De Oorsprong en Terminologie van het Avondmaal
In de kerkelijke traditie heeft het avondmaal, meer nog dan de doop, de reputatie terug te gaan op Jezus zelf. Immers, in de liturgie worden de inzettingswoorden als prominent onderdeel van de viering gereciteerd. Jezus heeft een aards, lijfelijk leven geleefd. Toen Hij zijn leven gaf, gaf Hij zijn lichaam en zijn bloed. Hij heeft zijn leerlingen opgedragen om brood en wijn te nemen en te eten en te drinken als zijn lichaam en zijn bloed (Matteüs 26: 26-28; Marcus 22-24). Paulus en Lucas berichten dat Hij hen de opdracht heeft gegeven om Hem op deze wijze te gedenken (1 Korintiërs 11: 24-25; Lucas 22: 19-20).
De notie dat deze sacramentele maaltijd, die verwijst naar het lot, maar ook naar de prediking én de wederkomst van Jezus Christus, teruggaat op de Heer zelf, is van groot belang in de kerkelijke praktijk van het avondmaal. De term ‘sacrament’ is in dit verband een anachronisme voor de eerste eeuw; het is beter te spreken van ‘ritueel’. Daarmee komt het avondmaal van de eerste eeuw te staan in een bredere context van gedefinieerde en ongedefinieerde ritualiteit.
De term ‘sacrament’ in de strikte zin van het tweede deel van deze beschrijving bestond nog niet in de eerste eeuw, en het vroege christendom had ook geen sacramentele trekken. Bovendien komt de term ‘mysterie’ in het Nieuwe Testament niet voor als aanduiding van de rituele maaltijd van de christenen. De term ‘sacrament’ is in het moderne spraakgebruik te verstaan als een door de kerkelijke traditie geautoriseerde vorm van ritualiteit waarin Gods heil bemiddeld wordt door middel van een ritueel protocol. In de eerste eeuw bestaat deze vorm van kerkelijke traditie nog niet, is de beschreven vorm van structurering afwezig en bijgevolg is er dus evenmin sprake van autorisatie. Wie bij een analyse van het vroegste christelijke materiaal spreekt van ‘sacrament’ of ‘sacramentaliteit’ pleegt derhalve een theologisch anachronisme, dat weliswaar wijd verbreid, maar toch ook liever te vermijden is.
In algemene zin lijkt de term ‘ritueel’ beter te passen, opgevat in de brede zin waarin de term in het veld van ritual studies en de antropologie gebruikt wordt. Een vergelijkbaar terminologisch probleem doet zich voor bij de term ‘avondmaal’. In de protestantse traditie is deze term de gangbare aanduiding, terwijl in katholieke en in orthodoxe kringen de aanduiding ‘eucharistie’ normaal is. De laatste term is meer verworteld in de teksten en tradities van de christenen van de eerste twee eeuwen dan de protestantse aanduiding, maar het is goed om te onderstrepen dat in de oudste tekst waarin van dit specifieke ritueel melding gemaakt wordt, de aanduiding een andere is: de ‘maaltijd van de Heer’ (κυριακὸν δεῖπνον; 1 Kor. 11:20).
Ritualiteit in de Eerste Eeuw
Ritualiteit was in de eerste eeuw als verschijnsel een bekend cultureel gegeven, zoals het dat in alle culturen overigens is, maar tevens dat christelijke rituelen niet formeel uitgekristalliseerd waren. Daardoor is er in de literatuur van de vroegste christenen relatief vaak discussie over de werking en vormgeving van rituele handelingen. Dit is zonder twijfel de achtergrond van Paulus’ verhandeling over de maaltijd van de Heer in 1 Kor. 11:20-34. In zijn betoog in dit hoofdstuk poogt Paulus structuur aan te brengen in het ritueel samenkomen van de Korintiërs. Zou er een heldere, voor iedereen duidelijke bestaande rituele praktijk geweest zijn, dan was deze poging overbodig geweest.
Plinius de Jongere beschreef de samenkomsten van christenen in de vroege ochtend op een vaste dag in de week (vermoedelijk de zondag), voor het aanbreken van de dag. Dit betekent, dat deze bijeenkomsten in het teken gestaan moeten hebben van de traditionele nachtwake ter herinnering aan een overledene. De christenen zongen liederen voor of tot Christus en legden geloften af om een zuiver leven te leiden, elementen die ontleend lijken te zijn aan de Tien Geboden.
Beschrijvingen van de samenkomsten van de Christusgroepen in oudere teksten, met name dan de brieven van Paulus, suggereren dat er in deze bijeenkomsten gezongen werd, dat er gebeden werd, dat er uit de geschriften van de joodse bijbel en van de apostelen gelezen werd. Met dit alles komt het beeld van een wekelijkse liturgie erg dichtbij, zij het dan dat die term suggereert dat er een vastgestelde structuur was. Zo laat zich reconstrueren dat christenen al in de eerste eeuw op zondag samenkwamen bij het krieken van de dag, nog voor zonsopgang, om tot Christus liederen (gebeden?) te reciteren en/of te zingen, om hun geloftes af te leggen en/of te bekrachtigen en door deze bijeenkomst de dood en opstanding van hun gestorven Heer te herdenken.
Los hiervan werden maaltijden gehouden, vermoedelijk op de avond, eveneens ter herdenking aan de gestorven (en opgestane) Heer. Mensen die tot deze kring wilden toetreden, werden op een apart moment en op een aparte tijd gedoopt door onderdompeling in water en werden aldus aan God en Christus gewijd. Deze reconstructie betekent dat er voor de vroegste christenen in ieder geval drie vormen van ‘liturgie’ waren: de wekelijkse wake voor Christus (op de vroege zondagochtend), de maaltijd van de Heer (mogelijk op de avond van de zondag) en de doop van nieuwe christenen.

De Maaltijd van de Heer in de Eerste Eeuw
De term die Paulus gebruikt voor de maaltijd van de gemeente in 1 Kor. 11:20 is ‘maaltijd van de Heer’ (κυριακὸν δεῖπνον). Plinius wijst erop dat christenen in de vroege ochtend samenkomen, op een vastgestelde dag van de week. Opb. 1:10 spreekt over die vastgestelde dag als de ‘dag van de Heer’ (ἐν τῇ κυριακῇ ἡμέρᾳ) en Hand. 20:7 maakt duidelijk dat de eerste dag van de week, de zondag dus, de dag was waarop de volgelingen van Jezus samenkwamen om ‘het brood te breken’, dus: te eten. Dit moet dus wel op de avond van de zondag geweest zijn, waardoor we kunnen opmaken dat christenen de zondag in alle vroegte met elkaar begonnen en de dag afsloten door met elkaar te eten.
De term ‘eucharistie’ komt in de geschriften van het Nieuwe Testament niet voor als aanduiding van de rituele maaltijd, maar wel in Didache 9:1, Ignatius, Filadelfia 4 en Justinus de Martelaar, Apologie I,66. Het vers in de Didache (9:1) is leerzaam, omdat deze tekst een soort eerste kerkorde is en dit hoofdstuk er duidelijk op gericht is de viering van de eucharistie op de juiste wijze te organiseren. De nadruk in het hoofdstuk valt op het ‘dankzeggen’. Hiermee wordt heel de maaltijd in het kader van ‘dankzegging’ geplaatst, hetgeen benadrukt dat deze maaltijd een herinneringsmaaltijd is, die het sterven van Christus plaatst in het kader van de toekomstverwachting van het Koninkrijk van God. Interessant genoeg sluit de instructie in de Didache af met de mededeling dat alleen gedoopten toegang dienen te krijgen tot deze maaltijd (9:5).
Langzamerhand begint een beeld te ontstaan van de maaltijd van de Heer als een dankzeggingsmaaltijd, ter herinnering aan de gestorven Jezus Christus, verwijzend naar het komende Koninkrijk van God. Paulus maakt in 1 Korintiërs 11:23-26 melding van een laatste maaltijd van Jezus met zijn leerlingen, ter gelegenheid waarvan hij een spreuk over wijn en brood zou hebben uitgesproken. Hij zou een ‘dankgebed’ hebben uitgesproken over een brood (εὐχαριστήσας), het rondgedeeld hebben, en vervolgens ‘na de maaltijd’ (aldus Paulus) wijn hebben doen rondgaan. De synoptische evangeliën vertellen alle drie hetzelfde verhaal, maar in een belangrijk opzicht niet overeenkomend. De oudste van de drie versies is Marcus 14:17-31. In dit verhaal spreekt Jezus een zegen uit over het brood, een dankgebed over de wijn, voegt hij vergelijkbare woorden toe als in 1 Kor. 11:23-26.
De parallel in Matt. 26:20-25 komt zo goed als woordelijk overeen met de versie van Marcus, maar dat is anders in Lucas. Daar, in 22:14-23, neemt Jezus eerst een beker met wijn, deelt die rond, en pas daarna volgt het brood. Lucas voegt, in overeenstemming met Paulus, de betekenis van de maaltijd ter ‘gedachtenis’ toe, anders dan Marcus en Matteüs. De volgorde van wijn en brood in Lucas is dezelfde als in Didache 9. Daar is het ook eerst de beker die rondgedeeld wordt (vers 2), gevolgd door het brood (vers 3). Het verschil in volgorde duidt erop dat de verschillende versies van het verhaal van brood en wijn beïnvloed zijn door uiteenlopende avondmaalspraktijken die aan de verhalen ten grondslag liggen.
In Johannes 13:21-26 komt wel de episode voor die in de synoptici voorafgaat aan de zogenaamde ‘inzettingswoorden’, namelijk het aanwijzen van Judas als verrader, maar het verhaal over brood en wijn ontbreekt hier. Des te opvallender is het dat in Johannes 6:29-51 Jezus zichzelf bestempelt als het levende brood. In de uitleg die op zijn redevoering volgt (vv. 52-59), combineert Jezus zelf het beeld met wijn. In een onmiskenbaar eucharistische toespeling legt Jezus uit dat zijn betekenis ligt in het eten van zijn vlees (brood) en het drinken van zijn bloed (wijn).

Het Avondmaal in de Protestantse Traditie
Voor protestantse christenen is het Paasfeest in het voorjaar het belangrijkste geloofsfeest. Ze vieren dan de opstanding van Jezus Christus uit de dood. Iedere zondag (de eerste dag van de week) is voor christenen de kerkdienst een herdenken van Pasen. Het is op de vroege ochtend van de eerste dag dat vrouwen het graf van Jezus leeg aantroffen. De zondag is daarom een feestdag. Waar rooms-katholieken spreken over ‘eucharistie’ en ‘mis’, gebruiken protestanten de termen ‘avondmaal’ en ‘eredienst’.
Geregeld vieren protestanten avondmaal, in sommige protestantse kerken zelfs in iedere dienst. Hoe strenger de kerk, hoe belangrijker de zondagsrust wordt gevonden. In sommige protestantse kerken gaan de mensen twee keer op zondag naar de kerk, ’s ochtends en aan het einde van de middag.
Het Heilig Avondmaal is een van de twee sacramenten in de Protestantse Kerk, naast de Heilige Doop. Voor veel gelovigen vormt het een cruciaal moment van gemeenschap met Christus en andere gelovigen. Wereldwijd vieren christenen het Heilig Avondmaal, dat ook wel de Maaltijd van de Heer wordt genoemd. Zij komen samen rond de Tafel van de Heer en nuttigen brood en wijn. Door het vieren van dit sacrament ervaren zij Gods aanwezigheid en ontvangen zij Zijn genade.
Het woord sacrament is afgeleid van het Latijnse woord sacramentum, dat ‘heilig (geloofs)geheim’ betekent. Beide sacramenten worden verstaan als door Christus zelf ingesteld, en rechtstreeks terug te voeren op het Woord van God in de Bijbel. In de nacht waarin Jezus Christus werd verraden en uitgeleverd vierde Hij met zijn discipelen (leerlingen) een Pesachmaaltijd, waarbij Hij hun brood en wijn gaf. De woorden die Hij daarbij sprak lezen wij in de Bijbel (1 Kor. 11:23-25; Matt. 26:26-28; Marc. 14:22-24; Luc. 22:19-20). Christus heeft ons opgedragen het Heilig Avondmaal steeds opnieuw te vieren, tot Zijn gedachtenis (‘doet dit tot mijn gedachtenis’).
Door het vieren van dit sacrament komen wij nader tot God, ervaren wij Zijn aanwezigheid in de gemeenschap van gelovigen en met alle Heiligen, en wij ontvangen Zijn genade. Het sacrament vormt een zichtbaar teken (symbool) en zegel (bevestiging) van Zijn genade. Het Heilig Avondmaal is een bijzondere maaltijd, met een heel bijzondere betekenis en werking. Het is Christus zelf die ons uitnodigt om deel te nemen aan het maal aan Zijn tafel, in gemeenschap met Hem. God wil in en door het Heilig Avondmaal bij ons aanwezig zijn, in Zijn gemeenschap van gelovigen.
Wanneer wij het Heilig Avondmaal vieren, brood en wijn eten en drinken als Zijn offer voor ons gegeven in lichaam en bloed, gedenken wij dat Hij heeft geleefd, geleden en is gestorven tot vergeving van al wat ons van God scheidt: onze zonden. Maar wij gedenken en vieren ook dat Hij is opgestaan uit de dood. Het is Christus zelf, de levende God, die wij door het Heilig Avondmaal als gave ontvangen. God wil bij ons zijn, onder ons mensen.
Het vieren van het Heilig Avondmaal vormt een bijzonder moment waarop eenieder die eraan deelneemt individueel nader komt tot God, maar waardoor wij als mensen ook nader komen tot elkaar. Wij worden op een nieuwe manier één in Zijn gemeenschap, als broeders en zusters in het lichaam van Christus. Door het vieren van het Heilig Avondmaal krijgen wij ook een voorproef op het Koninkrijk van God, dat Jezus Christus heeft verkondigd. Wij proeven in de bijzondere tekenen van brood en wijn het Koninkrijk van God, en zien hoopvol uit naar Zijn wederkomst.
Gemeenten die behoren tot de Protestantse Kerk vieren het sacrament van het Heilig Avondmaal ten minste viermaal per jaar, maar veel gemeenten vieren het vaker. Het Heilig Avondmaal wordt gevierd in de eredienst op zondagen en veelal tijdens hoogtijdagen (feestdagen). Voor het vieren van het Heilig Avondmaal wordt de avondmaalstafel (in de Lutherse traditie ook wel altaar of altaartafel genoemd) gedekt als de Tafel van de Heer met brood en wijn. De voorganger (predikant) citeert bij het breken van het brood en het gieten van de wijn de zogenaamde instellingswoorden.
Iedereen die zich geroepen weet door de persoonlijke uitnodiging van Christus tot deelname aan het sacrament van het Heilig Avondmaal ontvangt de tekenen van brood en wijn. Er zijn verschillende liturgische vormen waarmee de gemeenten die behoren tot de Protestantse Kerk het Heilig Avondmaal bedienen. In een deel van de gemeenten komen de gemeenteleden naar voren naar de avondmaalstafel om het Heilig Avondmaal te ontvangen. In andere gemeenten wordt het Heilig Avondmaal aan gemeenteleden op hun eigen plaats in de kerk bediend, waarbij brood en wijn worden doorgegeven door de banken- of stoelenrijen.
In sommige gemeenten mogen alleen belijdende leden deelnemen, terwijl andere gemeenten iedereen uitnodigen die zich door Christus geroepen voelt. Voor gemeenten die zich verbonden weten met de hervormde en gereformeerde tradities vormt het afleggen van de openbare geloofsbelijdenis vaak een voorwaarde om deel te nemen aan het Heilig Avondmaal. Deze gemeenten laten alleen belijdende gemeenteleden toe tot het sacrament. Andere gemeenten laten ook doopleden toe die (nog) geen openbare belijdenis van het geloof hebben afgelegd. Ten slotte zijn er ook gemeenten die onvoorwaardelijk iedereen die zich door Christus geroepen weet toelaten tot het sacrament van het Heilig Avondmaal. Dit betreft voornamelijk de gemeenten die zich verbonden weten met de lutherse traditie.
Wat is het belang van het avondmaal / de christelijke communie?
Diverse Rituelen binnen de Protestantse Kerk
Binnen de Protestantse Kerk zijn er diverse rituelen die mensen kunnen helpen bij belangrijke momenten in het leven. Deze rituelen worden samen met de gemeente vormgegeven om Gods nabijheid, troost of zegen te vragen.
- Geboorte en Doop: Bij de geboorte of komst van een kind kan de dopeling besprenkeld worden met water, een teken van reiniging, Gods liefde en trouw. De doop betekent ook dat men erbij hoort: kind van God en van de gemeenschap van de kerk. Er zijn voorbereidende gesprekken en bijeenkomsten voor doopouders.
- Volwassen Doop en Geloofsbelijdenis: Voor mensen die kiezen voor het christelijk geloof, is de volwassen doop en geloofsbelijdenis het bijbehorende ritueel. De groep ‘Bewust Geloven’ biedt hiervoor een voorbereiding.
- Kennismaking en Lidmaatschap: Voor nieuwe leden of mensen die zich willen verbinden met de protestantse geloofsgemeenschap is er een kennismakingsgesprek met de predikant en de welkomstcommissie.
- Huwelijk: De kerk biedt de ruimte om de keuze van bruid en bruidegom voor elkaar bij God neer te leggen en een zegen te ontvangen voor de nieuwe levensfase. Huwelijken tussen man en vrouw, man en man, en vrouw en vrouw kunnen ingezegend worden. De kerk kan ook gehuurd worden voor een burgerlijk of kerkelijk huwelijk.
- Ziekte en Zorg: ‘De zieken bezoeken’ is een van de ‘werken van barmhartigheid’. Zieken kunnen rekenen op aandacht van de predikant, de pastorale raad en wijkcontactpersonen. Er is ruimte voor troost en bemoediging, en er is een (huis-)liturgie voor ziekenzalving of zegen.
- Overlijden en Afscheid: Bij het laatste kruispunt in het leven, de dood, is steun en medeleven belangrijk. De geloofsgemeenschap en de predikant bieden woorden van hoop en troost. Er kan samen invulling gegeven worden aan het afscheid, zoals een uitvaart, dankdienst voor het leven of een dienst van woord en gebed.
Vieren in de kerk kan een bijzondere ervaring zijn, waarbij de schoonheid van muziek, woorden en het delen van brood en wijn meer betekenis krijgen door het onderzoeken van de liturgie. Dit kan leiden tot een dieper begrip van waarom en hoe we vieren in de kerk.
