Bruce Gordon, een gerenommeerd Bijbelwetenschapper van Canadese origine, doceerde voorheen in Schotland en is momenteel werkzaam als hoogleraar kerkgeschiedenis aan Yale University. Zijn boek 'De Bijbel. Een wereldgeschiedenis' beschrijft de reis van de christelijke Bijbel door de wereldgeschiedenis. Het is geen geschiedenis van de Bijbelexegese, maar eerder een geschiedenis van hoe de Bijbel als een verzameling van boeken werd gevormd, welke boeken werden gecanoniseerd en hoe de Bijbel werd vertaald. Gordon presenteert deze geschiedenis in veertien hoofdstukken, die redelijk evenwichtig verdeeld zijn over de hele wereldgeschiedenis. Vanuit zijn achtergrond besteedt de auteur veel aandacht aan de Angelsaksische wereld en de evangelische bewegingen. Daarnaast schenkt Gordon ook veel aandacht aan de buiten-Europese wereld en de rol van de Bijbel in de wereldwijde kolonisatie en missionering, alsook in de emancipatie van buiten-Europese volkeren. De tekst is vlot en mooi vertaald door Mario Molegraaf.

Johannes Calvijn: leven, werk en receptie
Het jaar 2009 markeerde het vijfhonderdste geboortejaar van Johannes Calvijn (1509-1564). Dit jubileum werd gevierd met talrijke congressen, tentoonstellingen, concerten en een stortvloed aan publicaties. De belangstelling voor zijn werk zou Calvijn waarschijnlijk hebben bevallen, maar de belangstelling voor zijn persoon vermoedelijk niet. Bijna het hele leven van Calvijn is gedocumenteerd, van zijn studiejaren in Parijs en Orléans tot zijn vlucht naar Zwitserland, zijn verbanning uit Genève en zijn terugkeer. Deze informatie is vastgelegd in zijn geschriften, een gigantische hoeveelheid brieven en duizenden stenografisch vastgelegde preken.
Compendium over Calvijn
Een in groot formaat uitgegeven boek onder redactie van onder meer kerkhistoricus Willem Balke, fungeert als een compendium over Calvijn. Het lopende verhaal over leven en werk van de reformator is geschreven door emeritus hoogleraar Willem van ’t Spijker. Dit wordt afgewisseld met beschouwingen van Calvijnkenners van over de hele wereld, die te vinden zijn op anders gekleurd papier. Deze bijdragen omvatten minibiografieën van tijdgenoten, samenvattingen van zijn bijbelcommentaren, besprekingen van theologische kwesties zoals de dubbele predestinatie, en essays over Calvijns visie op fenomenen uit zijn tijd, zoals slavernij (waartegen hij fel gekant was), de positie van de vrouw (voor wie geen kerkelijk ambt was weggelegd) en de opvang van asielzoekers in Genève. Het boek is rijkelijk en functioneel geïllustreerd, waardoor het ondanks zijn omvang geen overvolle indruk maakt. Het wordt beschouwd als meer dan een biografie, eerder een encyclopedie. Dit werk is de pendant van een eerder verschenen boek over Maarten Luther, en belicht de verschillen tussen deze twee hervormers: Luther als de oudere, volkse middeleeuwer, en Calvijn als de jongere, erudiete, beschaafde maar scherpe humanist, geworteld in de Renaissance en een filoloog met een diepe kennis van de klassieken. Het boek biedt veel informatie over Calvijns denken en doen, en geeft inzicht in de politieke verhoudingen in Europa die de verspreiding van het calvinisme bevorderden. Het tekent ook de tegenstellingen tussen allochtonen en autochtonen in Genève en de concurrentie tussen Zwitserse steden. Een kleine tekortkoming is het gebrek aan een informatieve kaart.

De mens achter de reformator
Het boek van kerkhistoricus Herman Selderhuis, daarentegen, heeft een ander karakter. Selderhuis richt zich op de persoon Calvijn en probeert hem via tien hoofdstukken, met titels als ‘de wees’, ‘de pelgrim’, ‘de vluchteling’, ‘de zeiler’ en ‘de weduwnaar’, dichter op de huid te komen. Hij baseert zich daarbij op Calvijns persoonlijke correspondentie, waarin de mens het intiemst zichtbaar wordt. Uit de brieven blijken observaties die het clichébeeld van Calvijn tegenspreken, zoals zijn waardering voor wijn: "Als wijn vergif is voor een dronkaard, wil dat toch niet zeggen dat wij er een afkeer van moeten hebben? [...] ons smaakt de wijn heerlijk!". Selderhuis weerlegt het beeld van Genève als een gereformeerde DDR met Calvijn als partijleider. Hij stelt dat de gebeurtenissen in Genève niet veel verschilden van wat elders plaatsvond, aangezien men geen maatschappelijke, politieke en religieuze verdeeldheid wenste, gezien de lessen uit de opstand van de wederdopers in Münster. Selderhuis rehabiliteert de stelling van Max Weber over het calvinistische arbeidsethos als basis voor het kapitalisme, en benadrukt Calvijns eigen arbeidsethos, soberheid en ijver. Calvijn was intensief werkzaam, zelfs tijdens ziekte, en uitte frustratie wanneer beloofd werk niet tijdig kon worden afgerond. Vanaf 1549 preekte hij tweemaal per week, gaf hij dagelijks colleges over de Bijbel en nam hij deel aan wekelijkse kerkelijke vergaderingen. Ondanks zijn reizen, vaak op zondag, bleef hij vooral werken, wat verklaarbaar is voor zijn fysieke uitputting op 54-jarige leeftijd. Hoewel Selderhuis soms een toegankelijke, bijna volkse toon aanslaat, wat hem vergelijkt met Maarten van Rossem, heeft het boek deze populistische elementen niet nodig.
Calvijn in de context van zijn tijd
De Canadese kerkhistoricus Bruce Gordon focust in zijn biografie op het karakter van de kerkhervormer, waarbij de persoon Calvijn samenvalt met zijn missie. Gordon stelt dat Calvijn zich identificeerde met Bijbelse figuren als Mozes, David en Paulus, zelfs in zijn taalgebruik. Ondanks de omvang van zijn geschriften, is er relatief weinig bekend over de persoon achter de missie. Vragen over zijn onderkoelde reactie op de dood van zijn vader of de beperkte informatie over zijn huwelijk met Idelette de Bure blijven onbeantwoord. Gordon concludeert dat Calvijn zijn boodschap belangrijker vond dan zijn persoon, waarbij huwelijk en vriendschappen ondergeschikt waren aan zijn missie. Kritiek op zijn werk werd als kritiek op God gezien, en theologische verschillen werden persoonlijke geschillen. Calvijn voelde zich snel gekwetst en vernederd, wat mogelijk verklaart waarom hij zijn persoon liever buiten beeld plaatste en op zijn verzoek stil werd begraven, zonder lijkpredicaties. In tegenstelling tot het graf van Maarten Luther, is van Calvijn alleen het geschreven werk overgebleven. Gordon benadrukt ook Calvijns gevoeligheid voor contacten met hooggeplaatste en invloedrijke personen, zoals zijn hoop op de Franse adel en zijn interacties met Jacob van Bourgondië en diens echtgenote.

Calvijn in fictie en historische roman
De historische roman van predikant Frans Willem Verbaas, die zich richt op de Geneefse predikant Henri de la Mare, belicht op intrigerende wijze de rauwe randen van Calvijns karakter. Henri de la Mare, een stad- en tijdgenoot van Calvijn, deelde diens afkeer van de katholieke kerk, maar kon zich niet verenigen met Calvijns leer en leven. Na deelname aan een danspartij wordt De la Mare door Calvijn uit Genève verdreven. Tijdens een dramatische confrontatie stelt De la Mare vast dat pure angst (timor purus) Calvijns leven tekende. Verbaas onderbouwt de historische basis van zijn roman in een nawoord en gebruikt fictie om de feiten extra zeggingskracht te geven. Hij schetst de desastreuze effecten van een pestepidemie en de spanningen tussen de autochtone bewoners van Genève en de groeiende macht van Franse vluchtelingen. De affiniteit tussen de echtgenotes van De la Mare en Calvijn fungeert als een contrapunt voor de animositeit tussen de heren, waarbij ze elkaar bijstaan in tijden van ziekte en verlies. Verbaas wordt geprezen om zijn vertelkunst, waarbij hij theologische disputen en dialogen weet te vermijden om het verhaal boeiend te houden. De roman wordt beschouwd als een geslaagde theologische roman en een welklinkende tegenstem tegen het recente "hallelujageroep" over Calvijn.
Recente publicaties en vertalingen van Calvijns werk
Het Calvijnjaar heeft geleid tot een aanzienlijke toename van publicaties over de reformator. Dr. De Greef, die sinds 1984 actief is in Calvijnstudies, houdt de internationale literatuur nauwlettend bij. Hij noemt de nieuwe vertaling van Calvijns 'Institutie' als een hoogtepunt, gevolgd door het lijvige boek 'Johannes Calvijn. Zijn leven, zijn werk' onder redactie van dr. W. Balke, J. C. Klok en dr. W. van 't Spijker. Een derde belangrijke publicatie zijn nieuwe vertalingen van Calvijns geschriften en preken.
De uitdaging van de Calvijnvertalingen
Ondanks de vele publicaties blijft het lastig om Calvijn dicht bij de gewone man te brengen. Dr. De Greef prijst de Nederlandse vertaling van 'De Bijbel is ongetwijfeld het invloedrijkste boek van de mensheid', geschreven door Bruce Gordon, als een belangrijk werk. Hij benadrukt echter de behoefte aan nieuwe vertalingen van Calvijns Bijbelcommentaren in modern Nederlands, aangezien de bestaande vertalingen, die deels uit de zestiende eeuw stammen, sterk verouderd zijn. Hoewel er initiatieven zijn, zoals de heruitgave van Calvijns Psalmencommentaar door De Groot Goudriaan, blijft de oude vertaling gehandhaafd. Dr. De Greef noemt ook de vertaling van Calvijns 'Institutie' door dr. C. A. de Niet als een "ontzettend belangrijk" en "grondig" werk, dat acht jaar in beslag nam, in tegenstelling tot de eerste Nederlandse vertaling uit 1560 die in een jaar werd voltooid. De vorige vertaling door dr. A. Sizoo werd als verouderd beschouwd. De Niet slaagde erin Calvijns Latijnse stijl, beïnvloed door het Frans, mooi om te zetten naar de doeltaal.
Belang van Calvijns Schriftuitleg
Van de Nederlandstalige boeken over Calvijn beschouwt dr. De Greef de uitgave 'Johannes Calvijn. Zijn leven, zijn werk' (uitg. Kok, Kampen) als de beste. De hoofdmoot van dit boek is een grondige beschrijving van Calvijns leven door dr. W. van 't Spijker, aangevuld met bijdragen van dertig deskundigen over diverse theologische thema's. Een aanzienlijk deel is gewijd aan Calvijns Schriftuitleg, wat dr. De Greef als "ontzettend belangrijk" beschouwt, aangezien Calvijn primair een Schriftuitlegger was en dit het hart van zijn werk vormde. Een derde aanbevolen werk is 'De eeuwige voorbeschikking Gods' (uitg. Boom, Amsterdam), met drie teksten van Calvijn vertaald door drs. Willem Visser en ingeleid door dr. W. Balke. Vooral de preken over de verkiezing raken dr. De Greef, omdat ze laten zien hoe Calvijn dit complexe onderwerp aan de mensen overbracht.