In de Bijbelstudie en prediking worden vaak diepgaande theologische concepten behandeld, waarbij de uitleg van Bijbelteksten centraal staat. Een van de meest besproken gedeelten is Matteüs 24, dat handelt over de eschatologie, oftewel de leer van de laatste dingen. Dit gedeelte, met de gelijkenis van de vijgenboom, biedt een rijke basis voor reflectie en interpretatie, met name in de context van de Adventstijd.
De Context van Matteüs 24
Jezus' rede in Matteüs 24, vaak aangeduid als de eschatologische rede, bevat een profetisch overzicht van toekomstige gebeurtenissen. Dit gedeelte is niet alleen gericht op de wederkomst van Christus, maar ook op gebeurtenissen die daaraan voorafgaan, zoals de verwoesting van de tempel in Jeruzalem in 70 n.Chr. De rede wordt gekenmerkt door een dubbele spanning: enerzijds de oproep tot waakzaamheid en alertheid, anderzijds de waarschuwing om niet misleid te worden door valse profeten.
De thematiek van Christus' komst heeft in de weken voorafgaand aan Kerst, met name tijdens de Advent, al aandacht gekregen in preken en liturgie. De Adventstijd, met de kleur paars die symbool staat voor rouw en inkeer, brengt een specifieke focus aan: het buigen naar de eerste komst van Christus, zonder de tweede komst uit het oog te verliezen. Deze focus op de eerste komst kan de verwachting van de tweede komst nieuwe kracht geven.
De gelijkenis van de vijgenboom wordt uit Jezus' eschatologische rede gekozen omdat deze een verband legt tussen de wederkomst, de voortekenen en de relatie tussen Jezus' eerste en tweede komst. Het is echter belangrijk om de interpretatie van deze gelijkenis zorgvuldig te benaderen. Wanneer de vijgenboom als symbool van het Joodse volk wordt gezien en de nadruk wordt gelegd op ontwikkelingen in Israël, kan dit minder passen bij de eerste Adventszondag.
In het gedeelte dat voorafgaat aan de gelijkenis, schetst Jezus een overzicht van de eschatologie. Hij spreekt over de verwoesting van de tempel en een periode van enorme verschrikkingen. Direct na deze verschrikkingen, zo horen we, zal de Mensenzoon terugkomen. Dit wordt gevolgd door het laatste oordeel. De chronologie is derhalve: tempelverwoesting (70 n.Chr.), grote verdrukking, wederkomst en laatste oordeel.
Jezus' rede wordt beheerst door een dubbele spanning: de oproep tot alertheid omdat het moment onverwacht kan komen, en de waarschuwing om niet misleid te worden, aangezien er voortekenen aan voorafgaan. Het rustig lezen van Matteüs 24:4-44, inclusief de gelijkenissen van de huisbewaarder en de tien meisjes, is essentieel om deze spanning te begrijpen.

De Betekenis van de Vijgenboom
Vanaf vers 32 verandert de stijl van Jezus' betoog. Hij gebruikt de vorm van de parabolè, een vergelijking die tot nadenken aanzet. De Nieuwe Vertalingen geven dit vaak weer met 'les', maar het is belangrijk te beseffen dat Jezus' parabels, in lijn met de Hebreeuwse masjal, bedoeld zijn om aan het denken te zetten.
Het beeld van de vijgenboom die uitloopt en in blad schiet, symboliseert de naderende zomer. De vijgenboom is een bladverliezende boom. In mediterrane streken, waar veel groenblijvende bomen en heesters groeien, valt dit beeld op. Het beeld is eenvoudig: het loopt uit op de zomer waarin de vruchten rijp zijn en geoogst kunnen worden. Al geruime tijd voordat de zomer begint, worden de takken zachter, komen knoppen aan, eerst bloemknoppen, daarna bladknoppen. Bij de vijgenboom komt het blad relatief laat, wanneer de vruchten al bijna rijp zijn. Het belangrijkste is echter dat het zachter worden en uitlopen van de takken een voorbode is van de komende zomer.
Door dit proces te schetsen, benadrukt Jezus de lange duur en het geduld dat gevraagd wordt. In vers 33 maakt Hij duidelijk wat de beelden betekenen: de uitlopende takken staan voor 'dit alles' (panta tauta), en de zomer staat voor het einde van de wereld. Dit sluit aan bij de tweeledige vraag van de leerlingen.
De vraag van de leerlingen in vers 3 gaat over de verwoesting van de tempel. Jezus spreekt hier uitgebreid over. Vers 34 wijst ook in die richting, met de opmerking dat de toenmalige generatie nog zou leven wanneer dit alles gebeurt. De uitdrukking 'deze generatie' (hè genea hautè) wordt wel opgevat als het menselijk geslacht. De verwoesting van de tempel en de stad (70 n.Chr.), de verspreiding van de bevolking en het begin van de grote verdrukking worden bedoeld met 'dit alles', en deze gebeurtenissen vonden plaats tijdens de generatie waar Jezus mee sprak.
Vanuit zijn eerste komst ziet Jezus vooruit naar zijn tweede komst. Zijn toespraak staat in het teken van zijn afscheid van de tempel. Het einde van de tempel staat in nauw verband met Jezus' offer aan het kruis. Een duidelijk teken hiervan is het scheuren van het voorhangsel in de tempel (Matteüs 27:51).
Interpretaties en Toepassingen
In de populaire exegese wordt de vijgenboom soms gezien als een symbool van Israël. De ontwikkelingen in Israël zouden dan aanwijzingen zijn voor een spoedige wederkomst. Echter, de meeste commentaren zien de vijgenboom niet als een metafoor voor Israël. De metafoor dient primair om het verband tussen de tempelverwoesting en de wederkomst aan te geven. Het zou literair gezien een vreemde constructie zijn als de vijgenboom tegelijkertijd als metafoor voor Israël fungeert, en bovendien is de vijgenboom geen veelgebruikt beeld voor Israël.
Bij de prediking en preekvoorbereiding is het belangrijk de literaire vorm van de parabel serieus te nemen en de manier waarop Jezus deze toepast in zijn betoog. Het aan het denken zetten door het beeld van de vijgenboom, en het mediteren over de gedachten die daarbij opkomen, kan verhelderend werken. Het zoeken naar afbeeldingen van vijgenbomen in verschillende stadia kan hierbij helpen.
De focus moet liggen op Christus, die in deze parabel aan het woord is. Hoe past dit woord in het grote geheel van zijn liefde en in het specifieke moment van zijn optreden? Op de eerste Adventszondag is de Sitz im Leben anders dan tijdens Jezus' eschatologische rede. De vraagstelling van de toehoorders is ook anders dan die van Jezus' eerste hoorders. Het is essentieel om de vraagstelling van de eigen hoorders scherp te krijgen: wat betekent Jezus' terugkomst voor hen?
De klassieke introïtuspsalm voor de eerste Adventszondag is Psalm 25: 'Zij die op u hopen worden niet beschaamd'. Het oecumenisch leesrooster voor het A-jaar geeft als lezingen Jesaja 2:1-5, Romeinen 13:8-14 en Matteüs 24:32-44.
De Bergreden en de 'Grote Kanteling'
De Bergrede van Jezus heeft velen geïnspireerd, waaronder Mahatma Gandhi, die erin een doorbraak zag van de gangbare orde van wraak en vijandschap. Jezus geloofde in een komende Nieuwe Wereld, gedragen door Gods Geest die door ons werkt. Dit geloof maakt intens gelukkig, zelfs als de realisatie nog niet zichtbaar is.
Matteüs schreef zijn evangelie voor Joodse gemeenteleden die het mogelijk niet gemakkelijk hadden. Hij sprak hen moed in met Jezus' woorden, door Jezus te presenteren als de 'Nieuwe Mozes'. Jezus schafte de Thora van Mozes niet af, maar lichtte de kern ervan uit en scherpte deze aan, met de nadruk op de doorbraak van Gods Nieuwe Wereld. Dit impliceert een inzet voor meer eerlijkheid, rechtvaardigheid en liefde.
De 'zaligsprekingen' in de Bergrede duiden op een diep, intens geluk dat voortkomt uit het besef dat verandering mogelijk is en dat Gods liefde doorbreekt. Dit geluk bestaat ondanks verdriet, tegenslag of vervolging, omdat er vertrouwen is in een betere toekomst. Jezus benadrukt dat deze verandering begint bij het volgen van Gods leefregels, maar ook bij het vertrouwen dat Gods liefde en vrede door ons heen werken.
De oproep 'Wie oren heeft om te horen, die moet ook horen!' (Marcus 4:9) gaat verder dan alleen luisteren. Het betekent horen wat de diepste bedoeling is en wat het persoonlijk betekent. De taal die er echt toe doet, is vaak haast onhoorbaar, zoals de stem van God die niet in stormen, aardbevingen of vuur klinkt, maar in een 'ijle stilte' (1 Koningen 19:12-15).
Het verhaal van Samuel, wiens naam 'van God gehoord' betekent, illustreert dit. Hanna's gebed werd gehoord, en haar zoon werd aan God toegewijd. De oneerlijkheid en corruptie in het heiligdom van Silo, beschreven in de Bijbel, onderstrepen het belang van het horen van Gods stem te midden van misstanden.
Waakzaamheid en Visie
Advent kent een dubbel gezicht: de verwachte komst van de Messias en de kleur paars die staat voor inkeer en rouw. Dit zien we terug in de teksten: de hoopvolle profetie van Jesaja over de omgesmede zwaarden, naast de meer sombere passage in Matteüs over het oordeel dat samenhangt met Christus' komst.
Het ontbreken van een visie op hoe het goed kan komen met de wereld, maakt de Advent soms donker. Politiek wordt dan een zaak van opportunisme zonder een helder plan voor de lange termijn. Jesaja's visioen van een nieuwe toekomst, de toekomst van de Heer, is echter geen eigen wensdroom, maar een visioen dat van elders komt. Dit visioen moet geleerd worden, uit de wet van de Heer en uit de Bergrede van Jezus, die een totaal andere manier van leven en politiek bedrijven voorstelt.
Mensen met een visioen worden vaak weggezet als idealisten. Toch is een doel voor ogen hebben, ergens naartoe kunnen leven, essentieel. De rede uit Matteüs, die spreekt over de laatste of beslissende dingen, benadrukt dit. We leven in het 'voorlaatste', met het zicht op de wederkomst van Christus, maar de omstandigheden zijn nog niet zo.
De gelijkenis van de vijgenboom illustreert dat wanneer de voortekenen zichtbaar worden, de zomer nabij is. Dit geldt ook voor de komst van de Mensenzoon. De gebeurtenissen rond 70 n.Chr. met de tempelverwoesting kunnen voor het Joodse volk beleefd zijn als het einde van de wereld. De profetie dat 'dit geslacht niet voorbij zal gaan' wijst hierop.
De grote dag des Heren wordt vergeleken met de dagen van Noach: een puinhoop in de wereld, terwijl men vrolijk doorgaat. De komst van de Mensenzoon is onverwacht en brengt scheiding teweeg. Daarom is waakzaamheid geboden: het visioen levend houden en ervoor willen werken.
De laatste gelijkenis, die van de dief in de nacht, benadrukt de onverwachtheid van de komst van de Zoon des Mensen. Waakzaamheid is hierbij niet passief afwachten, maar actief zijn, zoals de oproep op 4 mei om waakzaam te zijn tegen nieuw opkomend fascisme. Het is zich voorbereiden, de weg bereiden, licht brengen in de duisternis en het visioen van Jesaja voor ogen houden.