De Lutherse Kerk: Wereldwijde Geschiedenis en Verspreiding

De geschiedenis van de Lutherse kerk kent een rijke en verspreide aanloop, met wortels die teruggaan tot de Reformatie in de 16e eeuw. Maarten Luther (1483-1546) was de centrale figuur in deze beweging, die leidde tot de vorming van een stroming binnen het protestantse christendom. Tegenwoordig zijn wereldwijd zo'n 80 miljoen mensen lid van Lutherse kerken, met aanzienlijke gemeenschappen in Duitsland, Scandinavië, de Verenigde Staten en Canada.

Ontstaan en Vroege Verspreiding

Hoewel de Reformatie in 1517 begon met Maarten Luther, vonden aanhangers van het lutheranisme niet overal direct een welkom onthaal. In veel gebieden, waaronder de Nederlanden, raakten protestanten meer geïnspireerd door Johannes Calvijn (calvinisten) en Menno Simons (anabaptisten). In Maastricht werd de verspreiding van het lutheranisme in 1525 zelfs verboden door het stadsbestuur.

Tegelijkertijd leidde politieke en religieuze onrust tot migratie. Toen de Hertog van Parma in 1585 de macht in Antwerpen overnam, werden veel inwoners gedwongen tot het katholicisme of moesten de stad verlaten. Deze exodus bracht onder andere Lutherse gelovigen naar de Noordelijke Nederlanden. Echter, daar was het calvinisme sinds 1580 de enige toegestane religie, waardoor Lutherse gemeenschappen noodgedwongen in besloten kring samenkwamen.

Historische kaart van de verspreiding van het protestantisme in Europa

De Lutherse Gemeenschap in Utrecht

In Utrecht kwamen Lutherse gelovigen vanaf circa 1612 bijeen in privéwoningen, aanvankelijk in een huis aan de Lijnmarkt en later in de Strosteeg. Naarmate de gemeenschap groeide, werd het gebouw in de Strosteeg te klein en verviel het in verval. De gemeenschap besloot op zoek te gaan naar een nieuw onderkomen en vond dit uiteindelijk in de Hamburgerstraat.

In oktober 1742 deed de gemeenschap een verzoek aan het stadsbestuur om de kapel van het voormalige katholieke Ursula klooster te mogen betrekken. Dit kloostercomplex, daterend uit 1412, was na de Reformatie in 1580 door de stad overgenomen en deels gesloopt of omgebouwd tot woningen. De kapel verkeerde in 1742 in een vervallen staat, wat bleek uit de melding van 'grote kosten' voor reparatie en restauratie.

Gezien de minder strikte handhaving van het verbod op andere religies in de 18e eeuw en wellicht de wens van het stadsbestuur om van een kostenpost af te komen, werd in februari 1743 toestemming verleend om de gotische kapel te betrekken en om te bouwen tot kerk. Wel bleef het verbod van kracht om klokken te luiden, aangezien dit voorbehouden was aan gereformeerde gemeenten.

De Bouw van de Lutherse Kerk in Utrecht

Om de kapel te kunnen renoveren, werd geld ingezameld, zowel nationaal als internationaal. Met de opbrengst werd de kapel gerenoveerd en uitgebreid onder leiding van de Amsterdamse architect Jan Cloppenburg. De werkzaamheden begonnen in 1744 en moesten voor Pasen 1745 voltooid zijn. De kerk werd uiteindelijk ingewijd op 28 november 1745.

De gevel werd in Lodewijk XIV-stijl opgetrokken, wat resulteerde in overeenkomsten met Amsterdamse grachtenpanden uit dezelfde periode. De renovatie was ingrijpend, met slechts weinig overblijfselen van de 15e-eeuwse kapel. Zo werd de tussenverdieping, van waaruit nonnen ongezien de mis konden volgen, gesloopt en werden de gotische ramen dichtgemetseld. Onder het middeleeuwse eikenhouten plafond werd een nieuw houten tongewelf aangebracht, dat in een zachte okerkleur werd geschilderd.

Het voor katholieken zo belangrijke koor werd door een muur gescheiden van de rest van de kerk, waardoor het zijn centrale plaats en rol verloor. Deze ingreep veranderde tevens de kijkrichting van de kerkgangers, van het koor naar de nieuw geplaatste preekstoel. Tijdens de renovatie werden drie galerijen in het gebouw gerealiseerd. Voor dit werk, alsook voor de vervaardiging van trappen, banken, deuren, een voorportaal en de lambrisering van de muren, ontvingen de werkers 1000 gulden.

De diverse ingrepen in 1744-1745 transformeerde de oude kapel tot een sobere zaalkerk met een T-vormige plattegrond, voorzien van rondboogvensters en galerijen. Hoewel de religieuze gemeenschap in de 18e eeuw meer vrijheid genoot en de kerk geen schuilkerk meer was, koos men bewust voor een gevel die niet typisch kerkelijk is. De gevel werd uitgevoerd in Lodewijk XIV-stijl en voorzien van Ionische pilasters en een natuurstenen bekroning, wat de gelijkenis met Amsterdamse grachtenpanden versterkt.

Gevel van de Lutherse kerk in Utrecht in Lodewijk XIV-stijl

Restauraties en Wijzigingen

In 1826 vonden diverse aanpassingen plaats aan zowel exterieur als interieur. Voor de realisatie van de plannen werd een commissie voor 'herstel en verfraaiing' ingesteld. Onder andere werd een stucgewelf onder het 18e-eeuwse tongewelf aangebracht en werd een aanzienlijk deel van het meubilair vervangen. De toren kreeg een weerhaan in de vorm van een zwaan, het symbool voor Luther.

Een grote restauratie vond plaats in de jaren 1983-1986. Eerst werd het exterieur hersteld waar nodig, zoals het dak, de toren en de gevels. De toren werd vervolgens voorzien van een weerhaan in de vorm van een zwaan, in plaats van de gebruikelijke haan. Het stadsbestuur hief het eeuwenoude verbod op het luiden van klokken op, waardoor een klok in de toren kon worden geplaatst. De kleine klok van 98 kilo, genaamd Ursula, werd gegoten door Koninklijke Eijsbouts in Asten en is een verkleinde kopie van de grote klok van de Sint-Servaas in Maastricht.

De tweede fase van de restauratie betrof het interieur. Dit werd gestript van zijn pleisterwerk, waarbij sporen van de gewelven en kraagstenen van de middeleeuwse Ursula kapel tevoorschijn kwamen. Het 19e-eeuwse stucgewelf werd verwijderd, waardoor het 18e-eeuwse tongewelf weer zichtbaar werd. Het gewelf, evenals de kroonlijst, kreeg zijn 18e-eeuwse kleurstelling terug. De 18e-eeuwse kerkbanken en lambrisering waren oorspronkelijk mahoniebruin geschilderd; deze kleur werd tijdens de restauratie teruggebracht. Ook het eerder genoemde schilderij achter het orgel werd tijdens de werkzaamheden herontdekt en gerestaureerd.

In 1998 volgde een restauratie waarbij al het vergulde werk in het interieur werd vernieuwd. Het orgel, dat in 1964 een meer neobarok uiterlijk had gekregen, werd door firma Van Vulpen gerestaureerd naar de oorspronkelijke situatie van 1880. Ook het uurwerk uit 1724 en de consistoriekamer werden gerestaureerd.

Gebruik van de Kerk: Van Schuilkerk tot Concertlocatie

Van 1412 tot 1580 diende de kapel van het katholieke Ursula klooster als locatie op de plek van de huidige Lutherse kerk. Na de Reformatie verloor de kapel zijn oorspronkelijke functie en werd gebruikt als sectiekamer, schermschool, vergaderruimte en voor catechismusonderwijs tot 1743. Vanaf 1743 tot heden is de kerk eigendom van de Lutherse gemeenschap, die het gebruikt voor diensten en andere activiteiten. Tijdens het Open Monumentenweekend is de kerk doorgaans opengesteld voor publiek.

Het Interieur: Bijzondere Elementen

De Lutherse kerk in Utrecht kenmerkt zich door een licht en sober interieur met een open karakter en diverse bijzondere bezienswaardigheden. Bij binnenkomst valt direct het rijkelijk versierde uurwerk op het balkon boven de rechter galerij op. Dit uurwerk werd door de Lutheranen meegenomen uit de schuilkerk in de Strosteeg. Het was een schenking uit 1724 van kanunnik Jan Volkers van het kapittel van Sint Marie en is versierd met drie figuren en een wapenschild. De onderste figuur kan Chronos zijn, de personificatie van de tijd. Daarboven zijn twee engelen afgebeeld, waarvan er één naar de hemel en de ander naar de tijd wijst. De inscriptie op het uurwerk, die niet meer aanwezig is, luidde 'waakt en bidt'. Het jaartal is echter nog wel aanwezig, zoals ook vermeld in de notulen van de kerkenraad: 'Dienst mede door gedachtenis van wegen het schoone en zeer fraaije Clock gemaeckt in onze kerck in desen loopende jaere 1724'.

Net als het uurwerk nam de Lutherse gemeenschap ook het orgel mee naar de Hamburgerstraat. De verhuizing van dit orgel uit 1717 kostte destijds 325 gulden. Het instrument kreeg een belangrijke rol, wat blijkt uit het grote schilderij dat erachter in de nieuwe kerk werd aangebracht. Tijdens de restauratie in de jaren 1980 werd het muurgedicht herontdekt en schoongemaakt. Het vormt de achtergrond van het orgel en bestaat uit grote blauwe gordijnen met kwasten. Vanuit de verte lijken de gordijnen echt, maar het is een prachtig 18e-eeuws voorbeeld van trompe-l'oeil (optische illusie). Van dit soort geschilderde achtergronden zijn er in Nederland maar weinig bewaard gebleven.

In 1880 werd het orgel vervangen. De beroemde orgelbouwers Bätz en Witte, beiden lid van de Utrechtse Lutherse gemeenschap, bouwden een nieuw orgel. De decoraties van het orgel, namelijk een zwaan (het symbool voor Luther) en twee engelen, zijn waarschijnlijk afkomstig van het oude orgel uit 1717.

Detail van het uurwerk in de Lutherse kerk van Utrecht

Speciale Decoraties en Hun Verhaal

De kerk bevat ook een wapenschild uit circa 1745. In 1795, tijdens de Franse periode, werden wapenschilden verboden. Toch bleef er één hangen in de Lutherse kerk, namelijk dat van Christian VI (1699-1746), koning van Denemarken en Noorwegen. Toen de Lutherse kerk de kapel van het Ursulinenklooster ging herbouwen, bezocht een lid van de kerkenraad Denemarken om Christian VI om financiële steun te vragen. Dit verzoek werd gunstig ontvangen; er werd een collecte gehouden in de Deense Lutherse kerken, die 3.000 gulden opleverde, wat 10% van de bouwkosten was. Ter herinnering aan deze weldoener werd op 9 augustus 1750 een plaquette met zijn wapenschild opgehangen. Rondom het wapenschild is de Deense Orde van de Olifant afgebeeld. Het ordejuweel wordt gedragen aan een ketting waarvan de schakels afwisselend bestaan uit gouden olifanten en torens.

Oorspronkelijk hing het wapenschild boven de preekstoel. De preekstoel en het doophek dateren uit de 19e eeuw, de kuip van de preekstoel is uit de 17e eeuw. Het bord boven de preekstoel met de tekst: "Het Woord des Heren blijft in Eeuwigheid", werd in 1817 geplaatst ter herdenking van het feit dat 300 jaar eerder, op 31 oktober 1517, Maarten Luther zijn stellingen aan de deur van de slotkapel in Wittenberg spijkerde.

Toen de Lutheranen de kerk aan de Hamburgerstraat in 1745 in gebruik namen, brachten ze de preekstoel mee uit de vorige schuilkerk in de Strosteeg. Tijdens de restauratie van de kerk in 1826 werden de klankbodem, de treden en de voet vernieuwd. De kuip van de preekstoel is van eikenhout en is ouder dan de rest van de preekstoel. De notulen van de kerkenraad tonen aan dat de kuip waarschijnlijk uit 1651 dateert. Cartouches zijn aangebracht aan de onderzijde van de kuip, in auriculares-stijl. Ze tonen bovenaan een gezicht of tronie. De cartouches worden geflankeerd door cherubijnkopjes. Deze auriculares-stijl was populair in Nederland in de eerste helft van de 17e eeuw.

Op het achterpaneel, waartegen de predikant met zijn rug staat, is een messing knop bevestigd. De predikant kan hier zijn baret, die bij zijn ambtsgewaad hoort, aan ophangen. De wangen aan weerszijden van dit achterpaneel zijn opvallend vormgegeven. Ze worden bekroond door een vrouwenbuste, met een hoofddeksel in lobe-stijl, waarin een masker te zien is. De voet van de preekstoel is versierd met acanthus- en palmbladeren, bloemknoppen, rozetten en palmetten, die bovenaan worden afgesloten met een fraai vormgegeven lyra. Deze vormtaal uit 1826 is een echo van de kunststroming uit de tijd van Napoleon, het Empire.

De messing lessenaar op de preekstoel werd in 1826 gegoten door de Utrechtse plateelsmid Hendrik Schaaps.

Doopvont en Orgel

In de Lutherse kerk is geen doopvont, maar een dooppilaar, waarop een doopschaal is bevestigd. De kan met water staat klaar voor gebruik in die schaal. De pilaar is waarschijnlijk van zandsteen vervaardigd. Er zijn enkele decoraties aangebracht op het kapiteel.

Het orgel, daterend uit 1880, werd gebouwd door de gerenommeerde Utrechtse orgelbouwer Witte, die lid was van de Lutherse kerk. Het orgel onderging enkele wijzigingen in 1964, die tijdens de restauratie van 1998 ongedaan werden gemaakt. Tijdens de restauratie in de jaren 1980 werd het muurschilderij achter het orgel ontdekt. Het bestaat uit grote blauwe gordijnen met kwasten.

Interieur van de Lutherse kerk met orgel

Klokken en Muziek

Op 7 juni 1984 kreeg de toren van de Lutherse kerk voor het eerst in eeuwen weer een klok. De klok is een kleinere kopie van de replica van 'Grameer', de grote klok van de Sint-Servaasbasiliek in Maastricht. Deze werd gemaakt door het bedrijf Koninklijke Eijsbouts in Asten. Op voorslag van de toenmalige predikant ds. Pieter Oussoren kreeg de klok een tekst uit Psalm 45 als inscriptie op de rand: 'Een vreugdezang klinkt in mijn hart, ik wil zingen van een Koning'. Een tweede inscriptie luidt: 'Eijsbouts me fecit. Anno Quingentesimo post Martinum Lutherum natum' [=Gemaakt door Eijsbouts, 500 jaar na de geboorte van Maarten Luther.]. De klok werd Ursula gedoopt, naar de middeleeuwse kapel die nu deel uitmaakt van de Lutherse kerk. De diameter is 54,4 cm en de klok weegt 98 kg.

De Lutherse Wereldfederatie (LWF)

De Protestantse Kerk is sinds haar oprichting lid van de Lutherse Wereldfederatie (LWF). Deze organisatie verbindt wereldwijd ruim 80 miljoen lutheranen uit ongeveer 150 lidkerken in bijna 100 landen. De LWF, opgericht in 1947 als opvolger van de Lutherse Wereldconventie, streeft naar een wereldwijde gemeenschap van kerken die zich verbonden voelen in de lutherse traditie.

De LWF functioneert niet alleen als een internationale organisatiestructuur, maar wil ook gestalte geven aan 'katholiek' kerk-zijn 'van alle tijden en plaatsen'. Dit uit zich in de wederzijdse erkenning van ambten en de onderlinge kansel- en avondmaalsgemeenschap van de lidkerken. De gemeenschap van kerken wordt gedragen door een gezamenlijke liturgie die wederzijds herkenbaar is en gemeenschap sticht over grenzen van taal en cultuur heen. Tevens bieden de lidkerken elkaar onderlinge steun en bundelen zij hun krachten om wereldwijd gehoor te geven aan de nood van mensen en hulp te bieden bij onrecht.

Vanuit het Oecumenisch Centrum in Genève werkt de LWF in zeven wereldregio's: Afrika, Azië, Noord-, West- en Oost-Europa, Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, en Noord-Amerika. De LWF ondersteunt kerken wereldwijd om betekenisvolle getuigen van het geloof te zijn en zich voortdurend te hervormen, geleid door de boodschap van het Evangelie en de genade van God in Christus.

Het Communion Office van de LWF in Genève huisvest onder meer de departementen Theologie en Publiek Getuigenis, Missie en Gerechtigheid; Wereld Dienst; en Planning en Coördinatie. Het dagelijks bestuur berust bij het bureau van de algemeen secretaris, ondersteund door een Leadership Team van leidinggevenden uit de wereldregio's en departementen. Een Raad, gekozen door de Assemblee, mandateert de algemeen secretaris en ziet toe op het bestuur. De Assemblee, met gedelegeerden uit de lidkerken, komt eens per zes of zeven jaar bijeen. In 2023 kwam de Assemblee bijeen in Krakau (Polen) rond het thema 'Één Lichaam, Eén Geest, Eén Hoop' (naar Efeziërs 4:4).

De Protestantse Kerk in Nederland wordt vertegenwoordigd door een delegatie en onderhoudt via de Evangelisch-Lutherse Synode de relatie met de LWF. Het bevorderen van menselijke waardigheid, vrede en rechtvaardigheid wereldwijd is een zwaartepunt in het werk van de LWF. Via haar departement World Service verleent zij humanitaire hulp aan kwetsbare mensen in 27 landen in Azië, Afrika en Latijns-Amerika, en is zij een belangrijke partner van UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties. In samenwerking met UNHCR en diverse interreligieuze en NGO partnerorganisaties ondersteunt de LWF wereldwijd ruim 2,4 miljoen vluchtelingen in crisisgebieden.

Algemeen secretaris Burghardt benadrukte het belang van plaatselijke lidkerken in de globale context van de wereldwijde gemeenschap. Hij sprak over de uitdaging om, ondanks crises zoals de oorlog in Oekraïne, wereldwijd gehoor te blijven geven aan de nood van mensen, zowel dichtbij als ver weg. Crises mogen niet tegen elkaar worden uitgespeeld.

Voor internationale ontwikkelingssamenwerking en de belangenbehartiging van mensenrechten is de betrokkenheid van plaatselijke lidkerken van grote betekenis. Het lokale wordt steeds verbonden met het globale, bijvoorbeeld op het gebied van mensenrechten, gendergelijkheid en klimaatrechtvaardigheid. Vanuit de Protestantse Kerk in Nederland zijn twee Young Reformers betrokken bij het Global Young Reformers Network, het wereldwijde jongerennetwerk van de LWF. Zo nam Pauline Storch in 2022 deel aan een Peace Messengers Training in Kigali (Rwanda), en vertegenwoordigde Joren Reichel in 2021 de LWF bij de 26e klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP26) in Glasgow.

Lutherse Kerken in Nederland: Diverse Locaties

De Lutherse kerk, ook wel Evangelisch-Lutherse kerk of Duitse kerk genoemd, kent verschillende historische locaties in Nederland.

De Lutherse Kerk in Maastricht

De Lutherse kerk aan de Hondstraat in het historisch centrum van Maastricht deed ruim drie eeuwen dienst als kerkgebouw van de Evangelisch-Lutherse gemeente. Sinds juni 2013 is het gebouw gesloten. De Reformatie, geïnitieerd door Maarten Luther, vond vroeg aanhangers in Maastricht, maar veel protestanten lieten zich meer inspireren door Calvijn en Simons. In 1525 verbood het Maastrichtse stadsbestuur de verspreiding van het lutheranisme. Later, na de verovering van Maastricht door Frederik Hendrik en de inlijving bij de Republiek der Verenigde Nederlanden (1632), werd godsdienstgelijkheid ingevoerd voor katholieken en calvinisten, maar niet voor het lutheranisme. In 1642 werd opnieuw melding gemaakt van lutherse protestanten, waarschijnlijk Duitse soldaten. Zij moesten uitwijken naar schuilkerken, en in 1645 vond een inval plaats tijdens een lutherse bijeenkomst.

Vanaf 1646 zijn enkele predikanten bekend die de gemeente leidden, maar door tegenwerking en geldgebrek kon niet in een eigen predikant worden voorzien. Johann Daniël Ulmann uit Aken kwam regelmatig preken en het avondmaal bedienen. Hoewel de Maastrichtse Lutherse gemeente na de fusie deel uitmaakte van de PKN-gemeente Maastricht, bleef het gebouw aan de Hondstraat tweemaal per maand gebruikt worden voor Lutherse diensten. Het gebouw werd vanaf 2002 gedeeld met de Maastrichtse Oudkatholieke Kerk en was tevens een geliefde concertlocatie. In juni 2013 vonden de laatste diensten plaats. Begin 2014 werd het kerkgebouw verkocht aan een particuliere investeerder.

De Lutherse Kerk in Weesp

In het oorlogsjaar 1943 werd het 300-jarig bestaan van de Lutherse Gemeente van Weesp herdacht. De eerste vermelding van lutheranen in Weesp dateert van 1642, overwegend Duitsers gevlucht voor de 30-jarige oorlog. De eerste officiële godsdienstoefening was op 19 april 1643. De beginperiode was moeilijk; er gold geen godsdienstvrijheid voor lutheranen. Een huurruimte werd gevonden in 1644. Uiteindelijk bewoog stadhouder Frederik Hendrik het stadsbestuur van Weesp ertoe de Lutherse Gemeente met rust te laten.

Het aantal leden steeg en men richtte het oog op een groot huis dat verbouwd zou worden tot kerk, pastorie en kosterswoning. In 1648 werd het gebouw ingewijd. Dominee Tobias Brustenbach, de eerste lutherse predikant van Weesp, diende de gemeente tot zijn dood in 1668. De gemeente kende aanzienlijke financiële moeilijkheden; in 1676 dreigde verkoop van bezittingen om schulden te voldoen.

In het huidige kerkgebouw, ingewijd op eerste kerstdag 1819, bevinden zich onder andere het orgel, het doophek, de avondmaalstafel en de trap, allen afkomstig uit de oude kerk. Zelfs de Bentheimer vloertegels uit de oude kerk werden hergebruikt. In 1919 werden, ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van het kerkgebouw, de glas-in-loodramen aangeboden. In recent verleden werden zowel de toren als een groot deel van het kerkgebouw grondig gerestaureerd.

Het Weesper Kerkorgel

Op 27 augustus 1769 werd het orgel in de Weesper kerk plechtig in gebruik genomen. De keuze voor orgelbouwer was een proces: eerst werd contact opgenomen met Orgelmaker Baëts te Utrecht, die weigerde, waarna de opdracht werd gegund aan Orgelmaker Johannes Strümphler te Amsterdam. De kerkenraad gaf echter eerst de eer aan orgelbouwer Johann Heinrich Bätz te Utrecht, die in 1769 een grote reputatie genoot. Mogelijke redenen voor het mislopen van de opdracht voor Bätz waren tijdgebrek of een te hoge prijs. Johannes Stephanus Strümphler, een uit Duitsland geëmigreerde lutheraan, kreeg hiermee zijn eerste opdracht. Het orgel werd gebouwd in een ambachtelijke orgelperiode. Het speelkarakter van het orgel wordt omschreven als gevoelig, direct en muzikaal.

Glas-in-loodraam in de Lutherse kerk van Weesp

Kunstwerken van Dominee P.H.G.C. Kok

In de Maarten Lutherkerk in Weesp zijn diverse kunstwerken aanwezig van de voormalige predikant van de gemeente, drs. P.H.G.C. Kok. Hij studeerde zowel theologie als aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten en combineerde zijn werk als predikant met zijn kunstenaarschap. Zijn preken werden mede boeiend door zijn inzichten als kunstenaar. Hij ontwierp onder andere een glas-in-loodraam in de Nederlandse Kerk te Londen. In Weesp realiseerde hij twee glas-in-loodramen voor 'zijn eigen kerkje': 'Jacobs droom te Bethel' (Genesis 28:10-22), ingewijd op 8 februari 1981, en 'De worsteling van Jacob met de engel aan de beek de Jabbok' (Genesis 32:22-32), ingewijd op 15 november 1981. Dominee Kok overleed op 13 mei 1981, nog voor het tweede raam voltooid kon worden.

Overige Aspecten van het Lutheranisme

De Lutherse kerken kennen over het algemeen twee sacramenten: de doop en het Heilig Avondmaal. Daarnaast passen zij de aan de Lutherse leer aangepaste biecht toe.

De Lutherse Uitgeverij en Boekhandel (SLUB) werd in 1973 opgericht te Amsterdam met als doel het publiceren en verspreiden van uitgaven op het gebied van de christelijke godsdienst, in het bijzonder die van lutherse zijde. De SLUB gaf boeken, brochures en muziekwerken uit en verkocht deze. De eerste bestuursleden hadden diverse contacten binnen de Lutherse Kerk en de wereld van boekhandel en uitgeverij. De eerste publicaties waren onder andere boeken over lekenhuisbezoek en gemeentelidmaatschap van de liturgie. De verkoopcijfers werden mede gestimuleerd door de Lutherse Leken Opleiding (LLO).

De SLUB werd gesteund door diverse geldschieters, waaronder de Insinger Stichting en het Luthers Diakonessenhuis Fonds. In 2000 verhuisde de SLUB naar 's-Gravenhage.

tags: #de #lutherse #kerk #wereldwijd