Het gebruik van het persoonlijke voornaamwoord 'ik' (ego) komt in de uitspraken van Jezus nergens zo frequent voor als in het Evangelie naar Johannes. Dit is geen toeval. Vaak spreekt Jezus over zichzelf als 'ik ben' (ego eimi). Impliciet verwijst hij hiermee naar de Godsnaam zoals die wordt 'uitgelegd' in Exodus 3. De Godsnaam JHWH omvat het Hebreeuwse werkwoord haja ('zijn') en betekent zoiets als 'Die-er-is' of 'Die-er-zal-zijn'. Denk aan Exodus 3:14: "Dan zegt God tot Mozes: 'Ik zal er zijn, zoals ik er ben!'"
Met deze uitspraken van 'Ik ben' plaatst Jezus zichzelf op hetzelfde niveau als God. Dit is zijn identiteit. Na alle 'Ik ben'-woorden die we eerder lezen in het Johannesevangelie, laat Jezus nu op krachtige wijze zien wie Hij werkelijk is. Hij is het lam en de priester, het schaap en de herder, de knecht en de koning, mens en God. Hij is het helemaal.
Jezus ontmoet de Samaritaanse vrouw
Het verhaal van de ontmoeting tussen Jezus en de Samaritaanse vrouw bij de bron in Johannes 4 illustreert de diepere betekenis van zijn 'Ik ben'-uitspraken. Jezus, vermoeid van het lopen, gaat bij de bron zitten. Wanneer een Samaritaanse vrouw komt om water te scheppen, vraagt Jezus haar: "geef mij te drinken!". Dit leidt tot een gesprek waarin Jezus spreekt over "levend water".
Hij zegt: "al wie drinkt van dit water zal wéér dorst krijgen; maar wie zal drinken van het water dat ik hem zal geven krijgt geen dorst meer tot in der eeuwigheid, nee, het water dat ik hem zal geven zal in hem worden een bron van water dat opwelt tot eeuwig leven!". De vrouw, die Jezus herkent als een profeet, spreekt over de komst van de Messias. Jezus antwoordt dan: "ík ben het,- die tot u spreekt!"

De theologische betekenis van "Ik ben"
De uitspraak "Ik ben" (ego eimi) in het Johannesevangelie is een directe verwijzing naar de Godsnaam zoals die zich in het Oude Testament aan Mozes openbaarde (Exodus 3:14). Het gebruik van deze woorden door Jezus is een krachtige claim op goddelijkheid.
- Identificatie met God: Door "Ik ben" te zeggen, identificeert Jezus zich met de God die zichzelf in het Oude Testament bekendmaakte. Dit werd door de Joden begrepen als een claim op goddelijkheid, wat leidde tot reacties zoals het oppakken van stenen om Hem te doden, de straf voor godslastering.
- Exclusiviteit en Afhankelijkheid: De zeven 'Ik ben'-uitspraken in het Johannesevangelie gebruiken vaak een bepaald lidwoord (bijvoorbeeld "Ik ben het brood des levens", niet "een brood des levens"). Dit benadrukt Jezus' exclusieve positie en de totale afhankelijkheid van de mens van Hem voor leven en welzijn, zowel nu als in de eeuwigheid.
- De Zoon van God: Jezus wordt in de Schrift consequent de Zoon van God genoemd. Net zoals de zoon van een olifant een olifant is, zo is Jezus, de Zoon van God, God. De nauwe band tussen de Vader en de Zoon, zoals beschreven in het Johannesevangelie, getuigt van hun eenheid.
Wat zijn de zeven IK BEN-uitspraken in het Evangelie van Johannes? | GotQuestions.org
De "Ik ben"-uitspraken in het Johannesevangelie
Johannes beschrijft zeven specifieke uitspraken waarin Jezus zichzelf identificeert met cruciale aspecten van het leven en het geloof:
- Ik ben het Brood des Levens (Johannes 6:35): Jezus voorziet in de geestelijke honger en dorst van de mens.
- Ik ben het Licht van de Wereld (Johannes 8:12): Jezus verlicht de duisternis van de wereld en leidt mensen naar de waarheid.
- Ik ben de Deur (Johannes 10:7, 9): Jezus is de enige toegang tot God en het ware leven.
- Ik ben de Goede Herder (Johannes 10:11, 14): Jezus zorgt, leidt en beschermt zijn schapen (gelovigen) met een intieme kennis van hen.
- Ik ben de Opstanding en het Leven (Johannes 11:25): Door Jezus krijgen gelovigen deel aan het eeuwige leven en de overwinning op de dood.
- Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven (Johannes 14:6): Jezus is de enige weg naar de Vader, de belichaming van de waarheid en de bron van het leven.
- Ik ben de Ware Wijnstok (Johannes 15:1, 5): Jezus is de bron van leven en vruchtbaarheid; gelovigen zijn ranken die afhankelijk zijn van Hem om te bloeien.
De Godheid van Jezus: een centraal thema
De vraag naar de Godheid van Jezus is een fundamenteel aspect van het christelijk geloof, en het Johannesevangelie biedt hierover veel duidelijkheid. De intense verwevenheid tussen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest suggereert een diepere eenheid dan louter een openbaring.
- De Eenheid van Vader en Zoon: Jezus zegt expliciet: "Ik en de Vader zijn één" (Johannes 10:30). Dit onderstreept niet alleen een eenheid in wil en doel, maar ook in wezen.
- Aanbidding van Jezus: Verschillende Bijbelpassages tonen aan hoe mensen Jezus aanbidden (Mattheüs 14:33, 28:9; Lucas 24:52). Aanbidding is echter voorbehouden aan God alleen.
- De Drie-eenheid: Hoewel de Bijbel vaak spreekt over "God de Vader", is dit geen uitsluiting van de Godheid van Jezus of de Heilige Geest. De Bijbel bevat aanwijzingen voor een meervoudige openbaring van God, zoals in Genesis 1:26 ("Laten Wij mensen maken naar Ons Beeld..."). De liefdevolle relatie tussen Vader, Zoon en Heilige Geest geeft de Drie-eenheid een relationele dimensie.
Het geloof in de Godheid van Jezus Christus is cruciaal voor het christelijk geloof. Het is door Hem dat God zich aan de wereld openbaart en dat gelovigen deel krijgen aan de liefde van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.