De Grote of Sint-Gudulakerk in Lochem: Een Geschiedenis van Gebouw en Gemeenschap

De protestantse kerk in Lochem, voorheen bekend als de 'Witte Kerk' of de Grote of Sint-Gudulakerk, kent een rijke en gelaagde geschiedenis die teruggaat tot de negende eeuw. Het gebouw, gelegen in de stadskern van Lochem, heeft niet alleen een opmerkelijke bouwgeschiedenis, maar herbergt ook diverse kunstschatten en speelt een belangrijke rol in het sociale en culturele leven van de stad.

De Vroege Geschiedenis en Ontwikkeling

De eerste schriftelijke vermelding van een kerk in Lochem dateert uit 1059. Vermoedelijk begon de geschiedenis van de kerk in de negende eeuw met een eenvoudig, rechthoekig houten schuurkerkje van ongeveer 12 bij 4 meter. Sporen van dit vroege gebouw, voornamelijk paalkuilen, zijn teruggevonden bij bodemonderzoek in de huidige middenbeuk.

Aan het einde van de tiende, begin elfde eeuw werd het houten kerkje vervangen door een duurzamer gebouw: een waarschijnlijk uit veldkeien opgetrokken zaalkerk van 24 meter lang en ruim 6 meter breed, met een halfrond gesloten koor. Dit gebouw werd in de twaalfde eeuw uitgebreid tot een kleine tufstenen basiliek met een recht gesloten koor en een westtoren. Het kerkschip had smalle zijbeuken, die aan weerszijden van het diepere koor eindigden in recht gesloten kapellen.

Schematische weergave van de verschillende bouwfasen van de Sint-Gudulakerk

De Gotische Periode en de Grote of Sint-Gudulakerk

In de veertiende eeuw werd de romaanse kerk in fasen vervangen door een gotische constructie: een compacte kruiskerk met een basilicale opzet. Van dit gebouw zijn de middenbeuk, de aansluitende viering en het hoofdkoor nog steeds herkenbaar in de huidige kerk. Het lage zuidelijke zijkoor geeft een indruk van de basilicale opzet van de kruiskerk. Bij opgravingen in 1972 zijn veertien-eeuwse muren van de zijbeuken teruggevonden. De scheibogen tussen middenschip en zijbeuken tonen nog de aansluitingen van de verdwenen lichtbeukvensters van het basilicale schip. Van het dwarsschip resteren de viering, met opvallende pijlers die een bakstenen kern en een bekleding van trachiet hebben, versierd met rijke profileringen.

De bouwmeesters van deze periode beschikten over aanzienlijke kennis, getuige de complexe ontwerpen en de rijke profielen van de gewelfribben. De prestigieuze opzet van het veertiende-eeuwse gebouw kan worden gezien in het licht van de positie als eigenkerk van de heren van Zutphen en de bloeiperiode van de stad.

De oude romaanse toren, die in de kruisbasiliek was ingebouwd, werd in de tweede helft van de vijftiende eeuw vervangen door de huidige hoge toren. Deze werd in 1478 voltooid en is een fraai voorbeeld van Rijnlandse laatgotiek, met een afwisseling van natuursteen en baksteen en een rijke geleding met waterlijsten en spitsboognissen.

Kort na de voltooiing van de toren vond de ombouw tot hallenkerk plaats, waarbij als eerste de nieuwe hoge zuidelijke zijbeuk gereed kwam. Omstreeks 1580 werd Lochem protestants, wat het einde inluidde van een periode van ingrijpende vergrotingen en verfraaiingen van de Grote Kerk.

Schade, Herstel en Nieuwe Toevoegingen

In 1615 kreeg de kerk het zwaar te verduren tijdens de stadsbrand, die Lochem op enkele huizen na volledig in de as legde. Het jarenlange herstel van de kerk is gedocumenteerd in zeventiende-eeuwse kerkenraadsverslagen en stadsrekeningen. De grootste uitdaging was het herstellen van de kerkkappen, die vermoedelijk volledig verloren waren gegaan.

De oudste foto's van de Grote Kerk tonen de imposante toren met een lage ingesnoerde naaldspits. Deze spitsconstructie was waarschijnlijk aangebracht nadat een oorspronkelijk veel hogere spits was vernield door oorlogsgeweld of de brand van 1615.

In 1903 kreeg Lochem een carillon, geschonken door de leerfabrikantenfamilie Naeff. Voor de plaatsing ervan werd een nieuwe, hoge torenspits ontworpen door Nicolaas Molenaar uit Den Haag. Deze architect had eerder al villa's en kasteel De Cloese in Lochem ontworpen of verbouwd. Sindsdien is de Lochemse kerktoren weer bekroond met een hoge naaldspits, die een hoogte van 67 meter bereikt. Vanaf de omgang op 56 meter hoogte bieden zich prachtige vergezichten over de bosrijke omgeving.

De kerktoren van Lochem met de naaldspits uit 1903

Restauraties en Archeologisch Onderzoek

De laatste grote bouwkundige ingrepen vonden plaats in de jaren zestig en zeventig, toen respectievelijk de toren en de kerk werden gerestaureerd. De kerkrestauratie was een ingrijpende aangelegenheid, waarbij niet alleen bouwtechnisch herstel, maar ook reconstructies werden uitgevoerd. Zo keerden de veelhoekige koorsluiting van het zuidelijke zijkoortje, het rondvenster in de noordelijke transeptarm en de gotische natuurstenen venstervullingen terug.

Ook het interieur onderging een grondige renovatie. Het negentiende-eeuwse bankenplan werd verwijderd en bij de aanleg van vloerverwarming werden historische grafkelders gesloopt. De werkzaamheden onder het maaiveld maakten archeologisch onderzoek mogelijk, dat meer inzicht gaf in de lange bouwgeschiedenis. In bouw- en opgravingsputten en in dichtzettingen kwamen talrijke oude bouwmaterialen tevoorschijn, waaronder fragmenten uit de romaanse en vroeggotische perioden, zoals gewelfribben, stukken watertijst, gewelfschotels en fragmenten van natuurstenen beelden. Ook werden talloze graven, grafkelders en een zeventiende-eeuwse klokkengietersput aangetroffen.

De Sint-Gudula Verering en Kunstschatten

De Lochemse kerk was gewijd aan Gudula, een zevende-eeuwse Vlaams-Frankische heilige en patrones van diverse kerken. De eerste vermelding van Gudula als patroonheilige van de Lochemse kerk dateert uit 1491, maar haar populariteit in het Graafschap Zutphen is al eerder gedocumenteerd.

De Gudulakerk bezit diverse middeleeuwse muurschilderingen. Enkele werden al herontdekt in 1866, waaronder de beeltenissen van Sint-Sebastiaan en de heilige Jacobus. Deze schilderingen, die in de loop der tijd overgewit waren, zijn tijdens de kerkrestauratie in 1972-1976 opnieuw blootgelegd en hersteld. Op een van de middenbeukpijlers is de pestheilige Rochus afgebeeld. De noordbeuk wordt gesierd door een tweede, mogelijk veertiende-eeuwse Christoffelfiguur en twee omkaderde taferelen: Salomé’s dans en een kruisigingsscène, beide uit 1567.

Een bijzonder inventarisstuk van de Gudulakerk is een meer dan duizend jaar oude gedachtenissteen. Deze dikke zandstenen plaat, met in licht reliëf een menselijke figuur in een biddende houding, dateert waarschijnlijk uit de vroegchristelijke tijd. In de veertiende of vijftiende eeuw is de steen hergebruikt en van gotische versieringen voorzien.

Detail van een middeleeuwse muurschildering in de Sint-Gudulakerk

De Protestantse Gemeente Lochem en de Witte Kerk

Na de Reformatie werd de Grote Kerk, bezit van de Nederduits Gereformeerde Kerk, in 1615 getroffen door een stadsbrand. Na een lange herstelperiode volgden verdere aanpassingen, waaronder de plaatsing van een nieuw bankenplan in de 19e eeuw en de aanpassing van de vensters. In 1966 werd de Grote Kerk aangewezen als rijksmonument.

In 2019 werd de Gudulakerk eigendom van Gelderse Kerken, een stichting die zich inzet voor het behoud en de herbestemming van religieus erfgoed in de provincie Gelderland. De kerk wordt gebruikt voor kerkdiensten, vieringen, rouw- en trouwdiensten van de Protestantse Gemeente Lochem, en fungeert als een plek voor sociale en culturele bijeenkomsten.

De Protestantse Gemeente Lochem, gevormd door de fusie van de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerk in 2011, is een veelkleurige geloofsgemeenschap. De gemeente telt ongeveer 1550 leden en wil, in navolging van Jezus Christus, een bron van inspiratie en bemoediging zijn. De zondagse vieringen vormen het hart van de gemeente, met activiteiten die putten uit de bron van bijbel en traditie.

Recentelijk heeft de 'Witte Kerk' (de voormalige gereformeerde kerk) een ingrijpende verbouwing ondergaan. Naast de kerkelijke functie wil men zich ook openstellen voor de Lochemse gemeenschap en een sociale functie vervullen. De verbouwing omvatte de realisatie van een professionele keuken, een geautomatiseerd ventilatiesysteem met CO2-meters, en flexibele ruimtes dankzij schuifwanden. De financiering kwam tot stand door subsidies, giften vanuit de kerkelijke gemeente en aanzienlijke hulp van vrijwilligers. Op zondag 11 september 2022 werd de verbouwde kerk feestelijk in gebruik genomen, met een open huis voor de gemeenschap.

Kluizenaar André Louf: de onrust beheersen | Kloosterserie

tags: #protestantse #kerk #lochem