Dit artikel, oorspronkelijk gepubliceerd in de Hoeksche Waard Exclusief van augustus 2017, belicht de geschiedenis en de hedendaagse situatie van de Oud-Gereformeerde gemeenten, met een specifieke focus op Goudswaard. Het verhaal begint echter met de recente geschiedenis van de voormalige pastorie aan de Molendijk 26 in Goudswaard, die sinds oktober 2017 in het bezit is van Bas Schelling en zijn partner Mijke Buit.
Mijke Buit, oorspronkelijk afkomstig uit de arbeidersbuurt Vreewijk in Rotterdam-Zuid en later woonachtig in Prinsenland, had aanvankelijk geen sterke wens om in Goudswaard te gaan wonen. De nabijheid van Rotterdam met zijn faciliteiten zoals bioscopen en restaurants trok haar meer aan. Bas Schelling daarentegen, wiens vader een bekende vrijwilliger in het dorp was, had een diepe band met Goudswaard en het leven in de Hoeksche Waard. Dit besef beïnvloedde hun zoektocht naar een woning; de oorspronkelijke intentie om dichter bij de A29 te wonen, nabij hun werk in Breda (Mijke) en Oud-Beijerland (Bas), werd bijgesteld.
Na een periode van proefwonen in Bas’ oude huis, en diverse bezichtigingen in de regio, bezochten zij uit nieuwsgierigheid de voormalige pastorie. Aanvankelijk leek het huis te groot voor hen beiden, maar een tweede bezoek veranderde alles. De prachtige ligging, de historie van het pand en de natuurlijke omgeving, met een enorme kastanjeboom en de nabijheid van natuurgebieden, maakten direct indruk. Mijke voelde zich er meteen thuis en waardeerde de rust en ruimte, in contrast met de hectiek van de stad. Ze heeft zich aangepast aan de dorpse gebruiken en voelt zich nu een echte Goudswaardse, mede geholpen door het feit dat Bas er is opgegroeid en iedereen kent. Het sociale contact, waarbij iedereen elkaar op straat groet en aanspreekt, is iets wat ze enorm waardeert en in Rotterdam niet gewend was.

Ook Bas geniet van zijn nieuwe bezit. De ruime tuin is geliefd bij hun Afrikaanse waakhond, en biedt een thuis aan diverse vogels, waaronder een koppeltje grote bonte spechten en groenlingen. De achtertuin, die ooit groter was toen deze nog bij de kerk hoorde, is nog steeds aanzienlijk. In 1995 werd het kerkelijke bezit gesplitst, waarbij de oude pastorie in de particuliere verkoop ging en er voor de dominee een nieuwe pastorie werd gebouwd dichter bij de kerk van de ‘Hervormde Gemeente Goudswaard’.
De privatisering van de pastorie was een praktische oplossing voor een probleem: de aanwezigheid van de boktor. De nieuwe particuliere eigenaar liet deze houtaantastende insecten bestrijden, waarbij sommige dakdelen werden vervangen en andere delen werden afgeschaafd en bewerkt. Het pand, daterend uit 1912, werd na de privatisering in 1995 bewoond door twee families, elk voor ongeveer tien jaar. Bas en Mijke zijn de derde particuliere eigenaren van dit opvallende pand aan de Molendijk.
Bas heeft onderzoek gedaan naar de historie van het huis. Vanuit de kerk is vernomen dat het archief verloren is gegaan, mogelijk door onderwaterzetting tijdens de inundatie, waardoor kerkdiensten toen in Oud-Beijerland werden gehouden. De bouw van het huis werd aangekondigd in het Rotterdams Nieuwsblad van 9 februari 1912, als vervanger van een in verval geraakt achttiende-eeuws exemplaar dat dichter bij de kerk stond. De eerste bewoners waren Pieter Gerard de Veij Mestdagh en Ernestine Marie de Vidal de Saint-Germain. Hun zoon Cornelis Nicolaas Jan werd hier in 1914 geboren. Bas hoopt dat recentelijk getraceerde archiefstukken in Dordrecht meer kennis over het huis zullen toevoegen.
Oude ansichtkaarten tonen de veranderingen aan het huis en de tuin door de jaren heen. Een ijzeren brug over de sloot gaf toegang tot het huis, en aan de oostelijke zijde werd een serre gebouwd, die nog steeds een geliefde plek is. Het paar beschrijft de staat van de voormalige pastorie als ‘goed’; het pand heeft de tand des tijds doorstaan dankzij de solide bouw van ruim een eeuw geleden. Met meer dan 200 vierkante meter vloeroppervlak verdeeld over de begane grond, een koele kelder, de eerste verdieping en een ruime zolder, biedt het huis een ruimtelijk gevoel met veel lichtinval door hoge plafonds en raampartijen. Ze hebben weinig aan het huis hoeven te doen, behalve het aanschaffen van een houtkachel en het laten repareren van zaken als het marmer in de gang, omdat ze zuinig zijn op hun huis.
Het pand wordt door de gemeente Korendijk bestempeld als ‘bezit van hoge cultuurhistorische waarde’, iets waar Bas en Mijke trots op zijn. Voor hen blijft het echter vooral een prettig huis om in te wonen. Ze hechten waarde aan het in stand houden van een stukje geschiedenis en bieden iedereen de mogelijkheid om ervan te genieten. Ze zijn praktisch ingesteld en blij dat alles nog functioneel is, en kijken uit naar het voorjaar.
De Ontwikkeling van Oud-Gereformeerde Gemeenten
Het artikel duikt vervolgens dieper in de geschiedenis van de Oud-Gereformeerde gemeenten in Nederland. In 1907 ontstond naast het gevormde verband van de Gereformeerde Gemeenten ook een formatie genaamd de Oud-Gereformeerde Gemeenten, met Ds. Laurens Boone als enige predikant. Dit artikel schetst de ontwikkeling van deze gemeenten tot op heden.
Vroege Ontwikkelingen en Afsplitsingen
Na 1907 volgde al snel de instituering van Oud-Gereformeerde Gemeenten te Bolnes, Numansdorp en Zierikzee, waar Ds. Boone reeds regelmatig voorging. Na het overlijden van Ds. JACOB VAN LEEUWEN Pz. in 1913, sloten de gemeenten Barneveld, Eist (U), Neerlangbroek en Woudenberg van zijn groep zich aan, evenals de Vrije Geref. Gemeente te Amersfoort.
In de jaren twintig ontstonden er nieuwe gemeenten, onder andere te Oostburg, waar een deel van de Gereformeerde Gemeente zich aansloot bij de Oud-Gereformeerde Gemeenten. In de jaren dertig voegden zich de "Bakkeriaanse" gemeenten te Achterberg, Oosterland en Sint-Maartensdijk aan, na het wegvallen van Ds. Van der Garde. Te Terneuzen ontstond een gemeente die zich na het vertrek van Ds. Mieras in 1944 verenigde met de "Bakkeriaanse" gemeente aldaar en zich aansloot bij de Federatie van Oud-Geref. Gemeenten.
Tegelijkertijd onttrokken gemeenten zich aan het verband, zoals te Genemuiden, Haamstede en Oudewater, die zich aansloten bij de Gereformeerde Gemeenten. De gemeente te Zuidwolde (Dr.) ging teniet en die te IJsselstein (U) werd zelfstandig.
Oefenaars en Opvolging
Naast Ds. Boone waren er diverse oefenaars die de gemeenten dienden, waaronder A. Spijkhove, J. Bisschop, P. Beekman, P. Kolijn en J. Vijverberg. Na het emeritaat van Ds. Boone in augustus 1934, werd Ds. WILLEM HUIBRECHT BLAAK op 12 september 1934 zijn opvolger. Geboren te Goudswaard op 23 maart 1871, was Blaak jarenlang ouderling van de gemeente te Nieuw-Beijerland en lerend-ouderling te Sint-Philipsland. Hij ging in 1947 met eervol emeritaat en vestigde zich te Geldermalsen, waar hij de plaatselijke gemeente en andere vacante gemeenten diende. Hij overleed op 11 december 1957.
Door Ds. Blaak werden nog enkele oefenaars tot predikant bevestigd: Ds. M.A. Mieras (1942), Ds. C. van de Gruiter (1943) en Ds. D. van Leeuwen (1946).
De Federatie van Oud-Geref. Gemeenten
Naast het verband van Ds. Boone bestond er sinds 1922 een andere formatie: de Federatie van Oud-Geref. Gemeenten, gevormd op een vergadering te Kampen op 14 juni 1922 onder leiding van Ds. CORNELIS DE JONGS. Ds. De Jonge, geboren te Tholen, had zich met een deel van de Oud-Geref. Gemeente te 's-Gravenhage bij de "Ledeboeriaanse" gemeenten aangesloten en werd daar toegelaten als oefenaar. Na de vereniging met de Kruisgemeenten in 1907 volgde hij Ds. Boone en werd hij oefenaar in het door deze gevormde verband. In 1912 nam hij een beroep aan van de zelfstandige Oud-Geref. te Kampen.
Aanvankelijk bestond het kerkverband van Ds. De Jonge uit vijf gemeenten: Kampen, Den Helder, Rijssen-Wal, Doetinchem en Utrecht. Later sloten zich nog gemeenten aan, zoals Dordrecht, Scheveningen, Giessendam, Kralingse Veer, Capelle aan den IJssel, Grafhorst, Lisse en Enkhuizen. De gemeente Rijssen-Wal onttrok zich in 1933 en sloot zich aan bij de Gereformeerde Gemeenten. In 1937 trad Ds. N. van dor Kraats uit het verband, en in 1943 Ds. M. Overduin. In 1945 werden Ds. B. Hennephof en de gemeente Scheveningen buiten het verband gesloten, evenals Ds. G.J. Zwoferink te Kampen en zijn gemeente.
Fusie en Verdere Ontwikkelingen
In 1946 werd een samenspreking gehouden tussen de kerkverbanden van Ds. Boone en Ds. De Jonge met het oog op een fusie. Uiteindelijk werd in februari 1948 op een vergadering van commissies uit beide verbanden tot fusie besloten. De eerste vergadering van het nieuwe verband OUD - GEREFORMEERDE GEMEENTEN IN NEDERLAND werd op 22 april 1948 te Utrecht gehouden.
De gemeenten van Ds. Boone gaven hiermee hun "Ledeboeriaanse" standpunt prijs, evenals hun eisen inzake het verplicht zingen van de psalm berijming van Datheen en het ambtsgewaad voor predikanten. Gemeenten zoals die van Ds. C. VAN DE GRUITER te Oostburg en de gemeenten te Achterberg, Elst (U) en Waddinxveen, hadden echter bezwaren tegen de fusie en bleven zelfstandig. Pas in 1959 deden zij een verzoek tot toelating, waarop gunstig werd beslist.
In 1950 trad Ds. A. de Reuver te Terneuzen met zijn gemeente uit het verband. In 1953 onttrok de gemeente te Apeldoorn zich grotendeels. Hiertegenover staat de instituering van nieuwe gemeenten te Amsterdam, Ede, Ermelo, Hilversum, Leeuwarden, Ooltgensplaat, Oud-Beijerland, Rotterdam-Zuid en Urk. Ook sloten zich zelfstandige Oud-Geref. Gemeenten aan, evenals de Chr. Geref. Gemeente (B.V.) te Veenwouden.
In 1952 traden enige uitgetreden Chr. Geref. Kerken tot het verband toe, zoals Nieuwleusen, Puttershoek en Leersum. In 1960 trad Ds. W. BAAIJ, predikant van de Chr. Geref. Kerk te Doorn, met zijn gemeente uit het kerkverband en werd toegelaten tot de Oud-Geref. Gemeenten in Nederland. In 1966 trad de Chr. Geref. Gemeente te Urk tot het verband toe.
In de loop der jaren werden nog enkele oefenaars tot predikant bevestigd. Buiten de "werkelijke" gemeenten preekte Ds. Boone ook voor groepen of gezelschappen. Het kerkverband der Oud-Gereformeerde Gemeenten in Nederland telt thans 60 gemeenten, bediend door 9 predikanten en 2 oefenaars. De leer staat op de bodem der Heilige Schrift en de Drie Formulieren van Enigheid, met de Dordtse Kerkenordening van 1618/19 als basis voor de kerkregering.

Politieke Betrokkenheid: Ds. W.H. Blaak in Goudswaard
Een fascinerend aspect van de geschiedenis van Goudswaard en de Oud-Gereformeerde gemeenten is de politieke betrokkenheid van enkele vooraanstaande figuren. Met name de rol van Ds. WILLEM HUIBRECHT BLAAK (1871-1957) in de lokale politiek van Goudswaard wordt belicht.
Willem Huibrecht Blaak: Van Boerenarbeider tot Wethouder
Willem Huibrecht Blaak, geboren in Goudswaard, bracht zijn eerste zestig levensjaren door in het polderland rondom het dorp. Na een periode van spirituele strijd en een diepe bekering op 17 december 1900, ontwikkelde hij zich tot een actief lid van de Oud Gereformeerde Gemeente te Nieuw-Beijerland. In 1911 werd hij tot ouderling gekozen. Naast zijn kerkelijke werk begon hij in 1914 op een eigen boerderij.
Op 30 en 16 augustus 1911 werden de geloofsbrieven van C. van Schouwen en W.H. Blaak onderzocht, gekozen tot leden van de Gemeenteraad van Goudswaard. Deze verkiezing vond plaats vóór de invoering van het stelsel van evenredige vertegenwoordiging en de oprichting van de SGP. Blaaks zittingsduur in de raad liep tot 22 mei 1919.
Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1919, onder het nieuwe kiesstelsel, stond ouderling Blaak als derde op de lijst-Schelling. De lijst behaalde vier zetels in de zeven zetels tellende gemeenteraad. Op 2 september werden de eden afgelegd en werd overgegaan tot de stemming van twee wethouders. Na een aanvankelijk abuis bij de stemming voor C. van Schouwen, werd op 10 september W.H. Blaak met vijf stemmen tot wethouder gekozen. Meteen hierop diende de heer Van Schouwen zijn ontslag in als lid van de gemeenteraad.

Politieke Affiliatie en Portefeuille
De politieke partij waartoe ouderling Blaak in 1919 behoorde, is niet direct duidelijk. De SGP was inmiddels opgericht. Bij de landelijke verkiezingen van 1918 behaalde de SGP in Goudswaard 42 stemmen. De enige keer dat een partijaanduiding voorkomt in verband met ouderling Blaak, is in de weergave van de wethoudersverkiezingen in 1923, waar hij samen met P. Schelling als "beiden A.R." (Anti-Revolutionaire Partij) wordt aangeduid. Goudswaard ontwikkelde zich echter tot een SGP-bolwerk.
De gemeenteraadsnotulen uit die periode zijn beknopt en geven zelden besprekingen weer, vaak alleen besluiten. De notulen van de B&W-vergaderingen uit de periode waarin Blaak wethouder was, ontbreken. Zijn portefeuille als wethouder is dan ook onbekend. De jaarwedde van wethouder Blaak, samen met die van wethouder Schelling, bedroeg in 1921 ƒ 210,- en in 1926 ƒ 240,-.
De besluiten in de gemeenteraad werden doorgaans unaniem genomen, wat mogelijk te maken had met de sfeer van samenwerking die heerste in veel gemeenteraden tijdens en na de Eerste Wereldoorlog.
Historische Context van Goudswaard
Goudswaard, een dorp in Zuid-Holland, gelegen op het uiterste westpunt van de Hoeksche Waard, heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot de middeleeuwen. Het dorp, ook bekend als De Korendijk, wordt reeds in 1246 vermeld. Goudswaard is een voorstraatdorp, gesticht in 1439, gelijktijdig met de bedijking van de polder Oud Korendijk. Tot 1984 was het een zelfstandige gemeente, waarna het opging in de gemeente Korendijk en later in de gemeente Hoeksche Waard.
De bedijking van de polder Oud Korendijk vond plaats in 1439, maar de gorzen werden snel daarna weer overstroomd en moesten opnieuw worden bedijkt in 1456 en 1471. Later werden diverse buitenpolders aangelegd. Al kort na de bedijking werden er huizen gebouwd in het noordwesten van de polder. Het dorp heeft door de eeuwen heen meerdere branden gekend, die echter steeds weer werden hersteld.
Goudswaard was van oudsher een ambachtsheerlijkheid, die in 1731 werd verkocht aan mr. Johan van der Heim. Later kwam het in handen van Lodewijk Rosmolen en vervolgens Jan van Driel van Goudswaard. Tegenwoordig bevinden de meeste voorzieningen zich rondom de Dorpsstraat, met twee basisscholen en een korenmolen genaamd Windlust. Nabij Goudswaard bevinden zich de Korendijkse Slikken, een vogelreservaat beheerd door Natuurmonumenten.