De geschiedenis van de kerken in Soest en Soesterberg is rijk en complex, met een duidelijke verbinding naar de apostelen Petrus en Paulus. Deze verbinding is niet alleen te zien in de naastgelegen Petrus en Pauluskerk, maar gaat ook terug tot de vroege middeleeuwen.
De Vroege Katholieke Kerken in Soest
Rond 1350 werd in Soest de eerste katholieke kerk gebouwd op de plek waar nu de Oude Kerk staat. Deze kerk, vermoedelijk zonder toren, werd gewijd aan de apostelen Petrus en Paulus. De locatie op een verhoogd deel van de huidige Kerkebuurt was strategisch gekozen om het gebouw te beschermen tegen wateroverlast, aangezien het water van de Zuiderzee bij stormdelen van Soest kon bereiken.
In 1482 begon de bouw van een nieuwe katholieke kerk in Soest, ditmaal met een toren. Zoals gebruikelijk in katholieke kerken, bevatte deze kerk diverse beelden, waaronder die van de apostelen Petrus en Paulus. De inwoners van Soest, in de aanloop naar de Reformatie, verwijderden deze beelden uit de kerk en sloegen ze op een veilige plek onder de toren op.

Tijdens de restauratie van de Oude Kerk in 1905 werden deze beelden teruggevonden en overgebracht naar het Rijksmuseum in Amsterdam. Vanwege hun fragiele staat konden de beelden echter niet meer tentoongesteld worden. Er is wel een unieke fotocollectie van samengesteld, die op gezette tijden wordt gepresenteerd, zoals tijdens de Open Monumentendagen in 2018 en 2019.
Katholiek Leven na de Reformatie
In de eeuwen na de Reformatie bleven de inwoners van Soest "katholiek" en hielden hun vieringen op diverse locaties in het dorp, vaak in een schuur bij een boerderij. Het was een "arme" gemeenschap, die weinig te verteren had, waardoor de teerdagen van het Gilde extra uitbundig werden gevierd als het enige moment waarop "vlees" gegeten werd.
Rond 1692, toen er weer een pastoor (Johannes van Hagen) actief was in Soest, werd een eerste eenvoudig godshuis ingericht in een bestaande opstal. In 1756 werd dit uitgebouwd tot een kerkje en in 1836 zelfs voorzien van een torentje.
De Nieuwe Sint-Petrus-en-Pauluskerk
In 1851 werd Mgr. Willem Steenhoff benoemd tot pastoor van Soest. Dit gebeurde in een periode waarin katholieke kerken in Noord-Nederland weer gebouwd mochten worden, hoewel de overheid zich nadrukkelijk met de bouw bemoeide en toestemming moest geven voor elk ontwerp. Veel zogenaamde Waterstaatskerken werden in deze tijd gebouwd, met overheidsfinanciering.
Voor Soest gold dit niet, aangezien pastoor Steenhoff in zijn eerste jaar 30.000 gulden wist te vergaren, voldoende om de kerk te bouwen. Dankzij zijn priesteropleiding in Rome, waar hij ook priester gewijd was, gaf hij de kerk een Italiaans accent. Ook deze kerk werd gewijd aan de apostelen Petrus en Paulus. Aan de voorgevel aan de zijde van het Kerkplein prijken nog steeds hun beeltenissen.

De nieuwe kerk werd in 1853 in gebruik genomen. Bij de beelden is in het Latijn de tekst aangebracht: "Ter verheerlijking van de prins der apostelen (Sint Petrus) als ook de leraar der heidenen (Sint Paulus) aan Christus Verlosser, De katholieke bevolking van Soest."
Hoewel Willem Steenhoff een wetenschapper en hoogleraar was, lag zijn hart bij de zielzorg. Hij wist de parochie vanaf 1851 met zo'n 2900 zielen tot bloei te brengen. Hij overleed op 64-jarige leeftijd op Tweede Kerstdag 1880 en heeft veel voor de Soester katholieke gemeenschap betekend.
Na veel discussie en voorbereiding is in 1968 de uit 1853 daterende kerk afgebroken. Alleen de toren, feitelijk een verhoogde voorgevel, is blijven staan. Bij de ingang van beide voornoemde uitbreidingen staat de beeldengroep Petrus en Paulus, oorspronkelijk ontworpen en gemaakt voor een kerk in Haarlem. De beelden werden gegoten door de firma Joosten, die jarenlang een bronsgieterij in Soest had.
Religie in Soest en Soesterberg
Direct rechts van de beeldengroep kan men kennismaken met de religie in Soest en Soesterberg. De verzameling toont het kerkelijk leven in Soest met stukken uit verschillende kerken. Soest bezit nog diverse mooie kerkgebouwen, waaronder de Emmakerk, de Oude kerk, de voormalige Heilige Familiekerk, de Petrus en Pauluskerk, en de Carolus Borromeuskerk in Soesterberg. De Wilhelminakerk is gerenoveerd en heeft een nieuwe bestemming gekregen als âCultureel Centrumâ.
Het Wijkgebouw in Soesterberg
In Soesterberg staat een pand op Lt. Koppenlaan dat oorspronkelijk een wijkgebouw was van de Nederlands Hervormde Gemeente. Het werd gebouwd in 1929 als dependance van het Witte Kerkje in Huis ter Heide en in 1937 uitgebreid met een zijvleugel. Het wijkcentrum werd tot 1965 gebruikt, waarna het werd verkocht en thans dienstdoet als kantoorruimte en fysiotherapiepraktijk.

De kerk werd gebouwd door aannemer Gijs Hol. Later werd het gebouw ook door de Gereformeerde gemeente gebruikt. Midden jaren '60 verhuisden de Hervormde en Gereformeerde kerken naar respectievelijk de Hoeksteen en de Vredekerk. Het wijkgebouw werd verkocht aan UBO, beton en bouwmachines.
De kleine klokkentoren die bij het gebouw stond, verhuisde na het buiten gebruik stellen van de kerk naar de Hoeksteen, maar heeft daar nooit een definitieve plaats gekregen. Verhalen suggereren dat de klok uiteindelijk naar de Vredekerk zou gaan.
De Stichting van de Hervormde Gemeente Soesterberg
Op 6 september 1859 werd besloten een zelfstandige gemeente Soesterberg te stichten, bestaande uit de wijken Den Dolder, Huis ter Heide en Soesterberg. De kerk kwam te Huis ter Heide, centraal gelegen ten opzichte van de drie wijken.
Op 31 januari 1860 vond de eerste kerkeraadsvergadering plaats. Koning Willem III benoemde op voordracht van de kerkeraad drie kerkvoogden, belast met de stoffelijke belangen van de kerk. De N.H. Kerk was in deze tijd de staatskerk van Nederland, wat blijkt uit de benoeming van de kerkvoogdij en de predikant Ds. F.L. Rutgers.
De kerkeraad vergaderde niet frequent. Een belangrijk punt was de verdeling van gelden onder de armen. Er waren zes vast-bedeelden en tien tijdelijk bedeelden, die jaarlijks totaal f 250,- ontvingen.
Op 7 mei 1864 deed de Synode van de kerk een beroep op de gemeente te collecteren voor de nood in Hongarije. Op 3 augustus 1864 besloot de kerkeraad een voorzanger aan te stellen, wiens inkomen werd vastgesteld op f 40,- per jaar.
De uitverkorene, onderwijzer N. van Veen, wenste niet pro Deo te werken en vroeg f 30,- per jaar. Het college kon hier niet aan voldoen en benoemde de koster tevens als voorzanger. In datzelfde jaar vertrok Ds. Rutgers en werd hij opgevolgd door Ds. Knottnerus. Ds. J.A. Radix was predikant van 1902 tot 1927.
Groeiende Behoefte aan Kerkdiensten
De bevolking van Den Dolder, Huis ter Heide en Soesterberg nam gestaag toe, waardoor de behoefte aan kerkdiensten in de wijken Den Dolder en Soesterberg groter werd.
Chr. Pleines, eigenaar van een zeepfabriek in Den Dolder, richtte een kerkzaal in boven zijn fabriek. Aangezien menige Soesterberger de afstand naar de kerk in Huis ter Heide te groot vond, stelde L.L. Hack, hoofd van de Chr. School, voor om in zijn gebouw kerkdiensten te houden. Deze diensten voorzagen in een behoefte.
Het schoollokaal werd te klein, wat leidde tot de beslissing om een wijkgebouw te bouwen op de hoek van de Postweg en de Luit. Koppenlaan. Het gebouw, geopend op 9 augustus 1929, werd ontworpen door architect J. Tasseron. De kosten bedroegen f 6.637,09.

In 1937 werd het gebouw vergroot met een vleugel en kwam er een ingang aan de Luit. Koppenlaan. In datzelfde jaar werd de functie van voorzanger afgeschaft.
De Tweede Wereldoorlog en de Kerk
De notulen van de kerkeraadsvergaderingen tijdens de laatste oorlogsjaren bevatten weinig stof over de oorlogssituatie. Enige vermelding is te vinden in de notulen van 24 april 1944, waar geestelijke bijstand voor getroffenen van bombardementen noodzakelijk werd geacht.
Het aantal vergaderingen nam in 1944 drastisch af. Na de bijeenkomst op 10 juli vond de volgende pas plaats op 21 december, waarin Ds. Poot, die in Den Dolder ondergedoken zat, werd aangesteld om pastoraal werk te doen in die wijk.
De eerstvolgende vergadering in 1945 vond plaats op 24 mei, kort na de bevrijding. Spoedig nam Ds. Tuinstra afscheid.
Na de oorlog gingen stemmen op om de Chr. scholen los te maken van de kerk, wat ook gebeurde. Op 2 mei 1947 besloot de kerkeraad jeugddiensten in te voeren.
De kerk te Huis ter Heide had te lijden gehad van het oorlogsgeweld, wat leidde tot een grondige opknapbeurt in 1947.
De wijken werkten nog steeds samen met één predikant, die beurtelings in de drie wijken preekte. Voor de andere diensten werden predikanten van elders gevraagd. De taak van de predikant werd steeds omvattender, waardoor hulppredikers werden benoemd in Den Dolder en Soesterberg.
In 1953 werd de Indonesische predikant Ds. W.K. Kansil als hulpprediker aangesteld.
In het wijkgebouw werd de gemeentezang begeleid door een harmonium. In 1951 werd een eenvoudig pijporgel in gebruik genomen.
Op 9 april 1953 werd besloten de wijken een grote mate van zelfstandigheid te geven. De kerk had een verzekering afgesloten tegen vliegtuigschade, aangezien het wijkgebouw dicht bij het vliegveld lag.
Op 27 september 1963 heette de kerkeraad pastoor De Bruin en kapelaan Van der Sloot welkom. Ondanks de niet al te rooskleurige financiële toestand, besloot men toch een echt kerkgebouw te stichten met een subsidie van f 139.000,- van het Rijk. Het wijkgebouw werd op 3 maart 1966 verkocht voor f 70.000,-.
Op 19 februari 1966 werd het gebouw 'De Hoeksteen' officieel in gebruik genomen. Per 1 januari 1969 werd de Herv. Gemeente van Huis ter Heide bij Zeist gevoegd, en werd de wijkgemeente Soesterberg geheel zelfstandig.
De Gereformeerde Kerk te Soest
De Gereformeerde Kerk te Soest begon aan haar tweede leven onder de oude naam. De kerkenraad nam het beroepingswerk weer ter hand en vond de juiste predikant in ds. H. van Andel (1907-1984) van Krommenie, die op 9 januari 1939 intrede deed.
De Tweede Wereldoorlog begon op 10 mei 1940. De mobilisatie had tot gevolg dat de kerkenraadskamer werd ingericht als militair tehuis voor Nederlandse soldaten, wat het verenigingsleven hinderde.
Ds. Van Andel nam op 19 oktober 1941 afscheid als predikant van Soest en vertrok naar de kerk van Arnhem. In 1954 emigreerde hij naar Canada.
Ds. H.W. Wierda (1912-2003) uit Haarlemmermeer-Vijfhuizen was van 1942 tot 1946 aan de kerk van Soest verbonden.
Tijdens de oorlog speelde de predikant een rol met betrekking tot de voedselvoorziening tijdens de hongerwinter. Honderden onderduikers zochten hun toevlucht in de Soester dreven, en de illegale arbeid ontplooide zich sterk.
Begin september 1944 werd een kerkdienst verstoord door het bombardement van Soesterberg. De preek op zondag 6 mei, de dag van de bevrijding van Soest, handelde over Jesaja 30 vers 18.
Tijdens het predikantschap van ds. Wierda waren er leergeschillen binnen De Gereformeerde Kerken in Nederland, onder andere over de 'pluriformiteit der kerk' en de visie op de Doop en het Verbond.
Op 12 mei 1946 deed ds. H. van den Berg (1911-1981) van Scharendijke intrede in Soest. Hij nam de gezinszorg ter hand, aangezien de oorlog diepe sporen had nagelaten in het sociale leven.
Ds. A.A. Leenhouts (1915-2001) van Enschede volgde ds. Van den Berg op. Hij kreeg een visioen over de eindtijd en begon door God heen te spreken, met boodschappen voor diverse kerkgenootschappen.
Ds. Leenhouts zocht naar een mogelijkheid om met de Vrijgemaakten ondanks de scheiding het avondmaal te vieren, maar werd vanuit de classis teruggefloten. Uiteindelijk liep de zaak in Soest op een schorsing uit.
Ds. J.A.C. Rullmann (1898-1971) werd op 16 september 1953 als hulppredikant aan de kerk van Soest verbonden. Hij verrichtte ook zendingstaken in eigen land.
In 1955 verscheen het eerste mededelingenblad onder de titel Kerknieuws. Ook werden voor het eerst wijkavonden gehouden. In 1956 werd voor het eerst een jeugdouderling benoemd en werden plannen gemaakt voor een jeugdgebouw annex gemeentecentrum.
Ds. Rullmann nam op 1 oktober 1959 afscheid van de kerk van Soest om als conrector van het Zendingsseminarie in Baarn te gaan werken. Hij werd opgevolgd door ds. C.M.Ds. C.M.
Vernieuwingen in de liturgie vonden plaats, waaronder de instelling van een Commissie Kerkinterieur. In 1961 vond de eerstesteenlegging plaats voor het jeugd- annex gemeentecentrum De Rank!
Per 1 januari 1970 werden de twee zelfstandige Gereformeerde Kerken in Soest weer samengevoegd.
Predikanten en Kerkgemeenschappen
De wijk rond de Julianakerk in Soest-Noord werd tot 2001 gediend door diverse predikanten, waaronder ds. G. Rang, ds. M. Wilschut, ds. D. Land, ds. J. van Buuren, ds. J.P. Schouten en ds. P.
De predikanten die de gemeente rond de Wilhelminakerk in Soest-Zuid tot 2017 dienden waren achtereenvolgens ds. D.H. Borgers, ds. J. Rinzema, ds. H. van Heijst, ds. J.W. Huisman, de hervormde interim-predikant mevr. ds. M.M.C. Koole, en ds. W.L. Verder.
Momenteel zijn aan de Protestantse Gemeente te Soest als predikanten verbonden ds. K. Bregman, ds. W. Kievit en ds. G. Olsman, en als kerkelijk werker mevr. J.
Samen Op Weg en Verdere Ontwikkelingen
In 1971 werd de Open Hof aan de Veenbesstraat gebouwd. Vanaf het begin gingen gereformeerden en hervormden 'Samen Op Weg', wat destijds veel aandacht kreeg.
In het midden van de jaren '80 was de samenwerking zo ver gevorderd dat er sprake was van een federatieve gemeente. In 1994 werd de kerkzaal vergroot en verhoogd. In november 1997 werd het nieuwe Nijsse-orgel in gebruik genomen.
In 1995 werd in Soesterberg de Samen-op-Weg-gemeente gevormd. Na aanvankelijk gebruik van zowel de gereformeerde Julianakerk als de hervormde Emmakerk, werd in februari 2001 begonnen met de verbouwing en aanpassing van de Emmakerk.

Rond de eeuwwisseling leidde het 'Samen-op-Weg'-proces tot plannen om bij de Oude Kerk een ondergronds dienstencentrum te bouwen en de Wilhelminakerk te verkopen. Dit plan strandde, en de Oude Kerk en Wilhelminakerk gingen daarna weer hun eigen weg.
In 2008 werden de Wilhelminakerk en De Rank grondig verbouwd. Op 1 januari 2021 werd de Wilhelminakerk buiten gebruik gesteld.
De Vrijgemaakte Gereformeerde Kerk
Aan de Parallelweg nam de Gereformeerde kerk vrijgemaakt in 1980 een voormalige katholieke meisjesschool in gebruik, die verbouwd werd tot kerk. In 1992 werd besloten tot uitbreiding. Op 16 oktober 1993 is een begin gemaakt met de uitbreiding, waarbij het werk grotendeels in zelfwerkzaamheid werd verricht.
Het gebouw werd in het weekend van 28-29-30 september 2001 in gebruik genomen. In 1983 werd het orgel gekocht.
Historische Gegevens over Kerkgebouwen
Van de oudste geschiedenis van de kerkgebouwen is niet veel bekend. Hoewel de Parochie Soest tot de oudste van het Sticht behoort en tot de Reformatie (1580) als dochterkerk van Leusden fungeerde.
Er zijn funderingen teruggevonden van een sacristie, die aan de noordzijde van de kerk was uitgebouwd. De toren bleek jonger dan de kerk en werd hiermee verbonden door de kerk in westelijke richting te verlengen.
Hoewel de kerk gevrijwaard bleef van water, heeft het gebouw veel te lijden gehad door de Middeleeuwse beroeringen. Het brandde niet alleen in Soest, maar ook Eemnes en Baarn werden in de as gelegd.
Het plafond bestaat uit een fraai houten tongewelf. In 1875 brandde het interieur van de kerk uit door het omvallen van een stoof met gloeiende kooltjes.
Het orgel werd in 1875 gebouwd door de firma Bätz. In 1960 is een nieuw orgel gebouwd door de firma De Koff uit Utrecht.
De kansel dateert uit 1608 en is afkomstig uit het Oud Katholieke Seminarie te Amersfoort.
tags: #vrijgemaakte #kerk #rond #soesterberg