Ds. H. de Cock, bekend als 'de Vader der Afscheiding', bezocht Dedemsvaart in juni 1835. Volgens getuigenissen liep dit bezoek niet zonder slag of stoot af, met 'een beestig pak slaag' en 'notabele verwondingen' voor de predikant. Hoewel De Cock persoonlijk aanwezig was, werd de Afgescheiden gemeente te Dedemsvaart uiteindelijk niet door hem, maar door ds. A.C. van Raalte geïnstitueerd op 15 mei 1836. De latere 'Doleantie' ging aan het dorp voorbij.
In 1869 werd deze gemeente, net als vele andere landelijk, omgedoopt tot Christelijke Gereformeerde Gemeente, na de hereniging van de Christelijke Afgescheidenen en de Kruisgemeenten. Een verdere landelijke fusie vond plaats op 17 juni 1892, toen de Christelijke Gereformeerde Kerk en de Nederduitsche Gereformeerde Kerken samengingen tot De Gereformeerde Kerken in Nederland. Ook in Dedemsvaart werd de Gereformeerde Kerk een feit.
De Afgescheiden Gemeente in Dedemsvaart moest zeven jaar wachten op haar eerste eigen predikant, ds. R.H. De beginperiode kenmerkte zich door kerkdiensten die waarschijnlijk 'in de huizen' werden gehouden. Vanaf circa 1848 kon men terecht in een eenvoudig houten kerkje. Tijdens het predikantschap van ds. D. Thijs (1848-1860) werd een nieuw stenen kerkje aan de Langewijk in gebruik genomen. De eerste steen voor dit gebouw werd op 30 april 1852 gelegd door de predikant zelf. Het betrof een eenvoudig rechthoekig zaalkerkje met een dakruiter op de voorgevel en drie rijen banken binnenin. Voor kerkgangers die van ver kwamen, was er een kleine ruimte bij de hoofdingang gereserveerd om hun meegebrachte brood te nuttigen, aangezien velen de reis naar de kerk per 'benenwagen' aflegden.

In 1860 werd, aan de linkerzijde van de kerk en iets naar achteren gebouwd, een Christelijke School gesticht vanuit de kerkelijke gemeente. De kerkelijke gemeente bleef groeien. Het stenen kerkgebouw uit 1852 bleek al snel te klein voor het toenemende aantal kerkgangers. Met een ledental van inmiddels 1.100 leden werd in 1905 besloten de kerk aan de westkant uit te breiden, een verbouwing die fl. 7.000 kostte. De groei zette door, en in 1918 werd besloten een galerij in de kerk aan te leggen om het zitplaatsentekort tegen te gaan. Desondanks bleef het ruimtegebrek een probleem.
De kerkenraad overwoog aanvankelijk een vergroting van de bestaande kerk, geraamd op fl. 44.000. Een nieuw kerkgebouw, ontworpen door architect J.H. van der Veen uit Amsterdam, zou aanzienlijk duurder uitvallen. Tijdens een gemeentevergadering werd echter het voorstel gedaan om toch een geheel nieuwe kerk te bouwen. Gezien de verplaatsing van het centrum van de stad naar de Kalkovenweg (later Julianastraat), werd geopperd dat een nieuwe kerk daar beter geplaatst zou zijn. De kerkenraad gaf de architect de opdracht de plannen te herzien, wat resulteerde in drie voorstellen: 1) vergroting van de bestaande kerk tot 1.100 zitplaatsen met verbeterde lokalen en orgel (kosten ca. fl. 45.500); 2) een nieuwe kerk met 1.200 zitplaatsen op het huidige terrein (kosten fl. 117.500); 3) een nieuwe kerk met 1.200 zitplaatsen op een nieuw terrein (kosten fl. 115.500).
De gemeenschap toonde meer financiële steun voor de aanpassing van het bestaande gebouw aan de Langewijk. De verbouwing was zo ingrijpend dat men kon spreken van een nieuw gebouw. De 'Vrijmaking' in 1944 vond in Dedemsvaart geen voet aan de grond. Het ledental van de Gereformeerde Kerk werd hierdoor niet negatief beïnvloed. De kerkenraad steunde de synode in de 'leergeschillen' door een geschrift van E. Meijer uit Ulrum te verspreiden, met een nawoord van ds. S. Neerken (predikant te Dedemsvaart van 1932 tot 1949) die zijn volledige steun aan de synode betuigde.
Gezien de aanhoudende groei van het ledenaantal, besloot de kerkenraad na de oorlog een gebouw aan de Marktstraat in gebruik te nemen als hulpkerk, waar tweemaal per zondag diensten werden gehouden. Het kerkelijk leven bloeide, met een ledental dat tot ruim 2.000 leden in 1955 was gegroeid. Het jeugdwerk kreeg hierin een steeds belangrijkere rol. Landelijk gezien presteerde het jeugdwerk in Dedemsvaart goed; in 1950 bezocht 64% van de jeugd een jeugdvereniging. De kerkenraad achtte dit echter onvoldoende en stelde in 1954 een commissie in om de oprichting van een speciaal jeugdgebouw te onderzoeken.
In februari 1957 presenteerde architect Schuitemaker uit Vroomshoop een plan met bouwtekeningen voor een jeugdgebouw. De meningen waren verdeeld over de bestemming: jeugdgebouw of toch een kerkgebouw. Uiteindelijk vond in 1960 de aanbesteding plaats voor een jeugdgebouw aan de Wilhelminastraat, genaamd 'Antenne'. De kosten bedroegen ruim fl. 222.000. Vanaf 1956 begon het ledental langzaam terug te lopen, om begin jaren '70 weer te stijgen en begin jaren '80 opnieuw boven de 2.000 uit te komen.

Na enkele jaren ontstond de wens om kerkelijke activiteiten meer te concentreren. Eerst werd gekeken naar de kerk aan de Langewijk, maar restauratie bleek te duur en zou de gewenste concentratie niet mogelijk maken. Daarom werd besloten een nieuw kerkelijk centrum te bouwen naast de bestaande 'Antenne' aan de Wilhelminastraat. De plannen werden in 1995 uitgevoerd. Het nieuwe centrum kenmerkt zich door indirect daglicht en rondgaande lijnen die intimiteit en saamhorigheid bevorderen. Een doorbreking in de wand biedt zicht op het licht dat van boven invalt, en op die plek is het kruissymbool gericht.

Het orgel voor het nieuwe centrum werd gebouwd door het echtpaar Patijn uit Wapenveld, van februari 1997 tot februari 1999. Sinds 26 mei 2013 vormt de Gereformeerde Kerk te Dedemsvaart een federatie met de Nederlandse Hervormde Gemeente te Dedemsvaart.
De Gay Games in Amsterdam en de Reacties vanuit Kerkenkringen
In de zomer van 1994 stond Amsterdam op het punt de Gay Games te organiseren, een wereldwijd sportevenement gericht op de verheerlijking van homoseksualiteit. Circa 15.000 homo's en lesbiennes zouden deelnemen, met een verwachte opkomst van 200.000 bezoekers. Naast sportieve evenementen waren er talloze culturele manifestaties gepland, waaronder tentoonstellingen in musea, een internationaal korenfestival en een oecumenische kerkdienst. De spelen, die voor het eerst buiten Noord-Amerika werden gehouden, kenden een budget van 14 miljoen gulden, mede gefinancierd door de gemeente Amsterdam, provincie, ministeries, fondsen en sponsors. De organisatie rekende op een extra omzet van zo'n 150 miljoen gulden voor de stad.
Niet iedereen was even enthousiast over de Gay Games. Jeugd met een Opdracht organiseerde een grote evangelisatieactie, met als doel homoseksuele sporters en bezoekers in contact te brengen met een 'vergevende God'. Woordvoerder Nelleke Bosshardt benadrukte dat dit geen anti-homoactie was, maar een boodschap van Gods liefde. Desondanks rekende men op 'pittige gesprekken', gezien de gekwetstheid die velen door kerken hadden ervaren. De evangelisten moesten zelf betalen om deel te nemen aan de actie.
Johan van de Sluis van de Evangelische Hulp aan Homofielen (EHAH) noemde de belangstelling voor de evangelisatieactie teleurstellend, met minder dan honderd aanmeldingen. Hij beaamde dat veel christenen huiverig waren voor dit onderwerp en dat kerken zich vaak aan de zijlijn hielden. Van de Sluis zag wel een toenemende tolerantie in kerken ten aanzien van homoseksualiteit, al bleef er discussie over uiting en acceptatie.
Sommige kerkenraden, zoals die van de gereformeerde gemeente in Amsterdam-Noord, waren nauwelijks op de hoogte van de Gay Games en verwachtten er geen impact van te merken. Evangelist G. Baan van de Gereformeerde Gemeenten zou wel foldering verspreiden, maar zag geen ruimte voor speciale activiteiten. Ds. C. van Duijn van de Noorderkerkgemeente meldde dat zijn gemeente nog geen specifieke actie ondernam ter ondersteuning van Jeugd met een Opdracht, mede door zijn studieverlof.
Ds. Chr. van Andel van de hervormde Jeruzalemkerk gaf aan dat zijn gemeente niet officieel deelnam aan de actie, maar dat individuele leden wel konden deelnemen. Hij erkende de diverse opvattingen over homofilie binnen zijn gemeente, waar mensen van verschillende achtergronden samenkomen. Dr. A.F. Troost, voorganger in de Engelse Kerk aan het Begijnhof, was niet op de hoogte van de actie en gaf aan dat zijn gemeente zich niet wilde binden aan specifieke initiatieven, maar 'een brandend lampje' wilde zijn in de stad.
Ds. A. Boshuizen van de Nederlandse Gereformeerde Kerk in Amsterdam-Tuinsteden/Zuidwest gaf aan dat zijn gemeente de aanpak van Jeugd met een Opdracht steunde, hoewel de kerkenraad geen formele uitspraak over homofilie had gedaan. Hij benadrukte dat de verheerlijking van homoseksualiteit, zoals op de Gay Games, door iedereen werd afgewezen.
De Vereniging tot Heil des Volks, die samenwerkte met Jeugd met een Opdracht, verklaarde de geringe animo voor de actie aan de weerstand tegen homofilie binnen christelijke kringen. Hoofdredacteur Henk Krol van De Gaykrant had liever gezien dat de spelen naar een minder tolerant land waren gegaan, maar benadrukte het belang van een goede gastvrijheid en de mogelijkheid voor verschillende bevolkingsgroepen om vredig naast elkaar te leven. Hij uitte kritiek op de nadruk op deelname in plaats van sportprestaties, waarbij iedereen een medaille zou ontvangen.
Economische Ontwikkelingen en Beleid in Nederland na de Tweede Wereldoorlog
Na de Tweede Wereldoorlog stond Nederland voor de uitdaging van wederopbouw en economische ontwikkeling. Minister-president Schermerhorn sprak in 1945 over de noodzaak van een nieuwe start, wat De Lange inspireerde om te solliciteren bij het nieuwe instituut dat later het Centraal Planbureau (CPB) zou worden. In 1946 trad het kabinet Beel aan, gevolgd door de Wet op de Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie (PBO) in 1950. Dit wetsvoorstel beoogde samenwerking tussen overheid, werknemers en werkgevers via bedrijfschappen en productschappen, met de Sociaal Economische Raad (SER) aan de top.
Het CPB speelde een cruciale rol in het economisch beleid, waarbij het onder andere de verdeling van toekomstige inkomensgroei in 1955 kwantificeerde. De Marshallhulp (1947-1952) droeg bij aan het herstel, evenals een devaluatie in 1949. De industrialisatie werd gestimuleerd, maar tegelijkertijd werd emigratie bevorderd vanwege zorgen over de werkgelegenheid. De sociale wetgeving werd uitgebreid.
De economie kende periodes van oververhitting, met name door de Koreaanse Oorlog (1950-1952), wat leidde tot bestedingsbeperkingen. Het systeem van centrale loonbeheersing werkte, maar kreeg kritiek vanwege de overheidsbemoeienis en het gebrek aan differentiatie tussen bedrijfstakken. Een experiment met een meer gedifferentieerde loonpolitiek in 1956 leidde tot een algehele loonsverhoging, wat het wantrouwen tegen een vrijere loonpolitiek bevestigde.

Het kabinet de Quay (vanaf 1959) zette de uitbouw van de sociale zekerheid voort en richtte zich op de bestrijding van inflatie. De loonpolitiek werd aangepast, met meer ruimte voor loononderhandelingen door vakbonden en differentiatie. Echter, de krappe arbeidsmarkt en stijgende prijzen in het buitenland leidden tot loonsverhogingen die de productiviteitsstijging overstegen. Dit dwong de regering regelmatig in te grijpen in cao's.
Het economisch beleid van de jaren '60 kenmerkte zich door een focus op welvaart, maar De Lange bekritiseerde de gebrekkige aandacht voor welzijn, onderwijs, grondpolitiek en inkomensverdeling. Hij pleitte voor een levensstijl waarin 'weigeren' een essentieel element vormt en hogere inkomens als instrument, niet als doel, worden gezien. Hij waarschuwde tegen een vrije loonvorming en bekritiseerde de inconsequentie van de landbouwsubsidies.
De Lange benadrukte de rol van economen in het publieke debat, door actief deel te nemen aan politieke partijen en fracties, en door voorlichting te geven over de economische toestand. Hij zag de groeiende welvaart als een bron van problemen en vragen, en stelde dat de samenleving hogere eisen stelde dan individuen en groepen aankonden.
De economische afhankelijkheid en sociale onderschatting van arbeiders, ondanks groeiende welvaart, leidden tot geestelijke vervreemding. De Lange was bang voor werkloosheid als gevolg van een verslechterde concurrentiepositie ten opzichte van het buitenland. Hij pleitte voor overheidsingrijpen wanneer de 'ik-gerichtheid' van groepen te groot werd of machtsconstellaties te veel druk uitoefenden.
Powerpointvideo 'De Nederlandse economie tijdens de Tweede Wereldoorlog'
De Lange uitte kritiek op de consumptieve levenshouding, aangewakkerd door reclame, en riep op tot een levensstijl waarin het bezit van goederen niet bepalend is voor mens-zijn. Hij analyseerde de demografische verhoudingen en de verwachte groei van de beroepsbevolking, en stelde dat de overheid moest ingrijpen om de economische balans te bewaren.
tags: #patijn #wereld #kerkenraad