.
Het antwoord van de Heere Jezus
Maar Jezus, dat ziende, nam het zeer kwalijk. Het grondwoord dat hier gebruikt wordt, kan ook vertaald worden met: ‘erg boos worden’. Het woord dat Lukas hier gebruikt, komt in het hele Nieuwe Testament maar één keer voor, en dat is hier. Hij was heilig verontwaardigd over het wangedrag van Zijn discipelen. Hij is heel boos over de houding en de handeling van de discipelen. De Heere Jezus bestraft Zijn discipelen zelfs in het bijzijn van al die andere mensen; iets wat Hij anders nooit deed.
Het Koninkrijk der hemelen, het Koninkrijk Gods
Het Koninkrijk Gods: dat is daar waar de Heere Jezus als Koning wordt erkend en beleden. Waar Christus heerst en regeert. Waar Zijn genade en liefde regeert. Waar Hij het voor het zeggen heeft met Zijn heilzame geboden. Waar Jezus als de Zaligmaker wordt aangenomen. Waar het Evangelie wordt geloofd. Waar mensen zich overgeven aan Hem. Waar mensen oprecht in de Heere Jezus geloven en al Zijn weldaden aannemen (H.C.) Wij moeten onderdaan worden van dit Koninkrijk.
Wij moeten een onderdaan zijn of worden van dit Koninkrijk. Dat worden we niet door geboorte binnen de kerk of door de doop, maar door wedergeboorte. Zoals de Heere Jezus dat ook aan Nicodemus vertelde. Alleen als we opnieuw geboren worden, zijn we onderdaan van het Koninkrijk van God. Anders horen we er alleen maar uiterlijk bij. Daarvan heeft de Heere Jezus gezegd dat de ‘kinderen des koninkrijks buiten geworpen zullen worden’.
Worden als een kind
De Heere leert Zijn discipelen ‘dat ze moeten worden als een kind’. Dat heeft Hij een poosje daarvoor ook al eens gedaan (Matth. 18:1-5).
Christus wijst hier op de kinderlijke eigenschappen van een kind. Een kind is afhankelijk, het moet leven van wat het krijgt. Een kind moet verzorgd worden, want het kan nog niet voor zichzelf zorgen. Het verwacht de zorg ook van die ander. Dat is wat de Heere Zijn kinderen leert: om het niet van je eigen kracht te verwachten. Of zoals het in Psalm 84 staat: ‘Welzalig hij die ál zijn kracht en hulp alleen van U verwacht’.
Een kind is ook aanhankelijk. Dit wijst op een vertrouwelijke verhouding tussen een ouder en een kind. De Kanttekeningen schrijven: “Dat wil zeggen: in nederigheid en in eenvoudigheid en in oprechtheid.” Worden als een kind. Dat werd Paulus op de weg naar Damascus. Toen ging hij vragen als een kind dat de weg niet meer weet: Heere wat wilt Gij, dat ik doen zal? Toen moest hij bij de hand genomen worden en geleid worden. Toen kreeg hij een kinderhart.
De betekenis van de Doop
Als kinderen gedoopt worden, verbindt de Drie-enige God Zijn Naam met de naam van het kind. De Heere wijst de zondigheid aan. Maar Hij wijst er tegelijkertijd op, dat er bij...

Jezus en de kinderen: een diepere betekenis
De kleinste zijn
Verontwaardiging of verdriet. Degenen die de kinderen naar Jezus brachten - het is niet duidelijk wie dat zijn - worden bestraft door de discipelen van Jezus. Jezus neemt het de discipelen zeer kwalijk dat zij de kinderen in de weg staan. In de grondtekst staat het Griekse woord aganak'teo, hetgeen iets kwalijk nemen, verontwaardigd zijn betekent. Het komt o.a. van het woord achthos, hetgeen verdriet betekent. Net als in Marcus 8:33, waren de discipelen niet bedacht op de dingen Gods en zagen ze niet in wat er echt toe doet. Het doet ook denken aan het verhaal van de vrouw die Jezus met kostbare olie balsemde. Omstanders reageerden geërgerd en Jezus kwam ook in deze situatie tussenbeide: " ‘Laat haar met rust, waarom vallen jullie haar lastig? (...) Ik verzeker jullie: waar ook maar ter wereld het goede nieuws verkondigd wordt, zal ter herinnering aan haar verteld worden wat zij heeft gedaan."
Om de grootste te worden moet je de kleinste zijn
Wat een tegendraads geluid! Jezus verbaasde zijn toehoorders, die vrouwen en kinderen beschouwden als niet meer dan randfiguren. Denk maar aan de zinsnede: 'vrouwen en kinderen niet meegeteld' in Matteüs 15:38. Deze vrouwen en kinderen die niet meetelden, gebruikt Jezus om aan zijn discipelen en de toehoorders uit te leggen waar het om draait in het Koninkrijk van God: om de grootste te worden moet je de kleinste zijn. We vinden deze boodschap op meerdere plaatsen in het Nieuwe Testament terug:
- "Zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten." (Matteüs 20:16)
- "Wie de belangrijkste wil zijn, moet de minste van allemaal willen zijn en ieders dienaar." (Marcus 9:35)
- "De belangrijkste van jullie moet de minste worden en de leider de dienaar." (Lucas 22:26)
Wat een paradoxale boodschap verkondigt Jezus ten overstaan van mensen die vrouwen en kinderen niet evenveel waard achten als mannen.
Hans-Ruedi Weber zegt hierover: "Door dergelijke buitengewone daden en woorden, te midden van dagelijkse beslommeringen van schijnbaar onbetekenende mensen als vrouwen en kinderen, komt de centrale boodschap van het evangelie aan het licht."
Iedereen telt mee, vooral diegenen die in de ogen van anderen niet meetellen. En je bent pas iemand als je de minste wilt zijn.
Kosteloze liefde
Jezus nam de kinderen in zijn armen. In het Bijbelgedeelte staat dat Jezus de kinderen in zijn armen nam. Dit beeld 'omarmen' komt in de Griekse grondtekst slechts tweemaal voor in het Nieuwe Testament. Beide keren wordt het gebruik in verband met kinderen. In Marcus 10:16 en Marcus 9:36-37:
“Hij pakte een kind op en zette het in hun midden neer; hij sloeg zijn arm eromheen en zei tegen hen [zijn discipelen]: ‘Wie in mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt mij op; en wie mij opneemt, neemt niet mij op, maar hem die mij gezonden heeft."
In de passage in Marcus 10 is het een gebaar van tederheid en bescherming, geheel tegengesteld aan de reactie van zijn discipelen. Volgens Hans-Ruedi Weber heeft dit gebaar een diepe symbolische betekenis:
"In een rabbijns geschrift staat beschreven hoe de opstanding van het volk van Israël aanvangt wanneer 'God hen omarmt, hen aan zijn borst drukt en kust, en hen aldus het leven van de toekomstige eeuw inleidt' (Seder Elijahoe Rabba 19). In onze tekst zien we dit als het ware gebeuren: zij die het Koninkrijk ontvangen, worden omarmd door de messiaanse koning."
Waar hadden kinderen deze speciale behandeling aan te danken? De kinderen hadden nog niet de 'leeftijd van de Wet' en konden nog geen verdienste hebben. Ook bezitten kinderen niet van nature, op grond van hun kind-zijn het Koninkrijk. Het gaat er om dat het kind de gesteldheid heeft die nodig is om het Koninkrijk binnen te gaan. Een kind is namelijk ontvankelijk, afhankelijk en ongekunsteld. Het komen tot de persoon Jezus betekent het ontvangen van het Koninkrijk van God.
Het koninkrijk ontvangen
In dit tekstgedeelte gaat het ook of juist bovenal om een eigenschap van God. Dit tekstgedeelte laat de lezer een heel bijzondere, paradoxale, tegen alle menselijke logica indruisend, kenmerk van God zien. Men kan het Koninkrijk van God slechts binnengaan door het zich te laten schenken, door net als de kinderen die Jezus' zegen ontvangen, het Koninkrijk te ontvangen. Niemand komt het Koninkrijk op eigen verdienste binnen, maar alleen 'om niets'. Geen toegangsprijs, geen voorwaarden, niets van dat alles. Het wordt je geschonken. Het enige wat je moet doen is je er voor open stellen als een kind en je vertrouwen op Jezus stellen; ontvankelijk zijn en in afhankelijkheid van wat je wordt geschonken. In de Bergrede drukt Jezus het als volgt uit: "Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen."
Het verhaal van Jezus en de kinderen is, zoals Hans-Ruedi Weber het uitdrukt, een proclamatie van Gods kostbare liefde. Het is geen goedkope genade, maar een vrije gave van Gods liefde voor de mens. En deze vrijgevigheid is even 'onredelijk' als de vrijgevigheid van de landheer die al zijn medewerkers een dagloon gaf, ongeacht het aantal uren dat ze die dag gewerkt hadden. "Zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten." (Matteüs 20:1-16)
Kinderen horen er helemaal bij
Jezus leert zijn discipelen en de mensen om Hem heen niet alleen een les, Hij heeft ook oog voor de kinderen om Hem heen. Hij omarmt ze en spreekt Zijn zegen over hen uit. Kinderen horen er bij Jezus helemaal bij.
'n Kinderlijk geloof
We moeten een kinderlijk geloof nastreven. Een kinderlijk geloof betekent je geheel toevertrouwen aan God als de liefhebbende hemelse Vader.

Moderne interpretaties en de rol van geloof
Laat de kinderen tot mij komen. Niemand mag ze hinderen. Staan voor de kinderen open. Over alle wegen. Laat de mensen tot mij komen. Houdt ze toch niet tegen. Als het over ons geloof gaat, dan weten veel mensen niet meer wat geloven eigenlijk is. Geloven wij nog in onze moderne tijd?
Laten we eerlijk zijn: in de laatste jaren hebben vele mensen hun levensdraad naar God doorgesneden, en daarmee ook de draad die de kinderen verbindt met de hemelse Vader. Nederland heeft in vroegere jaren relatief gezien de meest missionarissen gebracht. In onze moderne tijd weet 60% van de mensen niet meer wat ‘geloven in God’ betekent. Fijn dat wij in onze Augustinuskerk in onze gezinsvieringen proberen om de draad van ons geloof weer op te pakken. Maar het echte werk zal thuis moeten gebeuren. Om de kinderen die van God komen weer in contact brengen met onze hemelse Vader. En als je lijntje naar God gebroken is, geen nood, want een Lijntje heeft twee uiteinden.
Toen ik in Afrika was, vertelde iemand een verhaal over een spin die een groot en stevig web maakte met de grootste zorg. Het werd' echt een stukje vakwerk! De lijnen liepen allemaal keurig naar het midden. Nadat het web klaar was, was de spin tevreden. Hij wreef - als spinnen dat tenminste kunnen - met welbehagen in zijn pootjes. Nog één keer liep hij alle draden af om te kijken of alles stevig genoeg aan elkaar zat. En bovendien kon hij wel eens een draad vergeten zijn, want ook spinnen zijn niet onfeilbaar! Ineens stond hij voor een draad waarvan hij niet zo gauw meer wist waarvoor hij die gesponnen had. Het was blijkbaar een overbodige draad. Hij beet hem vlug door, want een overbodige draad, dat staat zo slordig! En toen gebeurde het: als een zeepbel zakte het hele web in elkaar.
't Geloof hoeft voor mij niet meer’, zei iemand tegen me. En hij was niet eens op de gedachte gekomen dat zijn hele leven er wel eens vanaf zou kunnen hangen. Ongewild was de zoveelste draad door een schijnbaar onschuldige opmerking doorgebeten!
Er zijn tegenwoordig tal van mensen die menen dat zij het zonder God kunnen doen. Daarom hebben zij de draad maar doorgesneden. En zo vervreemden mensen van zichzelf, vervreemden we van elkaar en zijn vervreemd van God. Allemaal anti-goddelijke machten, gericht tegen het welzijn van God en van vele mensen. En of we dat nu leuk vinden of niet, zo is onze geschiedenis een aaneenschakeling van onderdrukken en onderdrukt worden. Is er in deze wereld nog plaats voor het geloof in een bevrijdende God?
Geen wonder dat er veel mensen zijn die menen dat zij maar beter hun draad met God kunnen doorsnijden, want blijkbaar is ook God niet in staat om in te grijpen in de wereld van vandaag. En dat heden is hard voor miljoenen mensen die leven aan de rand van de armoede of in dreiging van atoomgeweld. Veel mensen weten met God geen raad meer als ze kijken naar wat er in deze wereld gebeurt: zoveel lijden, zoveel verdriet, zoveel hulpeloosheid. Waarom er zoveel wanhopige dingen in de wereld gebeuren weet ik ook niet. Maar toch valt me één ding op: blijkbaar is God niet te beroerd geweest om zelf in zijn zoon Jezus met deze wereld mee te lijden. Een hoogst merkwaardige strijd tussen goed en kwaad. Het is Gods geschiedenis van het mosterdzaadje, van het kleine beetje gist, van een graankorrel in de donkere aarde. 'Het is het verhaal van een zwangere vrouw in barensnood, het verhaal van een klein kind in een voerbak.
‘Nee’, zei jaren geleden de aartsbisschop Oscar Romero: ‘dit is toch geen leven. Niet voor de armen van mijn land, niet voor mij met al mijn rijkdom en mijn kennis, moraal en kerktraditie’. Nu of nooit, wist hij, en hij draaide zich om, bij zijn leven! Hij ging naast de verdrukten staan, en kwam naast hen liggen in de dood! Want tijdens de zondagmis werd hij om het leven gebracht. Maar het onverwoestbare geloof van Oscar Romero mag ook ons geloof zijn! Telkens wanneer er draken in onze wereld hun kop opsteken, ze zullen verpletterd worden door de kracht van de Maagd Maria. Mag deze wereld onze levensdraad met Maria, haar verbinding met God, nooit doorsnijden. Maria hoort tot die groep van mensen die ook hedentendage zich uitbreidt van kring tot kring - zoals een steen valt in het water. Zo krijgt het Godsrijk, ook in onze tijd, toch langzaam gestalte in mensen die geloven in een nieuwe stijl van leven en in een nieuwe stijl van geloven, tegen de verdrukking in.
Vandaag staat het evangelie centraal als Jezus tegen zijn omgeving zegt: ‘Lieve mensen, Laat de kinderen toch tot Mij komen’. In de zaal houden de kinderen zich met dit thema bezig. Kinderen die welkom zijn bij God en zelfs de beste plaatsen krijgen. Jezus neemt het de omstanders kwalijk dat zij de kinderen bij Hem weg willen houden. Jezus is verontwaardigd. Net als bij de vrouw die zijn voeten balsemt. Jezus ergert zich aan de omstanders die in verband met geloven, deze ontmoeting met kinderen in de weg staan.