Niet Zien, Maar Toch Zien: De Kracht van Omhoog Kijken

Soms zijn de dingen anders dan ze op het eerste gezicht lijken. Soms zie je iets niet, merk je iets niet, maar is het toch zo. Je komt bij de dokter na een onderzoek, en die zegt tegen je: meneer, u hebt kanker. De scans en de bloedwaarden zijn helaas overduidelijk - er huist die ernstige ziekte in uw lichaam. Wat een schok als je zoiets hoort! En vooral als je zelf niets ziet en niets voelt. Dat kan, dat gebeurt regelmatig. Je merkt er niets van, je voelt je gezond, hoe kun je dan ziek zijn? Het kan ook op een veel positievere manier. Je hoopt al een tijd om zwanger te worden. En op een gegeven moment doe je een zwangerschapstest, omdat je iets over tijd bent. Je voelt niets, er is niet aan je te zien, je hebt nog lang geen dikkere buik. Maar… de test laat echt het juiste streepje zien - je bent zwanger, je verwacht een kindje! Niet zien, en toch weten dat het zo is. Daar gaat ook de Bijbeltekst over die ik vanmorgen centraal wil stellen. Hebreeën 2 vers 8b en 9. Niet zien, en wel zien, en weten. Daar gaat het vanmorgen over op deze Hemelvaartsdag.

Illustratie van een zwangerschapstest met een positief resultaat en een doktersrekening met een diagnose.

Hemelvaart: Het Feest van Verheerlijking en Overwinning

Als thema voor de preek heb ik gekozen ‘leer omhoog te kijken!’ - dat past bij vandaag. Hemelvaartsdag is het vandaag. Altijd een wat wonderlijke feestdag. Moeten we vieren dat onze Heer is weggegaan? Dat is geen reden tot blijdschap, lijkt me! Maar dat is dan ook niet wat we vieren. We moeten het niet van onze kant bekijken, maar van Jezus’ kant. Hemelvaart is, zoals ze dat noemen, het feest van Jezus’ verheerlijking. Voor Hem is het wel feest! Zijn werk op aarde is gedaan, hij is gestorven en weer opgestaan. En nu gaat hij naar zijn Vader, om daar de ereplaats in te nemen.

Zoals onze tekst het zegt: om wat Hij gedaan heeft en doorstaan heeft, “vanwege zijn lijden en dood, wordt Hij nu met eer en luister gekroond.” Hemelvaart is kroningsfeest. Het Griekse woord in onze tekst wijst niet naar een koningskroon, maar naar een overwinningskrans. Onze Heer krijgt de eer die Hij verdient, want Hij heeft overwonnen. Hij heeft de zonde en de dood en de duivel verslagen, door zichzelf te geven tot in de dood aan het kruis. Dát is hemelvaart.

Jezus bad hier al om vóór zijn lijden, we hoorden uit Johannes 17: ‘Ik heb het werk volbracht dat u mij opgedragen hebt. Vader, verhef mij nu tot uw majesteit, tot de grootheid die ik bij u had voordat de wereld bestond’. En nu gebeurt dat. Jezus Christus krijgt de ereplaats. De plaats die Hij van eeuwigheid al bezat bij zijn Vader, want Hij is de eeuwige zoon, maar met een nieuwe dimensie van overwinning.

Paulus schrijft erover, in Filippenzen 2: voor Hem moet elke knie zich buigen, in de hemel en op aarde. Hemelvaart, overwinningsfeest. De schrijver van de Hebreeënbrief zegt hetzelfde, met woorden uit psalm 8 die hij op Jezus toepast: ‘u (God) hebt hem met eer en luister gekroond, U hebt alles aan hem onderworpen’.

Illustratie van een lauwerkrans, symbool van overwinning.

Het Probleem van het Niet Zien

Maar ja… er is wel een probleem. Dat ziet de schrijver van de Hebreeënbrief ook. Je kunt wel mooi verkondigen dat Jezus heeft overwonnen, dat Hij alle macht heeft, dat alles aan Hem is onderworpen. Maar er is een probleem: je ziet er zo weinig van! Hemelvaart is ergens heel ongrijpbaar. Jezus, zijn kroning, het is allemaal daarboven, een hemelse realiteit. Maar wij zijn hier beneden.

Nee! En dat is meteen hét probleem dat geloven moeilijk maakt. Je ziet het niet. We hebben het vorige week kunnen horen in de preek over Thomas: gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven. Dat God, en meer in het bijzonder dat Jezus regeert, alle macht heeft, waar merk je dat nu aan? Het lijkt meestal alsof de wereld gewoon doordraait uit zichzelf.

Sterker nog, er zijn maar al te veel dingen die je laten twijfelen: ís alles wel aan Hem onderworpen? Ik noem maar een paar dingen: al het onrecht en de ellende op aarde. Natuurrampen en ziektes. Iemand die niets voelde en aan wie je niets zag, maar die toch uitgezaaide kanker blijkt te hebben. Hoe past dat bij een wereld die door Jezus wordt geleid? Dat alles aan Hem onderworpen is, zien wij nu nog niet.

Moet ik dat nog verder uitwerken? Het feit dat in ons land en ons werelddeel minder en minder mensen in de Heer geloven. De wetgeving in ons land die zich niets van God aantrekt. Alles aan Hem onderworpen? ‘Dat alles aan hem onderworpen is, zien wij nu nog niet’ - dat gedeelte van de tekst is denk ik maar al te duidelijk.

De Kunst van het Omhoog Kijken

Maar… nu moeten we daar niet blijven staan. Het gaat verder! “Wél zien we dat Jezus nu met eer en luister is gekroond”. Kijk, en daar zijn we bij iets heel belangrijks. Al die dingen die ik net noemde, die dingen waar je door gaat twijfelen of God wel regeert, of Jezus wel heeft overwonnen, die zie je als je om je heen kijkt. Horizontaal kijken - dan zie je het dus níet. Maar nu mogen wij vandaag leren om omhoog te kijken. Niet naar de omstandigheden alleen, maar naar boven. Leer omhoog te kijken! Dat is de kunst van het geloof.

Want als je dit beeld voor ogen houdt, van Jezus die overwon, die met eer en luister is gekroond - dat geeft dat je een heel andere uitkijk. Zoals die vrouw die niets ziet en voelt, maar toch weet: het ís zo. Er groeit nieuw leven in mij. Zó ook kun je in de wereld staan, als mens die geleerd heeft omhoog te kijken. Soms niets zien van God, niets voelen ook, en toch weten met een diepe zekerheid: het ís zo. Hij regeert. Zijn rijk zal komen.

Hemelvaart wil ons leren omhoog te kijken. Hoe belangrijk is dat! Alles om je heen trekt je blik omlaag. En dan niet alleen moeilijke dingen of ellende. Ook gewoon de voortdurende overstroming aan informatie en afleiding die op ons afkomt. Alles is erop gericht ons omlaag te laten kijken. En misschien een afgezaagd beeld, maar ik zie meteen iemand voor zich die op zijn telefoon kijkt [gebaar]. Omlaag kijken, of hoogstens voor je. Maar niet omhoog. Leer omhoog te kijken!

Illustratie van een persoon die naar zijn smartphone kijkt, met pijlen die naar beneden wijzen.

Geloven als Zien met de Oren van het Hart

Maar… hoe doe je dat dan? Het Bijbelgedeelte zegt: ‘wij zien Jezus met eer en luister gekroond’. Maar dat is toch vreemd! Dat zagen die mensen tot wie de brief zich richt helemaal niet. Dat is toch juist het probleem, dat je Jezus níet op de troon ziet zitten?

Goed, iemand als Stefanus, die zag het even. Terwijl hij werd gestenigd riep hij uit: “ik zie de hemel geopend en Jezus aan Gods rechterhand” - Handelingen 7. Hij zag het, heel even! Maar wij, en ook de gelovigen tot wie de Hebreeënbrief zich richt - hoe kunnen wij Jezus nu zien?

Dan moeten we even verder lezen in de Hebreeënbrief. Het gaat hier namelijk niet om letterlijk zien. In Hebreeën 11 staat: “het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien”. En dan bijvoorbeeld over het geloof van Mozes: “volhardde, als zag hij de Onzienlijke”. Díe manier van zien is waar het om gaat. Niet met je letterlijke ogen - de meesten van ons zullen niet zo’n visioen krijgen als Stefanus. Geloven, zou je kunnen zeggen, is zien met je oren. Wat je hoort uit de Bijbel, wat je hoort in de kerk. Dat laat je Jezus zien, met eer en luister gekroond!

Zien, met de ogen van het geloof - als het streepje op de zwangerschapstest. Echter, als ik het zo zeg, kan geloven nog erg rationeel zijn, meer ‘weten’ dan ‘zien’. Maar nu staat er niet ‘ik zie’ maar ‘wij zien Jezus’ - samen. Want Jezus zien, met eer en luister gekroond, dat doe je eerst en vooral samen, wanneer de gemeente samenkomt. Dan richten we samen de blik omhoog. Als we samen hier in de eredienst Jezus belijden als Heer, als we samen zingen over Hem, voor Hem. Dán ga je het soms zíen, in plaats van alleen weten. Dan dringt het diep door: de luister van Jezus, zijn macht en grootheid.

Ja, en dan zijn de huidige omstandigheden dus erg lastig. Niet samenkomen als gemeente, maar met een beperkt groepje hier in de kerk. Niet zingen, dat is nog het ergste. Dat schaadt echt je geloof. Want daardoor zien we Jezus minder goed. Het hindert om omhoog te kijken. We hebben de eredienst nodig, om onze blik omhoog te heffen. Om samen te belijden: Jezus is de Heer, met eer en luister gekroond, en om samen zijn lof te zingen “Kroon Hem met gouden kroon”! Dát helpt om het te zien, om Hem te zien.

Illustratie van een groep mensen die samen zingt in een kerkdienst.

De Gevolgen van Omhoog Kijken

Wie leert omhoog te kijken, die ziet meer, die ziet anders. Als je alleen om je heen kijkt, dan heb je geen hoop. En als we dat mogen zien, dan heeft dat gevolgen. Er is geen betere bron om vreugde en hoop uit te putten, dan om omhoog te kijken naar Hem. Dan kun je het leven aan, ook als het soms somber is. Dan kun je volhouden in moeilijke tijden. Omdat je weet dat Hij daar is.

Omhoog kijken, het leert je ook aanbidden. Niet zomaar bidden, dingen vragen aan God, maar aanbidden. Jezus, onze Heer, is immers met eer en luister gekroond! Als je voor je ziet hoe groot Hij is, en waaróm Hij die eer ontvangt - namelijk omdat Hij wilde lijden en sterven voor ons zondige mensen, dan wil je Hem óók eren. Dan spreek je uit in je gebed: Here Jezus, U bent groot en geweldig. U verdient alle eer!

Omdat U… en terwijl je uitspreekt in aanbidding wie Hij is en wat Hij deed, ga je Hem nog beter zien. Het is een virtueuze cirkel, dat is een vicieuze cirkel maar dan de goede kant op. Meer van Jezus zien, meer aanbidden, Hem nog beter zien, enzovoorts. Maar… andersom werkt het helaas ook. Minder naar Jezus kijken en meer om je heen, daardoor ga je steeds minder zien van Hem en wordt het hele geloof steeds lastiger. Waak daarvoor! En daarvoor is maar één manier: kijk omhoog!

Zing maar een lied, dat helpt vaak veel. En tenslotte, maar dat zou een andere preek worden, juist wie omhoog leert kijken, krijgt kracht om hier beneden zich in te zetten voor Gods koninkrijk. Geloven maakt je niet wereldvreemd, verre van dat!

De verheerlijking van Jezus Christus op de berg - Bert Rietberg

Niet Zien, En Toch Zien: De Realiteit van Christus' Overwinning

‘Niet zien en toch geloven’ hoorden we afgelopen zondag. Maar klopt dat wel? Laten we vandaag maar zeggen: niet zien, en toch zien. Wij zien Jezus, met eer en luister gekroond. Ziet u, ziet jij het ook? Bid dat God door zijn Geest je ogen ervoor opent! Kijk omhoog, leer omhoog te kijken. Kijk niet alleen om je heen. ‘Dat alles aan Hem onderworpen is, zien wij immers nu nog niet’. Zie Hem, en geloof. Zie Hem, en zing ervan. Ook nu we hier niet samen mogen zingen, zing dan thuis maar. Want Hij die is opgestaan, is opgevaren naar de hemel. Hij is de Heer, en Hij houdt alles in de hand. De wereld, mijn leven. Hij is de hoogste!

Het is het ‘Vergeten Evangelie’ genoemd: de betekenis van Christus als Overwinnaar over de machten van de zonde, de dood en de duivel. Nu we inmiddels aan het zesde voorbeeld van de serie teksten over de rijkdom en reikwijdte van de verzoening toe zijn, is het hoog tijd het lied van de brief aan de Hebreeën te laten zingen. Hebreeën 2:14-15 spreekt niet direct over verzoening, maar juist over bevrijding. Het is één grote lofzang op de Hogepriester Jezus Die in het hemelse heiligdom dienst doet. Preken over verzoening is het werk van de hemelse Hogepriester tonen. Hij is in actieve dienst, juist op grond van Zijn volbrachte werk. Nu komt dus een ander facet aan de orde, namelijk de bevrijding uit de gevangenis - zeg maar gerust dodencel - waarvan de cipier, de duivel, heer en meester lijkt te zijn.

Over deze tekst preken geeft weer een geheel eigen licht over de kerstdagen. Jezus is vlees en bloed deelachtig geworden als de Mens van Psalm 8, het Koningskind dat Knecht werd, voor korte tijd minder dan de engelen. Waarom? Om de dood te proeven (Hebr.2:9). En dat met het oog op de kinderen. Het is een duizelingwekkende boodschap. Het zingen van dit lied blijkt hét medicijn te zijn tegen alle ingezonkenheid en moedeloosheid die in deze brief ter sprake komen.

  • Het heerlijke ‘moeten’ dat iedere keer weer klinkt: de Zoon moest mens van vlees en bloed worden. Dat is niet het ‘moeten’ van onze logica, maar het ‘moeten’ van Godswege.
  • ‘De dood gedood in de dood van Jezus’ (John Owen) is het thema van de tekst. Daaruit blijkt dat Jezus’ sterven meer is dan verzoenend sterven; het is ook de overwinning, door het graf van binnenuit open te breken en de cipier zijn sleutelmacht te ontnemen. Ten dode opgeschrevenen worden bevrijd.
  • Dat gebeurt wel in het kader van de dood als verzoening. Eerder kwam het reinigende werk van de Zoon (Hebr.1:3) en het heiligende werk van Jezus (Hebr.2: 10-11) ter sprake en meteen na de tekst komt de centrale titel van de Zoon, namelijk Hogepriester. Wat een kwalificaties ontvangt Hij! Zonder verzoening geen bevrijding. Christus Victor is niet ‘los’ verkrijgbaar. Er is geen halve Zaligmaker (HC, zondag 11).
  • Dit is het Evangelie in onze ‘doodscultuur’, waarin de dood schijnbaar omarmd wordt als vriend om hem onschadelijk te maken en tegelijkertijd er een panisch leven is van You Only Live Once. Tegen de doodsangst helpt geen praten (‘als de dood er is, ben ik er niet, en als ik er ben, is de dood er niet’). Deze Hogepriester kent de doodsvrees (Hebr.5:7). Het is niet christelijk - niet van Christus - door maar te doen alsof de dood geen ‘laatste vijand’ is, zoals Paulus hem typeert in zijn eerste brief aan Korinthe.

Aan de éne kant zegt de schrijver: wat hebben jullie veel doorgemaakt. Toen jullie als Joden pas tot geloof kwamen, had je het heel moeilijk. Sommigen van jullie zijn in de gevangenis gegooid. Dat weten we ook van de eerste apostelen. Petrus zat gevangen, Jakobus en ook Stefanus zat gevangen. Zo was het voor jullie ook geen gemakkelijke tijd, zegt de Hebreeënschrijver. Het was een zware strijd en worsteling die je moest doormaken. Jullie werden gepest, uitgelachen, getreiterd. Je spullen werden van je afgepakt. Misschien wel uit je huis gezet, of je eten werd afgepakt, of je kon niets kopen, omdat je Christen geworden was.

Aan de andere kant is het ook nodig om de gemeenteleden aan te sporen om trouw te blijven, om te blijven geloven. Sommigen komen niet trouw naar de samenkomsten, anderen hebben een lakse en gemakkelijke houding, ze staan niet meer stevig op hun belijdenis, maar ze dreigen te wankelen en Jezus uit het oog te verliezen. Als ze niet uitkijken hebben ze hun hart vol van andere zaken en niet van oprecht geloof in Jezus. Juist nu het makkelijk is, en er geen spanning is, krijgen ze deze brief. Vergeet je niet waar het om gaat? Verlies je God niet uit het oog?

Maar is de tijd van verdrukking en de moeilijkheden een tijd waar ze liever niet aan terugdachten? Een tijd waar ze slecht op terugkijken? Juist daarom grijpt de schrijver terug op de tijd. Weten jullie nog wat je hebt doorgemaakt? Toen het moeilijk was en je om je geloof verdrukt werd, toen heb je ook stand gehouden. Er is niets dat zo samen kan binden als wanneer je samen een moeilijke tijd doormaakt. En u, jij en ik? Denk zelf maar eens terug aan die eerste tijd, dat je net bij Christus hoorde. Je hebt toen misschien geen moeilijke tijd gehad: maar denk er eens aan. Hoe je vol was van zijn liefde, duidelijke keuzes maakte, er helemaal voor ging.

Bovendien: wanneer je dat samen doormaakt, raak je ook verbonden met Christus. Hij was degene die toen hij zelf op aarde was, geleden heeft. Hij is de weg gegaan van uitgejoeld worden door de mensen, gearresteerd worden, niet aangenomen worden, weggedaan worden, gewond en gemarteld worden en gekruisigd worden, en daardoor zelfs gedood. Jezus zei: neem je kruis op je en volg mij. Een dienaar is niet meer dan zijn meester. Je zult ook als dienaren van Jezus te maken krijgen met lijden en vervolging.

Wat een verschil met hoe we hier leven. Niemand legt je een strobreed in de weg om God te dienen. Om naar de kerk te gaan. De politie houdt je niet tegen als je naar de kerk wil, niemand zet je in de gevangenis als je een bijbel verkoopt, je mag openlijk met anderen over het geloof praten. En doe je dat dan ook? Of het lukt de verleiding van een vrije zondag en een lekker bed wel om ons bij de kerkdienst vandaag te halen, wat de politie niet Noord-Korea niet voor elkaar krijgt? Of lukt het tolerantie in Nederland: iedereen mag toch zelf weten of en wat hij gelooft, wel wat de staat in Somalië niet voor elkaar krijgt: dat de christenen zwijgen over hun geloof. Juist de vrijheid en openheid kan een enorme bedreiging vormen voor ons geloof.

Is het dan hier altijd makkelijk om te geloven? Nee, want ook als er geen openlijke vijand is, kun je het zomaar moeilijk vinden om te geloven. Wat mij de laatste tijd vooral opvalt is dat jongeren vertellen dat er raar over hen gedaan wordt als ze geloven. Als je de enige bent uit de klas die zegt dat je zondag naar de kerk gaat. Als je een mooi gedicht opschrijft waarin je zegt dat jij je hulp van God verwacht. Er wordt om gelachen, er wordt naar elkaar gekeken, het is niet stoer. Als er al geen veilige sfeer is in de klas, voel je je dan wel onveilig. En een volgende keer … zeg je dan nog dat je christen bent en wat jouw houvast is en steun geeft?

Het eerste waar hij op wijst is, dat je iets beters bezit. Het kan gebeuren dat je hier op aarde je bezittingen kwijt raakt omdat je gelooft. Zaken worden je afgenomen. Maar je hebt een bezit in de hemel dat niemand van je af kan pakken. Een eeuwige schat, waarvan Jezus ook spreekt: die kan niet roesten, gestolen worden, kapot gaan, kwijt raken. Wat ze ook van je afpakken: hier kan niet aankomen, dit kan niemand je ontnemen.

Het tweede waartoe we hier worden aangespoord is: leg de vrijmoedigheid niet af. Het is belangrijk dat je open en eerlijk over je geloof blijft praten. Je moet natuurlijk niet onnodig je leven in gevaar brengen. Maar als de gelegenheid zich voor doet, gebruik hem dan ook, om iets te delen van je geloof. Ook als anderen er lacherig op reageren, maar juist ook als het voor anderen vreemd en onbekend is.

Het derde wat er beloofd wordt is: Jezus zal doen wat hij beloofd heeft. Een duidelijke aansporing om God niet los te laten. Wat kan dat moeilijk zijn als je er vervolgd wordt om je geloof. Ik denk aan die vrouw die elke dag zes uur verhoord werd door de politie en daarna nog acht uur moest werken. Ze moest boven haar kracht cement tillen en anderen vroegen hoe kan ze dat doen. Maar ze volhardde. 19 jaar lang zat haar man in de cel. En toen kwam hij vrij: ze was toen 65 jaar.

Het vierde wat hier beloofd wordt is dat Jezus spoedig weer zal komen. Het is nog een korte tijd, zegt de schrijver hier met veel nadruk. Wie niet volhoudt, die zal omkomen. Wie terugdeinst, juist nu de verdrukking voorbij is, wordt niet gered. Maar de rechtvaardige zal door het geloof leven. Je zult gered worden! Je zult eeuwig leven krijgen. Juist door het geloof: het bewijs van de dingen die je nu nog niet ziet. In het volgende hoofdstuk volgt een lijst van vele gelovigen die daar ook aan vast gehouden hebben. En dat het dan nog langer duurt? Noach, Abraham en Mozes moesten ook wachten. Hebben het hier op aarde niet meegemaakt. Maar deze gelovigen onder het oude verbond wilden er geen deel aan krijgen, zonder ons. De gelovigen van het nieuwe verbond. Pas als het getal vol is komt Jezus terug.

Het belangrijkste is dan ook het gebed. Laten we bidden dat we zelf vol mogen houden. Als het goed met ons gaat, maar ook als je veel te dragen hebt. Als je in een zorgelijke of moeilijke situatie zit. Laten we elkaar opdragen aan God. Maar laten we ook bidden voor en meeleven met de vervolgde kerk. We bidden voor wat de Open Doors doet. We bidden voor al die mensen in Pakistan, Noord-Korea, Iran, Somalië en Turkije. Dat God hen de kracht mag geven die ze nodig hebben en hun leven mag beschermen. Dat een ieder vervuld van Gods zegen zijn weg mag gaan.

tags: #preek #gkv #hebreeen #2