De Theologie van Elfriede's Vader: Levenswijsheid en de Stad van de Toekomst

Mijn voordracht vandaag staat aangekondigd als “Elfriede over de theologie van haar vader”. Een bewuste keuze van Wilken die beoogt mij de ruimte te geven. Ik heb namelijk twee handicaps. Ten eerste ben ik geen theologe en ontberen mijn beweringen dus iedere wetenschappelijke grond. Ten tweede ben ik de dochter van, wat mij onder de verdenking stelt dat ik volstrekt subjectief, emotioneel en dus irrationeel ben. Misschien was het daarom beter en in ieder geval gemakkelijker geweest de uitnodiging hier te komen spreken af te slaan, maar ik heb nu eenmaal “ja” gezegd en zal dus wel een uitweg moeten vinden.

Die unieke kwaliteiten hebben een genetische oorsprong. Zo heb ik bepaalde eigenschappen en aanleg van mijn vader geërfd waardoor ik hem zo na sta dat ik aan een half woord genoeg heb. Een tweede voordeel is dat je vader je niet alleen genetisch, maar ook fysiek nabij is. Hij is van mijn wieg tot zijn graf altijd op gehoorsafstand geweest en heeft mij zo zijn levenswijsheid letterlijk met de paplepel kunnen ingieten. Dat maakt ook lui. Als de bron voortdurend beschikbaar is waarom zou je dan de boeken lezen?

“Het boek is opgedragen aan Elfriede ter Schegget. Zij is sinds de dood van haar vader actief op zoek naar ‘zijn theologie’. Ik zeg bewust levenswijsheid en niet theologie of geloof. Mijn vader theologiseerde niet met zijn kinderen en wenste ons al helemaal niet een geloof op te dringen. Hij voedde ons zelfs niet christelijk op blijkens het feit dat wij op het lyceum op de vraag van de godsdienstleraar “wie wordt er thuis niet christelijk opgevoed?” als enigen onze vinger opstaken. Net zo wars als Bert was van “-ismen” was hij dat van het predikaat “christelijk”. Een christelijke school, christelijke partij of christelijke opvoeding, hij had er niets mee. Ik vermoed dat dat te maken heeft met zijn opvatting over de “status confessionis”. Als die altijd geldt is dit predikaat namelijk overbodig en aanmatigend.

De Ethische Kern van Bert's Theologie

Eerdere sprekers hebben al benadrukt dat Bert’s theologie ethiek is. En ethiek als stem van het geweten, verantwoordelijk handelen en het er niet bij laten zitten klonk altijd door in zijn woorden en daden. Daarin was hij consistent, een man uit een stuk, die zichzelf niet in rollen opdeelde waarachter hij zich kon verschuilen. Of hij nu als vader, theoloog of leraar sprak het was altijd Bert die sprak met heel zijn intellectuele hebben en houden en altijd van mens tot mens, want ook van de ander accepteerde hij niet dat die zich achter een rol verschool. Dat maakt alle gespreksdeelnemers kwetsbaar.

Samenvattend kan ik zeggen dat daar waar de vijf sprekers die mij voorgingen het gehad hebben over de theologie van Bert en eventueel wat ze daarvan hebben geleerd, ik vanavond spreek over wat ik van Bert heb meegekregen. In dat werkwoord “meegekregen” zit de hele onontwarbare kluwen van genetische verwantschap, opvoeding en persoonlijke interesse en ontwikkeling. Als enige van de vier kinderen is dat in mijn geval ook theologische interesse. Daarnaast heeft het werkwoord ‘meekrijgen’ ook een relativerende betekenis. Ter wille van de structuur hang ik mijn verhaal op aan thema’s die ik heb ontleend aan Bert zelf. Met name het na zijn overlijden verschenen boekje Over menselijkheid en vrijheid bleek daarvoor een goede bron, maar de oplettende luisteraar zal in mijn verhaal ook titels van zijn boeken herkennen.

Een illustratie van een stad met een utopische uitstraling, die de 'stad van de toekomst' symboliseert.

Het Visioen van de Stad der Toekomst

Het visioen van de ‘stad der toekomst’, zoals verwoord in de titel van zijn proefschrift en ook benadrukt in de referaten van Johannes Diepersloot en Dick Boer, staat centraal in de theologie en het geloof van Bert. Het is een perspectief dat verder reikt dan het eigen levenseinde, maar wel degelijk op het leven hier betrekking heeft. Het is dus geen hiernamaals waar wij na de dood intreden, maar een hiernamaals dat ooit, hier voltooid zal worden. Wij, mensen, kunnen de stad van de toekomst niet voltooien, maar we kunnen er wel aan bouwen. Sterker nog daartoe zijn we verplicht, dat is onze opdracht hier op aarde, dat is ten diepste de zin van ons bestaan.

Mijn vader kon zich geen zinvol leven voorstellen zonder verlangen naar en verwachten van een tijd waarin alle tranen afgewist zouden worden. Net als mijn opa, zag ook mijn vader in zijn laatste dagen dat er nog geen steen van deze stad op de andere stond. Ik leef met hetzelfde visioen, hetzelfde verlangen, dezelfde hoop en dezelfde opdracht als mijn vader en opa en ook ik zie er niets van terecht komen en geef desondanks de moed niet op.

Anders dan mijn voorvaders reken ik er echter niet meer op dat die tijd dat alle tranen van de ogen gewist zullen worden ooit echt werkelijkheid zal worden. De stad van de toekomst zal wel eeuwig een toekomstige stad blijven. Een hiernamaals dat eeuwig is, omdat het er nooit komt. Wij mensen kunnen het niet realiseren en in een Almacht die het door zijn of haar ingrijpen zal afdwingen geloof ik niet. Echt uitsluiten dat het werkelijkheid wordt kan en mag ik ook niet, maar mijn geloof is meer de zekerheid van wat ik hoop en het bewijs der dingen die ik niet zie, zoals de Hebreënbrief zegt, dan een vol vertrouwen op Gods beloften zoals ik dat bij mijn opa en vader zag.

Voor mij is de kracht van het visioen niet de verwachting ervan, maar het visioen zelf. Niet met mijn eigen dood, maar met die stad voor ogen vind ik de kracht mijn steentje eraan bij te blijven dragen. Het visioen houdt mij bij de les dat ik deel uit maak van een verhaal dat verder strekt dan mijn eigen levenseinde en groter is dan de wereldgeschiedenis. Mijn leven zin en betekenis geven is iets van dat grote verhaal present stellen. Daarvoor is het leven mij gegeven.

Atheïsme en de Stem van God

Voorzover ik heb kunnen waarnemen geloofde Bert meer in de ‘Stad van de Toekomst’ dan in het bestaan van God. Over zijn geloof in God deed hij in huiselijke kring allerlei paradoxale uitspraken zoals: “Ik ben atheïst, dat vraagt God van mij.” of “God bestaat niet, maar Jezus is wel zijn zoon.” In zijn boek Niet te geloven geeft Rochus Zuurmond (bladzijde 39) zijn opvatting over atheïsme en hij komt daarbij denk ik dicht bij die van Bert. Zij waren dan ook goede vrienden.

Ten eerste gaat het volgens Rochus, ik citeer vrij, om de afkeer van door mensen vergoddelijkte machten van cultuur en natuur, wat in feite afgoderij is. In de huidige tijd kun je daarbij bijvoorbeeld denken aan de verafgoding van de marktwerking van de economie. Ten tweede om de ontkenning van het bestaan van een bovennatuurlijk wezen waaraan allerlei kwaliteiten zijn toegeschreven die met ‘al’ beginnen, zoals Almacht, Alwetendheid, Alomtegenwoordigheid.

In 1997 zou er in de Rode Hoed een teach-in, stijl zestiger jaren, hebben plaatsgevonden, ‘Nederland over God’, als niet van de honderd genodigden er negentig hadden bedankt. Van de drie toezeggers stuurde alleen Bert zijn statement al op. “Of God bestaat, ik weet het niet. De religie rondom ons gaat van zijn bestaan uit, vanzelfsprekend. Dat is voor mij niet zo. Als ik ze hoor spreken, komt er onverbiddelijk ongeloof in mij op. Dan ben ik atheïst en wel volkomen. Zo hoor ik tot de verwereldlijkte mensheid van deze (post)moderne tijd. Nee, voor mij bestaat God niet. Toch is er iets anders in mijn leven: een stem die enerzijds binnen in mij is en die anderzijds tot mij komt. Ik kan die stem in ieder geval niet vereenzelvigen met wat ik zelf denk, hoop en vrees. Hij is niet zo duidelijk, het is meer een zachte fluistering vanuit een verborgen stilte. Maar het is een stem getuigend van licht, dat mij trekt. Door die beloftevolle stem word ik losgemaakt uit de betovering en omklemming van de bestaande wereld en gezet in een ruimte van vrijheid. Ik kom in beweging naar vrede, recht, vrijheid en gemeenschap toe. Het is een stem ‘die de stilte niet breekt’, zo zacht en innig, maar tegelijkertijd onweerstaanbaar. Die bindende stem noem ik- door de bijbel geleerd - God. Hij is weerloos tegen elke ontkenning, ook die van mij (en dat is goed), maar hij lat mij niet los. Hij boeit mij, bemoedigt en troost mij.”

Ter Schegget reduceert God tot de stem van het geweten was de kritiek van sommigen, waarop Bert antwoordde “als God die betekenis voor mensen zou hebben vind ik dat al heel wat”. Toch denk ik dat deze kritiek niet een helemaal juiste interpretatie van Bert’s statement is. Voor mij geldt in ieder geval en ik denk voor Bert ook, dat God de stem is die mijn geweten vormt en onderhoudt. Dat is wat anders dan dat die stem het geweten zelf is. Daarom zit die stem niet alleen in mij, maar komt hij ook tot mij. Het is de stem die opklinkt uit de Bijbel en die je ook niet elders moet zoeken. Daarin ben ik, door mijn vader geleerd, erg orthodox en was ik geraakt door het laatste optreden van wijlen professor Gerrit de Kruijf, die begin dit jaar, in deze kerk een emotionele oproep deed voor het behoud van de prediking in de liturgie.

Geweten, Liefde en Gerechtigheid

Over het geweten in de theologie van mijn vader is door andere sprekers al veel gezegd. Daarom beperk ik mij hier tot wat ik ervan in mijn opvoeding heb meegekregen. Zoals gezegd werden wij niet christelijk opgevoed en ontbrak dus ook de preek in de opvoeding, zowel in theologische als in moraliserende zin. Een benauwende moraliserende christelijke opvoeding, waar velen van mijn generatie onder gebukt gingen en zich van hebben losgemaakt, is mij bespaard gebleven. Daartegenover staat mijn opvoeding, die liefde- en gewetensvol handelen vanuit onafhankelijk van de heersende moraal gemaakte keuzes en een eigen verantwoordelijkheid daarvoor centraal stelt. En dat is niet mis. Immers, als het goede doen, niet per sé gestuurd hoeft te worden door de heersende wetten of moraal, dan moet er dus, wil je niet in volslagen anarchie ten onder gaan, een hogere orde zijn waaraan je je keuzes toetst. Die hogere orde is meer dan het individuele geweten. Als dat de enige toetssteen zou zijn dan kun je met een beroep op het geweten iedere keuze rechtvaardigen. Met dat soort zelfrechtvaardiging kwam je bij ons thuis niet weg.

Het onder appèl staan van die hogere orde heb ik altijd gevoeld zonder dat deze expliciet benoemd werd. Tegen de achtergrond van het eerder besproken statement van Bert zou je het God kunnen noemen, en dat lijkt mij ook juist, maar tegen de achtergrond va mijn opvoeding zou ik het liefde noemen. God werd bij ons thuis namelijk niet benoemd. Hij bleef, in mijn ogen terecht, in het verborgene, maar zijn kernwaarden, liefde en menselijkheid waren leidend.

Zo herinner ik mij een discussie met mijn vader over het verschil tussen rechtvaardigheid en gerechtigheid. We kwamen tot de slotsom dat gerechtigheid, rechtvaardigheid was waaraan liefde was voorafgegaan. Met andere woorden als iets conform de bestaande mores en wetgeving te rechtvaardigen is, is dat niet per definitie ook gerechtigheid. Of weer anders gezegd gerechtigheid brengt de komende stad dichterbij, rechtvaardigheid doorgaans niet. Dat is geen woordenspelletje of abstractie, maar heel concreet en actueel. Stel bijvoorbeeld dat illegaliteit inderdaad strafbaar wordt (en dat komt er aan) dan is het niet ondenkbaar dat de politie in openbare ruimten, zoals bibliotheken of scholen, op zoek gaat naar mensen zonder verblijfsvergunning. Als directeur van zo een instelling is het vanuit de wet gerechtvaardigd en mogelijk zelfs je plicht de politie zijn werk te laten doen. Vanuit het oogpunt van liefde tot de naaste, in het bijzonder de verdrukte en opgejaagde, is het echter volstrekt ongerechtvaardigd. Wie zijn hart laat spreken weigert in zo een geval de politie de toegang en overtreedt daarmee de wet met alle consequenties van dien, maar doet wel recht aan Gods woord en belofte.

Met betrekking tot de discussie over ‘bescheidenheid’ die we twee weken geleden met Dick Boer hadden zou ik hieraan dit willen toevoegen. Gerechtigheid doen vraagt veel moed, terwijl het in relatie tot alle ongerechtigheid in deze wereld maar nauwelijks verschil maakt, heel bescheiden dus, maar in het licht van de komende stad is het groots al was het alleen maar omdat een zo een daad het visioen present stelt.

Vrijheid en Verantwoordelijkheid

In het statement van Bert over God staat dat de door hem ontvangen stem hem losmaakt van de beklemming van de bestaande wereld en hem in een bevrijdend licht zet. Bevrijding en vrijheid zijn elementaire begrippen bij Ter Schegget. Van Bert heb ik geleerd elke bestaande orde onder kritiek te stellen. Het feit dat iets gevestigd is, is bij wijze van speken al reden genoeg er tegenaan te trappen. Al was het alleen maar om dynamiek te genereren, de discussie weer op gang te brengen. Dit kenmerkte ook zijn eigen optreden, wat hem vaak op onbegrip en afwijzing kwam te staan. Als het nu inderdaad zo was dat hij te pas en te onpas meende de vrijheid te hebben onrust te stoken dan zou ik de verontwaardiging hierover delen, maar zo was het niet. Het ging hem niet om de onrust, maar om de verontrusting. Wie met het oog op de Stad der Toekomst naar deze wereld kijkt raakt ernstig verontrust en kan zich het eenvoudigweg niet permitteren te zwijgen en het allemaal maar te laten gebeuren.

Tot de vrijheid om tegendraads te mogen, durven en moeten zijn ben je als mens geroepen. Zolang de tijd die alle tranen van de ogen zal wissen nog niet gekomen is roep je biddend en vloekend, desnoods stampvoetend ‘Wat is hier in Godverdomme gaande?!’ Zo een hartenkreet om gerechtigheid is geen ijdel gebruik van de Naam, maar een beroep op de Stad der Toekomst.

Het vrijheidsbegrip van Bert is dus niet de vrijheid te doen waar je zelf zin in hebt, je aan God noch Gebod te storen, maar het tegendeel, het is de vrijheid je enkel en alleen te storen aan Gods geboden. Die vrijheid geeft je de ruimte je kritisch, zo nodig zelfs anarchistisch of burgerlijk ongehoorzaam, te verhouden tot de gevestigde wetten en zeden en dat is heel bevrijdend. Daartegenover staat echter wel de bijna onmogelijke opgaaf enkel en alleen te gehoorzamen aan Gods geboden, waarvan de meeste de liefde is. En juist omdat dat het hoogste gebod is staat ook de vrijheid waar Bert over spreekt op de eerste plaats in dienst van de ander en niet, zoals tegenwoordig bijna vanzelfsprekend is, in dienst van jezelf.

Autonomie en Zelfstandigheid

Wat is in het licht van die ‘vrijheid door gehoorzaamheid’ de betekenis van autonomie? Bert heeft daar een hele preek aan gewijd die staat in het boekje Over menselijkheid en vrijheid. Wie precies wil weten wat hij over autonomie dacht kan het beste die toespraak zelf lezen. Ik beperk mij ertoe hier te vertellen wat Bert mij ervan heeft meegegeven. Autonomie betekent letterlijk dat je jezelf de wet stelt. In zijn puurste vorm zou dat betekenen dat er geen enkele andere instantie is dan jijzelf waardoor je je de wet laat voorschrijven. In relatie tot hetgeen al over vrijheid en gehoorzaamheid is gezegd is een ‘fundamentalistische’ autonome leefwijze niet houdbaar. Voorzover het echter om mijn zelfstandigheid en mondigheid gaat heb ik van mijn vader geleerd, en heeft hij mij ook voorgeleefd, dat er in deze wereld niets of niemand is waaraan ik horig ben of waar...

Boeken van Rochus Zuurmond:

  • God en de Moraal
  • Niet te geloven
  • In Hemelsnaam

Over het werk van Rochus Zuurmond:

  • De Apostolische geloofsbelijdenis, vaak simpelweg het Credo genoemd, is een fundament van het christelijk geloof en speelt een cruciale rol in zowel de leer als de liturgie van de kerk. In dit boek biedt Rochus Zuurmond een diepgaande uitleg van deze belangrijke tekst, geplaatst in de context van de tijd waarin deze is ontstaan. Door de klassieke termen zoals 'geloven', 'God', 'Kerk' en 'zonde' opnieuw te bekijken vanuit hun bijbelse oorsprong, laat Zuurmond zien hoe relevant deze oude belijdenis nog steeds is voor de moderne lezer. Dit boek is ideaal voor zowel geïnteresseerden in de theologie als voor iedereen die meer wil begrijpen van de basisprincipes van het christelijk geloof. Zuurmond's benadering is niet alleen verhelderend, maar ook verrassend, waardoor je de Apostolische geloofsbelijdenis als een leidraad kunt gebruiken bij het bestuderen van de soms complexe bijbelteksten. Met een heldere schrijfstijl en een toegankelijk formaat is dit boek geschikt voor een breed publiek, van studenten tot geïnteresseerde leken. De combinatie van historische context en actuele relevantie maakt het een waardevolle aanvulling op jouw boekenkast. Laat je inspireren door de inzichten van Zuurmond en ontdek hoe de Apostolische geloofsbelijdenis je kan helpen om dieper in de rijkdom van het geloof te duiken. | 160 blz.
  • De Apostolische geloofsbelijdenis ('het Credo') is na de bijbel misschien wel de meest centrale tekst van de kerk, zowel in leer als in liturgie. Rochus Zuurmond, kenner van de teksten van het vroege christendom, legt de Apostolische geloofsbelijdenis uit tegen de achtergrond van haar ontstaanstijd. Dan blijkt deze belijdenis een leidraad te zijn bij het lezen van de weerbarstige teksten van de bijbel.Zuurmond herijkt klassieke termen uit de geloofsbelijdenis, zoals 'geloven', 'God', 'Kerk' en 'zonde', opnieuw aan hun bijbelse oorsprong. Deze aanpak, die eigenlijk erg voor de hand ligt, verrast en toont de actualiteit van dit oude document. Door het Credo zijn status van leesregel terug te geven bewijst Zuurmond de 21e-eeuwse lezer - en de oude teksten - een grote dienst.
  • Zuurmond schreef ook over Het Onze Vader en de motieven achter verschillende vertalingen van dit gebed.
  • Prof. dr. Rochus Zuurmond (1930) is emeritus hoogleraar Bijbelse Theologie. Hij is kenner van de teksten van het vroege christendom en schreef o.a. een commentaar op Paulus’ brief aan de Galaten en een studie over de historische Jezus.

Recensies van 'Niet te geloven':

  • "Voor mij was dit boekje een verademing. In het kort - soms een beetje te kort - worden verbanden gelegd met de gedachtewereld van zoveel jaar geleden. We worden vervolgens op een indringende wijze terug gebracht naar de Bijbelse boodschap door een van de vooraanstaande leerlingen van de zogenaamde Amsterdamse School (denk aan bij voorbeeld Breukelman) [...] Het gaat om het ‘proeven’ van de woorden in hun oorspronkelijke betekenis [...] Opmerkelijk is dat door deze manier van handelen die ‘oude’ boodschap haast ongemerkt bijzonder actueel blijkt te zijn."- Confessioneel (G.
  • Artikel uit het Reformatorisch Dagblad van 08-10-2010, genaamd: 'Dr. Zuurmond: Laat Bijbel voor zichzelf spreken'. De titel spreekt voor zich.

tags: #rochus #zuurmond #niet #te #geloven #pkn