Ds. Verschuure over zijn strijd met corona en de hoop die hij vond

Op zondag 15 maart 2020 hield dominee Verschuure nog vier preken. De coronamaatregelen die datzelfde weekend werden afgekondigd, zorgden ervoor dat alles anders werd. Het geplande avondmaal in een consulentengemeente ging niet door. In zijn eigen gemeente, de gereformeerde gemeente te Capelle aan den IJssel-Middelwatering, preekte hij die middag extra over Psalm 55: „Werp uw zorg op de Heere, en Hij zal u onderhouden.” Hij kon toen nog niet bevroeden dat het ruim twee maanden zou duren voordat hij weer op de kansel zou staan.

Op de bewuste zondag voelde dominee Verschuure nog geen klachten, afgezien van „misschien een kriebel in de keel”, die hij toeschreef aan de spanning van de omstandigheden. Twee dagen later, op dinsdagavond, voelde hij zich echter niet lekker. Die nacht kreeg hij plotseling koorts, waarop hij de biddiensten die hij woensdag in een andere gemeente zou houden, afzegde.

Longontsteking en coronabesmetting

De predikant lag dagenlang op bed en voelde zich steeds slechter. Op zaterdag belde hij de huisartsenpost en kreeg de diagnose longontsteking. Dit was nog niet ernstig genoeg voor opname. Op maandagochtend was hij echter zo ziek dat een ziekenhuisopname noodzakelijk werd geacht. In een rolstoel verliet hij zijn huis en in het ziekenhuis werd een dubbele longontsteking vastgesteld. Na 24 uur alleen te hebben gelegen in afwachting van de coronatestuitslag, werd hij overgeplaatst naar de corona-afdeling, nadat de test positief bleek.

„Het woord corona vind ik nog altijd een naar woord. Je voelt je als een besmet iemand, opgesloten in een kamertje, niemand mag erbij. Daar heb ik me werkelijk eenzaam gevoeld”, aldus ds. Verschuure. Op de corona-afdeling lag hij met vier andere patiënten op een kamer, van wie er twee kort daarna ernstig ziek werden. „Dat was angstig om te zien. Ik heb daar vaak gedacht: Dit is het begin van het einde. Al enkele weken had ik het gevoel te moeten sterven.”

medische apparatuur op een ziekenhuiskamer

Intensive care en confrontatie met de dood

Aan het einde van die week volgde een overplaatsing naar het Erasmus Medisch Centrum, waar zijn gezondheidssituatie verder achteruitging. Hij kreeg maximale zuurstof toegediend en werd overgeplaatst naar de intensive care. De anesthesist informeerde hem eerlijk over zijn situatie. „Dat heb ik als een heel ingrijpend moment ervaren. Ze vertelde dat ik in slaap zou worden gebracht en dat niet iedereen daaruit weer wakker wordt. Ook vroeg ze of ik nog gereanimeerd wilde worden.”

In die kritieke momenten zag ds. Verschuure de dood in de ogen. „Het was voor mij een groot raadsel. Eigenlijk voelde ik daar twee dingen: ik kan mijn vrouw en kinderen niet missen en ik ben nog niet losgemaakt van de gemeente die de Heere mij gegeven heeft.” De arts vroeg of ze iets voor hem kon betekenen. Eerst belde de predikant naar huis om zijn gezin te spreken. Helaas bleek het virus ook daar rond te waren, waardoor hij zijn vrouw drie weken lang niet kon zien.

Hoop en herstel

Daarna vroeg ds. Verschuure de anesthesist om samen Psalm 118 te lezen. Met name de verzen „Ik zal niet sterven, maar leven; en ik zal de werken des Heeren vertellen. De Heere heeft mij wel hard gekastijd; maar Hij heeft mij ter dood niet overgegeven” drongen diep tot hem door. „Toen kwam er rust in mijn hart. Als iemand toen had gevraagd: Geloof je dat nu, dan had ik gezegd met de vader van de maanzieke knaap: Ik geloof, Heere, kom mijn ongelovigheid te hulp. Het lag er en ging in de loop van die weken steeds meer kracht doen.”

De anesthesist wachtte nog even met het in slaap brengen om met een collega te overleggen. „In dat uur stopte de daling van het zuurstofgehalte in mijn bloed. Ik geloof echt dat de Heere daar de ziekte tot stilstand heeft gebracht. Dat zie ik als een krachtige daad van Zijn hand.”

een afbeelding van Psalm 118

De dagen die volgden, herinnert de predikant zich weinig. Buiten het ziekenhuis werd er meegeleefd. Op een gegeven moment ging zelfs het gerucht door het land dat hij overleden zou zijn; twee van zijn kinderen ontvingen condoleances. Gelukkig bleven zij er nuchter onder, met de geruststelling van zijn vrouw dat ze anders wel van het ziekenhuis hadden gehoord.

Het herstel van de predikant verliep langzaam, maar gestaag. Op Goede Vrijdag werd hij ontslagen uit het ziekenhuis. Hij merkte echter dat het virus veel van zijn lichaam had gevergd. Een longfoto van eind maart toonde bijna uitsluitend witte vlekken van ontstekingen. „Als ik de eerste weken thuis de trap opliep, kon ik niet gelijk weer naar beneden, maar moest ik eerst uitrusten. Inmiddels kan ik alweer twintig kilometer fietsen.”

Lessen uit de ziekte

Terugkijkend ziet ds. Verschuure onderwijs dat de Heere hem gaf in de ziekte, zowel ambtelijk als persoonlijk. Ambtelijk werd hij opnieuw op zijn plaats in Capelle gezet om te preken en Zijn grote daden te vertellen, omdat hij gelooft dat er nog werk voor hem is. Persoonlijk wees de Heere op de noodzaak van de toepassing van Christus’ gerechtigheid in de ziel, een werk waarin hij zelf niet kan bijdragen, maar waarin de Heere niet zal rusten totdat het voltooid is.

Op zondag 24 mei ging ds. Verschuure voor het eerst weer voor in zijn gemeente. Hij preekte over Psalm 118, een „dankzegging na verlossing uit grote nood”. Hij wilde met name de jongeren iets meegeven over de bijzondere zorg en de grote daden van de Heere. Het vele meeleven tijdens zijn ziekte had hem verwonderd. „Ik kreeg berichten van binnen en buiten onze gemeenten, en ook vanuit het buitenland. Daar ben ik klein onder geworden. Maar het grootste is: de Heere heeft zo goedertieren voor mij, een albederver, gezorgd.” Op de zondagavond dat hij voor het eerst weer mocht preken, dacht hij: „De lofzang is in stilheid tot U. Dan kun je in verwondering niet laag genoeg voor de Heere buigen.”

Ds. A.T. Huijser | De wonderbare visvangst | Lukas 5:1-11

Controversiële opvattingen over het coronavirus

De tekst bevat ook informatie over een brief die op 20 maart door ds. Agteresch van de Bethelkerk in Werkendam aan kinderen uit de gereformeerde gemeente is gestuurd. In deze brief wordt het coronavirus afgeschilderd als „een straf van God” vanwege zonden van zowel kinderen als volwassenen. De brief suggereert dat kinderen een schuldgevoel aangepraat krijgen en dat „veel bidden” de beste manier is om met het virus om te gaan. De auteur van het artikel merkt op dat deze brief grenst aan een indoctrinatie en een gevaarlijke denkwijze ten opzichte van de volksgezondheid, en stelt de vraag hoe gevaarlijk de beïnvloeding door streng christelijke gemeenschappen is voor het algemeen belang van de volksgezondheid.

Verder wordt de discussie over gevaccineerden en ongevaccineerden aangekaart. Diverse ziekenhuizen moesten reguliere zorg afschalen vanwege de toestroom van coronapatiënten, waarbij de kritiek zich richtte op ongevaccineerden. Het zorgpersoneel uitte frustratie en onmacht. Tegelijkertijd belichtten media de andere kant van het verhaal, met uitspraken van predikanten die aangaven dat de afweging om zich niet te laten vaccineren nooit onverschillig wordt gemaakt en dat ziekenhuizen ook vol liggen met mensen die ziek worden van drank en drugs.

De SGP-voorzitter in Staphorst, Arie den Ouden, legde uit waarom hij zich niet laat vaccineren, wat tot harde woorden in de media leidde. De cijfers tonen aan dat een aanzienlijk deel van de 18-plussers volledig gevaccineerd is, maar 16,5 procent nog ongevaccineerd is. Onderzoek wees eerder uit dat een kwart van de lezerskring zich niet laat inenten, waarvan naar schatting 100.000 christenen om religieuze overtuiging. Van de coronapatiënten op de intensive care is vier op de vijf niet ingeënt.

tags: #dominee #verschuure #ziek